Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Omschakelvormen voor het hedendaagse voetbal
Leestijd 6-8 minuten
| Bedankt voor uw mening!
Maandag 8 Mei 2017


Het voetbal van vandaag de dag vraagt steeds meer van een speler. Aanvallen, verdedigen en omschakelen zijn niet meer te scheiden van elkaar. Paul Simonis, trainer-coach van Sparta O16, ontwikkelde dan ook oefenvormen waarin alle teamfuncties in hoog tempo voorbij komen.

Tekst: Rogier Veenstra | Beeld: Sparta Rotterdam

“Het hedendaagse voetbal vraagt aandacht voor alle vier de teamfuncties. Aanvallen, verdedigen en omschakelen van aanval naar verdedigen en andersom wisselen elkaar in hoog tempo af. Ik heb daarom oefenvormen ontwikkeld waarbij heel vaak en heel snel na elkaar alle teamfuncties voorbij komen. Zo kan een verdediger die moeite heeft om keuzes te maken in balbezit, daarmee aan de slag gaan en kan een aanvallend ingestelde speler juist in het verdedigende aspect stappen maken. Dit wordt extra belicht omdat het vereenvoudigde vormen zijn, dus bijvoorbeeld 2 tegen 2, 3 tegen 2 of 4 tegen 3. Als je binnen een teamfunctie niet levert, val je direct door de mand.”

Oefenvormen
Om deze vereenvoudigde oefenvormen in de praktijk te brengen, wordt er een goede organisatie vereist. De groep telt tenslotte meer spelers dan het aantal dat tijdens de 3 tegen 2 vorm in actie komt. Omdat zowel aanvallen, verdedigen als omschakelen voorkomen, kan het, mits de organisatie niet klopt, erg chaotisch worden. Daar is Simonis zich terdege van bewust: “Ik ben ervan overtuigd dat dit de oefenvormen zijn waar ik spelers beter mee maak. Ik heb me daarom niet neergelegd bij de standaard pass- en trapvormen en het steeds terugkerende positiespel, maar ben gaan experimenteren. Het is belangrijk om regels te bepalen en de vorm een aantal keren in korte tijd terug te laten komen in de training. Hierdoor geef je de spelers de tijd om zich te ontwikkelen in de teamfuncties die de revue passeren en gaat de vorm uiteindelijk vanzelf. Ze hoeven dus niet meer na te denken over de organisatie en kunnen zich volledig richten op de uitvoering ervan.”

Teamfuncties
“Ik besef dat 95% van alle jeugdtrainers in Nederland niet ieder jaar de beschikking heeft over spelers van Ajax. Wat ik echter duidelijk wil maken, is dat het voetbal op dit moment veel meer dan alleen aanvallen vraagt. Ik durf zelfs te stellen: verzaak je structureel in één teamfunctie, dan ga je het niet redden. Als trainer moet je dus goed naar de kwaliteiten kijken van het individu om hun verbeterpunten in kaart te kunnen brengen om deze zaken te kunnen gaan trainen. In mijn oefenvormen creëer ik een win-winsituatie. Spelers kunnen hun krachten etaleren en worden uitgedaagd hun verbeterpunten te trainen.”

Hogere wiskunde
De kunst voor een trainer is natuurlijk om trainingsvormen te ontwikkelen waarbij de spelers worden uitgedaagd als het gaat om hun verbeterpunten. Toch hecht Simonis ook veel waarde aan het feit dat spelers in situaties komen waar ze juist erg goed in zijn. “Ze zijn aan de hand van hun uitzonderlijke kwaliteiten gescout en trainers bepalen een hun basisformatie aan de hand van de kwaliteiten van hun spelers. Geef ze dan ook de kans om hun kwaliteiten te blijven ontwikkelen.”

“Dan kom je volgens mij uit op omschakelvormen. Ik merk als ik met veel trainers praat dat zij het lastig vinden om zowel de omschakeling naar aanvallen als naar verdedigen trainbaar te maken. Ook ik liep aanvankelijk tegen dit probleem aan. Maar door te experimenteren, evalueren en te sparren met collega’s, zijn we tot een heel arsenaal aan vormen gekomen. De intensiteit binnen deze vormen ligt enorm hoog. Zoals in de oefenvormen wordt aangegeven, zijn spelers dus continu aan het aanvallen, verdedigen en omschakelen. Een verdediger kan laten zien hoe sterk hij kan verdedigen, maar moet vervolgens keuzes maken als het gaat om omschakelen naar aanvallen. De eerder genoemde technisch vaardige speler krijgt vertrouwen, doordat hij vaak zijn aanvallende kwaliteiten kan etaleren, maar moet vervolgens stappen gaan maken in de omschakeling naar verdedigen. Spelers worden dus individueel beter tijdens een groepstraining. Enerzijds zijn ze in hun comfortzone, maar ze moeten er ook regelmatig uit stappen om hun mindere punten te verbeteren.”

Hoog tempo
De omschakelvormen gaan snel en er gebeurt veel. Spelers aan de zijkant kunnen, nadat de tegenpartij de bal verliest ineens het veld in komen, waardoor er een overtal situatie ontstaat. Spelers zijn het ene moment op hoog tempo aan het aanvallen en een paar tellen later op 100% aan het omschakelen naar verdedigen. De keuze voor deze vormen is volgens de 32-jarige Simonis gemakkelijk uit te leggen: “Allereerst daag ik, zoals gezegd, spelers uit in facetten binnen het voetbal die zij nog moeten ontwikkelen en een andere belangrijke eis voor deze vormen is dat de koppeling wordt gemaakt naar winst en verlies, waardoor spelers ook met een concreet doel deze vormen spelen, namelijk het winnen.”

“Als ik een wedstrijd in de Champions League kijk, dan is het alleen maar aanvallen, verdedigen en omschakelen. In het hedendaagse voetbal wisselen de teamfuncties zich in moordend tempo af. Dan vind ik het jammer dat trainers vaak nog een georganiseerde situatie trainen, door de bal bij de doelman te laten beginnen. Dat komt veel minder vaak voor dan alle omschakelmomenten. Spelers moeten dus weten wat ze moeten doen als ze de bal onderscheppen of juist verliezen. Dat heb ik bepaald aan de hand van een aantal basisprincipes.”

Basisprincipes
“Bij de omschakeling naar aanvallen is de speler aan de bal verplicht om zijn eerste optie vooruit te zoeken. Is dat mogelijk dan wil ik ook dat hij een dieptebal speelt. Is dat niet mogelijk dan is de pass terug of breed alleen een methode om vervolgens toch diep te kunnen spelen. De spelers voor de bal moeten hierop anticiperen door breed weg te lopen en de bal in de diepte te verwachten. Dan gaat omschakelen naar aanvallen over in aanvallen.”

“Bij de omschakeling naar verdedigen is de speler in de buurt van de bal verplicht om druk uit te oefenen met als doel de bal te onderscheppen. De andere spelers zijn allemaal betrokken en hebben dus ook een taak. Bij ons is dat zo snel mogelijk terug in de verdedigende organisatie, dus als team compact staan. Vervolgens begint de teamfunctie verdedigen. Je ziet dus dat alle teamfuncties met elkaar verbonden zijn en dat is de reden waarom ik zo train. Ik doe eigenlijk niets anders dan wedstrijdsituaties nabootsen.”

Positieve energie
De oefenmeester van Sparta Rotterdam laat zijn spelers dus kennis maken met het hedendaagse voetbal en eist van zijn spelers dat zij maximaal leveren in aanvallen, verdedigen en omschakelen. “Mijn spelers weten nu waarom ik zo train en wat ze individueel moeten verbeteren om uiteindelijk de stap te maken naar het betaalde voetbal. Toch moet ik niet vergeten dat ik elke dag met pubers te maken heb en niet met professionele voetballers. Deze tieners moeten overal presteren, dag in dag uit. Op school, op het voetbalveld, thuis, bij hun vrienden, tijdens studie uren op de club. Daarbij zijn de meeste spelers ook nog veel tijd kwijt aan het reizen van en naar de club.

“Omdat van spelers wel geëist wordt dat ze elke dag alles ervoor hebben om hun droom waar te maken, moeten de trainingen ook afwisselend, leuk en uitdagend zijn. Ik kan elke lezer van dit artikel verzekeren: De spelers vinden deze vormen geweldig!”


Omschakelen van aanvallen naar verdedigen 



Organisatie:
• Veldafmeting 45 x 35 meter
• Twee teams van zes a acht spelers per team (+ twee keepers)
• Twee grote doelen
• Buitenspellijn vanaf 30 meter van het doel van de tegenpartij (blauw)
• Speler 1 en speler 2 hebben allebei een bal aan de voet, één speler passt de bal naar speler 3 nadat hij naar links of rechts heeft vrijgelopen
• Tweetal van blauw zijn de verdedigers
• De achterste blauwe verdediger coacht zijn medespeler met als doel de bal te onderscheppen
• Als de gele ploeg scoort begint het spel met een nieuw drietal
• Onderschept de blauwe ploeg de bal, dan komen er twee spelers bij (die naast het eigen doel staan) en wijzigt de situatie van 3 tegen 2 naar 3 tegen 4
 
Coaching:
(gericht op gele ploeg in balbezit)
• Manier en moment van inspelen naar de spits
• Manier van aanbieden (in het gezichtsveld blijven) van de medespelers van de spits, als deze in balbezit is
• Moment en manier van diep lopen van de middenvelder die niet onder de bal komt
• Manier van vrijlopen van de spits om ruimte te creëren voor een steekpass (eerst breed dan diep)
 
Omschakelen van verdedigen naar aanvallen 



Organisatie:
• Zie oefenvorm 1
 
Coaching:
(gericht op blauwe ploeg na balverovering)
• Speler zonder bal moet uit zijn op diepte
• Speler aan de bal moet snel kiezen voor diepgang om te profiteren van de ongeorganiseerde situatie van de gele ploeg (staan nog groot en op aanvallen ingesteld)
• Speler naast de speler in balbezit moet aangespeeld worden als diepte niet kan, waardoor de bal verplaatst kan worden na de andere kant om vervolgens weer diep te kijken
 
Omschakelen van aanvallen naar verdedigen 



Organisatie:
• 12 tot 16 spelers + 2 keepers
• Veldafmeting  32 x 20 meter (dubbel strafschopgebied x vijf meter lijn)
• 2 grote doelen
• Twee gele spelers dribbelen met één bal het veld in richting twee blauwe spelers
• Zolang de  bal in het spel is wordt er 2 tegen 2 gespeeld + twee keepers
• Scoort de gele ploeg, dan worden de twee spelers van de blauwe ploeg vervangen door spelers die naast het eigen doel staan en begint de oefening van die kant
• De twee gele spelers mogen direct druk geven
• Schiet een gele (en in tegengestelde richting een blauwe) speler de bal naast of over dan moet deze speler eerst om één van de twee pylonen sprinten (ter hoogte van de middenlijn), voordat hij mag verdedigen. In deze tijd speelt de aanvallende ploeg in een overtal situatie (2 tegen 1)
 
Coaching:
(gericht op omschakelen van aanvallen naar verdedigen)
• Geef na een doelpunt druk vooruit om de ruimte van de aanvallende ploeg te verkleinen
• Houdt de tegenstander op (dus niet zonder idee hoog druk geven), wanneer een medespeler om de pylon moet sprinten
• Probeer de tegenstander in een 1 x 1 situatie te krijgen, met een medespeler schuin en kort achter je.
 
Pass- en trapvorm onder weerstand 



Organisatie:
• Veldafmeting 40 x 10 meter
• Minimaal 10 spelers (+ 1 keeper)
• 4 x 2 situatie (+ keeper bij de verdedigende partij)
• Speler 1 probeert speler 2 te bereiken. De tegenstander mag de bal onderscheppen op zijn eigen lijn, zonder naar achteren te kijken. Zijn medespeler mag hem wel coachen
• Speler 3 of 4 (afhankelijk van positie speler 2) komt vervolgens onder de bal, waardoor speler 2 de bal kan laten vallen
• De overgebleven speler 3 of 4 loopt diep om de bal te ontvangen in de buurt van het doel van de tegenstander (laatste vak telt buitenspel)
• Als de blauwe ploeg de bal onderschept spelen zij een 2 tegen 4 situatie met als doel te scoren in één van twee kleine doeltjes
 
Coaching:
(gericht op het aanvallen)
• Manier van vrijlopen van speler 2
• Moment van vrijlopen, onder de bal komen, van speler 3 of 4
• Moment van vrijlopen van speler 3 of 4 in de diepte
(gericht op het omschakelen naar verdedigen)
• Direct druk na balverlies van viertal
 

 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen