Inloggen
U bent niet ingelogd. Inloggen
Met minder budget stunten
Leestijd 6-8 minuten
| Bedankt voor uw mening!
Woensdag 6 September 2017


Henk de Jong staat is sinds januari hoofdtrainer bij De Graafschap. In het interview met TrainersMagazine vertelt de ‘raspositivo’ uit Friesland over de teamontwikkeling en hoe hij met een ingekrompen budget wil stunten in de Jupiler League. “Thuis gaan we voor vermaak, uit puur voor de punten.”

Tekst: Rogier Cuypers | Beeld: Gerrit van Keulen

De interviewafspraak met Henk de Jong vindt plaats bij Bewegingscentrum Drachten, de sportschool van zijn broer. Na de talloze begroetingen aan het adres van de hoofdtrainer en een verdwaalde De Graafschap-supporter in Friesland die met hem op de foto wil, vertelt De Jong over het begin bij De Graafschap. Hij nam in januari het stokje over van de in december 2016 ontslagen Jan Vreman. “In januari had ik acht dagen om zaken te veranderen. We wisselden van systeem en gingen van 1:4:4:2 naar 1:4:3:3. Dat hebben we vier wedstrijden volgehouden, maar dat was erg lastig. We bleken erg kwetsbaar achterin. Uiteindelijk zijn we overgestapt naar een 1:5:3:2-systeem en toen dat werkte en we punten pakten, is dat 1:3:5:2 geworden. Heel erg aanvallend dus.”

Teamontwikkeling
Als een trainer aan het begin van het seizoen aan een nieuwe klus begint, is het altijd even op gang komen. Die tijd had De Jong niet. Waar een team normaal gesproken start in de ‘beleefdheidsfase’, daar had de Fries het niet zo makkelijk. Hij stapte middenin de ‘positioneringsfase’ binnen in Doetinchem, een fase met veel conflicten. Trainer weg, vertrouwen van de spelers ver te zoeken. Geen eenvoudige taak. “Het was één en al onrust”, beaamt hij. “Rondom iedereen was er sprake van negativiteit. Onzekerheid ook. En als we een overleg hadden, werd er naar buiten gelekt en stond het een uur later in de pers. Daar ben ik wel van geschrokken.”

Maar hoe zorg je er als groep voor dat je snel uit die conflictfase komt? De Jong spart de afgelopen tien jaar met René Felen (consultant teamontwikkeling), die ook werkzaam is voor Feyenoord (Giovanni van Bronckhorst) en Everton (Ronald Koeman). “Hij geeft tips hoe je met een team om moet gaan in verschillende fases. Je komt het snelst uit de positioneringsfase door vast te houden aan de gemaakte afspraken. Als mensen niet spelen, gaan ze er tegenaan trappen. Waai niet met alle winden mee, dat kan niet als trainer. Geef jouw spelers veel aandacht. Daarom laat ik mijn assistenten ook vaak de training doen, zodat ik meer tijd heb om met de jongens te praten. In de voorbereiding spreek ik wel vier, vijf spelers per training.”

“In een conflictfase moet in mijn ogen de trainer een leidinggevende figuur zijn”, gaat hij verder. “Je moet zaken durven te benoemen en samen met jouw spelers tot een oplossing komen. Loopt nooit weg in die fase en neem altijd de leiding. Als er een keer wat gebeurt op de training laat ik het gaan, maar vraag naderhand altijd hoe de spelers ermee omgegaan zijn. En bijna altijd is het tegen die tijd al klaar. Elkaar scherp houden is niet erg, maar ik heb niets met het steeds negatief na coachen van elkaar.”

Prestatiefase
Uiteindelijk wil je als ploeg in een prestatiefase terechtkomen. Met name in zijn tijd bij Cambuur heeft De Jong die fase gekend. Een fase in de teamontwikkeling die veel eenvoudiger is dan de conflictfase, maar ook binnen no time vervlogen kan zijn. “Als je in die prestatiefase zit, is het als trainer wel belangrijk om de zaken goed bij te houden. Deze periode duurt vaak maar even. Want als het goed gaat bij een club als De Graafschap of Cambuur, vertrekken spelers in de winterstop of aan het einde van het seizoen. We draaiden een geweldige eerste seizoenshelft toen Albert Rusnak, ons cement tussen de stenen, naar FC Groningen vertrok. Op dat moment viel alles weg en haalden we veel minder punten. Je kunt je als trainer dus nooit rijk rekenen. Dus ook wanneer het goed gaat, is het belangrijk een vinger aan de pols te houden.”

Het maken van afspraken is cruciaal voor De Jong. “We maken afspraken vanuit onze kernwaarden. De afspraken maken we met de gehele ploeg, dus daar werken we samen aan. Deze noteren we ook. Voetballers hebben behoefte aan regels en afspraken. Ze willen die soms een keer overschrijden, dan krijgen ze een boete. Maar je moet een boete ook met humor geven. Dan blijft het leuk en aan het einde van het seizoen gaan ze toch van die boetepot op stap. Boetes geven hoort ook bij teamontwikkeling. Maar ze pakken ook mij hoor. Soms loop ik met voetbalschoenen de massageruimte in en zonder te zeggen staat mijn naam ineens op het bord. Die manier van dollen schaar ik onder de noemer ‘voetballiefde’.”

Assistenten
“Na de nederlaag tegen FC Den Bosch (0-3), wilde ik er een eigen assistent bij”, vervolgt hij. “Mijn staf deed veel goed, maar ik wilde nog sneller. Toen heeft de directie, in de persoon van Peter Hofstede er mee ingestemd om Sandor van der Heide te halen. Hij weet precies wat ik wil en heeft een geweldig idee over voetbal. Hij was zelf een middenvelder. Geen loper en moest als speler dus altijd drie stappen vooruit denken. Dat doet hij ook als trainer. Hij is een fantastische aanvulling. Vanwege een knieblessure heb ik maar tot mijn twintigste jaar gespeeld. Daarom wil ik iemand naast me die op een moeilijke positie in het veld heeft gelopen en anders denkt. Dat heeft Arne Slot ook. Die jongens denken apart en daar houd ik van. Het is vernieuwend, out of the box. Ik zie dat niet als bedreiging, maar vind het geweldig. Ik doe mijn eigen ding, maar ik word door die jongens besmet. Ik ben bijna 53 jaar en die jonge gasten hebben een goede opleiding gehad. Maak daar als trainer gebruik van.”

De hoofdtrainer van De Graafschap werkt met een zeer duidelijke rolverdeling binnen zijn staf. “Ik ben de hoofdtrainer. De manager van de ploeg. Sandor is eerste assistent en Richard Roelofsen en Jan Oosterhuis zijn mijn tweede assistenten, Edwin Susebeek mijn keeperstrainer.Ik bepaal de grote lijnen en geef de opdrachten aan hun. Zij moeten zich ook ontwikkelen, ook op het gebied van wedstrijdanalyses. Op die manier ontlasten ze mij en kan ik me op het totaalplaatje richten. Ik vind het ook belangrijk dat mijn assistenten vol meedraaien en een belangrijk rol in het geheel hebben.”

Omgang met spelers
Wanneer de Fries praat over zijn team en trainersstaf wordt duidelijk dat hij een echte traditionele manager is. Iemand die graag een band opbouwt met zijn spelers en staf. “Ik probeer voetbalgedachtes te achterhalen bij de jongens, maar ook individuele gedachtes en zaken over hun privéleven. Is iemand getrouwd? Leven zijn vader en moeder nog? Normaal heb je zes weken in de voorbereiding, maar toen ik hier begon moesten we meteen presteren. Om dat voor elkaar te krijgen, is het belangrijk naar de sterke punten te kijken en deze ook te benoemen. Complimenten geven en werken aan het vertrouwen zijn belangrijke zaken. Zeker op de momenten dat een ploeg het moeilijk heeft. Maar ik besef dat het hand in hand moet gaan met prestaties. Als de resultaten uitblijven, kun je namelijk praten wat je wil.”

Ondanks dat De Graafschap het moeilijk had in het begin dat De Jong er kwam, was hij zeer enthousiast over de groep. “Het was een zeer leergierige groep die er voor ging. Daryl van Mieghem is daarin een goed voorbeeld. We hadden hem gehaald voor het 1:4:3:3-systeem, maar vervolgens wisselden we van systeem. Ik liet hem wel altijd invallen en heb uitgelegd waarom hij niet speelde. Uiteindelijk wilde hij graag bij ons te blijven, terwijl hij geen basisspeler was. Dat is het grootste compliment dat je als club kunt krijgen. Maar uiteindelijk moet je wel met die spelers aan de gang. De nummers twaalf tot en met 22 zijn mijn belangrijkste spelers. Ze kunnen eventueel ook voor onrust zorgen, maar dan pak ik ze direct aan. Als ik het idee heb dat mensen de zaak ondermijnen, dan roep ik ze meteen bij me. En als spelers op de bank zitten leg ik dat uit en kijk ik hoe ze reageren. Ook als ze daar verkeerd op reageren haal ik ze bij me en leg ik uit wat hun gedrag voor invloed heeft op de groep en op een concurrent. Dat doe ik in de vragende vorm. Kan dat uiteindelijk niet opgelost worden, dan moet je afscheid van elkaar nemen.”

Oudere spelers
De Jong maakt in zijn omgang wel degelijk verschil tussen de jongere en de oudere spelers. “Ik probeer ervoor te zorgen dat de oudere spelers een coach zijn voor de jongeren. Totdat ze een beetje gelijk zijn of zelfs voorbijgestreefd worden door de talenten. Je kunt oudere jongens in een bepaalde rol zien te krijgen. Zelfs als het een wisselspeler betreft. Mart Dijkstra speelt nu bij N.E.C., maar in mijn tijd bij Cambuur was hij geen basisspeler. In de kleedkamer speelde hij echter een geweldige rol waar het ging om het meedenken in het voetbal. In de rust gaf hij tips aan bepaalde spelers. Dat is een mooi voorbeeld van iemand van half twintig die toch een rol heeft voor jongere spelers. Maar iemand moet zich wel prettig voelen in die rol en dat moet je ze niet opleggen. Bij mij zijn de jongere spelers als Mark Diemers en Filip Bednarek die deze rol vervullen. Ze hebben een goede mening over voetbal en dan kijk ik niet naar hun leeftijd. Bij oudere spelers houd ik bijvoorbeeld wel extra rekening als het gaat om belasting. Sjoerd Ars krijgt een andere behandeling. En als de jonge spelers op zijn positie beter zijn, wil ik Sjoerd in een soort assistent-trainer rol. Daar ben ik in het voortraject al met zo’n speler mee bezig.”

Zelfsturend team
Door de natuurlijke leiders in het elftal verantwoordelijkheden te geven, hoopt De Jong op een zelfsturend team. “Maar de trainer is wel de baas”, benadrukt hij. “Ik kan prima tussen en boven de groep staan. Een mooi voorbeeld is het trainingskamp. Aan het einde van dat trainingskamp mogen ze op stap en het zo laat maken als ze zelf willen. Maar in de ochtend gaan we wel trainen en dan moeten ze ook niet zeuren. Uiteraard doe ik dan wel koptraining”, lacht hij. “De assistenten mogen ook mee, maar ik blijf dan thuis. Er moet wel afstand blijven.”

Het maken van goede afspraken is volgens de oefenmeester essentieel als het gaat om het zelfsturende team. “We maken goede afspraken en deze blijven van kracht totdat het tegendeel bewezen is. Ik zal spelers nooit in de rug aanvallen. Ze moeten zich durven te ontwikkelen en er moet geen sprake zijn van een angstcultuur. Spelers en trainers weten wat ze van elkaar kunnen verwachten en als ik bij moet sturen, stuur ik bij. Maar ik zal de trainers in de training nooit in de verkeerde zin overrulen. Dat is dodelijk voor een assistent trainer.”

Kritiek
Als hoofdtrainer ben je in veel gevallen het mikpunt van kritiek. Niet altijd makkelijk, weet De Jong uit ervaring. “Mensen snappen niet altijd hoe ik ben. Bijvoorbeeld dat ik altijd zo positief ben. Zo leef ik en ik hoef geen rol te spelen. Als het slecht gaat, lees je de meest verschrikkelijke dingen. Soms ook als het goed gaat, maar dan vanuit jaloezie. Ik lees dat niet meer, want je wordt daardoor beïnvloed. Als je al die supportersfora naleest, dan word je gek. Daar heb ik ook hulp mee gehad, want in mijn tijd bij Cambuur had ik er wel last van. Zeker toen Sandor werd ontslagen. Dat heeft aan me gevreten. Ik kreeg ook berichten van collega-trainers die het onrechtvaardig vonden. Ik heb uiteindelijk geleerd van de situatie en zorg dat ik veel dingen niet meer lees. Vroeger deed ik dat wel. Dan las ik al die positieve dingen, maar maakte ik de negatieve berichten veel groter voor mezelf.”

Visie
De Jong heeft zich ook op het gebied van zijn voetbalvisie ontwikkeld. De romanticus die altijd super aanvallend wilde spelen, heeft op sommige momenten plaatsgemaakt voor de realist die weet dat het uiteindelijk om de punten draait. “Van nature ben ik ontzettend aanvallend, maar daar ben ik wel vanaf gestapt. Via René Felen heb ik ook contact met Ronald en Erwin Koeman. Toen Ronald met Feyenoord zijn 1:3:5:2 systeem speelde, vertelde hij dat we als enige weerstand konden bieden aan dat systeem. Hij adviseerde me toen het minder ging met Cambuur om wat anders te gaan spelen. Vervolgens heb ik toch vastgehouden aan ons eigen systeem, maar daar denk ik nu anders over. Thuis wil ik aanvallend spelen en het publiek vermaken. In uitwedstrijden veel compacter en desnoods op de counter. Uit gaat het om de punten. Daarom zorgen wij ook dat we verschillende systemen kunnen spelen. We trainen op 1:3:5:2 wat ook weer kan overgaan in 1:3:4:3. En als we spelers hebben die het kunnen, dan willen we ook 1:4:3:3 beheersen. Een ploeg als Hoffenheim kan dat geweldig, het spelen van meerdere systemen. Daar moet je wel flink op trainen.”

Omdat De Graafschap niet de financiële middelen heeft om te wedijveren met bijvoorbeeld degradant N.E.C. moet het creatief zijn wat betreft spelers. “We wilden snelle, creatieve jongens. Die hebben we er nu bij. Qua geld kunnen we niet op tegen bepaalde clubs, maar we zijn wel uniek. Daarom willen we ook meerdere systemen kunnen spelen.”

Voorbereiding
“In de voorbereiding ligt de nadruk bij ons op het voetbal”, vertelde hij over de periode juli en augustus. “We trainen dan niet speciaal een periode op balbezit of balbezit tegenstander. Dat trainen we door elkaar heen. Ook kijk je naar de tegenstanders. Je kunt wel met verdedigen beginnen, maar als je in de voorbereiding tegen amateurteams speelt, ben je alleen maar met aanvallen bezig. Ook trainen we al vroeg de standaardsituaties, omdat we in die wedstrijden veel vrije trappen en corners krijgen.”

Tot slot is De Jong duidelijk wat betreft zijn doelstellingen voor het komende voetbalseizoen. “We willen bij de eerste vijf Eerste Divisie clubs eindigen om daarmee de eerste ronde van de play-offs over te slaan. Die doelstelling hoort bij de club, de spelers en mijzelf. We willen presteren en zijn er niet om mee te hobbelen.”

Overstap & boek
Een tijdje was Henk de Jong weg uit de trainerswereld. Na zijn vertrek bij Cambuur duurde het bijna een jaar voordat hij weer in Doetinchem op het trainingsveld stond. In de tussentijd was hij accountmanager bij FC Groningen. “Hans Nijland belde me en binnen vijf minuten waren we eruit. Uiteindelijk wist hij dat als er een mooie club zou komen, mijn hart daar lag. Toen uiteindelijk De Graafschap kwam, heb ik het op het spits gedreven. Ik miste de omgang met het team. Als accountmanager verkoop je ook de club, maar nu kan je dat doen op tv.”

De Jong ziet aan het einde van het interview ook nog even de kans om het boek over hem, dat in november verkrijgbaar is, onder de aandacht te brengen. “Het is een heel apart boek. In eerste instantie zou het vooral gaan over de band tussen mij en de supporters, maar het gaat ook over vroeger. En ook voetbalzaken, zoals het ontslag van Sandor bij Cambuur, worden besproken. Had ik al gezegd dat het vanaf november te koop was?”, lacht hij.
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
Leren van topcoaches