Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Hoe omschakelen steeds belangrijker werd
Leestijd 8-10 minuten
Vrijdag 7 April 2017

Omschakelen naar verdedigen. Rogier Veenstra, trainer van zondag tweedeklasser Zeelandia Middelburg kwam er snel achter dat dit aspect aandacht verdiende. “Mijn ploeg verloor hierdoor wedstrijden en ik was dus genoodzaakt met deze teamfunctie aan de slag te gaan. Weinig druk op de bal en spelers die het veld niet snel genoeg klein maakten. De teleurstelling speelde vaak een grote rol tijdens deze omschakeling.”

“Het was januari. We speelden tegen een ploeg die een klasse lager speelde dan wij. We domineerden op de helft van de tegenstander en we creëerden genoeg kansen, alleen die bal wilde er maar niet in. In de rust zat mijn groep met de koppen omlaag. We stonden met maar liefst nul tegen vier achter. Het was voor de groep, maar ook zeker voor mij een bevestiging, dat we totaal geen grip hadden op de omschakeling van aanval naar verdediging.”

Plan
Veenstra heeft als trainer een plan. De manier hoe hij tegen voetbal aankijkt, zijn persoonlijke voorkeuren en de kwaliteiten van de selectie bepalen dat plan. Hij houdt van aanvallend voetbal, maar hij is niet de enige trainer met de wens om op de helft van de tegenstander te voetballen en veel kansen te creëren. Toch moest hij zijn accenten al snel verleggen, want Zeelandia Middelburg was op het moment dat hij het als hoofdtrainer overnam niet meer dan een middenmoter en dan heb je ook weleens de bal niet. Juist die momenten bleken in veel wedstrijden de achilleshiel van zijn ploeg te zijn. “Toen ik het stokje overnam wilde ik initiatief, een hoger tempo en keuzes vooruit, om het aanvallende en aantrekkelijke voetbal in de ploeg te krijgen. Ik bleef dus dicht bij mezelf, maar het probleem in voetbal is natuurlijk dat je de bal ook weleens niet hebt en dat verloor ik weleens uit het oog. Ik heb mijn plan dus aangepast.”


De aanvallende aspiraties zag men terug op het veld. Het gemiddeld aantal doelpunten per wedstrijd lag na acht duels ver boven de drie. In aanvallend opzicht werden er dus stappen gemaakt, maar de aandacht van de oefenmester werd gegrepen door de fikse nederlaag in januari en hij bleef maar nadenken over de omschakeling naar verdedigen. “Ik ging wedstrijden op televisie anders bekijken, keek samenvattingen van de eredivisie terug en evalueerde mijn eigen wedstrijden met mijn staf. Ik had een lange bal, die blind naar voren werd geschoten en die door een spits werd opgepikt en tot doelpunt werd gepromoveerd, altijd gezien als ‘lucky’, maar dat bleek niet het geval. Toen ik de tegendoelpunten van mijn eigen ploeg terug haalde, bleek dat 75 procent van de tegentreffers voortkwam uit de omschakeling naar verdedigen. Ik kon nog steeds de nadruk leggen op het aanvallende voetbal, maar dat zou heel erg naïef zijn geweest. De omschakeling naar verdedigen kreeg vanaf nu meer aandacht dan ooit tevoren en ik wist zeker dat wanneer we hier stappen in zouden maken, het weer ten goede zou komen van het aanvallende spel. Het was nu zaak om te bepalen wat ik wilde trainen, want zomaar een paar lange ballen achter de verdediging knallen, leek mij niet de juiste oplossing.”

Basisprincipes
De pas 29-jarige oefenmeester werkt vanuit basisprincipes, meegekregen op de cursus TC 1. Die principes zorgen ervoor dat zijn ploeg weet of moet weten wat er gevraagd wordt in aanvallen, verdedigen en omschakelen. Omdat de kwaliteiten van zijn groep niet lagen in de omschakeling naar verdedigen, vroeg hij zichzelf af wat hij precies wilde en wat zijn ploeg moest doen op het moment dat de bal verloren werd en waar zijn spelers opgesteld moesten staan. “Het antwoord op die vragen kan voor mij natuurlijk anders zijn dan voor andere trainers, maar op deze manier kon ik wel een aantal van die basisprincipes vaststellen of juist aanpassen. Want doordat ik veel eigen wedstrijden heb terug gezien en ook op internet en televisie beelden heb gezien, wist ik welke ploeg mij kon gaan helpen: Barcelona, want die spelers verheven de omschakelmomenten vaak tot kunst. Maar misschien nog wel belangrijker, waarom ik Barcelona uitkoos en waarom zij er zo goed in zijn is, dat zij ook ontzettend aanvallend voetbal spelen en weten dus welke ruimtes zij weggeven op het moment dat de bal verloren wordt. Ik heb vervolgens drie karakteristieke eigenschappen van Barcelona genoteerd. Op de eerste plaats geeft de speler, die het dichtst in de buurt van de bal is druk op de bal om de bal af te pakken. Hierdoor kunnen de andere spelers in een paar tellen terug zijn om in de organisatie te komen. Op de derde plaats anticipeert de laatste lijn op eventueel lange (blinde) ballen, door de diepte eruit te halen door achteruit te lopen.

In een positiespel ging ik dan aan de slag met het direct druk geven op de bal, ook al ben je teleurgesteld, omdat we net de bal verloren hadden. Druk geven op de bal met het doel om de bal ook daadwerkelijk af te pakken lijkt logisch, maar hoeveel spelers lopen niet in een drafje naar de bal, omdat zij denken dat een lange bal van de tegenpartij toch niet gevaarlijk is? Het terugkomen in de organisatie is ontzettend belangrijk, omdat deze organisatie herkenbaar is. De spelers staan bij balverlies op een plek op het veld die ze gewend zijn en weten hiervandaan druk te geven op een manier die is afgesproken. Het wordt hierdoor een georganiseerde situatie.”



Situatie lezen
De groep van Veenstra maakte stappen, maar liet wel blijken met het laatste punt moeite te hebben. Ook de trainer zelf had tijd nodig om te bepalen wat hij van hen verwachtte. “Aan de ene kant wil ik dat mijn verdediging aansluit en aanvallend meedoet en tegelijkertijd wil ik ook dat deze verdediging de ruimtes klein maakt op het moment dat we de bal verliezen. Als je dan stil staat en toeschouwer wordt van de situatie dertig meter voor je, dan kun je als verdediger enorm verrast worden door een lange bal naar voren, zeker als de aanvallers van de tegenpartij hier goed op inspelen. De verdedigers moeten dus de situatie lezen. Is er druk op de bal, waardoor ik aan kan sluiten of is er een kans dat de lange bal komt en ben ik dan al de ruimte achter mij aan het bespelen, samen met een doelman die goed mee doet? De situatie is telkens anders, waardoor het zo moeilijk is.”

Grootste zorgenkind
Er werden vervolgens trainingsvormen bedacht en de spelers werden hiermee bewust gemaakt van de plannen van de trainer in de omschakeling naar verdedigen. Sommige spelers maakten grote stappen, maar anderen bleven stil staan in hun ontwikkeling. Veenstra had daar geen rekening mee gehouden, maar kon gelukkig wel snel concluderen wat de reden was. “In een pass- en trapvorm onder weerstand of een positiespel zocht iedereen naar oplossingen op het moment dat de bal werd verloren, maar tijdens de partijvormen, de oefenvormen die dus het dichtst bij de werkelijkheid kwamen, namelijk het elf tegen elf, kwam het werkelijke probleem binnen het verdedigen om de hoek kijken, namelijk teleurstelling.”

“In de situaties dat de basisprincipes of voorwaarden om goed om te schakelen naar verdedigen niet goed werden uitgevoerd, had het in bijna alle gevallen met teleurstelling te maken. Zo gaf een speler in de buurt van de bal geen druk op de bal, omdat hij teleurgesteld was over een mislukte actie, of een aanvaller die niet binnen vijf seconden terug in de organisatie kwam, omdat hij vond dat hij de bal had moeten ontvangen en dus boos is en verzaakt in het verdedigende aspect.”

“Bij elk voetbalprobleem, of beter gezegd, de oplossing ervan, ga ik als trainer na of mijn spelersgroep capabel genoeg is om die oplossing ook uit te voeren. Allereerst ga ik spelers tijdens een bespreking of tijdens een tactische training vragen stellen die betrekking hebben op het voetbalprobleem, in dit geval dus de omschakeling naar verdedigen. Snappen ze waar ik naartoe wil, dan is de eerste stap gemaakt en kun je gaan trainen. De tweede stap is dat ze op zoek gaan naar de genoemde oplossingen en als laatste telt de uitvoering. Zolang ik dat stappenplan aanhoud, weet ik steeds of mijn spelers er in mee kunnen gaan. Als ik hierbij te hoog inzet, verdoe ik mijn tijd. Mijn spelers toonden op het moment dat de bal verloren werd, dat zij begrepen wat ik van hen verwachtte. Maar bij de laatste stap, namelijk de uitvoering, ging het toch vaak mis!”

Eisen stellen
“Het knaagde aan me. Kunnen ze het niet uitvoeren, omdat ze het niet snappen, of omdat ze het niet willen, omdat de teleurstelling een te grote rol speelt..? Om daarachter te komen ben ik een partijspel gaan spelen. Vier tegen vier met één ploeg die rust heeft. De regels zijn duidelijk: één keer scoren is wisselen. De winnaar blijft staan en de nieuwe ploeg mag na het doelpunt direct het veld indribbelen op zoek naar een treffer. Wat ik vervolgens zag was dat mijn spelers, op het moment dat zij scoorden en dus blij waren, wel in staat waren om ontzettend snel en fanatiek druk te zetten. Zij toonden dus aan dat zij wel degelijk konden omschakelen naar verdedigen, maar dat de teleurstelling de boosdoener was. Vanaf dat moment kon ik als trainer eisen stellen, omdat ik wist dat ze het wel konden uitvoeren en heb ik mijn coachgedrag aangepast. In plaats van ruimte te geven voor discussie, waar ik een voorstander van ben, ging het in dit geval puur om een goede uitvoering om uiteindelijk doelpunten te voorkomen. Het resultaat was bereikt en zorgde ervoor dat we vervolgens veel minder tegendoelpunten incasseerden vanuit de omschakeling naar verdedigen.”
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen