Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
De counter spelen
Donderdag 9 November 2017

De ambitieuze Roel Bijsterbosch constateert dat de counter in het moderne voetbal een steeds belangrijkere rol speelt. Hij wil met zijn O19 daarom in principe graag ‘de counter spelen’. Dit niet te verwarren met op de counter spelen. “De counter spelen is een speelwijze, waarbij snel de diepte gezocht wordt en waarbij wijzelf bepalen hoe we dat doen.”

Tekst: Rob Robben | Beeld: Toine van den Ende

Veel ploegen, zowel bij de amateurs als bij de profs, spelen tegenwoordig erg gegroepeerd en georganiseerd. Ze proberen resultaat te halen door te wachten op balverlies van de tegenstander om vervolgens op de counter te spelen. Je laat dan het initiatief eigenlijk helemaal aan de tegenstander. Dit is volgens Bijsterbosch iets anders dan wat hij graag wil, namelijk ‘de counter spelen’. “In onze speelwijze wachten we niet af, maar nemen we zelf het initiatief. Eigenlijk spelen we heel dominant, omdat wij door de positionering van onze spelers de speelwijze van onze tegenstander proberen te beïnvloeden. We proberen ze te dwingen tot het spelen van ballen, die ons goed uitkomen om tot onze favoriete speelwijze te komen. Hierdoor bepalen wijzelf waar we de bal willen veroveren.”

Hoe, waar en wie?
Bijsterbosch hanteert bij het spelen van de counter vier stappen. “De eerste stap is natuurlijk het veroveren van de bal. Als je de bal niet hebt, kun je immers niet aanvallen en uiteindelijk dus ook niet scoren. Bij het veroveren van de bal kijken we in eerste instantie naar de kwaliteiten van ons eigen team. Belangrijk hierbij zijn de vragen hoe, waar en wie. Hoe pakken we dit aan, waar op het veld gaan we dit doen en wie hebben hier allemaal een taak in? De formatie waarin we spelen is eigenlijk niet zo van belang, omdat we altijd kijken waar onze sterkste kwaliteiten liggen. Wie zijn onze beste balafpakkers en waar kunnen we met onze snelheid de tegenstander het meeste pijn doen?”



Bal veroveren
“Meestal spelen we in een 1:4:2:3:1-formatie. Onze linker controlerende middenvelder (8) is een erg goede balafpakker en ook nog eens een goede voetballer. Daarom proberen we hem in balbezit te laten komen. Dit proberen we voor elkaar te krijgen door de tegenstander te dwingen over rechts op te bouwen (zie diagram). Onze spits (9) gaat tussen de twee centrale verdedigers van de tegenpartij staan en dekt vooral de linker centrale verdediger af. Onze rechterspits (7) stelt zich op tussen hun linker centrale verdediger en hun linksback. Onze linksbuiten (11) zorgt, dat de rechtsback (2) niet aangespeeld kan worden. De keeper zal de bal dan waarschijnlijk naar de rechter centrale verdediger (3) spelen. Dat willen we ook, want onze sterkste balafpakker (8) staat aan die kant. Onze overige spelers stellen zich dan zo op, dat nummer drie alleen een diepe bal kan geven. Dat is dan ons moment, want daar staat onze linker verdedigende middenvelder (8) die erg sterk in het duel is en de bal zal gaan veroveren. Indien hun keeper nummer drie niet aan durft te spelen en de lange bal gaat spelen, is dat ook geen probleem, want dan is de kans ook groot dat we de bal kunnen veroveren door met name onze nummer acht.”



Bal vrijmaken
Om de counter te kunnen spelen moet in de eerste fase dus de bal worden veroverd. “Stap twee is dan dat de bal op een juiste manier vrijgemaakt wordt om een goed vervolg mogelijk te maken. Dit vrijmaken van de bal kan natuurlijk door een individuele actie van de balveroveraar, maar meestal kan de bal alleen worden vrijgemaakt door snel een dichtbijstaande en vrijstaande medespeler aan te spelen. Dit vrijmaken van de bal gebeurt niet zomaar op een lukrake manier. We proberen de spelers bewust van hun positie te laten ervaren hoe ze de bal op de beste manier vrij kunnen maken. Meestal is het in het centrum nogal druk en zullen onze nummers tien en zes gedekt staan. Daarom zijn vooral de loopacties van de nummers elf en vijf van belang. De eerste optie is dat mijn rechtsbenige linksbuiten zich los zal moeten maken van zijn rechtsachter door wat naar binnen te komen. Een tweede goede optie is onze linksachter, die zich losmaakt van hun rechtsbuiten en buitenom komt.”

Diep spelen
De derde stap, die Bijsterbosch onderscheidt en die kenmerkend is voor zijn manier van voetballen is vanzelfsprekend diep spelen. “Ik wil dat de bal zo snel mogelijk diep gespeeld wordt om de tegenstander geen gelegenheid te geven zich in te stellen op onze aanvallende acties. Als mijn verdedigende middenvelder (8) de bal heeft afgepakt en hij zou de bal door een individuele actie vrij kunnen maken, kan hij meteen diep spelen op onze snelle rechtsbuiten (7). Zoals ik in stap twee heb uitgelegd, is dit meestal niet mogelijk en moet de bal eerst vrijgemaakt worden door bij voorkeur de rechtsbenige linksbuiten aan te spelen, die dan snel de diepte moet zoeken richting de operationele ruimte die de tegenstander ons biedt. In de regel zoeken wij in de counter de ruimte aan de andere kant van het veld door een crosspass te geven in de loop van de snelle rechtsbuiten. Dit doen we omdat over het algemeen daar de meeste ruimte ligt. Als wij aan onze linkerkant de bal hebben veroverd, ligt er aan de andere kant meestal veel ruimte, omdat de centrale verdedigers (3 en 4) van de tegenpartij vanuit natuurlijk gedrag naar de balkant toegelopen zijn. Vanuit de natuurlijke ‘hoge’ positie van de linkervleugelverdediger in de opbouw, komt er heel veel ruimte tussen de ‘4’ en de ‘5’ van de tegenstander. Van die operationele ruimte willen wij graag gebruik maken.”



Bijsluiten en scoren
De laatste stap is, dat het hele team snel en compact bijsluit om zo tot scoren te komen. “Onze nummers negen en tien moeten dan in goede samenwerking voor de goal komen en ook mijn linksbuiten zal naar binnen moeten trekken. Verder dient het hele team op te schuiven naar voren. Belangrijk is dat dit snel gebeurt om de tegenstander geen gelegenheid te geven zich in te stellen op onze manier van spelen. Ook zal dit bijsluiten compact moeten gebeuren, omdat bij eventueel balverlies de kans aanwezig is, dat we om de oren geslagen worden met ons eigen wapen en dat is natuurlijk niet de bedoeling. Bij balverlies moeten we onmiddellijk het zogenaamde ‘counterpressing’ gaan toepassen. We zetten de tegenstander dan compact en zo snel mogelijk vast om de eventuele counter te elimineren. We moeten er dan voor zorgen, dat we veel mensen direct rondom de bal hebben en dat de onderlinge afstanden nooit meer dan een meter of vijftien zijn. Als de onderlinge afstanden van ons aanvallend te groot zijn, is ‘counterpressing’ mijns inziens onmogelijk, omdat we bij balverlies snel veel mensen rondom de bal moeten hebben en dus erg compact moeten staan. Als wij aanvallend grote onderlinge afstanden hebben, krijgen we dat dus nooit voor elkaar. Onze spelers moeten dan snel grote afstanden overbruggen en dat is onmogelijk. Je komt dan overal steeds enkele stappen te laat en je wordt eenvoudigweg zelf gewoon uitgecounterd.” Veel trainers praten bij ‘counterpressing’ over de vijfsecondenregel. Bijsterbosch vindt dit een rare benaming. “Je moet net zolang druk zetten, als de situatie daar om vraagt. Als dit na vijf seconden niet gelukt is, ga je toch niet opgeven? Soms zal dit misschien wel zeven of acht seconden duren.”

Gedrag beïnvloeden
Bijsterbosch is van mening, dat zijn spelers in potentie de agressiviteit, de fysieke kwaliteiten en het tactisch inzicht bezitten om deze speelwijze met succes te hanteren. Hij wil tijdens zijn trainingen het gedrag van zijn spelers zo beïnvloeden, dat ze leren herkennen wanneer en hoe ze de speelwijze van de counter spelen moeten hanteren. Een oefenvorm van Bijsterbosch om het principe van de counter spelen te trainen is een positiespel van vijf tegen vijf met twee keepers (oefenvorm 1). “Team geel speelt tegen blauw. Team geel is de te coachen partij. Er wordt gewoon vijf tegen vijf gespeeld en blauw probeert te scoren. Indien geel de bal verovert, dan moet er zo snel mogelijk gebruik worden gemaakt van de diepte. Stel dat nummer acht de bal verovert en zich vrijspeelt door bijvoorbeeld elf aan te spelen, dan kan die openen op de diep sprintende zeven. Op hetzelfde moment maakt negen ruimte door naar links te trekken. Vervolgens mogen er in totaal drie spelers van team geel en twee verdedigers van blauw mee over de middellijn. Er ontstaat nu een positiespel van drie tegen twee. De drie aanvallers proberen te scoren op het grote doel aan de overkant. Je kunt hier bijvoorbeeld ook nog de regel toevoegen, dat er binnen een aantal seconden een doelpoging gedaan moet worden. De posities zijn in dit positiespel nog niet zo belangrijk. Het gaat me bij deze oefening om de vier fases van bal veroveren, bal vrijmaken, diep spelen en bijsluiten en scoren, waarbij in deze oefenvorm de derde fase, het diep spelen en het gebruik maken van de ruimte, vooral extra aandacht krijgen. Als ik echt alle vier fases tegelijk wil trainen met de juiste mensen op hun specifieke posities dan doe ik dat in een groot partijspel van acht tegen acht of nog liever gewoon in een elf tegen elf. In de kleinere vormen train ik de afzonderlijke fases en in de grotere vormen meer het totaal met alle tactische elementen.”

Conditioneel
In de speelwijze van Bijsterbosch is een goede conditie een vereiste. De spelers moeten het vermogen hebben om veel sprints te maken. Omdat een goede conditie en sprintvermogen noodzakelijk zijn voor zijn manier van spelen, legt Bijsterbosch daarom ook regelmatig conditionele accenten. “Op een half speelveld speel ik zes tegen zes met twee grote doelen en twee keepers (oefenvorm 2). Ik geef dan zelf een diepe bal op team geel en alle spelers, zowel de aanvallende als verdedigende, maken een sprint van ongeveer twintig meter op honderd procent. Ook kan ik starten door niet zelf, maar mijn nummer acht of elf de pass te laten geven. Ik doe dan twee series van zes herhalingen met steeds tien seconden rust tussen de herhalingen. Omdat ik vind, dat je vooral moet trainen met voetbalechte vormen, dus met goals, met aanvallen en verdedigen, met omschakeling en met scoren, geef ik de blauwe spelers bij balverovering ook de kans om te scoren. Ik kan bij deze oefening naast het conditionele aspect natuurlijk ook tactische accenten leggen, zoals bijvoorbeeld een snelle omschakeling en hoe positie te kiezen voor het doel.”

Mogelijkheden
Bijsterbosch benadrukt dat de counter spelen niet meer dan een principe is in de teamfase omschakelen van balbezit tegenstander naar balbezit. “Indien er niet geopend kan worden op de snelle rechtsbuiten, moeten we dat ook niet doen. We kijken dan naar andere mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld een buitenom komende linksachter, die door de naar binnen trekkende linksbuiten plotseling een zee van ruimte krijgt. Als we de bal helemaal niet diep kunnen spelen, dan halen we de bal eruit en gaan we door middel van balbezit tot aanvallen proberen te komen.” Bijsterbosch wil in principe snel diep spelen en constateert, dat onze landelijke topploegen dit onvoldoende doen. “Ja, ik zie Nederlandse clubs, zowel nationaal als in Europese wedstrijden veel ballen veroveren door een goede middenveldpressing. Ik mis vervolgens dikwijls het juiste vervolg, namelijk meteen diep spelen. De bal gaat dan veel te veel weer breed en terug, terwijl er achter de verdediging van de tegenpartij vaak voldoende ruimte ligt om de bal diep te spelen. Hier valt nog genoeg winst te halen voor veel teams”, concludeert Bijsterbosch.
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen