Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Plezier, Prestatie en Persoonlijke ontwikkeling
Leestijd 6-8 minuten
| Bedankt voor uw mening!
Woensdag 27 September 2017

Joost Baake heeft in zijn werkwijze drie woorden steevast verworven: plezier, prestatie en persoonlijke ontwikkeling. De trainer van Rood Zwart O13-1 legt uit waarom hij vindt dat deze drie factoren belangrijke voorwaarden zijn om op een verantwoorde manier aan de slag te gaan bij deze leeftijdscategorie.

Tekst: Tom Druppers | Beeld :Tom Druppers

Baake vertelt dat de drie p’s, zoals hij ze zelf noemt, onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, zij het in willekeurige volgorde. “Het een is namelijk niet belangrijker dan het andere, het versterkt elkaar juist. Als je een selectie-elftal traint is alleen plezier niet voldoende, want je wilt natuurlijk ook een stukje prestatie. Echter, als de prestatie te veel leidend is, kunnen kinderen het plezier verliezen. Aan de ene kant is in het voetbal de teamgedachte van belang, anderzijds vind ik persoonlijke ontwikkeling van spelers ook belangrijk, omdat ze zich in de onderbouw heel sterk ontwikkelen.”

Plezier
Baake noemt dit een van de basisvoorwaarden voor de uiteindelijke ontwikkeling van het team en de spelers gedurende een seizoen. “Het begrip plezier is natuurlijk vrij abstract en moeilijk onder woorden te brengen. Voor mij zit het hem in kleine dingen, bijvoorbeeld in de onderlinge acceptatie in de groep en de manier van coachen richting ploeggenoten. Voor mij is het veelzeggend wanneer veel spelers ruimschoots voor trainingstijd aanwezig zijn op het veld en onderling zonder problemen met elkaar gaan voetballen. Dan weet je dat het qua saamhorigheidsgevoel in ieder geval goed zit.”

Als trainer probeert hij dit ook te beïnvloeden door de balans tussen recreatieve en educatieve oefenvormen goed te bewaken. “Zo moet je af en toe aanvoelen dat een spelletje voor, tijdens of na een training een welkome afwisseling is ten behoeve van de voetbalfrisheid. Als we bezig zijn met onze reguliere oefenvormen verwacht ik opperste concentratie en eis ik veel bereidheid van mijn spelers. Anderzijds weten zij ook: als ze dat opbrengen volgt zo nu en dan een ontspannen oefenvorm, waar ik ze beloon voor de geleverde arbeid.”

Ook geeft hij af en toe ruimte voor wat luchtigheid tussendoor. “Als beginnend trainer dacht ik vaak dat dit ten koste ging van de concentratie tijdens oefenvormen. Een dolletje tussendoor kan er juist voor zorgen dat spelers weer fris aan een nieuwe oefening beginnen. Juist door de spanning er af en toe even af te halen, win je de spelers voor je en kun je daarna weer vol goede moed verder aan de slag.”

De factor ‘plezier’ kan echter een flinke knauw krijgen als de resultaten tegenvallen. Volgens Baake ageert hij daar in zijn werkwijze op door het resultaat op zich niet té belangrijk te maken. “Als je gebruik maakt van de drie p’s moet je erop toezien dat ze goed in balans zijn ten opzichte van elkaar. Een wedstrijd winnen of verliezen hangt van zoveel verschillende externe factoren af dat het zonde is dat je hier in de onderbouw te zwaar aan tilt, omdat dit ten koste kan gaan van het plezier en de motivatie van jonge voetballers.”

Prestatie
Als de tweede ‘p’, prestatie, ter sprake komt, wil Baake graag op voorhand al een misverstand uit de wereld helpen. “Er is namelijk een verschil tussen het resultaat en de prestatie. Hoewel veel mensen dit vaak in directe relatie tot elkaar zien is er wat mij betreft een groot onderscheid tussen beide. Het resultaat doet namelijk lang niet altijd recht aan het verloop van de wedstrijd.”

Baake probeert zich dan ook voornamelijk te focussen op de performance van zijn team en spelers tijdens trainingen en wedstrijden. “Je kunt een wedstrijd nipt verliezen, maar toch uitstekend gespeeld hebben. Door bezig te zijn met het proces van constant beter worden als team en individu, probeer ik spelers minder vatbaar te maken voor de teleurstelling van een nederlaag.”

De oefenmeester stuurt zijn spelers niet met al te veel opdrachten het veld in. “Zo oefenden wij afgelopen seizoen tegen een club waarvan de trainer iedere handeling voorzag van sturende coaching, alsof hij zelf iedere keer de keuze moest maken. In mijn ogen leren spelers daar niets van. Het zal ongetwijfeld tot verbetering leiden, maar weet een kind dan wel waarom hij iets op een bepaalde manier uitvoert? Ieder zijn eigen manier, maar ik laat spelers liever zelf tot oplossingen komen.”

“Wel probeer ik duidelijke kaders te schetsen, zodat we als elftal zo optimaal mogelijk kunnen functioneren. Ik doel dan op de hoofdpunten binnen de verschillende teamfuncties. Vervolgens ontstaan er veel situaties waar zij zelf voor verschillende keuzes komen te staan. Als een speler dan herhaaldelijk een keuze maakt die verkeerd uitpakt, maar wel een goede bedoeling heeft, is het aan mij als trainer om een tip te geven waardoor het op termijn wel tot een geslaagde actie zal leiden.”

In het begin werd Baake nog weleens raar aangekeken door menig ouder of speler als hij zei dat hij wilde dat ze juist fouten zouden maken. “Dat leidde nog weleens tot verwarring. Door middel van de mix van de drie p’s probeer ik een sfeer te creëren waarin lef beloond wordt en het maken van een fout daar af en toe een gevolg van is. Als je nooit fouten maakt betekent het eigenlijk vooral dat je geen nieuwe dingen uitprobeert.”

Persoonlijke ontwikkeling
Bij aanvang van een nieuw seizoen organiseert Baake steevast een ouderavond, waarbij hij hen informeert over zijn manier van werken. “Ook probeer ik meer te weten te komen over de thuissituatie en persoonlijke omstandigheden van mijn spelers. Een scheiding van ouders of persoonlijke problemen kunnen grote invloed hebben op kinderen. Daarnaast wil ik graag weten hoe een speler in elkaar steekt. Het is zinvol om te weten of iemand bijvoorbeeld last heeft van faalangst. Als je dat op voorhand weet kun je daar als trainer rekening mee houden in je benadering en hem daar mogelijk stapsgewijs in begeleiden.”

Na de ouderavond volgen persoonlijke gesprekken met zijn spelers. “Dat zijn geen gesprekken die een half uur duren. Ik probeer er vooral achter te komen waar een speler zelf vindt dat zijn kwaliteiten liggen en spreek dan mijn eigen verwachtingen uit.”

Om de persoonlijke ontwikkeling van zijn spelers meetbaar te maken, maakt hij per wedstrijd gebruik van beoordelingscijfers. “Dat maakt het voor mij makkelijker om gaandeweg het seizoen helder te krijgen hoe de ontwikkeling verloopt.” Hij benadrukt echter dat de beoordelingen niet louter gebaseerd zijn op voetbaltechnische handelingen. “De definitie van een prestatie is namelijk veelomvattender dan dat. Bereidheid en mentale weerbaarheid zijn eveneens zaken die ik meeneem, omdat ik dat minstens even belangrijk vind als het niveau.“

Hij noemt de individuele beoordelingen een handvat om iets abstracts als ontwikkeling concreet te maken voor zichzelf. “Bovendien geeft het je de mogelijkheid om er ook echt iets mee te gaan doen. Als iemand al geruime tijd positieve beoordelingen krijgt, kun je daar eens een compliment over geven. Wanneer een speler al een tijd lang onder zijn kunnen presteert op meerdere vlakken ga ik op zoek naar de achterliggende reden en gaan we daarmee aan de slag.”

Evaluatie
Baake kiest er nooit voor om de prestatie direct na afloop van een wedstrijd met zijn spelers te evalueren. “Kinderen zitten dan nog erg in de emotie van het spel en daarom acht ik het niet zinvol om direct daarna een bespreking te houden.” Liever wacht hij tot het eerstvolgende trainingsmoment, zodat hij zelf op een rijtje heeft kunnen zetten wat er goed en minder goed is gegaan.

“Vragenderwijs proberen we voor de training tot een zinvolle analyse te komen van de afgelopen wedstrijd. Ik geef graag mijn spelers het woord en probeer ze zelf iets te laten vertellen over de teamprestatie en de manier waarop zij het beleefd hebben.”Wel waakt hij ervoor dat spelers geen sociaal-wenselijke antwoorden geven. “Soms merk je dat spelers herhalen wat ik eerder heb gezegd. Dit probeer ik te voorkomen door open vragen te stellen aan mijn spelers.”

De trainer benadrukt dat hij het laagdrempelig en begrijpelijk probeert te houden. “Iedereen moet zijn zegje kunnen en durven doen. Vaak start ik dan met de verbeterpunten en sluit ik af met de dingen die goed zijn gegaan tijdens de wedstrijd, zodat we altijd op een goede manier afsluiten en op positieve wijze kunnen starten met de training.”

Talentontwikkeling
Door zijn jarenlange ervaring in het trainen van jonge jeugd heeft Baake ook zijn eigen zienswijze op talentontwikkeling in het jeugdvoetbal. “Hoewel de meningen daarover uiteenlopen denk ik dat spelers wel degelijk met voetbaltechnisch talent geboren worden, maar dat ook mentaliteit meer dan ooit bepaalt in hoeverre dit wordt doorontwikkeld.” De waarheid, zo zegt hij zelf, ligt waarschijnlijk ergens in het midden. “Aan ons trainers de mooie taak om die ontwikkeling te stimuleren en verder bij te schaven. Door de drie p’s als uitgangspunt te nemen probeer ik daar op mijn eigen manier een steentje aan bij te dragen“, zo besluit hij met een knipoog.
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen