Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Van reactievoetbal naar dominant spel
| Bedankt voor uw mening!
Woensdag 24 Januari 2018

Het spel van Roland Timmermans’ Helvoirt heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld van afwachtend reactievoetbal tot dominant spel met drie spitsen. Timmermans legt uit wat de reden hiervan is en hoe hij dat voor elkaar gekregen heeft. “Ik kijk altijd naar de behoeftes en mogelijkheden van mijn spelers.”

Tekst: Rob Robben | Beeld: Tamara Coppens

Roland Timmermans is alweer acht jaar achtereen de trainer/coach van Helvoirt. “Zeker omdat je zo lang bij dezelfde club actief bent, moet je blijven vernieuwen in speelwijze en omgang met je spelers om vooruitgang te blijven boeken en de spelersgroep te blijven boeien. Je moet voortdurend op zoek gaan naar nieuwe elementen en je moet als trainer, maar ook als spelersgroep blijven evolueren. Het spreekt voor zich, dat dit een wisselwerking tussen spelers en staf is. De kwaliteiten van je spelers bepalen immers voor het grootste deel de tactiek en de inhoud van je trainingen.”

Veranderingsproces
Toen Timmermans acht jaar geleden aan zijn tweede periode bij Helvoirt begon, was de club net gepromoveerd naar de derde klasse. “We wilden ons handhaven door met een gesloten verdediging heel compact te spelen om daarna de snelle spitsen aan het werk te zetten. We handhaafden ons en in de seizoenen hierna kregen we een ander type speler aan boord. De oudere spelers wilden met hun ervaring met meer druk verder naar voren spelen en ook de spelers uit de jeugd waren fysiek sterk en konden behoorlijk agressief spelen. Bovendien waren ze ook nog eens erg snel. We hadden echter geen supertechnische spelers die met mooie driehoekjes de tegenstander helemaal dol konden spelen. Maar ze wilden de tegenstander wel eerder vastzetten en dus ook wat verder naar voren spelen. We moesten dus gaan zoeken naar een andere speelstijl.” Die andere speelstijl riep natuurlijk de nodige vragen op. “Prima, als we met meer druk naar voren gaan spelen, maar hoe regelen we dat dan achterin en hoever willen we naar voren spelen en hóe gaan we drukzetten? Allemaal vragen waar antwoorden op moesten komen. Die antwoorden kwamen er uiteindelijk na vele gesprekken, trainingen en oefenwedstrijden, maar je begrijpt dat dit een heel geleidelijk en tijdrovend traject is geweest.”



Drukzetten met drie spitsen
In het verleden speelde Timmermans dus op de counter in een 1:4:4:2-systeem. Dit was het eerste wat hij ging veranderen. “Om de tegenstander eerder vast te zetten, gingen we met drie spitsen spelen en het bleek, dat de voetballende ploegen hier erg veel moeite mee hadden. Ze konden zich niet meer onder onze druk uit voetballen. Dit drukzetten moest wel volgens een goed plan en in goede samenwerking gebeuren. Onze twee buitenspelers (7 en 11) gaan aan de binnenkant van hun vleugelverdedigers staan, zodat de keeper deze backs niet kan aanspelen (diagram). Onze centrumspits (9) moet dan gaan kiezen tussen de twee centrale verdedigers. Hij gaat natuurlijk naar de beste opbouwer toe. Om nu te verhinderen dat de andere centrale verdediger (4) aangespeeld wordt, schuift mijn rechtsbuiten op naar deze speler. De keeper heeft dan nog maar twee mogelijkheden, namelijk een verre, risicovolle bal naar de vrijgekomen linksachter (5) of een lange bal naar voren. Beide mogelijkheden vinden we prima. Als de keeper hun linksachter wil aanspelen, is de bal lang onderweg en heeft mijn rechtshalf (6) de tijd om daar naartoe te gaan. Als de lange bal naar voren gespeeld wordt is dat nog beter. Onze beide centrale verdedigers zijn lang en in de lucht bijna onklopbaar. Maar nog belangrijker is, dat mijn kopsterke verdedigende half (10) ook erg gericht kan koppen. Hij kan hierdoor de bal vrijmaken door een van de twee aanvallende middenvelders (6 en 8) aan te spelen.”

Tiensecondenregel
“De verdediging van de tegenpartij zal snel een aantal meters naar voren opschuiven om de bal weer te heroveren. Onze vleugelspitsen zakken dan ook snel een stukje in om vervolgens na balverovering op het middenveld (6, 8 en 10) weer ruimte te krijgen voor een steekpass om vervolgens de voorzet te kunnen geven op onze centrumspits. Omdat wij snelle en agressieve spelers hebben, moet de tijd van bal afpakken tot doelpoging erg kort zijn. In zo’n tien seconden moet onze spits kunnen afwerken. Belangrijk voor ons is, dat de tegenpartij geen rust krijgt. Wij willen continu tempo spelen, omdat mijn spelers daar de specifieke fysieke kwaliteiten voor hebben. Mocht de tegenpartij ondanks het drukzetten van ons, toch het middenveld willen inspelen, is dat ook geen probleem, omdat onze middenvelders (6 en 8) zo fel en agressief kunnen spelen, dat ze dan de bal ook vrijwel altijd veroveren. Deze manier van spelen train ik onder andere in een acht tegen negen, waarin de te coachen partij, die druk moet zetten in ondertal is (oefenvorm 1).”

Variant
Het bleek, dat deze agressieve manier van drukzetten niet altijd rendement opleverde. “Tegen teams, die echt beter waren, had deze speelwijze niet altijd direct succes. Het kostte veel kracht en we kregen dan soms in de eindfase van een wedstrijd het deksel op de neus. We moesten dus iets anders verzinnen, maar we wilden toch graag vasthouden aan onze speelwijze. Daarom schakelen we soms over op een variant met nog steeds drie spitsen, maar we zakken gewoon wat verder in tot de kop van de middencirkel, zodat ze toch een verdediger gaan aanspelen. Onze buitenspelers staan aan de binnenkant van hun backs, zodat ze via het centrum verder moeten bouwen. We laten hun centrale verdediger indribbelen en verleiden hem tot het spelen van een korte pass in de kleine ruimte. Dat doen we, omdat we daar onze beste balafpakkers hebben. Als we de bal dan veroveren op het middenveld, kan de bal meteen gestoken worden op onze buitenspelers. Omdat hun opbouwende centrale verdediger naar het middenveld is opgeschoven, ontstaat er dan dikwijls een situatie met twee aanvallers tegen drie verdedigers. Dat is voor de aanvallers makkelijker dan dat je met drie aanvallers tegen vier verdedigers speelt. Ook deze manier van spelen vraagt veel snelheid en agressiviteit en ook de snelle omschakeling is daarbij erg belangrijk. Dit train ik regelmatig in een positiespel van vier tegen vier met vier kaatsers naast het doel. (oefenvorm 2).”



Verdedigers
Doordat er verder naar voren gespeeld werd, kwam er volgens Timmermans ook behoefte aan een ander type verdediger. “Doordat er nu achterin meer ruimte kwam, gingen we op zoek naar een verdediger die snel en agressief kan spelen en hij moest ook nog aardig kunnen voetballen. Zo heb ik indertijd onder andere een linksmidden/buiten omgeturnd tot linkerverdediger. Dat was een schot in de roos. Als aanvallende speler kwam hij net wat tekort, maar als vleugelverdediger deed hij het prima. Tegen ploegen met twee spitsen spelen we met drie verdedigers en vier middenvelders. We spelen achterin dan met twee mandekkers en een snelle vrije verdediger, die er soms achter en soms tussen speelt. De mandekkers gaan zolang de aanval loopt met hun eigen man mee.” Helvoirt speelt in tegenstelling tot de meeste andere teams achterin dus gewoon mandekking. Timmermans kijkt naar de kwaliteiten van zijn spelers. “Tactisch hebben we op tweedeklasniveau niet de beste spelers, daarom is spelen in de zone voor ons verdedigend veel te kwetsbaar. Je moet alleen in de zone spelen als dat voor jouw team iets oplevert. Soms lijkt het alsof trainers willen zeggen dat je niet slim bent, als je mandekking speelt. Natuurlijk is het zo, dat je aanvallend meteen goed staat als je in de zone speelt, maar de eerste taak voor verdedigers blijft wel verdedigen. Bij eerste elftallen gaat het tenslotte om de kans op een overwinning zo groot mogelijk te maken.”



Aangepaste warming-up
De veranderde speelwijze heeft ervoor gezorgd, dat Timmermans ook zijn warming-ups voor de wedstrijd en training aangepast heeft. “Bij de pass- en trapvormen in de wedstrijdwarming-up wil ik meer snelheid en agressiviteit zien. De warming-up is dus ook minder vrijblijvend. Ik wil dat de bal snel en met veel tempo en richtingsveranderingen nagelopen wordt. Ik bouw diverse versnellingen in en gebruik daarbij pylonen. Ook bij de dinsdagtrainingen werk ik tegenwoordig geheel anders. We verdelen de spelersgroep van het eerste en tweede dan in drie groepen. De eerste groep werkt aan wendbaarheid en beweeglijkheid, de tweede groep is bezig met explosiviteit en snelheid en de laatste groep werkt aan de algemene coördinatie en stabiliteit. Deze groepen rouleren niet en worden niet samengesteld op aantal, maar enkel en alleen op de behoeftes van de spelers en de posities waar ze spelen.”

Oefenvorm 1: Drukzetten in een partijspel 7 + K tegen 8 + K



Organisatie:
-  7 + K tegen 8 + K op driekwart veld
- Elke aanval begint bij de keeper van blauw
- Hij moet openen op een van de vier verdedigers
- Daarna heeft blauw vrij spel om tot scoren te komen
- Geel gaat op de afgesproken manier drukzetten en probeert de bal te veroveren
- Bij balbezit moet geel binnen tien seconden tot een doelpoging komen
- Lukt dit niet, dan start de keeper van blauw weer de aanval
- Later mag er niet meer teruggespeeld worden op de keeper

Coaching (gele team):
- Juist drukzetten en goede onderlinge afstemming van de zes aanvallende spelers
- De tiensecondenregel nauwgezet bewaken
- Agressief drukzetten en razendsnelle omschakeling
- Na balverovering (middenveld) altijd minimaal één diepgaande speler

Oefenvorm 2: 4 + K tegen 4 + K met 4 neutrale spelers



Organisatie
- 4 + K tegen 4 + K met vier kaatsers naast de doelen op een veld van 40 bij 33 meter
- Als de bal achter is, start de opbouw steeds bij de keeper (geen hoekschoppen)
- Na tweeënhalve minuut wisselen de kaatsers met team blauw of team geel. Elk team staat dus maximaal vijf minuten achtereen in het veld
- Later mag de winnaar steeds in het veld blijven staan
- Spelers staan zoveel als mogelijk op hun eigen positie

Coaching
- Volhouden van agressief drukzetten
- Snelle omschakeling van balbezit naar balbezit tegenstander en omgekeerd
- Meteen diep spelen (eerste bal, indien mogelijk)
- Snel bijsluiten na vooractie
- Een tegenstander los durven laten om te anticiperen op een eventuele ballijn/onderschepping

 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen