Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Aanvallen via de vleugels
Leestijd 6-8 minuten
| Bedankt voor uw mening!
Donderdag 19 Oktober 2017

Marcel Poirters besteedt in zijn trainingen veel aandacht aan het aanvallende spel van zijn team. Hierbij gaat zijn aandacht vooral uit naar het vleugelspel. Poirters: “In het centrum staan spelers dikwijls erg dicht bij elkaar. Op de vleugels ligt er een strook van ongeveer dertig bij twintig meter, waar relatief weinig spelers staan. Gebruik deze ruimte dan!”

Tekst: Rob Robben | Beeld: Nick van Esch

Poirters heeft als trainer van de O13-1 gemerkt, dat spelers van deze leeftijd nauwelijks in de gaten hebben hoeveel ruimte er voor de buitenspelers aan de zijkanten ligt. Poirters: “Het frappante hiervan is, dat de buitenspelers zich hier nauwelijks bewust van zijn.” Dit is voor Poirters een goede reden om hier in zijn trainingen en wedstrijdbesprekingen extra aandacht aan te besteden. “Door er veel op te trainen, worden mijn spelers zich hier meer bewust van en gaan ze uiteindelijk onbewust meer gebruik maken van deze ruimtes.”

Acties dúrven maken
Poirters speelt net zoals heel veel andere jeugdteams in een 1:4:3:3-formatie. “We spelen met twee aanvallende en een verdedigende middenvelder. Soms laat ik een van de centrale verdedigers doorschuiven naar het middenveld om zo dus met vier middenvelders en drie aanvallers te spelen. Op het middenveld spelen we dan in een ruit. Ik vind dat beter, omdat als we met vier verdedigers spelen, de verdedigers het eigenlijk veel te gemakkelijk hebben. Met drie verdedigers komen ze veel vaker in de echte duels. Daar leren ze veel meer van. Mijn links- en rechtsbuiten hebben in dit systeem een cruciale rol. Als je kijkt naar de hoeveelheid ruimte die ze hebben (zie afbeelding), moeten ze daar optimaal van kunnen profiteren. Als je als buitenspeler een beetje een actie in huis hebt, je redelijk snel bent en je ook nog eens op de goede manier vrijloopt, ben je als ploeg spekkoper. Het gevolg van een goede actie op de vleugel is vaak dat je een kansrijke situatie voor de goal krijgt. Wij hebben op dit moment buitenspelers die een actie kunnen maken en ik druk ze dan op het hart, dat ze de actie ook echt moeten maken. Als de actie een aantal keren mislukt, wil ik toch dat ze het de volgende keer wéér proberen, zelfs als dit ten koste gaat van het wedstrijdresultaat. We zijn spelers immers aan het opleiden en winst en verlies zijn daarbij niet direct bepalend. Ik vind, dat de spelers brutaal moeten zijn en met lef moeten spelen. Dit is soms lastig, omdat hun zelfvertrouwen vaak erg wankel is.”

Wedstrijd lezen
“Spelers moeten leren ervaren welke actie ze op welk moment het beste kunnen maken. Door hierop te trainen gaan ze deze situaties in de wedstrijd sneller leren herkennen. Welke actie ze wanneer moeten maken is natuurlijk sterk afhankelijk van hun eigen kwaliteiten, maar tevens van de steeds wisselende wedstrijdsituaties. Voor mij is het geen wet, dat een rechtsbenige speler altijd rechtsbuiten moet staan. Als ik twee goede rechtsbuitens heb, zet ik er eentje gewoon op de linkervleugel. Hij moet dan wel anders spelen dan de buitenspeler aan de andere kant. Verder zal een speler die het vooral van zijn snelheid moet hebben, anders spelen dan een speler die een goede individuele passeeractie in huis heeft. Ook de opstelling van de verdedigers van de tegenpartij is belangrijk voor de speelwijze van de buitenspelers. Spelers moeten dus heel bewust bezig zijn met zowel hun eigen mogelijke acties als de verdedigende opstelling van de tegenstander. Door ze vaak in deze situatie te brengen leren ze sneller een wedstrijd lezen.”

Juiste keuzes maken
Om als vleugelaanvaller wedstrijdsituaties te leren lezen, heeft Poirters diverse oefenvormen tot zijn beschikking. “Een hele mooie vorm is die in een ruimte van twintig bij dertig meter met twee kleine doeltjes (zie oefenvorm 1). Deze afmetingen komen overeen met de ruimte, die vleugelaanvallers normaal gesproken hebben op de vleugel. Een middenvelder speelt de bal naar de aanbiedende vleugelaanvaller, die op één van de twee kleine doeltjes probeert te scoren. Een verdediger probeert hem dit, door een goede opstelling, te beletten. Het mooie van deze oefenvorm is, dat die niet standaard verloopt. De speler die de bal aangeeft zal goed moeten kijken op welk been de vleugelspeler aangespeeld moet worden. Dit is dan weer afhankelijk van de opstelling van de verdediger. De aanvaller zal ook steeds zelf moeten bepalen of hij buitenom gaat om te scoren op het ene doeltje, of dat hij binnendoor gaat om op het andere doeltje te scoren. Zijn keuze is mede afhankelijk van de opstelling van de verdediger. Als deze aan de binnenkant dekt, zal de aanvaller buitenom de meeste kans hebben om tot scoren te komen. Dekt de verdediger de diepte af, dan kan de aanvaller beslissen om toch maar binnendoor te komen, zelfs als hij als rechtsbuiten, rechtsbenig is. Als de verdediger er een beetje tussenin gaat staan, zal de buitenspeler bijna altijd voor zijn beste been kiezen. Een rechtsbenige rechtsbuiten zal in die situatie vaker buitenom gaan om de voorzet te geven en een linksbenige rechtsbuiten komt dan binnendoor om eventueel met links af te werken of het spel te verleggen naar de andere kant. In deze oefening betekent dat dus scoren op het linkerdoeltje.”


Beïnvloeden
“Ik kan als trainer de actie van de buitenspeler beïnvloeden door bijvoorbeeld de verdediger bepaalde instructies te geven. Als de vleugelaanvaller rechtsbenig is, kan ik bijvoorbeeld tegen de verdediger zeggen, dat hij vooral de diepte moet afschermen. De aanvaller zal nu zelf moeten inschatten of hij voor zijn sterke been moet gaan, terwijl de verdediger de diepte afschermt of dat hij ervoor moet kiezen om met zijn zwakke linkerbeen naar binnen te komen. Omgekeerd kan ik dat natuurlijk ook doen door bij de linksbenige rechterspits de verdediger de opdracht te geven vooral de binnenkant te verdedigen. Om hetzelfde te bereiken kan ik de score bij het ene doeltje met één punt honoreren en bij het andere doeltje twee punten toekennen. Dit doe ik ook omdat ik niet wil, dat ze altijd hun favoriete actie maken. Dan wordt het te voorspelbaar en tegenstanders hebben dit snel door. Je bent dan veel te gemakkelijk te verdedigen. Vorig seizoen had ik een linksbuiten, die zowel binnendoor als buitenom zijn actie had. Je begrijpt, dat tegenstanders hier erg veel moeite mee hadden. Je bent dan gewoon extra in het voordeel.”

Variaties
“Het mooie van deze oefenvorm is, dat die diverse mogelijkheden tot variatie biedt. Zo kun je de verdediger de mogelijkheid geven om te scoren op een doeltje dat op de korte zijde aan de andere kant staat. Hierbij zorg je ervoor, dat de aanvaller geen tijd heeft voor een rouwmoment. Verder kun je de speler die de bal aanspeelt eventueel nog inschakelen voor de kaats. Verder kun je werken met twee verdedigers en de speler die de bal inspeelt, speelt dan verder als extra aanvaller. Zo creëer je een twee-tegen-twee-situatie. Het spreekt voor zich, dat ook de weerstand van de verdediger opgebouwd kan worden. Voor de hand liggend is dat je eerst je buitenspeler de gelegenheid geeft om zijn specifieke kwaliteiten te laten zien. Het moeilijke hierbij is, dat spelers van deze leeftijd dikwijls nog niet weten waar hun specifieke talenten liggen. Sommige spelers zijn hier nog erg onzeker over. Het is dan mijn taak om ze te helpen deze te herkennen. Ik merk wel, dat spelers van deze leeftijd al veel meer nadenken over het spelletje dan ik, toen ik zo oud was. De kinderen zijn tegenwoordig veel bewuster bezig met het spel. Ik vind dat een mooie ontwikkeling.”


Wedstrijdvorm
Poirters bouwt deze oefening voor de buitenspelers verder uit door middel van een partijspel op één groot doel en twee kleine doeltjes (oefenvorm 2). “Het gaat dan vooral om de goede voorzet vanaf de vleugels en de verdere afwerking op een groot doel. Bij de O13 is het belangrijk, dat je de voorzet dan niet laat geven vanaf de cornervlag, omdat deze afstand voor de meeste spelers van deze leeftijd gewoon te groot is. Bij deze oefenvorm kun je de andere spelers laten lopen, zoals jij wilt. Ik benadruk hierbij altijd, dat de vleugelspeler aan de andere kant ook actief meedoet. Ik zie dikwijls, dat die dan maar een beetje blijft hangen. Hij moet zorgen, die hij ergens bij de tweede paal verschijnt.”
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen