Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Voetballeercyclus als leidraad voor ontwikkeling individu
Woensdag 4 Oktober 2017

“Veel trainers weten wel wat ze willen aanleren, maar niet op welke manier ze dat kunnen doen.” Roger Bongaerts, Hoofd Jeugdopleiding van VVV-Venlo, ontwikkelde daarom een methode die diverse fasen onderscheidt in het leerproces van jonge voetballers. Ook legt hij uit hoe men de ontwikkeling van het individu probeert te reguleren binnen het teamproces.

Tekst: Tom Druppers | Beeld: Marijn Bouten

Als voorman van de jeugdopleiding van de kersverse eredivisionist is Bongaerts verantwoordelijk voor het bewaken van het technisch beleidsplan. “Ik vind het daarom belangrijk om veel op het trainingsveld te staan, zodat ik met trainers kan sparren over zaken met betrekking tot het opleiden van jeugd. Ook geeft het mij een inkijkje in de manier van werken en heb ik hierdoor goed in kaart hoe de voortgang per leeftijdsgroep verloopt.”

Wanneer hij met zijn collega's spreekt is het van belang dat er geen ruis op de lijn is, zodat het helder is wáár ze over praten, zo legt hij uit. “In de voetbalwereld zie je vaak dat mensen over hetzelfde praten, maar het anders benoemen. Dat zorgt voor verwarring. Door deze begrippen concreet af te bakenen en te omschrijven, wordt de onderlinge communicatie transparanter.”

Ter illustratie legt hij uit hoe men binnen de trainersstaf het verschil tussen voetbalcoördinatie en techniek stelt. “Voetbalcoördinatie is de vaardigheid met bal zonder weerstand, zoals bijvoorbeeld een geïsoleerde passeerbeweging, hooghouden of snel voetenwerk. Wij noemen dat ook wel de voorwaarden om uiteindelijk te komen tot een functionele techniek. Onder techniek verstaan we echter iets anders: dat is het functioneel toepassen van vaardigheden in wedstrijdgerelateerde of wedstrijdspecifieke situaties.”

Voetballeercyclus
De jeugdopleiding van VVV-Venlo maakt gebruik van een zogeheten voetballeercyclus. Die cyclus bestaat uit vier fases; de eerste drie zijn training en de vierde en laatste fase is het wedstrijdmoment. “Het voetballeerproces omvat meerdere fases die ieder een andere behoefte vervullen. Het uiteindelijke doel is het duurzaam verbeteren van de voetbalprestatie, als gevolg van trainingen en wedstrijden.”

Binnen iedere training staat er een leerdoel centraal, dat leidend is voor de invulling van de oefenvormen. “Door goed af te bakenen wat je traint kun je concreet aan de slag met specifieke verbeterpunten. We kiezen er daarom voor om veel van weinig aan te bieden, in plaats van andersom.”

Daarom is het van belang dat de gekozen oefenvormen goed op elkaar aansluiten, zo zegt Bongaerts. “Het kan niet zo zijn dat er gestart wordt met een dribbelvorm, terwijl het eigenlijke leerdoel van de training het versturen van een pass is. Als je gedurende een training zorgt voor een herkenbare opbouw qua oefeningen, ben je bezig met efficiënt leren, want in de uitvoering wordt er in verschillende situaties in essentie hetzelfde gevraagd van spelers, maar met veel aandacht voor aanpassingsvermogen en verschillende prikkels. Spelers dienen zich telkens weer aan te passen aan nieuwe situaties.”

Bongaerts schetst ter illustratie ook nog een situatie die hij niet wenselijk acht, maar nog steeds veelvuldig voorbij ziet komen op alle niveaus. “Dan wordt er na de warming-up een passvorm gedaan, waarna er een positiespel volgt. De afstanden van de passes die verstuurd worden in het positiespel hebben dan vaak helemaal geen relatie met de eerdere oefenvorm, omdat de afstanden totaal verschillend van elkaar zijn. Dit wordt dan vervolgd met een partijspel met wéér andere accenten.”

Ontdekken
Stap voor stap legt Bongaerts uit hoe iedere fase binnen de voetballeercyclus eruitziet. De eerste fase is ‘ontdekken’, waarbij begrippen als ondervinden, ervaren en oriënteren een belangrijke plaats innemen. “Probeer er maar eens een rommeltje van te maken en kijk dan wat er gebeurt”, zo begint Bongaerts. “Vaak zie je dat trainers voor een oefenvorm uitgebreid aan het uitleggen zijn en voordat er daadwerkelijk gestart is ben je een paar minuten verder. Houd op met die onzin! Geef als trainer hooguit aan wat het uiteindelijke doel is van de oefenvorm en ga direct van start. Je zult dan zien dat er een chaotische situatie ontstaat, omdat spelers op zoek gaan naar oplossingen binnen hun eigen creativiteit.”

De organisatie van de oefenvorm is leidend in het leerproces, want die moet namelijk impliceren wat het leerdoel is. “Voor de trainer is er in deze fase een meer bescheiden rol. Voor hem is het van belang dat hij goed observeert hoe spelers handelen in die chaos. In de volgende fase kun je daar vervolgens op inspelen, door bijvoorbeeld een aanpassing te doen in de organisatie van de oefenvorm, of spelers een tip te geven. Dit kan impliciet door een aanpassing van de oefenvorm of expliciet in coaching. Dit eerste heeft mijn voorkeur, maar ook detailcoaching is wezenlijk voor de ontwikkeling van spelers. Dat wordt vaak vergeten.”

Bewust worden

In de bewustwordingsfase gaat de trainer met de spelers in dialoog over bepaalde voetbalhandelingen. Hij bevraagt spelers dan over gemaakte keuzes, of legt bepaalde situaties stil. “Dan ga je meer kaderen en uitleggen wat je graag terug wilt zien in de oefenvormen. Dit is het leerdoel, hoe zou je dat nog beter kunnen doen? De trainer krijgt dan dus een iets prominentere en sturende rol.”

De overgang tussen de verschillende fases noemt hij een transfer. “Dat is het proces waarin een speler zijn opgedane ervaringen binnen voetbalhandelingen kan toepassen in een nieuwe situatie. Belangrijk daarin is de mate waarin het aangeleerde zich vertaalt naar de wedstrijd. Sommige transfers zijn niet direct zichtbaar en pas te ontwaarden op de langere termijn. Het is belangrijk voor onze trainers om daar rekening mee te houden.”

Ook spreekt men tijdens onderlinge overleggen van retentie. Bongaerts omschrijft dat als het ‘anker van leren’. “Leren vraagt om construeren van kennis en vaardigheden. Spelers moeten als het ware het geleerde verbinden met dat wat ze al weten en kunnen en toepassen in de wedstrijden. Leren is cumulatief, alleen de ontwikkeling van een speler loopt niet altijd lineair.”

Toepassen
Het laatste stadium van de training is de toepassingsfase en bestaat altijd uit partijvormen, waarbij spelers niet geremd worden door regels waarbij ze dingen niet mogen doen. “Belangrijk hierbij is dat de principes en intenties helder zijn voor de spelersgroep. Afhankelijk van de leeftijd en het niveau kiest hij een partijvorm die zo goed mogelijk aansluit bij het centrale leerdoel van de training. We willen het voetbalgedrag testen en toetsen onder wedstrijdweerstand. Daarom maken we gebruik van volledige weerstand, zodat de wedstrijdsituatie zo goed mogelijk wordt nagebootst.”

Wel kan er gespeeld worden met afstanden, zodat het leerdoel vaker naar voren komt in de partijvorm. “Als bijvoorbeeld het spelen van de wisselpass het leerdoel is, kun je als trainer kiezen voor een breed speelveld met meerdere doelen. Hierdoor worden spelers gedwongen om de ruimte te zoeken, want aan de zijkanten van het veld is er immers altijd een mogelijkheid tot scoren.”

Performance
Het laatste onderdeel van de leercyclus heeft betrekking op échte wedstrijdweerstand, wanneer er dus gespeeld wordt tegen een tegenstander. “Hoewel veel trainers altijd zeggen dat ze de wedstrijd nabootsen in de training, is dat in mijn ogen onmogelijk. In deze fase is het de bedoeling dat alles wat spelers geleerd hebben in de trainingsweek wordt toegepast in het belangrijkste onderdeel van het spel: de wedstrijd. Het leerproces stopt natuurlijk niet na de wedstrijd. We kunnen dus eigenlijk spreken van een leerspiraal. De leercyclus wordt elke training en wedstrijd weer ingezet.”

IOPP
Bongaerts legt uit dat de ontwikkeling van het individu centraal staat tijdens zijn jeugdopleiding. “Dat vinden wij nog belangrijker dan de teamontwikkeling tijdens het seizoen. Uiteindelijk is het opleiden van volwaardige eerste-elftalspelers het doel van onze academie.”

Om de ontwikkeling van het individu te stimuleren en meer sturing te geven, maakt VVV-Venlo gebruik van een Individueel Ontwikkeling- & Prestatie Plan, kortgezegd het IOPP. Het plan wordt vormgegeven door de zes bouwstenen van de jeugdopleiding:

1) Aanvallen
2) Verdedigen
3) Lifestyle
4) Voetbalgedrag
5) Persoonlijke eigenschappen
6) Fysiek

“Daarin staat het pad omschreven dat een jeugdspeler bewandelt tijdens zijn jeugdopleiding. Eigenlijk moet je dit zien als een leidraad voor de ontwikkeling van onze spelers. De zes bouwstenen zijn de handvatten waarmee we het IOPP invullen en vormgeven. We stellen dat plan jaarlijks op samen met de speler en benoemen dan per bouwsteen een aantal doelstellingen.”

“Het lijkt op het meer gangbare Persoonlijke Ontwikkeling Plan, ofwel: POP. Echter is er een belangrijk verschil: bij ons draait het niet alleen om de ontwikkeling, maar ook om de uiteindelijke prestatie. Dat betekent dat spelers het geleerde in een training uiteindelijk ook toepassen in hun performance”, zo zegt Bongaerts, refererend aan de voetballeercyclus.

Uiteindelijk moet het IOPP leiden tot het voortbrengen van de ‘ideale’ VVV-speler. Ook de mentale eigenschappen van een jeugdspeler zijn bepalend in de totstandkoming van de zes bouwstenen, zo zegt Bongaerts. Daarom heeft hij samen met zijn collega’s twaalf punten opgesteld waaraan een jeugdspeler van VVV te herkennen is.

“Belangrijk daarin is de verbale en non-verbale houding van een jeugdspeler. Durft hij een tegenstander op te zoeken tijdens het dribbelen en hoe reageert hij als het een aantal keren niet lukt? Een aantal van deze eigenschappen is aangeboren, maar in zijn manier van trainen, coachen en begeleiden ligt er een sleutelrol voor de trainer om deze competenties verder te ontwikkelen.”

Evaluaties van het IOPP vinden meerdere keren per seizoen plaats. Bongaerts vertelt dat er tijdens het seizoen eigenlijk onderling constant geëvalueerd wordt. “Als ik samen met trainers op het veld sta, voeren we steeds gesprekken over de voortgang van individuen binnen het teamproces. Evaluatie is niet iets dat je op een aantal vaste momenten doet. Onze trainers zijn constant bezig met het verbeteren van de prestaties en het stellen van nieuwe doelstellingen voor en met het individu.”

Vertaling naar trainingen
“De hoofdtrainer van een team is verantwoordelijk voor de prestaties van zijn groep en de ontwikkeling van de individuele spelers. Hij wordt hierbij ondersteund door mentoren en specialisten. De mentor begeleidt een speler in zijn ontwikkeling buiten het voetbalveld. De specialist helpt hem in het verbeteren van zijn individuele prestatie.” Dominik Vergoossen, trainer/coach van het O19-elftal van de club is een van de specialisten. “Dominik heeft als centrale verdediger jarenlang op het hoogste niveau gespeeld bij onder meer Fortuna Sittard en Cambuur Leeuwarden. Zijn expertise op het gebied van verdedigen is zeer waardevol en die proberen we dan ook volop te benutten. Hij is verantwoordelijk voor de begeleiding van verdedigers van diverse jeugdteams en probeert hen gedetailleerd te helpen in het verbeteren van hun specifieke kwaliteiten.”

De invulling van de trainingsmomenten wordt dan ook bepaald door de behoeften van het individu. “Overigens betekent dat niet individualistisch trainen, zoals de naam misschien doet vermoeden. We kijken naar de leerbehoeften van de individuele spelers en kiezen daar passende oefenstof bij. Het zijn dus geen geïsoleerde vormen, waarbij spelers echt solistisch trainen. We vormen een groep spelers met dezelfde leerbehoeften of spelers die elkaars weerstand juist nodig hebben. Deze groepen wijzigen wekelijks.”

Bongaerts vertelt dat er dan zelfs geen onderscheid gemaakt wordt in leeftijd. “Zo hadden we afgelopen seizoen een oefenvorm gericht op het kijkgedrag van spelers. De groep bestond onder andere uit spelers van ons O13- en O19-team, maar er trainde zelfs een eerste-elftalspeler mee die aan het revalideren was van een blessure. Hiermee bedoel ik aan te geven dat we kijken naar overeenkomstig voetbalgedrag en ons niet blindstaren op leeftijd.” Ook kan het zijn dat laatrijpe spelers van verschillende leeftijdsgroepen bij elkaar gezet worden. “Dan neutraliseren we de fysieke verschillen en kijken we naar de biologische leeftijd in kilo’s en centimeters. Op dat vlak willen we ons komend seizoen verder gaan oriënteren.”

“Onze teams trainen slechts één keer per week teamtactisch. Dan zijn ze bezig met het ontwikkelen van hun speelwijze. Dit is altijd de laatste training van de week.” Bongaerts geeft aan dat dit onderstreept, dat de ontwikkeling van het individu dus ook daadwerkelijk voorrang krijgt op zaken als bijvoorbeeld speelwijzeontwikkeling. “De invulling van de trainingsmomenten staat dus echt in het teken van het individu. Door de nadruk hierop te leggen hebben de trainers, specialisten en mentoren ook echt de tijd om hier voldoende aandacht aan te kunnen schenken op het trainingsveld.”
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen