Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Investeren in verdedigen
| Bedankt voor uw mening!


John de Wolf, hoofdtrainer van Topklasser G.V.V.V, vindt dat er in Nederland te weinig aandacht besteed wordt aan het verdedigende aspect van het voetbal. Daar hoort het winnen van persoonlijke duels ook bij. “Veel trainers en spelers vinden het verdedigende aspect leuk voor erbij, maar daar houdt het wel op.”

Op een regenachtige dinsdagavond parkeert John de Wolf zijn auto op het parkeerterrein van Sportpark Panhuis. Een aantal maal per week stuurt hij zijn auto van zijn woonplaats Leiden naar Veenendaal. Met de verdediger van weleer gaat het natuurlijk over de manier waarop hij de verdedigende organisatie neerzet. Al snel wordt duidelijk dat De Wolf weinig op heeft met de manier waarop er over het algemeen in Nederland wordt verdedigd. Zowel op het hoogste niveau als bij de amateurs. “In Nederland worden we opgeleid om aanvallend te voetballen. Veel trainers en spelers vinden het verdedigende aspect wel leuk voor erbij, maar daar houdt het wel op. Als ik namens mezelf als speler praat, dan was ik wel een uitzondering op de rest. Al zag je vroeger wel meer echte verdedigers dan nu. Ik kreeg de kick als ik mijn tegenstander uitschakelde. Dat mis ik tegenwoordig. Ze willen het misschien wel, maar kunnen het niet iedere week opbrengen. Het begint bij de speler en niet bij de tactiek van de trainer. Het uitvoeren van verdedigende taken en het uitvechten van persoonlijke duels hoort nu eenmaal bij het voetbal.”

Toch ziet De Wolf in Nederland ook enkele spelers die zijn opvatting wel in de praktijk brengen. “Kijk naar het koppen. Bij AZ tegen Vitesse zie ik Ron Vlaar kopduels aangaan en goed verdedigend koppen. Hij houdt de bal in de ploeg en dat is tegenwoordig al heel wat. Er wordt te weinig op getraind. Het gaat erom dat je er als speler in wil investeren. In het betaalde voetbal wordt er wel aandacht aan geschonken, maar te weinig.” “Als mijn centrale verdedigers de bal afpakken en inleveren aan dezelfde kleur, hebben ze het prima gedaan”, vervolgt hij. “Als we aan het aanvallen zijn, moeten er ook spelers zich bezighouden met de restverdediging. Regeren is vooruitzien en daar hamer ik op. Veel spelers zijn dat niet gewend. Iedereen wil aan die aanvallende ‘lolly’ likken en als ze de bal kwijt zijn, gaan ze pas nadenken wat er moet gebeuren. Mijn keeper, centrale duo en verdedigende middenvelder krijgen de taak mee om te kijken we staan bij eventueel balverlies. Staan ze niet goed, dan krijgen ze een seintje vanaf de kant.”

Neerzetten van de verdediging
Het begint volgens De Wolf weliswaar bij de instelling van de speler, maar ook als trainer zul je jouw steentje bij moeten dragen om te zorgen dat de verdedigende organisatie goed staat. “Het draait om de veldbezetting, organisatie en het uitvoeren van taken. Het moet duidelijk zijn wat je van elkaar verwacht. Toen ik hier kwam, hoorde ik dat mensen me een trainer vonden die verdedigend dacht. Dat jouw verdedigende organisatie goed staat, hoort nu eenmaal bij het spelletje. We zijn namelijk niet verdedigender gaat spelen, maar we denken meer na over het verdedigen. Dat heeft met mijn verleden te maken, maar het is ook niet meer dan logisch dat elk elftal waar je mee speelt een goede organisatie en veldbezetting heeft.”

Maar ook de G.V.V.V-trainer weet dat het verdedigen niet alleen afhangt van de achterhoede. “Je verdedigt niet alleen met de laatste linie, dat begint vooraan. Als de voorhoede en het middenveld niet goed omschakelen, kom je achterin in de problemen. Onderlinge communicatie is essentieel. In de winter hebben we hierover gespreken en heb ik de ploeg in twee groepen verdeeld. Ze kregen de opdracht om een wedstrijdbespreking te maken voor een tegenstander die 4:4:2 en 4:3:3 met de punt naar voren speelt. Als trainer heb je natuurlijk ook iets in je hoofd en dan kun je spelers een bepaalde kant opsturen. Uiteindelijk hebben we de tactieken besproken en is voor iedereen duidelijk wat we willen en hoe we het willen. Op die manier kunnen spelers elkaar ook eenvoudig corrigeren. Ik kan iets wel willen, maar zij moeten zich er wel prettig bij voelen. Is dat niet zo, dan moeten we het vaker trainen.”

U heeft een deel van het artikel gelezen. Het hele artikel is exclusief beschikbaar voor leden van het Voetbal Kennisplatform De Top trainer. Je bent al lid vanaf €2 per maand:

1 kennisplatform voor €24 Alle 11 kennisplatformen voor €39 Totaalabonnee voor €58
We zijn benieuwd naar uw waardering van dit artikel
Bedankt voor uw mening!
Soortgelijke artikelen