Inloggen
U bent niet ingelogd. Inloggen
Streven naar perfectie
Leestijd 8-10 minuten
| Bedankt voor uw mening!
Donderdag 1 Juni 2017


Stijn Vreven nam gedurende dit seizoen de taken als hoofdtrainer van NAC Breda over van Martinus Dijkhuizen. Voor de jonge Belgische trainer is alleen het beste goed genoeg. En dus investeert Vreven in zichzelf. “Ik ben dag en nacht met voetbal bezig.”

Tekst: Rogier Cuypers | Beeld: Gerrit van Keulen

Ten tijde van het interview is de formatie van Vreven druk bezig om zich te kwalificeren voor de play-offs om promotie naar de Eredivisie. De 43-jarige oefenmeester was voorheen actief in België (zie kader) en is bezig aan zijn eerste seizoen op de Nederlandse velden, daar waar hij als speler jarenlang actief was voor FC Utrecht, Vitesse en ADO Den Haag. “Als ik mezelf vergelijk met Nederlandse collega’s heb ik de indruk dat bij mij balbezit en balbezit tegenstander wat meer in balans is. Daarom vind ik een 1-0 overwinning ook mooier dan een 4-3. Aan dat laatste houd ik toch een onbehaaglijk gevoel over, omdat ik het idee heb dan dingen fout te hebben gedaan. Drie tegengoals betekent vaak dat je organisatorisch niet goed staat bij balverlies. Ik snap best dat het publiek spektakel en veel goals wil, maar dan win ik liever met 4-0”, lacht de Belg.

“Sinds ik hier trainer ben, hebben we vaak de ‘nul’ gehouden”, vervolgt Vreven. “En dat terwijl ik niet exact weet hoeveel goals we gemaakt hebben. Dat zal er mee te maken hebben dat ik vroeger zelf ook een verdediger was. Als je de nul houdt, heb je maar één goede kans nodig om de wedstrijd te winnen. Ik wil dat de ploeg goed staat en weinig goals tegen krijgt. Die filosofie zal ik de rest van mijn trainerscarrière wel blijven houden.”

Perfectionist
Als voetballer heeft Vreven een zeer verdienstelijke loopbaan gehad. Hij schopte het als rechtsback tot de Bundesliga (FC Kaiserslautern) en is tweevoudig Belgisch international. Toch benadrukt hij keer op keer dat hij maar een beperkte speler was. Dat perfectionistische en kritische heeft hij ook als trainer. “Door een bepaalde denkwijze en inzet heb ik veel uit mijn loopbaan gehaald. Als trainer wil ik ook altijd winnen. Het maakt me niet uit of dat in de voorbereiding tegen amateurs is of in een vol NAC-stadion. Mijn beleving is overal hetzelfde. Ik heb altijd de drive om spelers beter te maken. Voel ik dat niet meer, dan moet ik ermee stoppen. Als je als trainer het hoogst haalbare nastreeft, moet je altijd gepassioneerd zijn. Ik leg de lat ook extra hoog, zodat ik nooit indommel.”

Omdat Vreven altijd beter wil, heeft hij moeite met het voelen van blijdschap na een goed resultaat. “Ik ben nooit euforisch na een winstpartij. Ja, ik geniet te weinig. Toen we met 4-3 wonnen van Jong Ajax was iedereen tevreden, maar ik kan niet zeggen of ik écht blij ben geweest. Het enige dat ik weet is dat ik een rustig weekend gehad heb. Na een nederlaag is dat anders en daar kan ik echt mee zitten. Dat belemmert me niet in mijn werk, maar ik wil niets liever dan zo snel mogelijk het trainingsveld weer op. De sleutel om meer te genieten heb ik nog niet gevonden. Als we winnen geniet ik vooral voor mijn spelers, de supporters en de mensen van NAC. Nooit heb ik van mezelf gedacht: ‘ik ben écht goed bezig’. Ik wil altijd hoger en beter met deze ploeg.”

De oud-verdediger denkt dat tegendoelpunten vrijwel altijd te voorkomen zijn. “Ik kan in mijn hoofd de tien veldspelers op de vierkante meter neerzetten, waardoor ik denk dat we geen tegengoal krijgen. Dan moet wel iedereen dat van begin tot eind volhouden. Daarmee bedoel ik altijd druk op de bal, genoeg spelers rond de balbezitter, passlijnen dichthouden naar de voorste spelers en de minst creatieve spelers van de tegenpartij vrij durven te laten. Dan kun je op elke positie op het veld een overtal creëren. Uiteindelijk komt het er dan op neer om de individuele fouten te minimaliseren.”

In de voorbespreking heeft Vreven in zijn streven naar perfectie zichzelf moeten afremmen. “Ieder jaar geef ik mijn spelers minder informatie. Het liefst zou ik drie uur met ze willen zitten en hele wedstrijden kijken. Maar niet alle spelers willen dat. Zelf wilde ik als speler zoveel mogelijk informatie, zeker over mijn directe tegenstander. Ik geef nu goede, beknopte informatie wat betreft de afspraken in balbezit en bij balverlies, wie de keyplayers van de tegenstander zijn en wat ze bij dode spelmomenten moeten doen. Als spelers geïnteresseerd zijn, kunnen we individueel naar de tegenstander kijken.”



Allround
De Belgische trainer gelooft niet dat de moderne trainer een echte specialist is. Hij wil daarom ook allround zijn. “Je kunt een trainer niet in één hokje plaatsen. Zo van, alleen daar is hij echt goed in. Als je op hoog niveau werkzaam bent, moet je zowel technisch, tactisch en mentaal goed onderlegd zijn. En dan heb ik het nog niet eens over het zijn van een goede peoplemanager. Dat is tegenwoordig misschien wel het belangrijkste. Spelers raken: zacht, hard, eerlijk en duidelijk kunnen zijn. Ook moet je creatief zijn in wat je doet. Vasthouden aan dezelfde filosofie, maar wel afwisselen in de manier waarop je dingen brengt en doet.”

Het zijn van een allround trainer kost tijd. En daarin investeert de NAC-trainer. “Ik ben bijna dag en nacht met voetbal bezig. Ik kijk veel duels uit alle landen en van alle niveaus. Daarnaast analyseer ik spelers zowel individueel als het collectief. Het praten met collega’s is ook zeer waardevol en ik lees ook graag dit soort vakbladen. Niet om ideeën te pikken, maar om nuances aan te brengen in de manier van werken. Want iedere trainer heeft zijn eigen ideeën daarover.”

Leermomenten
De oefenmeester kan een boek schrijven over slechte trainers waar hij van heeft geleerd hoe je het niet moet doen. Toch heeft hij ook zeker trainers meegemaakt die hem de ogen geopend hebben. “Zo was Eric Gerets goed in zijn omgang met spelers. Hij had bij Kaiserslautern een probleem met onze keeper, die in zijn vrije tijd dol was op vissen. Op de club kwam hij niet verder en dus zei hij waar de ploeg bij was: ‘wij gaan morgen vissen’. Dan ben je wel een uurtje of vier, vijf zoet. Op die manier was die jongen in zijn comfortzone. Ik ben daar als jonge trainer nog niet aan toe, maar het is wel iets dat ik meeneem.”

Een andere trainer die Vreven op een positieve manier raakte was Jan Boskamp. “Die schreeuwde de hele dag de hele club bij elkaar. Sommige spelers gingen daar mentaal kapot aan, maar mij motiveerde het. Voorafgaand aan elke wedstrijd kwam hij naar me toe en zei hij dat mijn directe tegenstander in een interview had gezegd dat hij die Vreven wel even gek zou maken. Op een gegeven moment wist ik dat het niet waar was, maar toch motiveerde het me. Trond Sollied was geen warme man: geen hand geven, geen goedemorgen, maar tactisch ontzettend sterk. Als je een meter buiten de looplijnen stond, zei hij direct dat je verkeerd stond. Op elk moment in de wedstrijd zag hij dat perfect.”



Drukzetten
Sinds zijn komst bij NAC is Vreven veel met de tactische invulling van zijn voetbalvisie bezig. Hij speelt met zijn ploeg graag vanuit de zone, wil geen overbodige meters maken en heeft een grote hekel aan alibi-drukzetten, zoals hij dat noemt. “We zijn sinds eind maart begonnen met wat hoger druk te zetten. Tijdens mijn laatste periode in België speelde ik met een kleine club en waren we altijd de underdog, maar ik speelde nooit met een laag blok. Dan ben je meteen de Calimero. En naast jouw eigen visie moet je ook als trainer nooit het DNA van jouw club vergeten. Supporters willen kwaliteit zien en dat we een stuk hoger op het veld spelen. Dat kunnen we ook, zolang we fysiek in orde zijn en de beste spelers hogerop in het veld meer in hun comfortzone zitten. Met dat laatste ben ik nu druk bezig.”

Hoog staan betekent dat zijn verdedigers continu alert moeten zijn. “Geen enkele verdediger speelt graag met zestig meter ruimte in de rug. Zelfs een blinde bal naar voren kan dan gevaarlijk zijn. Ze moeten constant scherp zijn. Maar aan de andere kant zorgen wij ervoor dat een tegenstander niet rustig de bal rond kan passen, omdat we flink druk op de bal geven en dat geeft onze verdedigers dan weer wat meer rust.”

“Natuurlijk hangt de manier van drukzetten af van het elftal dat je hebt”, gaat hij verder. “Bij NAC zijn we dominant en bij balverlies wil ik zo snel mogelijk druk. In eigen huis hebben onze tegenstanders niet vaak de intentie om dominant te spelen. Als we fel drukzetten, zorgen we dat ze fouten maken of ballen blind wegtrappen. Jouw spelers moeten die manier van drukzetten fysiek aankunnen en als trainer moet je dat trainbaar maken. Drukzetten begint ook bij de voorste spelers, maar het is nog belangrijker dat de rest van de ploeg daarin meedoet. Vaak zie je dat er door spelers individueel drukgezet wordt, maar dat is meer alibi-drukzetten. Weinig ploegen zetten écht goed druk. Als de voorste gaat, dan moet de rest mee. Gebeurt dat niet, dan heb ik liever dat er geen druk op de bal komt en iedereen in positie staat. Zet je alleen druk, dan krijg je nooit de bal en verspil je onnodige energie. Gebruik die liever om op de momenten waar het toe doet – voor de goal – gevaarlijk te worden. We trainen alles in wedstrijdvormen. In de training moet er dan ook op honderd procent drukgezet worden. De oefeningen doen we in linies, patronen en verschillende wedstrijdvormen: vier tegen vier, zeven tegen zeven of elf tegen elf. Als je het immers vaak genoeg traint, wordt het een automatisme.”



Opbouwen
NAC heeft een samenwerking met Manchester City en beide clubs zien graag een ploeg die opbouwt van achteruit en dominant speelt. Stel je de Belg de vraag of hij daar ook een bepaald systeem aan koppelt, dan is het antwoord afwijzend. “Nee, want ik heb geen voorkeur. De huisstijl is 1:4:3:3, maar niemand klaagt als ik elk duel vanuit een 1:3:4:3-systeem win. Verdedigend of aanvallend spelen heeft in mijn optiek niet te maken met het aantal spitsen, maar veel meer met afspraken bij balbezit en balverlies. Ik geef spelers bij balverlies niet de vrijheid om te doen wat ze willen. Dan komt de organisator in mij naar boven. Balverlies is een teamgebeuren en dan moet je goed staan. Daar ben ik zeer veeleisend in.”

“De manier van opbouwen hangt ook van de tegenstander af”, vervolgt hij. “Je moet rekening houden met hun manier van drukzetten. Afhankelijk daarvan kiezen we voor een opbouw met bijvoorbeeld de centrale verdedigers of de backs. Onze ploeg moet in staat zijn te kunnen reageren op wat een tegenstander doet. Zetten ze met twee spitsen druk, dan bouwen we met drie man op of via de backs. Soms kiezen we ook voor een uitzakkende middenvelder.”

Als voorbeeld haalt Vreven VVV aan. Daags voor de wedstrijd tegen de nummer één uit de Jupiler League (0-4 winst) had de Belg zijn strijdplan al klaar. “VVV zet goed druk met twee spitsen. Als we durf hebben, kunnen we onze centrale middenvelder inspelen. Hun middenvelders dekken niet graag door en hebben soms problemen met de omschakeling. Als we compleet onder drukgezet worden, kunnen we een vallende bal spelen op de ‘9’ of ‘10’ en daarmee zestig meter overbruggen. Ook dan weet iedereen wat te doen. Die variaties moet je, afhankelijk van de tegenstander, kunnen hanteren. Ik heb een hekel aan balletjes breed. Als we dat in eigen huis een paar keer achter elkaar doen, wordt niemand hier gelukkig. Daar straalt te weinig initiatief vanaf. Soms kiezen we voor de lange bal. Geen kick and rush, maar een vallende bal van waaruit je weer positiespel kunt spelen.”

De opbouw moet, behalve als het gedaan wordt met één uitzakkende middenvelder, door de verdedigers verzorgd worden. “Middenvelders moeten de bal niet uit de voeten van de verdedigers komen halen. Als mijn centrale verdedigers zonder druk niet zelf kunnen opbouwen, horen ze niet op dit niveau thuis.”


Oefenvorm 1: 7 tegen 5


 
Doel:
Het spelen op balbezit vanuit eigen positie en het omschakelen naar verdedigen 

Organisatie:
- Gele ploeg van 7 spelers speelt op balbezit vanuit eigen positie
- Blauwe ploeg van 5 spelers moet bij het veroveren van de bal proberen te scoren door bal stil te leggen op rode lijn
- Spelers 5, 3 en 7 wisselen regelmatig voor 2, 4 en 11 

Coaching:
- Veldbezetting altijd breedte en diepte
- Linies doorbreken, proberen via middenvelder buitenkant in te spelen 


Oefenvorm 2: 7+K tegen 5+K
 


Doel:
Verbeteren van het vrijlopen van de middenvelders als een centrale verdediger aan de bal is. 

Organisatie:
- Geel speelt op balbezit
- Drie vakken (2 tegen 1, 3 tegen 3, 2 tegen 1)
- Centrale verdedigers krijgen druk van spits TP
- Speler 2 probeert een middenvelder in te spelen
- Van daaruit moeten middenvelders speler 3 of 4 inspelen
- Als blauw de bal verovert, dan kunnen ze scoren op twee grote goals (binnen 10 seconden) 

Coaching:
- Beïnvloeden loopactie spits bij het druk zetten (bochtje lopen)
- Het vrijlopen van de middenvelders niet in een lijn
- Uit de rug van een tegenstander bewegen. Bij ontvangen van de bal opengedraaid staan
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
Leren van topcoaches