Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Eerst duidelijkheid, dan vrijheid
Dinsdag 30 Mei 2017

Spelers moeten in het veld in staat zijn zelf beslissingen te nemen. Volgens Ercument Metin, trainer/coach van VCB, kan dit niet zomaar. “Spelers moeten eerst duidelijkheid hebben over de speelwijze. Ze moeten precies weten hoe en wat we samen willen bereiken. Als dat duidelijk is, kunnen en mogen spelers in het veld op eigen initiatief aanpassingen doen.”

Tekst: Rob Robben | Beeld: Berry Maas en Kris Mathijssen

Metin vindt dat zijn spelers precies moeten weten wat er van hen in het veld verlangd wordt. “Ja, dat is de basis, dat moet volkomen duidelijk zijn. Ze moeten niet alleen weten, wat ze zelf moeten doen, maar ook dienen ze op de hoogte te zijn van de taken en verantwoordelijkheden van hun teamgenoten. Ze moeten daar blindelings op kunnen anticiperen. Het uiteindelijke doel van dit alles is, dat spelers in het veld eigenhandig zaken kunnen aanpassen en veranderen. Een wedstrijd vraagt namelijk soms om tactische omzettingen. Je moet van bepaalde afspraken kunnen afwijken. Spelers in het veld zien sommige dingen beter en sneller dan dat ik ze vanuit de dug-out zie. Ik wil mijn spelers zo op een verantwoorde wijze een bepaalde vrijheid geven. Natuurlijk evalueren we dit in de rust of in de nabespreking en wellicht komen we dan samen tot de conclusie dat de gemaakte keuzes verkeerd waren, maar dat is niet erg. Daar leren we dan van en kunnen dat weer gebruiken in nieuwe wedstrijdsituaties. We moeten spelers bewuster maken van hun keuzes. Hierdoor worden ze uiteindelijk beter.”



Voorbeelden
“Ik speelde vroeger zelf centraal in de verdediging. Het kwam dan regelmatig voor, dat de tegenstander met drie spitsen startte om na verloop van tijd over te gaan op het tweespitsensysteem. Ik zag dat vanuit mijn positie dikwijls als eerste en ik regelde dan wie van de verdedigers het beste kon doorschuiven. In een mum van tijd hadden we onze verdedigende organisatie weer aangepast aan de veranderde speelwijze van de tegenstander. Ook kan het zijn dat spelers even niet in de wedstrijd zitten. Een tijdelijke positiewissel, met name voorin of op het middenveld, kan er op dat moment voor zorgen dat zo’n speler weer terugkomt in de wedstrijd.”



Structuur aanbrengen
Metin wil dat de speelwijze in balbezit, maar ook bij balbezit van de tegenstander en in de omschakeling voor iedereen duidelijk is. “Toen ik hier een aantal jaren geleden startte, was dat zeker nog niet het geval. De jongens waren daar toen nog niet aan toe. VCB was een kleine club, die altijd in de laagste klassen had gespeeld. Ze dachten toen nog onvoldoende na over hoe ze wilden spelen. De bal werd hard naar voren geschoten en ze keken wel wat het resultaat was. Alles gebeurde eigenlijk op gevoel, er werd te weinig over nagedacht. Ik heb in de loop der jaren geprobeerd hier meer structuur in aan te brengen. In mijn eerste jaar als hoofdtrainer promoveerden we, maar er volgde echter meteen een degradatie. Ik heb toen gezegd, dat ik graag wilde blijven, maar dat we dan echt met zijn allen aan een goed doordachte speelwijze moesten gaan werken. Ik was er namelijk van overtuigd, dat dit ook bij het kleine VCB mogelijk was. Ik heb de spelers toen echt van die doordachte speelwijze moeten overtuigen, omdat lang niet alle spelers hierin geloofden. Gelukkig is me dit gelukt en we zijn van toen af aan echt aan de slag gegaan met een vaste structuur en een doordachte speelwijze. Na twee seizoenen resulteerde dit weer in een promotie. Dit was een kroon op het werk van mij en de spelersgroep.”

Speelwijze
“Ik ben begonnen met mijn favoriete 1:4:3:3-formatie. Afhankelijk van de sterkte van de tegenstander spelen we op het middenveld met de punt naar voren of naar achteren. Tegen wat zwakkere tegenstanders spelen we met de punt naar voren, omdat mijn twee andere middenvelders veel loopvermogen hebben en aanvallend goed uit de voeten kunnen. Wanneer de tegenstander sterker is, spelen we met de nummer zes voor de verdediging. We hebben dan eigenlijk een vijfde verdediger. Ook zijn we als team in de zone gaan voetballen. Voor de middenvelders betekende dit, dat ze niet meer energieverslindend en blind achter hun directe tegenstanders aanliepen, maar dat ze in hun eigen zone moesten blijven. Achterin was het ook erg wennen. In het verleden speelde VCB altijd met een voorstopper en een laatste man, maar ik wilde in de zone gaan spelen, omdat dat veel minder kracht kostte en omdat we dan bij balbezit aanvallend meteen goed stonden. De voorstopper werd immers niet meer uit zijn positie weggelokt door een sleurende aanvaller. De centrale verdedigers, maar ook de andere spelers, moesten bij deze zoneverdediging veel meer nadenken en communiceren. Dit was wel een hele verandering, wat behoorlijk wat tijd en energie heeft gekost.”

Steekbal
“In het begin was deze zoneverdediging heel erg wennen en voor een aantal spelers erg moeilijk. Het was goed uit te leggen, dat de verdedigers allemaal naar de balkant moeten kantelen en dat ze elkaar daarin moeten coachen. Op het instructiebord leg ik dat uit door het veld in de lengte in drie stukken te verdelen. Ik geef dan precies aan waar mijn spelers zich moeten opstellen als de tegenstander de bal in een bepaalde zone heeft. Dit is heel duidelijk, maar toch werden we aanvankelijk regelmatig verrast door de steekbal. Als bijvoorbeeld de centrale middenvelder van de tegenpartij de bal had en de linksbuiten ver aan de buitenkant tegen de lijn stond, ging onze rechtsachter te snel naar de linksbuiten, zodat de middenvelder eenvoudig de steekpass op de buitenspeler kon geven. Eigenlijk moet je in zo’n situatie niet de tegenstander, maar de goal verdedigen. Als je als back wat meer ruimte geeft, komt de buitenspeler misschien wel in balbezit, maar heb je hem altijd nog voor je. De andere verdedigers kunnen dan weer rugdekking geven, als je onverhoopt toch uitgespeeld wordt. Als je hapt en de steekbal komt, ben je op voorhand al uitgespeeld. Ook onze keeper moest door deze zoneverdediging anders gaan spelen. Hij was als lijnkeeper gewend om nauwelijks het vijfmetergebied uit te komen. Om eventuele steekballen te onderscheppen moest hij nu veel verder van de goal gaan verdedigen. Dit heeft ons in het begin zeker tegendoelpunten gekost, maar nu is hij daar aan gewend en verloopt de samenwerking met de verdedigers uitstekend.”



Opbouwend
Ook de opbouw is bij Metin duidelijk. “Mijn backs staan bij balbezit van de keeper hoog en de twee centrale verdedigers bieden zich aan op de punten van de zestienmeterlijn. Van daaruit willen we gaan voetballen. In het begin was dat lastig, want we konden de bal onvoldoende kwijt. Er waren spelers die de bal liever niet dan wel aangespeeld wilden krijgen. We zijn hier op de training volop mee aan de slag gegaan en hebben bij balbezit van een bepaalde verdediger steeds gekeken welke opties hij had. Als de tegenstander met drie spitsen speelt, zal één van onze centrale verdedigers altijd aanspeelbaar zijn. Speelt de tegenstander met twee spitsen in het centrum, dan laat bijvoorbeeld de rechtsachter (2) zich zakken en wordt die ingespeeld. Omdat ik geen rechte bal op onze buitenspeler (7) wil, moet die zich aanbieden naar de bal toe. Als die dan echt alle ruimte heeft, kan hij draaien en met de bal diep gaan, maar meestal zal hij gedekt worden en een middenvelder (8 of 10) gaan inspelen. Die kijkt dan welke opties er zijn. Veelal zal dat een schuine bal op de diepgaande 7 of een diep- of terug aanbiedende 9 zijn (oefenvorm 1). Ook kan het zijn, dat de back (2) meteen de diepe spits aanspeelt (oefenvorm 2). Deze vaste aanvalsopbouw train ik regelmatig met pass- en trapvormen en later ook in partijvormen, waarin ik de geoefende patronen terug wil zien (oefenvorm 3). Bij de laatste fase, namelijk het afwerken, wil ik dat de spelers hier ook op hun eigen posities spelen (oefenvorm 4). Dit geeft duidelijkheid en zodoende weet iedereen in het team wat de diverse mogelijkheden zijn. Cruciaal bij al deze oefenvormen is, dat je als trainer uitlegt, waarom je een bepaalde oefening doet. Laat ze niet gewoon de bal van pylon naar pylon plaatsen, maar leg uit welke posities dit zijn en wat je met deze oefenvorm wilt bereiken. Je moet het altijd meteen vertalen naar de wedstrijd, zodat ze bewust bezig zijn met de oefenvorm. In de wedstrijd kunnen ze hierdoor betere en meer verantwoorde eigen keuzes maken.”

Oefenvorm 1: Aanvalsopbouw via de zijkanten 



Organisatie:
- De keeper speelt de bal via de centrale verdedigers 4 en 3 naar de rechtsachter 2
- De rechtsbuiten (7) komt in de bal en kaatst op middenvelder 8. Deze speelt de spits (9) aan
- De spits kaatst op 10 en deze kaatst weer op 9, die de bal naar 11 speelt
- Nummer 11 speelt naar 6, die de bal naast het doel plaatst
- De nummers 9, 10, 11 en 6 rouleren steeds en nemen elkaars plaatsen in
- Dezelfde aanvalsopbouw, maar dan over de linkerkant
 
Coaching:
- De nadruk bij de coaching ligt bij de nummers 2, 7 en 8
- Nummer 2 speelt een strakke bal op nummer 7
- Nummer 7 kaatst de bal met de juiste snelheid op het sterke been van nummer 8
- Nummer 8 plaatst de bal direct naar nummer 9
- Indien de bal onverhoopt op het zwakke been van 8 gespeeld wordt, dan neemt die de bal met dat been aan en verstuurt de pass met het sterke been
 
Oefenvorm 2: Aanvalsopbouw via de zijkant door snel de spits te zoeken 



Organisatie:
- De keeper speelt de bal via de centrale verdedigers 4 en 3 naar de rechtsachter 2
- De rechtsbuiten (7) komt in de bal en kaatst op de aanbiedende rechtsachter
- Deze speelt direct de aanbiedende spits (9) aan
- De spits neemt de bal aan, dribbelt een stukje in en speelt de bal naar 10. Deze speelt naar 6, die de bal naast het doel plaatst
- De nummers 9, 10 en 6 rouleren steeds en nemen elkaars plaatsen in
- Dezelfde aanvalsopbouw, maar dan over de linkerkant
 
Coaching:
- De nadruk bij de coaching ligt bij de nummers 2 en 7
- Nummer 2 speelt een strakke bal op nummer 7
- Nummer 7 kaatst de bal met de juiste snelheid op het goede been van nummer 2
- Nummer 2 plaatst de bal direct naar nummer 9
- Indien de bal onverhoopt op het zwakke been van 2 gespeeld wordt, dan neemt die de bal met links aan en verstuurt de pass dan met rechts
 
Oefenvorm 3: Aanvalsopbouw in partijspel 8 tegen 8 



Organisatie:
- Partijspel acht tegen acht op een half speelveld
- De opbouw begint steeds bij de keeper van geel
- Indien de bal uit of achter is, start de opbouw weer bij de gele keeper
- Als de tegenstander de bal heeft, krijgen ze dertig seconden om te scoren. Lukt dit niet dan start de opbouw weer bij de gele keeper
 
Coaching:
- Alleen team geel wordt gecoacht
- Het geoefende van oefenvorm 1 en 2, zowel aan de linker- als rechterkant, in praktijk brengen
- Bij balbezit het veld groot houden
- Steeds goed anticiperen op wat er in het veld gebeurt
 
Oefenvorm 4: Aanvals- en afwerkvorm via de vleugels 



Organisatie:
- Afwerkvorm op een half speelveld met 14 spelers (de meeste posities kunnen dubbel bezet worden)
- De centrale verdediger (3) speelt de rechtsachter (2) aan, die de in de bal komende rechtsbuiten (7) inspeelt
- Deze laat de bal vallen op een middenvelder (8), die de bal diep geeft op 7
- Deze geeft de bal voor
- Nummer 11 gaat naar de eerste paal, nummer 9 naar de tweede paal en nummer 10 blijft iets terug op de rand van de zestienmeter
- Dezelfde vorm, maar dan over de linkerflank
 
Coaching:
- Loopacties goed op elkaar afstemmen
- Nauwkeurig inspelen op het goede been
- Honderd procent concentratie
- Vaste structuur inslijpen
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen