Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Sportief succes door talentvolle kweekvijver
Donderdag 15 Juni 2017

Berthil ter Avest en Leon ten Voorde werden onlangs kampioen met Bon Boys. Ze boekten het sportieve succes met een jonge, grotendeels zelf opgeleide, spelersgroep. “Tegenwoordig zijn jonge spelers een stuk mondiger. Dat is niet erg, zolang iemand maar openstaat voor feedback.”

Tekst: Tom Druppers | Beeld: Teun van der Velden

In zijn eerste seizoen op eigen benen gaat het Ter Avest voor de wind: Bon Boys behaalde onlangs het kampioenschap in de 3e Klasse met een ruime voorsprong op de concurrentie. En dat terwijl de club hiervoor jarenlang meedraaide in de marge van de 4e Klasse. Tot het seizoen 2013/2014, toen besloten werd dat het roer om moest.

Leon ten Voorde is assistent-trainer van Ter Avest en vertelt over de opmerkelijke opmars van zijn club. “We hadden op dat moment een redelijk 1e elftal, maar de groei stagneerde. De toenmalige trainer, Gerard Bos, besloot te gaan verversen en een aantal jeugdspelers op te stellen, ten faveure van wat oudere, ervaren spelers. Dat zorgde in eerste instantie voor frictie, want dat ging ten koste van de prestaties van onze A1. Dat moest een aantal talentvolle jongens missen, die vervroegd hun opwachting maakten bij ons vlaggenschip.”

Kritiek
De kritiek verstomde toen de ploeg nog in datzelfde jaar het kampioenschap behaalde en daarmee ook promotie naar de 3e klasse veiligstelde. Amper drie jaar later staat de club aan de vooravond van alweer een nieuwe promotie. Volgens Ten Voorde komen de goede prestaties echter niet uit de lucht vallen, maar zijn het de gevolgen van een beleid dat enige jaren geleden is ingezet. “Onder aanvoering van een nieuw bestuur zijn we destijds gaan investeren in een kwalitatief betere jeugdopleiding. Er kwam bijvoorbeeld meer geld vrij voor trainerscursussen en onze eerstelijns jeugdteams zijn vanaf dat moment drie keer gaan trainen.” Kenmerkend voor de nieuwe lijn is misschien wel dat een groep jeugdtrainers van de club ten tijde van het interview een clinic volgt van Dennis Demmers, die als trainer onder meer werkzaam was bij Go Ahead Eagles.

Het duo Ter Avest en Ten Voorde bekijkt op zaterdag vaak gezamenlijk jeugdwedstrijden, om zo de ontwikkelingen nauwgezet te kunnen volgen. “Vanaf oktober wordt er door een zestal spelers van onze O19-1 om toerbeurten meegetraind bij het 1e elftal. De talentvolle jongens maken zo kennis met seniorenvoetbal en worden gestimuleerd in hun ontwikkeling.” Als jeugdspeler van FC Twente ervaarde Ter Avest al dat de verschillen tussen jeugd- en seniorenvoetbal groot zijn. “Met louter voetbaltalent red je het dan niet meer: de tegenstander is fysiek sterker en probeert je met kleine slimmigheden uit je spel te halen. Door hier tijdens het seizoen al kennis mee te maken is het makkelijker om een speler in te passen in ons elftal.”

Ten Voorde geeft aan dat het ook een andere reden heeft. “Op deze manier proberen we eveneens binding te creëren met de jeugd. We willen graag voorkomen dat spelers na hun jeugdopleiding besluiten te stoppen met voetballen, zoals je dat bij veel andere clubs ziet.”


Werken met een jeugdige groep
Bij zijn aanstelling kreeg Ter Avest te maken met een tegenvaller: de complete voorhoede, goed voor 30 doelpunten in het seizoen daarvoor, was vertrokken en diende vervangen te worden. “Dat was een teleurstelling, want die vervang je natuurlijk niet zomaar”, zo vertelt Ten Voorde. “We wisten echter dat er vanuit de jeugd een aantal jonge jongens klaarstond om hun plek over te nemen.” Zo geschiedde, want een klein jaar later is een jeugdig trio vervangers (18, 19, 20 jaar) verantwoordelijk voor 21 competitiedoelpunten. Alle drie zijn ze afkomstig uit de eigen opleiding, een enkeling zelfs nog speelgerechtigd bij de A-junioren.

De 46-jarige hoofdtrainer is lovend over de bereidheid van zijn groep, die voornamelijk bestaat uit spelers van begin twintig, aangevuld met enkele ervaren rotten. “Als enige team in onze competitie trainen wij momenteel drie keer per week. Ik merk echt dat de jongens gretig zijn om in zichzelf te investeren en ben daar van begin af aan positief door verrast”, zo zegt Ter Avest. Volgens Ten Voorde is dat tekenend voor de nieuwe lijn die enkele jaren geleden is ingezet. “In de jeugd hebben spelers daar al ervaring mee opgedaan. Toen wij dat introduceerden in de voorbereiding kregen we positieve reacties en we hebben dat tijdens het seizoen doorgetrokken.”

Als trainer is Ter Avest geen type ‘schreeuwer’, zo zegt hij zelf. “Ik probeer veel te observeren en op de juiste momenten in te grijpen. Als je als trainer een spraakwaterval bent, horen spelers je op een gegeven moment niet eens meer, zo is mijn eigen ervaring.” Bovendien past dat volgens hem ook niet bij de huidige generatie jongeren. “Tegenwoordig zijn ze toch een stuk mondiger dan in mijn tijd. Dat vind ik helemaal niet erg, zolang iemand maar inziet dat wij hem proberen te helpen en hij openstaat voor feedback.”

De geboren Tukker probeert zijn eigen ervaring te delen met spelers. “Zo hebben wij een erg talentvolle linksbuiten, die alleen een beetje eigenwijs is en nog veel te leren heeft”, zo vertelt hij met een glimlach. Stapje voor stapje, met vallen en opstaan, probeert Ter Avest hem te begeleiden. “Dan praat ik met hem over het afwisselen van verschillende keuzes aan de bal. Wanneer ga je voor de individuele actie en op welk moment kies je toch voor een één-twee-combinatie? Ik probeer hem voor te spiegelen dat je dan onvoorspelbaar blijft voor je tegenstander.”

Promotie
Na de titelprolongatie komt Bon Boys komend seizoen uit in de 2e klasse. De aantrekkingskracht van de vereniging zal daardoor toenemen: spelers van buiten de club zullen het wellicht als een interessante optie zien. Ter Avest staat daar niet afwijzend tegenover, maar vindt het belangrijk dat de speler qua karakter dan goed bij de groep past. “We willen geen clubhoppers die na een reservebeurt ontevreden zijn en dreigen met een vertrek. In mijn ogen is het belangrijk dat iemand zich graag committeert aan het clubbelang en zich tijdens het seizoen schikt naar het elftal, ongeacht zijn rol. Ook kijken wij eerst intern hoe we een mogelijk vertrek van spelers kunnen opvangen.”

Daarnaast zal het sportieve succes ook de aandacht wekken van andere clubs, die mogelijk een of meerdere jongelingen graag willen toevoegen aan hun selectie van het komende seizoen. Ten Voorde geeft aan dat de club dan graag de dialoog aangaat en een realistisch beeld voorspiegelt. “Een fantastische kans, maar vaak worden ze daar eerst gestald in een 2e elftal. Bij ons krijgen jonge spelers de mogelijkheid om op niveau ervaring op te doen en zich in de luwte verder te ontwikkelen.” Hij benadrukt dat de club een speler vrij laat in zijn keuze en niet koste wat het kost probeert te behouden. “Voor ons als club is het juist een mooi visitekaartje wanneer een speler een stap hogerop maakt, het liefst natuurlijk na een aantal succesvolle jaren bij onze vereniging.”

Dorpsgenoot HSC ’21 uit Haaksbergen speelt met haar 1e elftal momenteel in de 3e Divisie Landelijk en heeft eveneens de beschikking over een gerenommeerde jeugdafdeling. Beide trainers vinden dat de clubs meer van elkaar zouden kunnen profiteren. “Het zou bijvoorbeeld kunnen dat een groot talent van HSC eerst een aantal jaren bij ons rijpt, om daarna op latere leeftijd de overstap te maken”, zo vervolgt Ten Voorde.

“Ik denk ook aan wat oudere spelers, die misschien net tekortkomen voor het 1e elftal van HSC, maar nog graag op een lager niveau een paar seizoenen door willen”, aldus Ter Avest. “Met hun ervaring zouden ze voor onze jonge groep absoluut van toegevoegde waarde kunnen zijn”, zo filosofeert hij. Momenteel is daar echter nog weinig sprake van, mogelijk ingegeven door de onderlinge rivaliteit die er van oudsher is. “Als we over die sentimenten heen stappen, denk ik dat we het voetbalniveau in het dorp gezamenlijk naar een hoger plan kunnen tillen.”

Kader
Berthil ter Avest was als voetballer actief bij onder meer FC Twente, Roda JC en FC Groningen. In dienst van de Tukkers speelde hij als linkermiddenvelder 169 wedstrijden en verdiende hij een transfer naar het Duitse Borussia Mönchengladbach. Na een slepende achillespeesblessure stopte hij in 2004 met voetbal, om zich op zijn maatschappelijke loopbaan te richten.

Ter Avest en Ten Voorde hebben met een echte clubman van Bon Boys nog een gemeenschappelijke connectie. “Erik ten Hag is hier als jonge voetballer begonnen en volgt de resultaten van de club nog altijd op de voet”, zo vertelt Ten Voorde. Ter Avest, die bij FC Twente jarenlang met hem samenspeelde, herinnert zich zijn oud-teamgenoot nog altijd goed. Het verbaast hem dan ook niet dat zijn werkwijze aanslaat bij FC Utrecht. “Als speler was hij eigenlijk al een soort van trainer, altijd bezig om het elftal neer te zetten. In de toekomst zou ik graag eens met hem gaan zitten, om eens te sparren over het trainerschap”, zo besluit hij.
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen