Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
De overeenkomsten met het onderwijs


Jorrik Tuenter (JT) en Jordy van Dam (JvD) staan aan het roer van DZC’68 B1, een derde divisionist uit Doetinchem. Hoe de rolverdeling is? De trainers, allebei werkzaam in het onderwijs, zijn gelijkwaardig. Van een hoofdtrainer en assistent-trainer is dan ook geen sprake. TrainersMagazine sprak hier met het duo over. Verder kwamen onder andere de overeenkomsten met het onderwijs, wedstrijdbesprekingen, POP-gesprekken en de verantwoordelijkheid bij de spelers neerleggen aan bod.

Jullie werken allebei in het onderwijs. Welke overeenkomsten zien jullie tussen het docent- en trainerschap?
JT: “Dat zit hem er vooral in dat je betekenis moet geven aan je stof. Op school vragen leerlingen mij waarom ze iets moeten beheersen, wanneer ze iets met een ‘d’ of met een ‘t’ schrijven, terwijl ook de spelers op de training nuttige vragen stellen over waarom ze bijvoorbeeld een conditievorm moeten doen. Wij doen dat door het te vertalen naar de wedstrijd. Maak ze duidelijk dat als het na zeventig minuten nog 0-0 staat, wij gas moeten kunnen geven. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor tactische vormen. Als je als team goed staat, is de kans groter dat je een wedstrijd wint.”

JvD: “Het is ook een voordeel dat je door je ervaring in het onderwijs beter weet hoe je met kinderen om moet gaan. De een moet je een aai over zijn bol geven, terwijl je een ander een schop onder zijn kont moet geven. Daar komen wij vrij snel in het seizoen al achter. Als we echt met een groep aan de slag gaan, hebben we daarvoor al een traject afgelegd met elkaar. Voor de zomerstop leren we de spelers kennen, waardoor we na de zomer al een beeld van hen hebben. Ook voeren we individuele gesprekken met de spelers, waarin zij kunnen aangeven waar ze wel of geen behoefte aan hebben.”

Selecteren jullie spelers ook op basis van hun mentaliteit?
JT: “Dat is altijd een heikel punt in de selectieprocedure. Sommige jongens zijn geen trainingsbeesten en worden door anderen wellicht als ‘moeilijk’ ervaren. Gek genoeg zijn dat vaak wel de jongens die je er zaterdags doorheen slepen. Bij DZC hebben wij niet de luxe om op mentaliteit te selecteren. Dan kom je niet op vijftien derde divisiewaardige spelers uit. Het is ook geen probleem om een paar ‘lastige jongens’ in je team te hebben, zo lang er maar duidelijke afspraken zijn. Degene die zich daar niet aan houdt, zullen wij één keer waarschuwen en daarna nemen we maatregelen.”

JvD: “Die regels hebben we ook naar de ouders gecommuniceerd, zodat zij weten wat wij van hun kind verwachten en ze weten wat er gebeurt als hun kind niet komt trainen of ongewenst gedrag vertoont. Daarmee kweek je begrip bij de ouders.”

Voeren jullie POP-gesprekken?
JvD: “Ja. Daar mogen de ouders overigens ook bij aanwezig zijn, maar de meeste spelers kiezen er toch voor om alleen te komen. Het gesprek vindt plaats in een relatief veilige setting tussen speler en trainer. Toch vinden sommige jongens het nog lastig om hun zegje te doen.”

U heeft een deel van het artikel gelezen. Het hele artikel is exclusief beschikbaar voor leden van het Voetbal Kennisplatform De Junioren Trainer. Je bent al lid vanaf €2 per maand:

1 kennisplatform voor €24 Alle 11 kennisplatformen voor €39 Totaalabonnee voor €58
We zijn benieuwd naar uw waardering van dit artikel
Bedankt voor uw mening!
Soortgelijke artikelen