Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
CogiTraining | Leren voetballen vanuit de hersenen
Leestijd 8-10 minuten
Dinsdag 4 April 2017

Voetballen leer je vooral vanuit je hersenen. Die gedachte staat aan de basis van de CogiTraining in de Voetbalacademie van Willem II. Via allerlei oefeningen, waarbij ruimtelijke structuren en externe focus een belangrijke rol spelen, leren de talenten van de eredivisieclub voetballen. Dit is het tweede en laatste deel van een tweeluik uit Tilburg.

Tekst: Martin Veldhuizen | Beeld: Martin Veldhuizen en Nick van Hees

Klik hier om direct door te gaan naar de oefenstof

"Voetballen is net een doolhof en het feit dat je het met je voeten doet maakt de sport nóg complexer. Om onze spelers wegwijs te maken in dat doolhof werken wij met vaste ruimtelijke structuren, die spelers na verloop van tijd gaan herkennen. Binnen die structuren kunnen wij eindeloos variëren met oefenvormen waarbij lopen, dribbelen, schijnbewegingen, passen en trappen aan bod komen. De spelers lopen daarbij onbewust altijd driehoekjes, waardoor het een automatisme voor ze wordt om op de goede plek vrij te lopen. Ook doen ze bepaalde handelingen zonder er bij na te denken. Dit gaat dus sneller en gemakkelijker. Verder zijn ze beter voorbereid om complexe situaties in het veld op te lossen."



KRC Genk
Jan de Hoon is Hoofd van de Willem II Voetbalacademie. In de vorige editie van TrainersMagazine vertelde hij over de CoGiTraining, een door de Belg Michel Bruyninckx ontwikkelde trainingsmethode, waarin de wijze waarop kinderen leren centraal staat. Willem II adopteerde de CoGiTraining nadat jeugdtrainer Frank Scholten twee jaar geleden met Willem II O11 deelnam aan een jeugdtoernooi bij Ajax. Tot zijn verbazing versloegen de Belgische pupillen van KRC Genk niet alleen zíjn ploeg met dikke cijfers, maar ook de leeftijdsgenootjes van Ajax en PSV. Scholten zocht contact met de trainer van Genk O11, hoorde hem vertellen over de CoGiTraining en nam samen met een aantal anderen van Willem II een kijkje in de Genkse keuken. Het Tilburgse gezelschap raakte dusdanig geïnspireerd, dat de CoGiTraining inmiddels niet meer weg te denken is uit de Willem II Voetbalacademie.

In ons vorige artikel kwam de senseball aan bod, net als de wisseloefening, een trainingsvorm waarin ruimtelijke kaders gevisualiseerd worden en spelers met of zonder bal synchroon ten opzichte van elkaar bewegen. Deze keer aandacht voor de steroefening, pass-en trapvormen en de externe focus die bij deze oefeningen een belangrijke plaats inneemt.

Stabiele eredivisionist
"Wij hebben de taak om spelers op te leiden voor het eerste elftal en zo een bijdrage te leveren aan een stabiele eredivisionist," zegt De Hoon over de missie en visie van de Willem II Voetbalacademie. "Voetballen vanuit balbezit is ons vertrekpunt, het liefst op de helft van de tegenstander. Door voortdurend in beweging te zijn, willen we een overload creëren aan de kant waar de bal is. De CoGiTraining helpt ons bij het realiseren van die ambitie."



Scholten: "De warming-up van onze trainingen beginnen we vrijwel altijd met de senseball. Door synchroon en in hetzelfde ritme met de senseball te werken, komen de spelers sneller in de leerstand. Het enorme aantal balcontacten vergroot hun technische vaardigheid. Na de warming-up werken we veelal in vaste ruimtelijke kaders, die ervoor zorgen dat de spelers het veld veel minder als een doolhof gaan ervaren."

Ruimtelijke structuur

De ruimtelijke structuur

 
Het veld is verdeeld in drie vakken: een opbouwzone, een middenzone en een aanvalszone. Binnen die zones wordt gewerkt vanuit een groot en een klein kruis en een groot en klein vierkant (zie tekening), waarbij specifiek wordt getraind op handelingen die bij die zone horen. Scholten: "Bij de steroefening werken we vanuit een kruis, een ruit of het vierkant. De spelers krijgen techniek- en lichaamsoefeningen, waarbij we ze laten dribbelen, kappen, passen en trappen en één-tegen-één-duels spelen. Door de structuur van kruizen en vierkanten lopen ze onbewust altijd driehoekjes. Het gevolg is dat dit een automatisme voor ze wordt, ook doordat de pass- en looplijnen in principe steeds gelijk zijn. Maar door te variëren in afstand, het aantal spelers, de richting waarheen en het been waarmee de bal wordt gespeeld, dagen we ze telkens wél uit om te leren."



Wie een filmpje bekijkt van een willekeurige training van een Tilburgs jeugdteam krijgt waarschijnlijk het gevoel dat hij naar een mierenhoop kijkt. Toch is dat maar schijn en weten de spelers precies wat ze moeten doen, zegt Scholten. "De oefeningen worden gezamenlijk in hetzelfde tempo en ritme uitgevoerd. Samenwerken is daarom een belangrijk uitgangspunt bij deze methodiek. Spelers moeten niet alleen op hun balbehandeling letten en aan hun techniek werken, maar ook oog hebben voor hun medespelers. Ze dienen constant waar te nemen en synchroon ten opzichte van elkaar te bewegen. De oefeningen moeten 'vloeien', het is dus belangrijk dat de bal continu op het juiste been en met de juiste snelheid wordt ingespeeld. Het collectieve ritme wordt getraind en bepaald, met als gevolg dat voetbalhandelingen als dribbelen, kappen en draaien, passen, etc. steeds meer onbewust worden uitgevoerd. Dat zorgt voor creatieve spelers die twee of drie stappen vooruit denken, een batterij aan oplossingen paraat hebben en het vermogen hebben om snel te kunnen beslissen."

Externe focus
Het gebruik van een externe focus is een belangrijk onderdeel in de CoGiTraining. De Hoon: "Het maakt in principe niet uit hoe een speler de bal trapt, dat is voor iedereen verschillend. Het gaat er om dat de bal doet wat de speler wil. Uit onderzoek is gebleken dat het leren met behulp van een externe focus betere resultaten oplevert dan wanneer de focus ligt op de technische uitvoering van de handeling. In onze opleiding maken wij daarom veelvuldig gebruik van zo'n externe focus."

Scholten legt uit hoe dat in de praktijk werkt. "Ook wij besteden aandacht aan de traptechniek, waarbij het standbeen naast de bal wordt gezet en de voet waarmee de bal wordt geraakt wordt aangespannen. Maar wij leggen de nadruk liever op de uitkomst van de beweging en niet op de beweging zelf. Het maakt namelijk niet zoveel uit hóe een speler een bal trapt, als de bal maar dáár komt waar hij 'm wil hebben. Om dat te stimuleren gebruiken we bij onze pass- en trapoefeningen een externe focus, die ook wel cue wordt genoemd. Daarbij moet je danken aan poortjes of pylonen waar de bal doorheen moet. En bij afrondvormen zetten we soms pylonen in het doel die geraakt moeten worden, of we hangen gekleurde hesjes in het net als doelwit."

Het gaat er daarbij vooral om, om de spelers onbewust bepaalde voetbalhandelingen uit te laten voeren. Voetballers die zich bewust richten op de beweging zelf hebben namelijk de neiging om vooral die beweging te controleren. Terwijl voetballers die zich richten op het effect van de beweging veel meer vanuit het onbewuste de beweging controleren. Een motorische beweging vanuit het onbewuste uitvoeren levert uiteindelijk veel betere prestaties op. Scholten: "Om dat onbewuste te trainen dagen wij de hersenen voortdurend uit. Ook door oefeningen niet telkens op dezelfde manier te herhalen. Doe je dat wel dan denken hersenen dat ze het antwoord al weten waardoor het leren blokkeert. Wij laten de spelers soms ook rekensommen oplossen vlak voordat ze trappen, of geblinddoekt aanlopen. Door die variatie leggen de hersenen meerdere 'circuits' aan, waarop de speler zich kan baseren als hij een pass wil geven.”



Deliberate practice
In Tilburg juichen ze ook de aanpak van de Zweedse psycholoog Anders Ericsson toe, 'deliberate practice' genaamd. De Hoon: "Volgens Ericsson is niet alleen de kwaliteit van de training van belang, maar moet een topsporter ook tenminste tienduizend oefenuren maken. In onze Voetbalacademie krijgen de spelers drie keer in de week een voetbaltraining die twee uur duurt. Op woensdagmiddag doen ze daarnaast ongeveer anderhalf uur aan andere sporten als judo en dans om hun motorische ontwikkeling te stimuleren. Verder spelen ze wekelijks minimaal één wedstrijd, inclusief een warming-up van drie kwartier. Alles bij elkaar vinden wij dat niet veel. Iemand die goed piano kan spelen of andere sporters trainen vaak nog veel meer."

Dankzij de CoGiTraining zijn de jeugdspelers van de Willem II Voetbalacademie tijdens wedstrijden veel vrijer in het hoofd, besluit Scholten. "In het werkgeheugen van de hersenen blijft meer ruimte over voor creativiteit, omdat zij over bepaalde handelingen niet meer hoeven na te denken. Dat zijn voor hen automatismen geworden. Wij hebben goede spelers in onze opleiding, maar niet de allerbesten. Die spelen bij Ajax, Feyenoord en PSV. Toch kunnen wij het de elftallen van die clubs al moeilijk maken. Want onze spelers denken veel sneller."

Oefenvormen
Bij dit artikel horen vier oefenvormen, zie hiervoor de oefenstof van TrainersMagazine.
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen