Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Open draaien
Leestijd 6-8 minuten
| Bedankt voor uw mening!
Dinsdag 11 Juli 2017

‘Goed opengedraaid staan’. Veel trainers besteden er aandacht aan. Frank Kolenbrander en Hans Brekelmans, de trainers van de MO17 van St. SOM uit Maasdriel maakten hier zelfs een echt speerpunt van. “Omdat het voor onze speelsters moeilijk is om de bal over lange afstanden te verplaatsen, zullen we vooral combinerend te werk moeten gaan. Dan is goed opengedraaid staan extra belangrijk.”

Tekst: Rob Robben | Beeld: Anthonie Steenbekkers

Sinds het begin van dit seizoen staan Frank Kolenbrander en Hans Brekelmans als trainer/coach aan het roer van het meidenteam O17 van St. SOM uit Maasdriel. De beide trainers zijn vanaf het begin, samen met Anthonie Steenbekkers als Hoofd Jeugdopleiding van de meisjes, aan de slag gegaan met het goed opengedraaid staan. Dat het goed opendraaien en een dito voortzetting een speerpunt is geworden bij de meiden van St. SOM heeft een oorzaak, vertelt Steenbekkers. “Toen we in 2015 in Canada de wereldkampioenschappen voetbal voor vrouwen zagen, was er nauwelijks sprake van sprankelend en attractief voetbal. De bal werd breed gespeeld, daarna terug en vervolgens weer breed. Er was nauwelijks drang naar voren. Wij vonden dat dit anders kon en moest en kwamen tot de conclusie dat een goede balaanname en een goede voortzetting hierbij van groot belang waren. Het goed opengedraaid staan is een van de voorwaarden om dit voor elkaar te krijgen. Daarom is dit facet inmiddels een rode draad geworden binnen onze trainingen van de MO17. Een andere reden om dit als speerpunt in onze trainingen te introduceren is het gegeven, dat het voor de meisjes soms lastig is om een bal over grote afstanden te verplaatsen. Ze missen daarvoor gewoonweg de kracht. We moeten daarom, nóg meer dan bij de jongens, via korte passes en combinaties tot aanvallend voetbal proberen te komen.”

Basisvaardigheid
Het trainersduo uit Maasdriel is van mening dat een goede aanname een basisvaardigheid is, die alle meiden eigenlijk onder de knie moeten krijgen. Brekelmans: “Een voorwaarde om een bal onder druk in korte tijd goed te verwerken is een goede aanname. Hierbij is het onder andere dus belangrijk hoe een speelster staat. Zij moet oog hebben voor haar medespeelster, die de bal gaat geven, maar ze moet ook een goed zicht hebben voor waar de bal zo meteen heen moet. Ze moet dus goed opengedraaid staan om de bal snel en goed te kunnen verwerken. Bij een goede aanname heeft ze sowieso meer tijd om te bal via een kaats, actie of pass te verwerken. Deze basisvaardigheid komt in onze trainingen steeds terug. Om het voor de speelsters aantrekkelijk te houden, trainen we dit aspect natuurlijk in verschillende vormen. Toch moet het voor de meiden altijd herkenbaar zijn, omdat dit vertrouwen en veiligheid geeft. Als je dit dan vervolgens in wedstrijden enkele keren terugziet, is dat voor de meiden en voor ons als trainers natuurlijk een echte succeservaring.”

Vooractie
Kolenbrander legt uit wat er zoal komt kijken bij een juiste uitvoering van hun oefenvormen. “Je moet als speelster van tevoren al bepalen waar de eventuele ruimte ligt, als je de bal aangespeeld krijgt. Ook moet je zelf bepalen, waar je de bal het liefst aangespeeld wilt krijgen. Hier hangt dan weer vanaf hoe je de juiste vooractie zult maken. Je moet dan eerst wegbewegen om de tegenstander uit die positie te lokken, waar jij de bal uiteindelijk wilt hebben. Belangrijk hierbij is, dat je goed oogcontact houdt met de bal en je medespeelster, maar ook zicht blijft houden op het gehele speelveld. Dat is dus goed opengedraaid staan. Een voorwaarde voor een goede vooractie is explosiviteit. De mate van explosiviteit bepaalt hoeveel afstand en tijd je wint op je tegenstander. Als ze dan vervolgens na een vooractie de bal vragen, willen we eigenlijk niet dat ze frontaal in de bal komen. Op deze manier kunnen ze meestal alleen maar terugkaatsen, waarmee ze dus niet verder kunnen opschuiven naar voren. We willen daarom, dat ze de bal altijd schuin in de opbouw komen vragen, zodat ze met een kwartslag draaien twee mogelijkheden hebben om in de opbouw verder te komen. Onze voorkeur gaat uiteraard uit naar een voorwaartse beweging. Als dit onverhoopt niet mogelijk is, dan kan er altijd nog gekaatst worden en dan liefst op ‘de derde man’. Om dit goed uit te voeren is het natuurlijk van groot belang, dat de speelster die de pass verstuurt, dit ook op het juiste moment doet, anders is het voordeel van een goede vooractie helemaal weg.”

Tweebenigheid
“Ik wil ook dat de speelster die de pass verstuurt de ontvangende speelster op een juiste wijze coacht. Zij moet de ontvangende speelster laten weten of die kan doordraaien of dat er gekaatst moet worden en op wie. Wij ervaren als trainers, dat dit bij de meiden nog best lastig is. Wellicht zijn ze bang om hierin fouten te maken. We benadrukken steeds dat het niet erg is als ze dit verkeerd doen, maar dat ze het in ieder geval wél moeten doen. Als de bal gespeeld wordt, is het spelen op het verste been absoluut een must. Als ze op het buitenste been worden aangespeeld is de kans om in zo min mogelijk handelingen open te draaien veel groter. Bovendien kan ze op die manier de directe tegenstander makkelijker op afstand houden indien ze toch onder druk wordt gezet.” Een ander belangrijk aspect in de trainingen bij hun meiden is tweebenigheid. Brekelmans vult aan: “Ja, hier trainen we erg veel op en ik durf gerust te zeggen, dat de meeste meiden van ons team dit nu op een heel behoorlijk niveau beheersen. Zo kunnen ze dus met het zwakkere been aannemen en met het sterke been doorspelen en andersom. Dit vergroot de afspeelmogelijkheden enorm en bovendien versnelt dit de handeling. Verder willen we het aantal balcontacten per keer zoveel mogelijk beperken. Ons streven is om de bal in twee balcontacten te kunnen doorspelen. Dit oefenen we zowel in pass- en trapoefeningen als in positie- en partijspelen.”

Paradepaardje
Om het opendraaien te trainen, heeft het trainersduo legio oefenvormen voorhanden. Brekelmans: “Een mooie pass- en trapvorm is die waarbij tien spelers de bal naar elkaar spelen en na de pass goed opengedraaid moeten staan om de bal met het buitenste been aan te nemen en met het andere been kruislings te passen. Door de spelers in de linker- en rechterrij na een aantal minuten te wisselen, worden ze gedwongen om zowel met links als rechts aan te nemen en door te spelen (oefenvorm 1).” De beide trainers zijn eensgezind als het gaat om hun favoriete oefenvorm, waarin het opendraaien centraal staat. Kolenbrander: “Inderdaad, we hebben een echt paradepaardje onder de oefeningen. In deze oefening moeten de spelers steeds een vooractie maken en zich zo aanbieden dat ze altijd opengedraaid staan en dat ze de bal dan op het buitenste been aangespeeld krijgen. Hierbij is het erg belangrijk dat de aanbiedende speelster op het laatste moment vertrekt, maar ze moet wel op tijd zijn om de bal te ontvangen. Dit vergt een perfecte timing. In deze oefening worden de speelsters gedwongen om ook het mindere been te gebruiken. Om de oefenvorm zo te maken, dat ze weer vooraan kunnen beginnen laten we de spelers op de terugweg een aantal keer passen en trappen op ‘de derde man’ (oefenvorm 2).”

Opendraaien in positiespelen
Om het allemaal wedstrijdechter te maken, hebben de trainers ook een aantal positie- en partijspelen, waarin het opendraaien centraal staat. Kolenbrander: “We spelen dan bijvoorbeeld in een rechthoek vijf tegen vijf. Op de korte zijden staan dan twee kaatsers. De balbezittende partij moet combinerend van de ene naar de andere kaatser gaan om een punt te kunnen scoren. De bedoeling is dat de kaatser wordt aangespeeld en dat dan ‘de derde man’ gezocht wordt. Vervolgens is het de bedoeling, dat ze dus combinerend de andere kaatser moeten zien te vinden. Hierbij moet de ontvangende ‘derde man’ dus steeds goed uitzakken en meteen opengedraaid staan, omdat die immers de andere kant op moet. In deze oefening wordt het opendraaien dus op een wedstrijdechte manier geoefend.” Brekelmans vult aan: “Een andere mooie oefening is die waar in een rechthoek vijf tegen vijf gespeeld wordt met aan de beide lange zijden één speelster van elke partij. Deze mensen aan de zijkant moeten aangespeeld worden en zelf het veld indribbelen. De inspelende speelster neemt haar plaats dan in. De mensen aan de zijkanten moeten altijd goed opengedraaid staan als ze de bal aangespeeld krijgen. Ze moeten nooit frontaal het veld indribbelen, maar altijd diagonaal.”
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen