Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Stappen maken met biologische leeftijd
Leestijd 8-10 minuten
Vrijdag 31 Maart 2017


Ruben den Uil, jeugdtrainer bij Sparta Rotterdam, is altijd bezig met het stimuleren en bevorderen van de ontwikkeling van zijn spelers. Op dit moment krijgt hij als ‘Performance Coach’ de mogelijkheid om zijn ideeën door te voeren. “Biologische leeftijd en het pop-gesprek. Iedereen kent het, maar wat doen we ermee en is het belangrijk om er iets mee te doen: ik zeg volmondig JA.”

Tekst: Rogier Veenstra | Beeld: Sparta Rotterdam

Ruben den Uil kwam in zijn eerste seizoen bij Sparta Rotterdam tijdens trainersoverleggen met veel (nieuwe) ideeën. Scouten, stagetrajecten, andere trainingsgroepen, het trainen van persoonlijke ontwikkelingsdoelen en meer. Sparta Rotterdam luisterde en speelde erop in, waarop de jonge oefenmeester werd aangesteld als Performance Coach. “Het is een nieuwe naam binnen het voetbal. Ik heb mezelf sterk gemaakt voor een aantal veranderingen of aandachtspunten en Sparta Rotterdam heeft mij de ruimte gegeven om daar een aantal uren per week tijd in te steken. Zo hebben wij inmiddels, mede door de ruimte die ik kreeg, een grote stap gemaakt in het werken met biologische leeftijdsgroepen.”

Groeispurt of niet
Grote jongens die als eerstejaars C-junior het verschil maken als spits. Ze zijn sneller dan hun tegenstanders, schieten harder, springen hoger, houden het langer vol en zijn ook nog eens veel sterker. Het zijn de spelers die vaak al hun groeispurt hebben gehad. Aan de andere kant is er die voetballer die telkens zo ontzettend snel moet handelen, omdat hij nog erg klein is en dus van de bal wordt gelopen als hij ermee gaat dribbelen. “Het gebeurt zowel bij amateurverenigingen als bij BVO’s. Bijna iedere trainer of scout laat zijn oog vallen op de speler die op dat moment het verschil maakt. Logisch, zou je misschien denken, maar volgens mij draait het maar om één ding: het niveau van beide spelers op het moment dat ze de stap moeten maken naar het eerste elftal. Dat is toch wat alle jeugdopleidingen in Nederland willen?”



Niet goed voor het kind
“Doordat ik zelf veel ervaar als jeugdtrainer, maar ook veel onderzoeken heb gelezen over de biologische leeftijd van kinderen, heb ik mezelf in het onderwerp kunnen verdiepen. Uit onderzoek blijkt dat een speler die op basis van zijn fysieke gesteldheid gemakkelijk overeind blijft, er ook naar gaat voetballen. Hij wordt hierdoor niet of nauwelijks uitgedaagd in technische en inzichtelijke vaardigheden, omdat hij toch sneller of sterker is dan zijn leeftijdsgenoten en dus heel veel kan compenseren. De kans bestaat dat hij uiteindelijk, als iedereen uitgegroeid is, in alle voetbalaspecten voorbij gegroeid is door zijn leeftijdsgenoten.”

“Aan de andere kant is er het talent dat goed kan voetballen, maar nog zo klein is. Hij wordt regelmatig ondersteboven gelopen, maar iedereen denkt er hetzelfde over: ‘als hij gaat groeien, dan komt het allemaal in orde’. Den Uil is daar nog niet zo zeker van: “Natuurlijk zijn er spelers die het jarenlang moeilijk hebben en nadat zij ook zijn gaan groeien, halen ze hetzelfde niveau van hun teamgenoot die vier jaar geleden nog twee koppen groter was. Maar is het wel goed voor zijn ontwikkeling om elke dag op te moeten boksen tegen veel grotere medespelers en tegenstanders? Vaak is het goed om als buitenspeler een speler te passeren, in te dribbelen als centrale verdediger of door te dribbelen als middenvelder om vervolgens de steekbal te geven, maar daar komen de kleine spelers amper aan toe. Ze moeten aannemen, spelen, één of maximaal twee keer de bal raken, anders raast de lawine van fysieke kracht voorbij. Hier moeten we wat aan doen en bij Sparta zijn we op de goede weg.”

Biologische leeftijd
Alles valt of staat bij deze voorbeelden met de biologische leeftijd. Kinderen en dus ook de talenten binnen een voetbalopleiding krijgen tussen hun dertiende en hun zestiende hun groeispurt. Het verschil tussen iemand die op zijn dertiende al flink gegroeid is en iemand die pas drie jaar later de hoogte ingaat, kan dus immens zijn. Om ervoor te zorgen dat spelers dus in een ‘eerlijke’ omgeving uitgedaagd worden en voor ons als trainers nog veel belangrijker: hoe kunnen we ervoor zorgen dat wij spelers, ongeacht of ze hun groeispurt al gehad hebben, aan het werk zien in een omgeving, waarin wij kunnen beoordelen hoe goed ze eigenlijk zijn en wat dat voor de toekomst kan betekenen.”



Medische staf
Om te bepalen of spelers wel of geen groeispurt hebben gehad of juist in de groei zitten, worden er door de medische staf van Sparta Rotterdam testen afgenomen om alles goed in kaart te brengen. “Ik heb de ideeën, maar uiteraard niet alle kennis. Het is dus ontzettend fijn dat ze hier op Nieuw Terbregge (het trainingscomplex van Sparta Rotterdam) meedenken en meewerken om stappen te maken als jeugdopleiding. Als alle gegevens verzameld zijn, kan het echte werk beginnen.”

“We hebben de groep van ongeveer zeventig spelers (O13 tot en met O16, de leeftijd waarin spelers een groeispurt door kunnen maken) niet gekoppeld aan teams omdat er dan een aantal spelers het idee zou kunnen krijgen dat ze gedegradeerd zijn naar een ‘lager’ elftal, maar gekoppeld aan simpele nummers. Groep 1 tot en met groep 5. Door alle metingen hadden we het dus voor elkaar gekregen om spelers onder te verdelen in groepen, waarin de biologische leeftijd alles bepalend is en zij dus onder gelijkwaardige omstandigheden gaan aanvallen, verdedigen en omschakelen.”

Trainingsstof
Elke maandag werken ze bij Sparta Rotterdam met deze ‘biologische leeftijdsgroepen’. Het is even wennen voor de jeugdtrainers, die afstand nemen van hun eigen structuur binnen de training en uiteraard ook met een andere groep moeten werken. “Natuurlijk is dat even gek, maar uiteraard geen reden om het niet te doen. We hebben gediscussieerd over de oefenvormen en organisatie daarvan. “

“We hebben gekozen voor vijf onderdelen, waarin de spelers in onze ogen maximaal worden uitgedaagd in aanvallen, verdedigen en omschakelen. De vormen zijn een één-tegen-één-situatie, een twee-tegen-twee of drie-tegen- drie, vier-tegen-vier-partijspel, een omschakelvorm waarbij een overtal tegen een ondertal speelt en als laatste een positiespel. Elke trainer staat bij een vast onderdeel tijdens een training, waardoor hij iedereen voorbij ziet komen.“

Resultaat
“Ik ben blij dat we het voor elkaar hebben gekregen om aan de slag te gaan met de biologische leeftijd. Stap één werd daardoor gemaakt, stap twee is de ontwikkeling evalueren. Spelers vonden het even wennen in het begin, maar worden óf meer uitgedaagd óf vinden het fijn om met spelers te voetballen die dezelfde biologische leeftijd hebben. Als trainers en coördinatoren weten we door de onderzoeken wat de fysieke gesteldheid is van de spelers en kunnen we daarnaast veel beter oordelen over hun kwaliteiten en hun kansen voor de toekomst. Het heeft dus wat voeten in aarde gehad, maar ik kan het iedere club, ook op amateurniveau aanbevelen. Neem Jordy Clasie, als er destijds niemand rekening met hem had gehouden was hij waarschijnlijk ook uit de opleiding van Feyenoord gestuurd, alleen maar omdat het een laatrijper was. En kijk eens waar hij nu staat…”

Nog voordat er stappen werden gemaakt met de biologische leeftijdsgroepen, was Den Uil al vanaf het begin van het seizoen bezig met het herzien van het zogeheten POP-formulier, oftewel het persoonlijk ontwikkelingsplan. Iedereen kent het, maar wat doen we ermee? “Niet zo veel, blijkt uit de praktijk. We voeren als jeugdtrainers keurig de gesprekken met de spelers, schrijven wat op papier en in de meeste gevallen verdwijnt het plan, of wat daarvoor moet doorgaan, in een kast. Na vijf maanden volgt een beoordelingsgesprek en gaan de trainers op zoek naar de formulieren om eens te kijken wat de desbetreffende speler in het begin van het seizoen ook alweer had gezegd. Ik vind dat dit niet kan om de volgende doodeenvoudige reden: ga je wel met het plan aan de slag dan krijgt de ontwikkeling van de voetballer in de meeste gevallen een enorme boost.”



Hoe ziet zo’n plan eruit?
Bij Sparta Rotterdam was het normaal om een aantal keren per seizoen de spelers uit te nodigen voor een gesprek en een aantal zaken te benoemen en te bevragen. Den Uil wilde met dit plan het veld opstappen en ervoor zorgen dat spelers bewust werden gemaakt van hun sterke punten en hun verbeterpunten. Hij begon echter bij de kern. “We houden ons allemaal vast aan de structuur en de technieken die horen bij het vormen van een persoonlijk ontwikkelingsplan, dus is het wel belangrijk dat het gesprek het gewenste resultaat oplevert. Ik heb het formulier, dat nu uit drie onderdelen bestaat, gewijzigd. Allereerst het spelerspaspoort met eigenschappen over de speler en vooral niet te vergeten zijn droom. Vervolgens benoemt de speler zijn eigen krachten, twee die betrekking hebben op hem als voetballer en één die slaat op zijn levensstijl (rust, voeding, etc.).”

“Naast droom en ambitie, beschrijft de speler ook zijn doel voor dit seizoen. Hij geeft aan wie zijn idool is en wat hij van zijn idool graag wil leren. Verder benoemt de speler zijn voorkeursposities. Aan de hand van de posities waarop de speler dit seizoen het meeste speelt of zal gaan spelen worden de belangrijkste basistaken binnen aanvallen en verdedigen toegevoegd door de trainer/coach. Tenslotte bepaalt de speler welke dingen hij wil verbeteren, met behulp van de trainer. Ook weer gericht op aanvallen, verdedigen en omschakelen en lifestyle. De doelen worden geformuleerd aan de hand van het ‘SMART-principe’ (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden).”

Stap naar het veld
Uiteindelijk gaat het er natuurlijk om wat een speler op het veld laat zien. Doordat trainers vaak met het team bezig zijn en in het slechtste geval alleen maar met het winnen van de wedstrijd, komt er weinig terecht van de ontwikkeling van het individu, vindt ook Den Uil. “Je denkt toch niet dat een speler van veertien nog denkt aan dat formulier wat hij drie weken geleden heeft ingevuld als de trainer hem niet uitdaagt om daar aan te denken of daar mee aan de slag te gaan. Het zorgt er dus uiteindelijk voor dat de leerdoelen niet ter sprake komen en de speler niet wordt gemotiveerd om ermee aan de slag te gaan. Daarom heb ik als jeugdtrainer gekeken hoe ik met mijn eigen versie van het plan de stap naar het veld kan maken.”

“Ik heb ervoor gekozen om eens in de twee weken een training af te stemmen op het ‘POP-gesprek’ en eens in de maand een wedstrijd. Het levert geweldige resultaten op. Ik zal een voorbeeld geven. Wij spelen op zaterdagochtend een wedstrijd en in de dagen daarvoor geef ik de spelers de opdracht om één leerdoel binnen het accent van die week te kiezen, bijvoorbeeld aanvallen. Het kan dus zijn dat een rechterverdediger als doel heeft om tijdens de wedstrijd vier keer in te dribbelen met zijn linkerbeen en op het juiste moment de bal afspeelt naar een medespeler die balbezit behoudt. Of een linkervleugelaanvaller wil drie keer een voorzet met rechts geven, bij de eerste of tweede paal of op de rand van het zestienmetergebied, afgestemd op de loopacties van de medespelers. Alle spelers leveren op de wedstrijddag hun papier in met hun doel voor die dag en tijdens de bespreking en de wedstrijd moeten wij als technische staf maar één ding doen: stimuleren! Ik zorg tijdens die wedstrijd voor twee assistent-trainers, waardoor de spelers in drie groepen verdeeld worden en elke trainer vijf spelers kan monitoren. Spelers durven hun leerdoelen te verbeteren, ongeacht het resultaat.”

“Datzelfde doe ik op trainingen. Als dat duidelijk is, gaan spelers niet op elkaar zeuren, want ze weten dat hun medespeler een verbeterpunt aan het trainen is, maar ze gaan het wel doen en worden dus gewoon sneller betere voetballers.”
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen