Inloggen
U bent niet ingelogd. Inloggen
De kwaliteit van analyseren
Leestijd 6-8 minuten
| Bedankt voor uw mening!
Dinsdag 28 November 2017

FC Den Bosch heeft met Wil Boessen een ervaren trainer op de bank. Met TrainersMagazine sprak Boessen over de wedstrijdanalyse, fysieke training en teamontwikkeling. “Gelukkig was ons team vanaf de eerste training bijna compleet.”

Tekst: Rogier Cuypers | Beeld: Gerrit van Keulen

Wil Boessen is een man die een schat aan ervaring heeft waar het gaat om het analyseren van wedstrijden. In zijn periode bij VVV (zie kader) verzorgde hij ook de analyses en die ervaring gebruikt hij nu bij FC Den Bosch. “Als assistent-trainer bij VVV-Venlo heb ik daar een hoop ervaring in opgedaan. Tien jaar lang heb ik alle Eerste- en Eredivisiewedstrijden geanalyseerd. Ik hield daar presentaties over en praatte erover met de spelers. Het analyseren is toch één van mijn grootste kwaliteiten. Ik kan makkelijk verbanden leggen en vervolgens problemen omzeilen door een bepaalde speelwijze te hanteren. Als een tegenstander zoals De Graafschap in hun voorbereiding 1:4:3:3 speelt en tegen ons ineens 1:5:3:2, dan kan ik snel schakelen om de wedstrijd om te zetten. Dan weet ik ook tegen welke problemen wij kunnen aanlopen en heb ik dat binnen een minuut geregeld.”

Dat de hoofdtrainer van FC Den Bosch ziet wat er moet gebeuren is één. Uiteindelijk gaat het erom dat zijn ploeg dit op het veld vertaalt. “Dat is wel eens lastig. Ik heb een magneetbord of iPad bij me, zodat ik de situatie kan laten zien en mijn ploeg voorbereid. Hoe moeten we spelen tegen een ruit op het middenveld of juist tegen een vlak middenveld? Op de trainingen besteden we er ook veel aandacht aan, want alleen dan gaan spelers het herkennen. Op de training spelen we vaak elf tegen elf en zetten we een 1:4:3:3-systeem tegenover andere systemen, omdat we dat ook in de wedstrijd tegenkomen. Wanneer de tegenstander wisselt van systeem, hoeven wij niet per se ook van systeem te wisselen. De verantwoordelijkheden komen eenvoudigweg anders te liggen. Tegen een 1:5:3:2-systeem zijn onze vleugelverdedigers de vrije mensen. De tegenstander speelt dan namelijk met backs die wat dieper staan. Onze vleugelverdedigers spelen dan in principe tegen backs in plaats van tegen vleugelaanvallers. Binnen de club coderen we met NAC Sports en dat doen drie collega’s: Paul Beekmans, Erik van de Ven van de spelers en John Vos van de keepers. Zelf werk ik al vijftien jaar met SoccerLAB en doe de individuele analyse met spelers en ook per linie. Mijn collega’s coderen de tegenstanders en onze totale ploeg. Wij maken profielen aan voor de spelers, zodat ze op hun eigen pc de beelden kunnen bekijken. Ik wil zelf ook alles weten van de tegenstander, zodat ik met mijn collega’s kan meepraten en ik begrijp wat ze bedoelen. Dan leggen we onze ideeën naast elkaar en maak ik de keuze.”



Planning
Boessen is een trainer die ’s ochtends het licht aandoet en ook uiteindelijk als laatste de deur achter zich terugtrekt. “Elke dag ben ik om zeven uur ’s ochtends al op de club. Op maandag tussen zeven en acht uur verzamel ik de informatie over onze laatste wedstrijd en die van de tegenstander. Dan heb ik ook alle data van onze cameraman die de wedstrijd filmt en hartslagdata van onze fysio- revalidatietrainer Martin de Waal. Ik filter dan wat ik kan gebruiken en plan de week. Vervolgens ontbijten we samen en kijken we in verschillende kleine groepjes naar onze laatste wedstrijd. De wedstrijd tegen Telstar heb ik bijvoorbeeld met de verdedigers teruggekregen. Daar legden we de nadruk op de pressie, hoe we doorschoven en wat we beter konden. Na de krachttraining en de lunch ga ik met de aanvallers beelden terugkijken hoe we dingen in balbezit beter moeten doen. Ik merk dat als we de beelden terugkijken met een kleinere groep, er veel meer respons komt van de jongens. Wanneer je dat met de gehele selectie doet, dan zegt het merendeel niets. Daar ben ik op een gegeven moment dus maar vanaf gestapt en doen we het altijd in groepjes. Onze groep is introvert, dus dat is ook een reden om de boel meer op te splitsen. Ik laat de beelden zien en zij reageren. Ik luister dan echt wat zij van de beelden vinden. Die informatie gebruik ik en vul ik aan met mijn visie. We hebben de rollen dus omgedraaid, want ik wil ook dat de spelers in het veld zelf de keuzes maken en niet het geschreeuw van een coach langs de lijn volgen. In het veld moet je jouw medespelers ook coachen en kun je niet je mond houden. Ik probeer in die kleine groepen een discussie los te krijgen. Ik weet ook niet alles en samen weten we nu eenmaal meer. Op die manier voelen de spelers ook dat ze hun mening mogen geven en we samen aan onze teamontwikkeling werken. Op die manier corrigeren ze elkaar ook beter in het veld. Beelden via WhatsApp naar de spelers versturen is ook een optie, maar wij doen het via het Dotcomclub-systeem, zodat ze het op een laptop en iPad kunnen kijken.”

Helikopterview
De oefenmeester van FC Den Bosch is echt van de helikopterview. “Ik heb meer problemen met de super gedetailleerde dingen”, is Boessen eerlijk. “Mijn collega Erik van der Ven is daar een kanjer in.

Op die manieren vullen we elkaar goed aan. Erik krijgt de opdracht om echt op de kleine details te letten en hij is ook goed in de communicatie. Ik pak de grote lijnen. Bij details moet je eraan denken dat elk brein anders is. Als een linkervleugelverdediger net wat korter moet dekken, zie ik dat ook, maar ik kijk meer naar de grote lijnen en de verbanden. Door de technologie zie je dingen wel steeds beter. De technologie maakt het analyseren nog interessanter.”



Teamontwikkeling
Het is voor zijn ploeg belangrijk dat het tegen verschillende systemen kan spelen, vindt Boessen. “Als je jezelf als team wil ontwikkelen, dan moet je de voordelen en nadelen van elk systeem kennen. Weten waar de kansen liggen. In de voorbereiding heb je daarom video’s om dat visueel te laten zien en trainingen om het in de praktijk te brengen. Uiteindelijk wil je dat het onbewust bekwaam gedaan wordt, dat alles vanzelf gaat. Nu gaan dingen bewust bekwaam, maar later moet het vanzelfsprekend worden. Als spelers het in het veld niet herkennen en wij wel, proberen we het dan aan ze over te brengen.”

“Toch reduceer ik de hoeveelheid informatie die ik geef”, vervolgt Boessen. “Voetballers zijn vaak meer praktisch dan theoretisch onderlegd. Wel is het zo dat je als trainer dingen moet blijven herhalen. Niet één keer iets uitleggen en denken dat ze alles kunnen uitvoeren. Jonge spelers zijn vaak gewend om 1:4:3:3 met de punt naar achteren en met diepe buitenkanten te spelen. Er zijn echter meer manieren om tot resultaat te komen. Bij FC Den Bosch zijn we bezig met talentontwikkeling en daarom moet je dat met jonge spelers behandelen.”

Fysieke training
Het fysieke aspect is al tijden een stuk belangrijker geworden dan het vroeger was. “Je ziet de laatste jaren dat er bij topclubs fysiek getraind wordt en al met krachttrainingen in fitnesscentra bezig zijn. Iedereen hanteert de periodisering op zijn manier. In Nederland zijn we bezig met een inhaalslag. Het zijn niet alleen maar positiespelen, pass- en trapvormen en partijspelen. Dat we fysiek achterliggen is wel duidelijk, maar het verschil qua lichamen van spelers is wel anders dan vroeger. Vroeger waren het spillebeentjes die de dribbel konden maken. Bij Jong AZ bijvoorbeeld zag ik dat de jonge spelers een hele andere bouw hadden op jonge leeftijd. Dan hebben we in Nederland fysiek aardige stappen gemaakt.”

“Ook bij FC Den Bosch zijn we bezig met kracht- en conditionele training”, gaat Boessen verder. “Zelf heb ik een CIOS-opleiding genoten en ben ik daarnaast fitnessinstructeur en heb in een fitnesscentrum gewerkt. Ik weet hoe krachtprogramma’s te maken en daarnaast heb ik met veel mensen gesproken die ook goed zijn in deze materie. Ik heb wel een bepaald beeld hoe ik mensen op de beste manier fit kan krijgen. Een fitnessprogramma moet afgestemd zijn op wat een individuele speler aankan. Belasting en belastbaarheid zijn leidend. Je moet niet iemand zomaar het krachthonk insturen. We maken individuele programma’s voor de spelers en weten wat de belastbaarheid is en daar passen we de belasting op aan. We maken het heel veelzijdig. Als club hebben we het voordeel dat het Sportiom tegenover het stadion ligt. We doen ook alles in een cyclus van vier weken. In het begin van de cyclus leggen we de nadruk op duurkracht en aan het einde meer op explosieve kracht. Dat gaat ook gepaard met gewichten. Maximale kracht doen ze met meer gewicht en explosiviteit met minder gewicht en meer hersteltijd. Ik verdeel de groep in het fitnesscentrum. Belangrijk is dat je als trainer ook goed de arbeids- rustverhouding in de gaten houdt. Alles moet per speler specifiek gepland worden. Niet elke speler heeft hetzelfde spierstelsel en herstel. Het gaat om het testen en naar aanleiding van de testen ga je individuele programma’s maken. Onze fysieke trainer schrijft die vervolgens uit. Omdat ik ook kennis van zaken heb op dat gebied, kunnen we er mooi over discussiëren. Dat is erg prettig. Ik laat hem wel in zijn waarde, want als coach moet je niet alles beter willen weten.”

Groepsdynamiek
Voor Boessen ligt de grootste uitdaging in het managen van de groepsdynamiek. “Hoe ga je om met een groep en probeer je deze goed te beïnvloeden? Dat is de basis om te communiceren. Ook qua communicatie heeft iedereen een andere aanpak nodig. De ene speler wil onder vier ogen communiceren, de ander juist in de groep. Van iedere speler heb ik op basis van MBTI (Myers-Briggs Type Indicator) een karakterprofiel gemaakt. Daar probeer ik me verder in te verdiepen, want ik geloof er heilig in. Ik heb sessies over Action Type van Afke van de Wouw en Peter Murphy gehad en lees er ook boeken over. Ik ben geen specialist, maar wil me er wel in verbeteren. Het is belangrijk om te weten hoe je zelf in elkaar zit en waarom je onder druk bepaalde keuzes maakt. Waarom speel je een lange bal als een tegenstander pressie speelt? Waarom dribbel je jezelf vast in een vrije ruimte? Dat moeten ze uiteindelijk ook van hun collega’s weten.”

“We hebben het geluk gehad dat we vanaf de eerste training een bijna complete selectie hadden”, gaat Boessen verder. “We hebben een smalle selectie met meer kwaliteit dan voorheen. In de voorbereiding wist iedereen hoe ze met elkaar moesten omgaan en communiceren. Komt er een nieuwe speler bij, dan begint alles opnieuw. Dat is groepsdynamica. Nieuwe spelers kunnen concurrenten zijn van basisspelers bijvoorbeeld. Hoe ga je daar als spelers mee om? Dat wordt de stormingsfase genoemd. Het is belangrijk dat je daar doorheen komt en gaat presteren.”

Buitenland
Na zijn lange periode in het zuiden van Nederland, besloot Boessen naar het Azië te verkassen. Tussen 2015 en 2016 was hij hoofdtrainer van Chiangmai FC en Lampang FC. “Dat was super. Ik heb zowel positieve als negatieve ervaringen opgedaan. Voor iedere coach is het een aanrader om eens in een andere cultuur werkzaam te zijn. Je hebt daar te maken met machtige presidenten en moet een dikke huid hebben. Ze bemoeien zich overal mee op technisch vlak. Als je in verloren positie staat, is een president in staat om naast je te zitten en te vertellen wie je moet wisselen. Dat is bij mij ook gebeurd. Op dat moment kun je twee dingen doen: je koffers pakken of een oplossing zoeken. Bij Chiangmai ging ik de dag vóór de wedstrijd naar de president toe en heb hem exact uitgelegd hoe ik zou gaan spelen, in welk systeem en hoe de tegenstander ging spelen. Vanaf dat moment was het probleem opgelost.”
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
Leren van topcoaches