Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Differentieel leren: elke situatie is anders


Coachen is niet hetzelfde als tegen spelers zeggen wat ze moeten doen. Vanuit onderzoek naar motorisch leren zijn er veel nieuwe inzichten over hoe je spelers kunt helpen om zich verder te ontwikkelen. Soms levert dit verassende nieuwe inzicht en oefenstof op. Lector Remo Mombarg en Hans Slender van de Hanzehogeschool leggen in een serie artikelen uit hoe de trainer/coach zich verder kan ontwikkelen door kennis te nemen van de nieuwste inzichten op het gebied van leren. In deze editie: differentieel leren.

Leren is in de praktijk veel minder een lineair proces dan wij vaak geneigd zijn te denken. In Duitsland maakt met onderscheid tussen ‘lehren’ en ‘lernen’. Het geen de coach uitlegt of wil trainen, is niet per definitie gelijk aan het geen dat de sporter leert. Als coach moet je op zoek naar een relatief duurzame verandering in het gedragspotentieel van de sporter. De prestatie tijdens de training, waarbij vaak geïsoleerd bepaalde aspecten van het spel getraind worden en de trainer intensieve begeleiding geeft, is niet de graadmeter of de doelstelling van de training gehaald wordt. De graadmeter is hoe de speler invulling geeft aan de getrainde aspecten tijdens de wedstrijd. En of het geleerde gedrag lang blijft hangen en er niet te snel teruggevallen wordt in oude patronen. Een goede uitvoering tijdens de training is geen betrouwbare graadmeter of de spelers zich daadwerkelijk ontwikkelen, de uitvoering tijdens de wedstrijd wel.

In de traditionele trainingsopbouw gebruiken de meeste coaches automatisch een indeling in drie fases. Eerst is er de cognitieve fase, waarin de nadruk ligt op het begrijpen wat je moet doen (plaatje, praatje, daadje). Daarna is de associatieve fase, waarin feedback gegeven wordt op de uitvoering (begeleidend en situatief coachen). Tot slot is er de autonome fase, waarbij de sporters zelf uitvoering geven en er vooral feedback wordt gegeven op het resultaat. In traditioneel leren wordt er dus vanuit gegaan dat:
1. De focus eerst op de uitvoering moet liggen en pas later op het resultaat;
2. Kennis eerst expliciet aanwezig moet zijn, voordat deze impliciet toegepast kan worden;
3. Dat herhaling (drillen) leidt tot de beste
leerresultaten.

U heeft een deel van het artikel gelezen. Het hele artikel is exclusief beschikbaar voor leden van het Voetbal Kennisplatform De Voetbal Coach. Je bent al lid vanaf €2 per maand:

1 kennisplatform voor €24 Alle 11 kennisplatformen voor €39 Totaalabonnee voor €58
We zijn benieuwd naar uw waardering van dit artikel
Bedankt voor uw mening!
Soortgelijke artikelen