Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Communicatie met de arbitrage
Vrijdag 1 December 2017

Trainers die kritiek hebben op de arbitrage. Het komt nog veel te vaak voor. Hoe ga je daar als club mee om? Carlo van der Stam, jeugdcoördinator onderbouw en trainer van de Onder 11-1 van ESA: “Als je bij een foute beslissing gaat roepen naar een scheidsrechter, dan nemen kinderen dat over.”

Tekst: Rogier Cuypers | Beeld: ESA

Een trainer die zijn frustratie de vrije loop laat over een in zijn ogen foutieve beslissing. Of een vloekende oefenmeester die een naderende nederlaag maar moeilijk kan verkroppen. Hoe gaan trainers of een voetbalclub daarmee om?

Carlo van der Stam is al 22 jaar jeugdtrainer. Bij zijn club, ESA uit de Arnhemse wijk Rijkerswoerd, en bij collega-clubs ziet hij de gefrustreerde jeugdtrainers ook nog wel langs de lijn staan. “Je maakt het bijna elke wedstrijd wel mee”, erkent de Arnhemmer. “Of het nu gaat om een eigen wedstrijd of dat je elders een wedstrijd aan het kijken bent, het gebeurt overal. De reacties richting de arbitrage wisselen heel erg. De ene keer zijn ze zeer heftig, de andere keer wat minder. Ik kan er zelf moeilijk tegen als kinderen opzichtig benadeeld worden. Het probleem van de laatste paar jaar is dat clubs steeds meer moeite hebben om scheidsrechters te regelen voor hun teams. Soms zijn voetbalverenigingen genoodzaakt om ouders te laten fluiten. Daar ontstaat dan bij de tegenpartij weer irritatie over. Bij de KNVB zijn ze begonnen met wedstrijden waarbij ze willen dat de teams vooraf samen afspraken maken. Wat mag wel en wat mag niet? Doordat er steeds minder gekwalificeerde scheidsrechters zijn, werk je dergelijke zaken juist in de hand.”

Betrokkenheid
Van der Stam merkt dat het steeds lastiger wordt om ouders echt betrokken te krijgen bij de club. “Als voetbalvereniging mag je allang blij zijn dat je genoeg vrijwilligers kunt vinden om de kinderen te ondersteunen. Vooral bij een grote club is dat lastiger. Je merkt gewoon dat de betrokkenheid van de ouders ook steeds minder wordt. Ze zijn allang blij als de kinderen even aan het voetballen zijn, want dan hebben ze tijd om even boodschappen te doen. Bij ESA zijn we heel druk om die verbondenheid meer te creëren. We wijzen de ouders ook op hun verantwoordelijkheden en geven aan dat we niet zonder ze kunnen. Dat zorgt er niet ineens voor dat we daardoor allemaal geweldige scheidsrechters krijgen. Bij de ouders die als scheidsrechter fungeren zie je dat ze veel fouten maken, waardoor teams worden benadeeld. Dat kan ermee te maken hebben dat ze de regels niet goed kennen of omdat ze bewust in het voordeel van ‘hun’ ploeg fluiten. Als dat bewust gebeurt, roep je toch een hoop irritatie op. Als je ziet dat er kleine kinderen huilend van de pijn op de grond liggen, dan moeten scheidsrechters het spel stilleggen. Je merkt dat een scheidsrechter vaker kijkt of de thuisclub nog een goal kan meepikken, voordat hij naar de speler gaat. Dat zijn wel kwalijke dingen.”

Rol van de club
ESA probeert er alles aan te doen om te zorgen dat scheidsrechters eerlijk fluiten en - niet onbelangrijk - de spelregels kennen. “Wij spreken mensen binnen de club ook wel aan op fluitgedrag. Als club moet je nu eenmaal een standpunt innemen hoe je het graag wil zien. Onlangs hebben we een avond georganiseerd waarbij een KNVB-scheidsrechter kwam spreken. Hij heeft daar uitleg gegeven over de nieuwe regels, wat er verwacht wordt van scheidsrechters en ook specifiek de regels voor de pupillen.”

Het opleiden en sturen van de scheidsrechters is één kant van het verhaal. De manier waarop trainers reageren op de arbitrage is een misschien nog wel belangrijker punt waar clubs een oplossing voor moeten vinden. Van der Stam heeft begrip voor emoties, maar niet voor de manier waarop die in sommige gevallen geuit worden. “Natuurlijk wil je als voetbaldier - iets dat we allemaal zijn - graag winnen. Maar daar zit wel een grens aan. Als beleidsmaker of coördinator moet je de verantwoordelijkheid nemen om die trainers aan te spreken op ongewenst gedrag. Trainers moeten weten aan welke regels ze moeten voldoen. Wat moet je doen als je lid bent van onze club en wat mag je van de club verwachten? Dat moet de basis zijn om elkaar aan te spreken. Dat werkt wel, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat er nooit iets voorvalt. Dat is nu eenmaal voetbal. Als je een goede ploeg hebt die eenvoudig de wedstrijden wint, dan hoor je niemand. Als het er in het heetst van de strijd om gaat, dan vallen er soms onvertogen worden. Dat verandert niet en dat is onderdeel van de sport, omdat mensen nu eenmaal graag willen winnen.”

Open cultuur
Bij de Arnhemse club besteden ze veel aandacht aan normen en waarden. Op de website is er een speciale pagina aan gewijd en ESA heeft zelfs een speciale normen en waarden commissie in het leven geroepen. “Maar ook ik spreek trainers ergens op aan als ik wat zie dat me niet bevalt. We hebben op deze club echt een open cultuur en kunnen elkaar op dingen aanspreken. Ook een coördinator of bestuurslid maakt fouten en dat mogen ze dan ook horen. We zijn blij met onze vrijwilligers, maar het is daarmee niet vrijblijvend. Je moet je conformeren aan de regels die horen bij het gedrag dat we willen zien. Als dat te ver gaat, dan hebben we de commissie normen en waarden. Als iemand buitensporig gedrag vertoont, verschijnt hij of zij zelfs voor die commissie om uitleg te geven. Uiteindelijk bepaalt de commissie dan wat daarmee gebeurt. Dat is een goede zaak. Je moet altijd open en transparant met elkaar zijn en goed in gesprek blijven. Als je merkt dat iemand over de schreef gaat, moet je die persoon op een normale manier aanspreken.”

Eigen gedrag
Maar hoe zit het met het gedrag van Van der Stam zelf langs de lijn? Heeft hij zich ooit in woord en gebaar negatief uitgelaten richting de arbitrage. “Jawel, daar ben ik eerlijk in. Ik ben nu 22 jaar jeugdtrainer en heb in mijn carrière twee keer een rode kaart gekregen. Zie het als het halen van jouw rijbewijs: wanneer je jouw rijbewijs hebt, ben je ook niet meteen een goede chauffeur. Dat is met het vak trainer/coach net zo. Je volgt cursussen, ontwikkelt jezelf, maar je gaat jezelf pas echt vormen als je praktijkervaring hebt. Als beginnende trainer ga je in de fout, maar daar leer je van en word je sterker van. Je gaat daar toch over nadenken. Nu ga ik nooit meer zo over de schreef dat ik weggestuurd zou worden. Door mijn ervaring weet ik ook wel een beetje hoe een scheidsrechter te bespelen. Maar als er echt iets gebeurt waarbij de kinderen bewust benadeeld worden door een volwassen iemand die in het voordeel van zijn zoontje fluit, dan zeg ik er wel wat van. Ik ga dan echter normaal het gesprek aan. Dan ga ik niet lopen schreeuwen of gekke dingen roepen. Door het gesprek aan te gaan bescherm ik als het ware mijn spelers.”

Invloed
Wanneer coaches zich verbaal laten gaan tegen een scheidsrechter lopen ze de kans dat spelers dat gedrag gaan overnemen. Van der Stam is het daar roerend mee eens. “Dat heeft zeker invloed op jongen spelers. Kinderen zien hun trainer toch vaak als voorbeeld. Als hij over de schreef gaat, dan is het vreemd als hij vervolgens zijn spelers aanspreekt op ongewenst gedrag. Dat is de omgekeerde wereld. Als (jeugd)trainer heb je altijd een voorbeeldfunctie, maar er zijn natuurlijk momenten dat je als trainer of begeleider jouw spelers in bescherming moet nemen.”



De ESA-jeugdcoördinator komt met een voorbeeld van twee seizoenen terug. “Daarin speelden we een wedstrijd waarbij we merkten dat we die niet mochten winnen. Er werd zo opzichtig omgegaan met een aantal zaken tijdens de wedstrijd. Het kwam zelfs tot het punt dat kinderen huilend op het veld stonden. Doelpunten werden onterecht afgekeurd en vrije trappen en ingooien werden bewust de andere kant op gegeven. Vervolgens heb ik een statement gemaakt en ben met mijn spelers van het veld gelopen. Ik heb niets gezegd of geroepen, maar heb tegen de trainer van de tegenpartij gezegd dat ik het nodig vond om de kinderen in bescherming te nemen. We zijn naar de kleedkamer gegaan en hebben vervolgens afgewacht wat er zou gebeuren. Ik snap dat je als club wil winnen en dat bij een twijfelgeval het voordeel soms naar de thuisclub gaat, snap ik ook nog wel. Ik accepteer het echter niet als je als volwassen vent bewust een tegenstander, die bestaat uit jonge kinderen, benadeelt. Als je als trainer echter bij de in jouw ogen foutieve beslissingen dingen naar een scheidsrechter roept, dan nemen de kinderen dat over. Probeer daarom altijd het gesprek aan te gaan.”

Overleg
Dat dit een belangrijk en veelbesproken onderwerp is bij ESA, is duidelijk. Toch is het niet zo dat aan het begin van het seizoen dit onderwerp standaard behandeld wordt. “Nee, het komt niet direct ter sprake. Er is wel van elke trainer een profiel opgemaakt, waarbij eventueel ongewenst gedrag kenbaar kan worden gemaakt. Ook staan er regels beschreven in het technisch beleidsplan over hoe wij als club het graag zien. Op het moment dat er geëvalueerd wordt en er blijkt dat er zich gekke dingen hebben voorgedaan, dan wordt er iets mee gedaan. Het is niet zo dat we voorafgaand aan elk seizoen gaan voorkauwen wat wel en niet mag.”

TrainersMagazine Campagne
TrainersMagazine is een actie begonnen om ongewenst gedrag richting de arbitrage tegen te gaan. Door middel van de werktitel ‘We houden onze mond tegen de scheidsrechter’ kunnen (jeugd)trainers aangeven dat ze achter dit principe staan. Door de poster te ondertekenen en deze op de club te hangen, verbinden zij hun naam aan de actie. “De vorige TrainersMagazine waar dat in stond heb ik onlangs in het vliegtuig gelezen”, vertelt Van der Stam die het initiatief ondersteunt. “Het is goed als er aandacht wordt besteed aan een onderwerp dat bijdraagt tot een betere uitoefening van onze sport. Als club moet je zelf ook de verantwoordelijkheid nemen aangaande dit soort onderwerpen. Het draait om communicatie. Soms moet je heel strak en duidelijk aangeven hoe je iets wil als club. Conformeer je jezelf daar als vrijwilliger niet aan, dan past deze club niet bij je. Bij ESA is er door de commissie normen en waarden de tien geboden opgesteld. Dan weten de mensen binnen de club waar ze zich aan moeten houden. Ook als ouders zich bijvoorbeeld niet aan die regels houden, moeten ze voor onze commissie verschijnen.”

 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen