Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
De zone van de naaste ontwikkeling
Leestijd 8-10 minuten
| Bedankt voor uw mening!
Donderdag 26 Januari 2017


Kinderen leren het best door samen met volwassenen of leeftijdsgenootjes activiteiten te ondernemen die ze nog nét niet zelfstandig kunnen. De 'zone van de naaste ontwikkeling' noemde de Russische psycholoog Lev Vygotsky deze ontwikkelingstheorie. Wouter van Rooijen, trainer van S.V. Hoofddorp O13-1. "Ik probeer oefeningen te geven die niet te makkelijk, maar ook niet te moeilijk zijn."

Tekst: Martin Veldhuizen

"Ik geef het liefst oefeningen waarbij mijn spelers de grens van lukken en mislukken moeten opzoeken. Ik probeer daarbij zo min mogelijk voor te zeggen, maar stel vooral vragen. Vanuit dat vertrekpunt kan ik het beste de ontwikkeling van hun voetbalvaardigheden stimuleren. Dat is tenslotte mijn belangrijkste taak als pupillentrainer." Wouter van Rooijen, trainer van S.V. Hoofddorp O13-1 baseert zijn oefenstof zoveel mogelijk op 'de zone van de naaste ontwikkeling', een ontwikkelingstheorie van de Russische psycholoog Lev Vygotsky. Deze theorie zegt dat kinderen het beste leren door samen met volwassenen of leeftijdsgenootjes activiteiten te ondernemen die ze nog nét niet zelfstandig kunnen niets leren. Onder begeleiding leren ze die handelingen vervolgens wél met succes uit te voeren. Van Rooijen: "Het luistert nauw, want als de aangeboden stof te makkelijk is dan leren ze niets, maar is het te moeilijk dan is er ook geen leerervaring en dus geen ontwikkeling."

Derde divisie
Net als bij veel pupillentrainers staat het plezier en de ontwikkeling van het individu ook bij Van Rooijen voorop. Hij plaatst echter wel een kanttekening: "Kinderen ontwikkelen zich nauwelijks als ze geen plezier hebben in wat ze doen. Winnen is echter een niet te onderschatten factor voor het hebben van plezier, zeker bij het elftal dat ik onder mijn hoede heb. Ik ben trainer van een selectieteam, met daarin de beste pupillen die er bij onze club rondlopen. Met O13-1 spelen we in de derde divisie op een hoog niveau met sterke tegenstanders waarmee we ons graag willen meten. Ik moet de jongens opleiden voor het eerste van S.V. Hoofddorp, winnen is dus wel degelijk een belangrijk element. Maar voor hun ontwikkeling laat ik spelers soms bewust op een andere plek spelen dan hun vertrouwde positie. Mijn centrale verdediger, die erg goed is in verdedigen en het inspelen van de bal, kan als middenvelder bijvoorbeeld aan zijn handelingssnelheid werken. Het is dus niet zo dat mijn focus op winnen ligt. Ik kijk vooral naar wat de spelers goed hebben gedaan en geef daar positieve feedback op."


"Ik hecht veel waarde aan het uitvoeren van de basistaken. Die taken zijn per linie vanzelfsprekend verschillend, maar ik verwacht van al mijn spelers, ongeacht hun positie, dat ze een bal goed kunnen aannemen en dat passes over de grond over tien tot vijftien meter negen van de tien keer goed zijn. Die technische vaardigheid, gecombineerd met specifieke taken die bij hun positie horen moeten ze aan het eind van het seizoen goed invullen. Pas bij de junioren komt het besef wat hun handelen voor andere posities betekent aan de orde. Al is voetbal natuurlijk wel een teamsport, waarbij teamgenoten invloed hebben op de wijze waarop spelers zich individueel kunnen etaleren. Ik besteed dus wel aandacht aan het teambelang."

Kwaliteitsverschil
"Eén van de essentiële uitgangspunten in mijn benadering is, dat kinderen zoveel mogelijk op hun persoonlijke level voetballen. Volgens de theorie van Vygotski leren kinderen door samen met leeftijdsgenootjes activiteiten te ondernemen. Hoewel al mijn spelers behoorlijk kunnen 'ballen', heb ook ik te maken met kwaliteitsverschil binnen mijn team. Zolang dat verschil in kwaliteit niet storend is voor de uitvoering van een oefening vind ik dat niet zo van belang. Ze leren namelijk ook van elkaar, trekken zich aan elkaar op."

"De eigen wil vind ik wel erg belangrijk. Als spelers doen wat ze zélf willen, zijn ze daar over het algemeen goed in en gaan ze succes ervaren. Die succesbeleving is nodig voor verdere ontwikkeling. Laat ik een kind dat nog niet kan fietsen als voorbeeld nemen. Die ziet andere kinderen rijden en denkt: dat wil ik ook. Met zijwieltjes leert hij trappen, sturen en balanceren, zonder zorgt papa of mama voor steun. Op een gegeven moment rijdt het kind zelfstandig zijn rondjes en probeert het allerlei nieuwe trucs uit. Met voetballen is het net zo. Als trainer kan ik de ontwikkeling van mijn spelers stimuleren door hen steeds weer uit te dagen. Ik kan daarin overigens vrij kritisch en perfectionistisch zijn, ik eis veel van mijn spelers. Iemand die op een bepaald onderdeel, bijvoorbeeld de aanname van de bal, een '9' scoort, mag daar van mij geen genoegen mee nemen. Waarom zou hij daar geen '9,5' van kunnen maken?"

Structuur
"Bij S.V. Hoofddorp proberen we voetballende teams te creëren die vooral via korte passes tot kansen en doelpunten komen. Vanuit mijn (voetbal)opleiding hanteer ik daarvoor een structuur waarin alle linies en alle posities aan bod komen. Ik heb vier basisvormen die ik regelmatig herhaal: een geïsoleerde pass- en trapoefening, met of zonder afwerkvorm, een positiespel zonder goals, een klein partijspel met doelen en een grote partijvorm. Vanuit die vier vormen werk ik andere oefeningen uit om het gevarieerd, uitdagend en dus plezierig te houden."

"Binnen die structuur probeer ik de ontwikkeling van het individu te stimuleren. Mijn rechtervleugelverdediger kan zijn basistaak prima uitvoeren. Hij is sterk in de duels, positioneel staat hij goed en technisch is hij vaardig genoeg. Aanvallend is zijn inbreng echter gering. Tijdens partijspelen op de training zorg ik voor situaties waarbij hij zich aanvallend kan inschakelen, bijvoorbeeld door een overtal te creëren. Maar ik zeg nauwelijks wat voor, als hij de kans laat liggen om mee op te komen dan vraag ik daarna waarom hij die keus maakte. Natuurlijk leg ik het spel ook weleens stil om aanwijzingen te geven, maar door ernaar te vragen gaan spelers er zelf over nadenken. Ook adviseer ik ze te kijken naar spelers die op dezelfde positie als zij spelen, zoals in dit geval Dani Alves van Barcelona of Rick Karsdorp van Feyenoord."


"Een ander voorbeeld is mijn diepste spits. Hij passeert vrij makkelijk en daar geef ik hem ook de complimenten voor. Maar hij mist tijdens zijn acties het overzicht, waardoor hij nauwelijks oog heeft voor het vervolg. Om hem te stimuleren meer van zijn omgeving waar te nemen, zet ik hem tijdens positiespelletjes regelmatig als kaatser aan de zijkant. Daar mag hij geen acties maken, maar alleen op z'n lijn bewegen om met zijn medespelers te combineren. Hij moet dus wel om zich heen kijken."

Ik kan zo'n speler natuurlijk ook zeggen dat hij tijdens een partijspel de bal maar twee keer mag raken. Soms doe ik dat ook wel, zoals ik vaker individuele eisen stel. Iemand met een goede pass laat ik wat vaker met zijn verkeerde been trappen, of in een hoger tempo, of over grotere afstanden. Maar ik ben er geen voorstander van om spelers vaak dingen te ontzeggen of op te leggen. Je haalt daarmee niet alleen het plezier weg, het beperkt ook de creativiteit en daarmee de wil om te leren."
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen