Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Omschakelvormen voor het hedendaagse voetbal
Leestijd 6-8 minuten
| Bedankt voor uw mening!
Maandag 8 Mei 2017


Het voetbal van vandaag de dag vraagt steeds meer van een speler. Aanvallen, verdedigen en omschakelen zijn niet meer te scheiden van elkaar. Paul Simonis, trainer-coach van Sparta O16, ontwikkelde dan ook oefenvormen waarin alle teamfuncties in hoog tempo voorbij komen.

Tekst: Rogier Veenstra | Beeld: Sparta Rotterdam

“Het hedendaagse voetbal vraagt aandacht voor alle vier de teamfuncties. Aanvallen, verdedigen en omschakelen van aanval naar verdedigen en andersom wisselen elkaar in hoog tempo af. Ik heb daarom oefenvormen ontwikkeld waarbij heel vaak en heel snel na elkaar alle teamfuncties voorbij komen. Zo kan een verdediger die moeite heeft om keuzes te maken in balbezit, daarmee aan de slag gaan en kan een aanvallend ingestelde speler juist in het verdedigende aspect stappen maken. Dit wordt extra belicht omdat het vereenvoudigde vormen zijn, dus bijvoorbeeld 2 tegen 2, 3 tegen 2 of 4 tegen 3. Als je binnen een teamfunctie niet levert, val je direct door de mand.”

Oefenvormen
Om deze vereenvoudigde oefenvormen in de praktijk te brengen, wordt er een goede organisatie vereist. De groep telt tenslotte meer spelers dan het aantal dat tijdens de 3 tegen 2 vorm in actie komt. Omdat zowel aanvallen, verdedigen als omschakelen voorkomen, kan het, mits de organisatie niet klopt, erg chaotisch worden. Daar is Simonis zich terdege van bewust: “Ik ben ervan overtuigd dat dit de oefenvormen zijn waar ik spelers beter mee maak. Ik heb me daarom niet neergelegd bij de standaard pass- en trapvormen en het steeds terugkerende positiespel, maar ben gaan experimenteren. Het is belangrijk om regels te bepalen en de vorm een aantal keren in korte tijd terug te laten komen in de training. Hierdoor geef je de spelers de tijd om zich te ontwikkelen in de teamfuncties die de revue passeren en gaat de vorm uiteindelijk vanzelf. Ze hoeven dus niet meer na te denken over de organisatie en kunnen zich volledig richten op de uitvoering ervan.”

Teamfuncties
“Ik besef dat 95% van alle jeugdtrainers in Nederland niet ieder jaar de beschikking heeft over spelers van Ajax. Wat ik echter duidelijk wil maken, is dat het voetbal op dit moment veel meer dan alleen aanvallen vraagt. Ik durf zelfs te stellen: verzaak je structureel in één teamfunctie, dan ga je het niet redden. Als trainer moet je dus goed naar de kwaliteiten kijken van het individu om hun verbeterpunten in kaart te kunnen brengen om deze zaken te kunnen gaan trainen. In mijn oefenvormen creëer ik een win-winsituatie. Spelers kunnen hun krachten etaleren en worden uitgedaagd hun verbeterpunten te trainen.”

Hogere wiskunde
De kunst voor een trainer is natuurlijk om trainingsvormen te ontwikkelen waarbij de spelers worden uitgedaagd als het gaat om hun verbeterpunten. Toch hecht Simonis ook veel waarde aan het feit dat spelers in situaties komen waar ze juist erg goed in zijn. “Ze zijn aan de hand van hun uitzonderlijke kwaliteiten gescout en trainers bepalen een hun basisformatie aan de hand van de kwaliteiten van hun spelers. Geef ze dan ook de kans om hun kwaliteiten te blijven ontwikkelen.”

“Dan kom je volgens mij uit op omschakelvormen. Ik merk als ik met veel trainers praat dat zij het lastig vinden om zowel de omschakeling naar aanvallen als naar verdedigen trainbaar te maken. Ook ik liep aanvankelijk tegen dit probleem aan. Maar door te experimenteren, evalueren en te sparren met collega’s, zijn we tot een heel arsenaal aan vormen gekomen. De intensiteit binnen deze vormen ligt enorm hoog. Zoals in de oefenvormen wordt aangegeven, zijn spelers dus continu aan het aanvallen, verdedigen en omschakelen. Een verdediger kan laten zien hoe sterk hij kan verdedigen, maar moet vervolgens keuzes maken als het gaat om omschakelen naar aanvallen. De eerder genoemde technisch vaardige speler krijgt vertrouwen, doordat hij vaak zijn aanvallende kwaliteiten kan etaleren, maar moet vervolgens stappen gaan maken in de omschakeling naar verdedigen. Spelers worden dus individueel beter tijdens een groepstraining. Enerzijds zijn ze in hun comfortzone, maar ze moeten er ook regelmatig uit stappen om hun mindere punten te verbeteren.”

Hoog tempo
De omschakelvormen gaan snel en er gebeurt veel. Spelers aan de zijkant kunnen, nadat de tegenpartij de bal verliest ineens het veld in komen, waardoor er een overtal situatie ontstaat. Spelers zijn het ene moment op hoog tempo aan het aanvallen en een paar tellen later op 100% aan het omschakelen naar verdedigen. De keuze voor deze vormen is volgens de 32-jarige Simonis gemakkelijk uit te leggen: “Allereerst daag ik, zoals gezegd, spelers uit in facetten binnen het voetbal die zij nog moeten ontwikkelen en een andere belangrijke eis voor deze vormen is dat de koppeling wordt gemaakt naar winst en verlies, waardoor spelers ook met een concreet doel deze vormen spelen, namelijk het winnen.”

“Als ik een wedstrijd in de Champions League kijk, dan is het alleen maar aanvallen, verdedigen en omschakelen. In het hedendaagse voetbal wisselen de teamfuncties zich in moordend tempo af. Dan vind ik het jammer dat trainers vaak nog een georganiseerde situatie trainen, door de bal bij de doelman te laten beginnen. Dat komt veel minder vaak voor dan alle omschakelmomenten. Spelers moeten dus weten wat ze moeten doen als ze de bal onderscheppen of juist verliezen. Dat heb ik bepaald aan de hand van een aantal basisprincipes.”

Basisprincipes
“Bij de omschakeling naar aanvallen is de speler aan de bal verplicht om zijn eerste optie vooruit te zoeken. Is dat mogelijk dan wil ik ook dat hij een dieptebal speelt. Is dat niet mogelijk dan is de pass terug of breed alleen een methode om vervolgens toch diep te kunnen spelen. De spelers voor de bal moeten hierop anticiperen door breed weg te lopen en de bal in de diepte te verwachten. Dan gaat omschakelen naar aanvallen over in aanvallen.”

“Bij de omschakeling naar verdedigen is de speler in de buurt van de bal verplicht om druk uit te oefenen met als doel de bal te onderscheppen. De andere spelers zijn allemaal betrokken en hebben dus ook een taak. Bij ons is dat zo snel mogelijk terug in de verdedigende organisatie, dus als team compact staan. Vervolgens begint de teamfunctie verdedigen. Je ziet dus dat alle teamfuncties met elkaar verbonden zijn en dat is de reden waarom ik zo train. Ik doe eigenlijk niets anders dan wedstrijdsituaties nabootsen.”

Positieve energie
De oefenmeester van Sparta Rotterdam laat zijn spelers dus kennis maken met het hedendaagse voetbal en eist van zijn spelers dat zij maximaal leveren in aanvallen, verdedigen en omschakelen. “Mijn spelers weten nu waarom ik zo train en wat ze individueel moeten verbeteren om uiteindelijk de stap te maken naar het betaalde voetbal. Toch moet ik niet vergeten dat ik elke dag met pubers te maken heb en niet met professionele voetballers. Deze tieners moeten overal presteren, dag in dag uit. Op school, op het voetbalveld, thuis, bij hun vrienden, tijdens studie uren op de club. Daarbij zijn de meeste spelers ook nog veel tijd kwijt aan het reizen van en naar de club.

“Omdat van spelers wel geëist wordt dat ze elke dag alles ervoor hebben om hun droom waar te maken, moeten de trainingen ook afwisselend, leuk en uitdagend zijn. Ik kan elke lezer van dit artikel verzekeren: De spelers vinden deze vormen geweldig!”


Omschakelen van aanvallen naar verdedigen 



Organisatie:
• Veldafmeting 45 x 35 meter
• Twee teams van zes a acht spelers per team (+ twee keepers)
• Twee grote doelen
• Buitenspellijn vanaf 30 meter van het doel van de tegenpartij (blauw)
• Speler 1 en speler 2 hebben allebei een bal aan de voet, één speler passt de bal naar speler 3 nadat hij naar links of rechts heeft vrijgelopen
• Tweetal van blauw zijn de verdedigers
• De achterste blauwe verdediger coacht zijn medespeler met als doel de bal te onderscheppen
• Als de gele ploeg scoort begint het spel met een nieuw drietal
• Onderschept de blauwe ploeg de bal, dan komen er twee spelers bij (die naast het eigen doel staan) en wijzigt de situatie van 3 tegen 2 naar 3 tegen 4
 
Coaching:
(gericht op gele ploeg in balbezit)
• Manier en moment van inspelen naar de spits
• Manier van aanbieden (in het gezichtsveld blijven) van de medespelers van de spits, als deze in balbezit is
• Moment en manier van diep lopen van de middenvelder die niet onder de bal komt
• Manier van vrijlopen van de spits om ruimte te creëren voor een steekpass (eerst breed dan diep)
 
Omschakelen van verdedigen naar aanvallen 



Organisatie:
• Zie oefenvorm 1
 
Coaching:
(gericht op blauwe ploeg na balverovering)
• Speler zonder bal moet uit zijn op diepte
• Speler aan de bal moet snel kiezen voor diepgang om te profiteren van de ongeorganiseerde situatie van de gele ploeg (staan nog groot en op aanvallen ingesteld)
• Speler naast de speler in balbezit moet aangespeeld worden als diepte niet kan, waardoor de bal verplaatst kan worden na de andere kant om vervolgens weer diep te kijken
 
Omschakelen van aanvallen naar verdedigen 



Organisatie:
• 12 tot 16 spelers + 2 keepers
• Veldafmeting  32 x 20 meter (dubbel strafschopgebied x vijf meter lijn)
• 2 grote doelen
• Twee gele spelers dribbelen met één bal het veld in richting twee blauwe spelers
• Zolang de  bal in het spel is wordt er 2 tegen 2 gespeeld + twee keepers
• Scoort de gele ploeg, dan worden de twee spelers van de blauwe ploeg vervangen door spelers die naast het eigen doel staan en begint de oefening van die kant
• De twee gele spelers mogen direct druk geven
• Schiet een gele (en in tegengestelde richting een blauwe) speler de bal naast of over dan moet deze speler eerst om één van de twee pylonen sprinten (ter hoogte van de middenlijn), voordat hij mag verdedigen. In deze tijd speelt de aanvallende ploeg in een overtal situatie (2 tegen 1)
 
Coaching:
(gericht op omschakelen van aanvallen naar verdedigen)
• Geef na een doelpunt druk vooruit om de ruimte van de aanvallende ploeg te verkleinen
• Houdt de tegenstander op (dus niet zonder idee hoog druk geven), wanneer een medespeler om de pylon moet sprinten
• Probeer de tegenstander in een 1 x 1 situatie te krijgen, met een medespeler schuin en kort achter je.
 
Pass- en trapvorm onder weerstand 



Organisatie:
• Veldafmeting 40 x 10 meter
• Minimaal 10 spelers (+ 1 keeper)
• 4 x 2 situatie (+ keeper bij de verdedigende partij)
• Speler 1 probeert speler 2 te bereiken. De tegenstander mag de bal onderscheppen op zijn eigen lijn, zonder naar achteren te kijken. Zijn medespeler mag hem wel coachen
• Speler 3 of 4 (afhankelijk van positie speler 2) komt vervolgens onder de bal, waardoor speler 2 de bal kan laten vallen
• De overgebleven speler 3 of 4 loopt diep om de bal te ontvangen in de buurt van het doel van de tegenstander (laatste vak telt buitenspel)
• Als de blauwe ploeg de bal onderschept spelen zij een 2 tegen 4 situatie met als doel te scoren in één van twee kleine doeltjes
 
Coaching:
(gericht op het aanvallen)
• Manier van vrijlopen van speler 2
• Moment van vrijlopen, onder de bal komen, van speler 3 of 4
• Moment van vrijlopen van speler 3 of 4 in de diepte
(gericht op het omschakelen naar verdedigen)
• Direct druk na balverlies van viertal
 

 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen


De O19 is een zeer belangrijke fase voor spelers. Na jaren ‘veilig’ in de jeugd gespeeld te hebben, moeten ze na de O19 klaar zijn voor de stap naar de senioren. Wat betekent dat als trainer? Hoe ga je daar mee om? In deel 1 vragen vragen we het aan twee O19-trainers die geselecteerd zijn om de UEFA-Pro te mogen volgen: Willem Weijs (NAC) en Paul Simonis (Sparta Rotterdam).

Tekst: Rogier Veenstra | Beeld: Gerrit van Keulen, Willem Weijs en Tim Hanstede

Ze zijn nog jong (Weijs 32 en Simonis 34), maar hebben beiden al geruime ervaring als (jeugd)trainer. Daarnaast moeten ze alle twee jeugdspelers klaarstomen voor het hoogste niveau van Nederland. We vragen ze naar hun werkwijze die ervoor moet zorgen dat spelers de stap naar het eerste elftal kunnen maken. “We stellen ontzettend hoge eisen, waarin aspecten als winnen, de speelwijze en de individuele ontwikkeling dagelijks terugkeren en nagenoeg altijd samengaan.”

Wat zijn de grootste verschillen tussen de O19 en jongere leeftijdscategorieën?
Weijs: “Ik zie de opleiding binnen een Betaald Voetbal Organisatie of amateurclub als een piramide. Je ziet van de O13 veel spelers doorschuiven naar de O14 terwijl het allesbehalve vanzelfsprekend is dat spelers van de O19 de stap maken naar het eerste elftal. Die één of maximaal twee seizoenen die je daar doormaakt als speler zijn dus wel cruciaal voor de toekomst. Dat besef ik als trainer ook. Er zijn dan ook zaken die bij de O19 veel meer de aandacht verdienen dan bij de jongere elftallen. Ik wil mijn spelers namelijk opleiden voor de senioren, in mijn geval het eerste elftal van NAC. Dat zorgt ervoor dat winnen een belangrijker onderdeel wordt, maar ook de benadering naar spelers is directer. Spelers kunnen meer wissel staan dan bij de jongste jeugd. Dat zorgt voor teleurstellingen. En op het veld moeten er zaken structureel beter worden uitgevoerd. Als dat niet het geval is, zal dat meer consequenties kunnen hebben dan bij de jongere jeugd. Leren winnen is een belangrijk onderdeel van het opleiden en wordt bij oudere jeugdteams belangrijker dan bij jongere teams.”

Simonis: “De benadering in alles is anders. We bootsen eigenlijk de manier van werken van het eerste elftal na. Dat houdt in dat we elke week heel erg gericht toeleven naar de volgende wedstrijd. We hebben informatie van de tegenstander, waardoor we spelers tactisch voor kunnen bereiden op de eerstvolgende wedstrijd. Dat doen we op het veld, maar ook met beelden. Van spelers wordt veel meer geëist dat ze in staat zijn om de gehele wedstrijd bepaalde afspraken na te komen en is er gewoon simpelweg minder ruimte voor fouten. Ook eisen we bij Sparta Rotterdam dat spelers in staat zijn om als een topsporter te leven. Wij faciliteren dat, de spelers moeten aantonen daar alles voor over te hebben. Dan kunnen ze overleven, anders zal helaas de kans op uitstroming groter zijn.”

Wat is belangrijker: winnen of de ontwikkeling van een speler?
Simonis: “Topsport valt en staat met winnen. En wij brengen hier op ‘Het Kasteel’ de spelers in de gelegenheid om als een topsporter te leven. Dan is winnen daar dus ook een belangrijk onderdeel van. Winnen leer je door te winnen. Daarmee bedoel ik dat er in een week heel veel momenten moeten zitten waar spelers kunnen winnen (of verliezen). Dat doe ik aan de hand van het zogeheten ‘sterrenklassement’. Bij tal van oefenvormen tijdens de trainingen zijn er sterren te verdienen. Soms al tijdens de warming-up, natuurlijk tijdens de partijvormen, maar ook na afloop van een training tijdens bijvoorbeeld een strafschoppenserie. Winnaars verdienen sterren, verliezers krijgen niks en moeten vaak zelfs nog spullen opruimen. De uiteindelijke winnaars ontvangen mooie prijzen. Er ontstaat op deze manier een bepaald enthousiasme en fanatisme dat ik altijd wil zien. Een handig trucje, waardoor je het winnen stimuleert. Onze taak is spelers opleiden voor ons eerste elftal. De ontwikkeling staat dus altijd met stip op één, maar dat is bij het laatste stapje naar dat doel of die droom onlosmakelijk met winnen verbonden.”

Weijs: “Dat gaat in mijn ogen hand in hand met elkaar. Wij als trainers van een O19-ploeg moeten de spelers voorbereiden op het grote werk. Wij proberen de spelers dus ook maximaal te ontwikkelen. De prestaties bij een eerste elftal zijn echter vaak het allerbelangrijkste. Dan zou het vreemd zijn als winnen van ondergeschikt belang is. Ik breng dit in de praktijk door oefenvormen te bedenken die betrekking hebben op onze speelwijze en ruimte geven om het individu te ontwikkelen in combinatie met het element winnen. Hierdoor maak je winnen belangrijk en train je tegelijkertijd bijvoorbeeld een aantal spelprincipes. Ten koste van alles willen winnen is ook een kwaliteit waar een speler uiteindelijk heel ver mee kan komen en moet dus ook dagelijks benoemd en gestimuleerd worden. Heb je deze eigenschap niet als speler, dan wordt het een lastig verhaal in het betaalde voetbal, maar ook in het amateurvoetbal.”

Gaat het winnen weleens ten koste van de ontwikkeling van een speler?
Weijs: “Als je het goed doet niet, al zijn er natuurlijk wel uitzonderingen. Als een speler niet goed genoeg is en zonder hem maak je meer kans om een wedstrijd te winnen dan kun je daarvoor kiezen als trainer. Zo werkt het bij de senioren ook en dus mag je die stap bij de O19 al maken. Aan de andere kant hebben wij een aantal spelers dat steeds meer ruikt aan het eerste elftal. Als een jeugdspeler op zondag op de bank zit bij de A-selectie en daardoor dus ook op zaterdag mee moet trainen, dan mist hij een wedstrijd van ons. Dan is de kans misschien iets kleiner dat we winnen, maar dan staat de ontwikkeling van een speler op één natuurlijk.

Waar ik op doelde met ‘als je het goed doet niet’, is de inhoud die je dagelijks traint. Zoals gezegd is winnen een belangrijk aspect binnen de O19. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het juist een onderdeel van de ontwikkeling van een speler is. Als je een duidelijke visie hebt als trainer of als club en deze trainbaar kunt maken, gaan ontwikkeling en winnen prima samen met elkaar. Een voorbeeld: als jeugdtrainer van de O13 werk je met spelers die veel minder tactische vaardigheden hebben en nog veel minder zelf in staat zijn om keuzes te maken dan bij de oudere jeugd. Als je een week lang de opbouw traint met drie verdedigers zou je ervoor kunnen kiezen om dat koste wat het kost terug te willen zien in de wedstrijd om de spelers dat te laten ervaren. Dus ook als de tegenstander daar een passend antwoord op heeft waardoor je in de problemen kunt komen.

Bij de O19 zou dat ten koste gaan van winnen en dat zou naïef zijn. ‘We zijn aan het opleiden dus ze mogen een maand of een jaar voordat ze debuteren tien fouten in één wedstrijd maken.’ Dat is natuurlijk onzin en strookt niet met de mentaliteit bij eerste elftallen. Daarom trainen wij dusdanig veel scenario’s, dat de ontwikkeling van de speler niet ten koste gaat van het winnen. Lukt de eerste manier om op te bouwen of om druk te zetten niet, dan hanteren we optie twee, drie of vier. Op deze manier ontwikkelen we de spelers als het gaat om de speelwijze en wordt de kans op winnen niet verkleind. Sterker nog: door het trainen van scenario’s en dus direct de speelwijze, vergroot je de kans om te winnen.”

Simonis: “Zoals gezegd staat de ontwikkeling bovenaan en hoort winnen daarbij. We hebben inmiddels vier spelers doorgeschoven naar Jong Sparta Rotterdam (Tweede Divisie), waarvan er ook al enkele geregeld met het eerste elftal meetrainen. Om aan te geven dat de speler altijd op de eerste plaats staat.

Wel is het zo dat winnen, naarmate spelers ouder worden, belangrijker wordt. Ik heb zelf allerlei leeftijden getraind en dan merk je veel verschil. Jonge spelers krijgen vanzelfsprekend meer tijd om tactische of technische vaardigheden te ontwikkelen en mogen ook meer fouten maken. Bij de O19 is daar weinig tot geen ruimte meer voor. Wij bereiden ons de hele week voor op de wedstrijd die gaat komen. Wij kijken naar de mogelijkheden om deze wedstrijd te winnen. Je kunt er dan voor kiezen om dit elke week met een aantrekkelijke speelstijl te bewerkstelligen, maar uiteindelijk gaat het wel om winnen.

Ik merk nu ook aan mezelf dat ik juist heel veel voldoening haal uit het resultaat dat voortkomt uit het strijdplan dat is getraind. Daar leren spelers in mijn ogen ook heel veel van, want het kan dus de ene week anders zijn dan de andere week. Zo kunnen wij ploegen tegenkomen die het initiatief aan ons overlaten, maar ook ploegen die zelf graag het heft in handen nemen. De kansen en bedreigingen zullen in die verschillende wedstrijden dus anders zijn en daar bereiden wij onze ploeg op voor. Zo kan het strijdplan iedere week iets anders zijn, zonder onze eigen identiteit te verliezen met daarbij horende afspraken binnen onze speelwijze.”

De winnaarspoule is een logisch gevolg van veel wedstrijden winnen. Is deze poule belangrijk voor jullie spelers?
Weijs: “De competitie is essentieel voor mijn spelers. De stap naar de senioren is moeilijk, omdat er voor minder spelers plek is, maar de stap is verder ontzettend groot, omdat het leeftijdsverschil ineens onbeperkt is. Je gaat dus tegen spelers voetballen die veel verder in hun ontwikkeling kunnen zijn op technisch, tactisch, mentaal of fysiek vlak en vaak ook veel ouder zijn. Ik vind het daarom essentieel dat mijn spelers nu wekelijks tegen de beste tegenstanders van het land spelen. De voetbalacties zijn van een hoger niveau en in een hoger tempo en worden ook nog eens langer volgehouden. Elke week worden mijn spelers maximaal uitgedaagd om hier iets tegenover te stellen. Het talent ontwikkelt zich dus op dit niveau in een veel hoger tempo.”

Simonis: “Uiteraard, maar voor de lichting die ik nu onder mijn hoede heb misschien nog wel meer. Zij slaagden er namelijk jaar na jaar steeds net niet in om de winnaarspoule te bereiken bij de voorgaande elftallen. Dus dit geeft deze groep wel weer een extra boost. Wij proberen er alles aan te doen om spelers op te leiden voor het eerste elftal door onder andere vaak aan te geven dat het ‘vijf voor twaalf’ is. De tijd begint immers te dringen. De faciliteiten zijn daarom ook dik in orde. Echter alles komt in een stroomversnelling wanneer je op een niveau acteert waar elke speler iedere zaterdag in alles maximaal moet leveren. Dus het winnen heeft ervoor gezorgd dat de spelers dit laatste half jaar nog beter worden voorbereid op een eventueel bestaan als profvoetballer. Als je het mij vraagt, zou dit dus een prima visie van een club op welk niveau dan ook kunnen zijn,. Een hoger niveau zorgt voor een snellere ontwikkeling van de spelers. Daarvoor moeten dus eerst wedstrijden gewonnen worden. Indirect heeft dat dus wederom met de ontwikkeling van spelers te maken.“

Simons en Weijs, opleidingstrainers bij uitstek, hebben dus wel een verandering in benadering toegepast nadat zij de stap maakten naar het oudste jeugdteam. Alles moet beter en is gericht op de stap naar de senioren. Toch blijkt in de praktijk dat deze stap nog altijd erg groot is voor jeugdspelers. Maar de werkwijze waar op dit moment bij NAC en Sparta Rotterdam voor gekozen wordt, moet ervoor zorgen dat deze talentvolle spelers al tijdens hun jaren bij de O19 worden voorbereid op het grote werk en dus in staat zijn om zich gemakkelijker aan te passen als het zo ver is.

Simonis: “Als je spelers klaar wilt stomen voor het eerste elftal en dus het betaalde voetbal, moet je als O19-speler leven als een prof en ook in de gelegenheid zijn om dat te kunnen doen. Dat faciliteren wij zoveel mogelijk. Ook bij de amateurs zie je vaak dat deze stap groot is. De mentaliteit is anders, er wordt soms meer getraind en er wordt in een hoger tempo gevoetbald. Dat kun je naar elkaar toebrengen door een plan te hebben voor het hoogste jeugdteam. Maak winnen belangrijker, ga vaker met de sterkste basisopstelling werken, integreer krachttraining en verhoog de trainingsintensiteit en laat spelers geregeld meetrainen met de senioren. Allemaal opties om het gat te verkleinen.

Wij doen dat door nagenoeg op dezelfde manier te werken als het eerste elftal. De trainingsweek is gericht op de eerstvolgende wedstrijd. In het begin van de week blikken we aan de hand van ons videoanalyse-systeem terug op onze eigen wedstrijd. Vervolgens bekijken we beelden van de tegenstander en komen zo tot onze kansen en bedreigingen. Als een tegenstander heel snel is in de omschakeling naar aanvallen, moeten we dus een training bedenken waarin de spelers in die teamfunctie worden uitgedaagd. Als een ploeg moeite heeft met diepgaande middenvelders, worden de hoofdrolspelers van ons team tijdens een training verzocht om in balbezit de ruimte achter de laatste lijn op te zoeken. We kunnen dan het moment en de richting prima op elkaar afstemmen en bereiden ons dus goed voor op de wedstrijd. Verder hechten wij veel waarde aan spelhervattingen, zowel verdedigend als aanvallend. Statistisch gezien wordt daar veel uit gescoord en verdient dat dus ook de aandacht. We trainen op hetzelfde veld als het eerste en de randvoorwaarden zijn prima in orde.”

Weijs: “De spelers hebben gewoon nog maar heel weinig tijd om zich te ontwikkelen en moeten de club overtuigen van hun kwaliteiten en meerwaarde voor het eerste elftal. Een contract staat op het spel en ik vind als trainer dat ik ze daarbij moet helpen. Uiteraard is de speler voor een heel groot gedeelte zelf verantwoordelijk voor het wel of niet slagen als voetballer, maar ik vind dat wij als trainers wel een helpende hand moeten bieden. Ik voel me zelfs verantwoordelijk voor mijn spelers of zij het wel of niet halen. Ik weet inmiddels wat er gevraagd wordt en welke kwaliteiten spelers moeten bezitten om de stap te maken. Dan is het dus ook mijn taak om ze dagelijks in situaties te brengen, waardoor zij zich kunnen ontwikkelen. Bij de senioren zijn de eisen hoog en dus ook tijdens de laatste stap daarnaartoe.

We zijn bezig met voeding en we hanteren veel beelden, ook van trainingen. We behandelen persoonlijke doelen en laten spelers net als bij het eerste elftal met hartslagmeters en GPS-systemen voetballen om te kijken of zij in staat zijn om het hoge tempo, dat gevraagd wordt, vol te houden. Doordat ik me verantwoordelijk voel, de lat hoog leg en elke dag hoge eisen stel aan mijn spelers, gaan de spelers, die doorhebben wat er op het spel staat, daarin mee. En ik heb gemerkt wanneer dat het geval is, spelers ook in het laatste jaar als jeugdspeler nog hele grote stappen kunnen maken.”
 /F1.jpg" />
Wat is belangrijk bij het trainen van de O19 (1)?
Gepubliceerd in April 2019
Wat is belangrijk bij het trainen van de O19 (1)?

De O19 is een zeer belangrijke fase voor spelers. Na jaren ‘veilig’ in de jeugd gespeeld te hebben, moeten ze na de O19 klaar zijn voor de stap naar de senioren. Wat betekent dat als trainer? Hoe ga je daar mee om? In deel 1 vragen vragen we het aan twee O19-trainers die geselecteerd zijn om de UEFA-Pro te mogen volgen: Willem Weijs (NAC) en Paul Simonis (Sparta R