Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Het dicht houden van de as
Leestijd 6-8 minuten
4.5/5 | Bedankt voor uw mening!
Donderdag 25 Januari 2018

“Als je de as dichthoudt, zoekt de tegenstander automatisch de zijkant op. Dat maakt hun spel voor ons voorspelbaarder. Bovendien wordt het verdedigen makkelijker.” Matthijs Blijham vertelt over de speelwijze van Sporting'70 O17-1, waarbij niet alleen de backs, maar ook de buitenspelers van de tegenpartij soms ongedekt zijn.

“De as is de kortste weg naar het doel. Je moet dus voorkomen dat de tegenstander via de as van het veld kan aanvallen. Is er in de as geen ruimte, dan zoekt de tegenstander automatisch de zijkant op. Dat maakt het makkelijker voor ons, want we hoeven dan in de lengterichting slechts tweederde van het veld te verdedigen. Het is ook minder onvoorspelbaar. Vanuit de as kan de bal alle kanten op, terwijl de mogelijkheden beperkt zijn als de bal aan de zijkant is. In onze speelwijze is het dichthouden van de as van het veld daarom dé belangrijkste pijler in verdedigend opzicht. In balbezit doen we het juist andersom. Dan is ons speelplan erop gericht om ruimte in de as te creëren.”

Jagen
“Wij proberen heel bewust de tegenstander van achteruit te laten opbouwen. We zakken eerst iets in, waarbij de centrale verdedigers als enige vrijgelaten worden. Mijn centrale spits (9) mag niet te hoog staan, anders krijgen zij de bal niet. Ook moet hij wachten tot een van hen wordt aangespeeld. Vervolgens mag hij niet te vroeg jagen, want dan kan hij makkelijk uitgespeeld worden. Pas als zijn teamgenoten zich kort achter hem bevinden, kan het jagen op de bal beginnen.

De buitenspelers hebben ook een belangrijke rol. Zodra een van de twee centrale verdedigers van de tegenstander in balbezit komt, moet die verdediger de dichtstbijzijnde back als meest logische aanspeelpunt hebben. Mijn buitenspelers (7 en 11) moeten hun directe tegenstander daarom ruimte geven, zodra een van de twee centrale verdedigers de bal heeft. Dat voelt voor hen tegennatuurlijk, maar door naar binnen te knijpen en vanuit die positie druk te zetten op de man in balbezit, dwingen ze hem een pass naar de buitenkant te geven.

Doordat mijn middenvelders en verdedigers kort op hun tegenstander zitten, heeft de vleugelverdediger vervolgens weinig opties. De bal kan terug naar de keeper, de back kan een crosspass geven, maar dan is de tegenpartij opnieuw aan de zijkant van het veld, of hij geeft een wilde trap naar voren. Het is dus vrij voorspelbaar wat de tegenstander gaat doen en dat maakt het makkelijker om op te anticiperen.”

Steekbal
“Een groot aantal trainers hanteert dit principe, veel van onze tegenstanders laten de backs vrij om vervolgens druk te zetten. Wat ik echter vrijwel nooit zie, is dat ook de links- én rechtsbuiten worden vrijgelaten. Als onze tegenstander balbezit heeft op het middenveld, dan hebben de backs de opdracht om hun buitenspelers enige ruimte te geven. Ik vind het belangrijker dat ze de binnenkant dichthouden, zodat de steekbal kan worden voorkomen. Ook op deze manier proberen wij de tegenpartij te dwingen om de zijkant, in dit geval de vleugelaanvaller, te zoeken. Zodra die in balbezit komt, gaan wij eropaf. Niet alleen mijn links- of rechtsback, ook de centrale verdediger en middenvelder aan die kant zetten hem onder druk. Bovendien zakt de buitenspeler iets in, om de lijn terug naar de back af te snijden. Dat heeft nog een voordeel, want de back van de tegenpartij dekt meestal niet helemaal door. Mijn buitenspeler heeft nu ruimte om vooruit open te draaien als we de bal onderscheppen. Dat biedt mogelijkheden voor een snelle tegenaanval. Blijft mijn vleugelspits diep staan, dan heeft hij direct zijn tegenstander in zijn rug en wordt draaien en de counter inzetten lastiger.

Tegen de overmacht aan tegenstanders hebben weinig buitenspelers een antwoord. Ik vind het altijd mooi om de wanhoop bij hen te zien en te constateren dat ze tegen ons nauwelijks de achterlijn halen. Toen ik nog trainer was bij de pupillen, vroeg ik weleens aan een spelertje: als wij gaan vechten, wie wint er dan? Jij, was dan zijn antwoord, want je bent ouder en sterker dan ik. En als ik daarna met je vriendje ga vechten, vroeg ik daarna. Dan win je weer, want je bent ook sterker dan hij, kreeg ik te horen. En wat als jullie met z'n tweeën of drieën tegelijk komen? Ja, dan wordt het een stuk moeilijker voor je, concludeerde zo'n knaap meestal. Ik vind het een mooi voorbeeld voor hoe mijn team tegenstanders tegemoet treedt.”

Geen tegengoal
“Een oefenvorm die ik veel gebruik, is een tactische partijvorm zeven tegen zeven op een half veld (zie tekening). In drie partijen van vijf minuten speelt de verdedigende en te coachen partij (rood) in een 1:4:2-formatie, het aanvallende (blauwe) team speelt 1:3:3. De rode partij moet de as dichthouden en ervoor zorgen dat de blauwe partij de bal naar de buitenspelers speelt. Om dit te realiseren knijpen de backs steeds naar binnen. Pas als de buitenspeler aangespeeld is, gaat de back eropaf. De centrale verdediger en de middenvelder helpen om een drie-tegen-één-situatie te creëren. Ook de overige drie spelers kantelen extreem mee. Speelt de tegenstander de bal naar achteren, dan sluit het zestal zoveel mogelijk naar voren aan.

In deze oefenvorm geldt voor de man mét bal, dat hij zo min mogelijk signalen afgeeft via lichaamstaal. Tegenstanders mogen niet zien waar hij de bal heen wil spelen. Voor de verdedigende partij is het omgekeerde het geval. Zij moeten de tegenstander proberen te lezen. Vaak kun je aan de ogen van een speler zien, wat hij van plan is. Een 'no-look pass' is dan ook erg onvoorspelbaar. De belangrijkste doelstelling van deze oefening is, dat de rode partij geen tegengoal krijgt. Bij 0-0 hebben zij daarom gewonnen. Wordt er wél gescoord, dan tellen de doelpunten van blauw dubbel. ”

Counter
“De wijze waarop wij verdedigen zorgt er niet alleen voor dat we weinig kansen weggeven, het biedt ook ruimte voor de tegenaanval. Ik laat behalve mijn centrumspits minimaal nog één speler bewust niet meeverdedigen, in principe is dat mijn vooruitgeschoven middenvelder, de nummer 10. Die hoeft niet helemaal terug naar eigen helft. Ik gebruik hem liever voor de counter als we de bal onderscheppen. Ik heb liever dat mijn nummer 10 slim vrijloopt, zodat hij altijd aanspeelbaar is. Op ons niveau vind ik de restverdediging matig. Onze 10 wordt bijvoorbeeld heel vaak vrijgelaten als de tegenstander balbezit heeft. Blijft hij een paar meter achter onze spits, dan durven de centrale verdedigers meestal niet door te dekken. Doen ze dat wel, dan moet hij ruimte zoeken voor zichzelf door iets meer in te zakken. Veroveren wij de bal, dan is hij het eerste aanspeelpunt. Mijn centrale middenvelder moet dus een van de meest balvaardige spelers van mijn elftal zijn. Als hij de bal krijgt, gaan de buitenspelers direct de diepte in om aanspeelbaar te zijn, maar ook om ruimte voor anderen te creëren.

Ruimte creëren
“Terwijl wij bij balbezit van de tegenstander de as dichtgooien, doen we dat als wij de bal hebben juist andersom. Dan is ons speelplan erop gericht om zoveel mogelijk ruimte in de as van het veld te creëren. Mijn buitenste middenvelders knijpen daarom niet naar binnen, zoals bij veel ploegen het geval is, zij zoeken de zijkanten op om ruimte in de as te maken voor een inschuivende verdediger. Want dáár wil ik spelers in balbezit hebben, vanuit de as kun je immers alle kanten op.

In de opbouw staan onze backs niet hoog, we laten ze juist iets inzakken. De middenvelders staan wél wat dieper, waarbij ik hoop dat de tegenstander met drie spitsen druk zet. In die situatie loopt een van mijn centrale verdedigers vooruit de as in om te kijken of hij aangespeeld kan worden. Pakt een van de buitenspelers hem op, dan zakt een vleugelverdediger nog verder in om zich aanspeelbaar te maken. Als tegenstanders een extra man achterin houden, wat meestal het geval is, dan kunnen wij onder de druk uit voetballen. Zet de tegenpartij ons vast, dan doen we ook iets wat ik niet veel teams zie doen. Meestal gaat de bal naar de keeper, die iedereen naar voren stuurt en een lange bal geeft. Ik zet in zo'n geval eerst een verdedigend blok van zeven spelers neer en laat de keeper daarna een diepe bal geven op onze aanvallers. Die staan dan meestal één tegen één.”

Verrassen
Ik doe graag dingen die niet gebruikelijk zijn en vind het heerlijk om tegenstanders tactisch te verrassen. Het is prachtig als je spelers van de tegenpartij aan hun trainer hoort vragen: wie moet ik oppakken? Nog mooier wordt het als de trainer vervolgens geen antwoord heeft.”

Oefenvorm 1: Het lezen van de lichaamstaal via 6 tegen 6



Organisatie
- Veld 25 x 20 meter, vak aanvallers 5 x 20 meter
- Vier gele spelers proberen vanuit hun vak de twee gele aanvallers te bereiken
- Gele aanvallers kunnen scoren in één van de twee doeltjes
- Vier blauwe spelers moeten vanuit hun vak de passlijn naar de twee aanvallers voorkomen ZONDER achterom te kijken
- Blauwe spelers mogen gele aanvallers verdedigen, zodra die de bal hebben
- Na een doelpunt, uitbal of onderschepping wordt blauw de aanvallende partij
- Alleen passes over de grond zijn toegestaan
- 3 x 5 minuten, na ieder blok komen er twee andere aanvallers

Coaching verdedigend
- Samen kantelen richting de bal
- Lichaamstaal lezen van de aanvallers, kijk of ze loeren op pass tussendoor en loop dan het gat dicht
- Pass gelukt? Direct omschakelen om doelpunt te voorkomen

Coaching aanvallend
- Zo vrijlopen dat er een passlijn vrij komt
- Zoeken naar het juiste moment om een strakke pass naar de aanvallers te spelen
- Geen informatie geven via lichaamstaal. Een no-look pass is erg onvoorspelbaar!


Oefenvorm 2: Lichaamstaal tegenstander lezen via pass- en trapvorm



Organisatie
- Zes gele en zes blauwe spelers
- Tussen de pylonen (8 tot 10 meter uit elkaar) staat een blauwe lijnverdediger
- Speler 1 moet bal langs blauwe lijnverdediger naar speler 2 passen, maar mag de bal slechts twee keer raken
- Speler 2 draait open en probeert speler 3 te bereiken
- Lijnverdediger mag niet achterom kijken waar zijn tegenstander (vrij)loopt
-  Na één volledige ronde schuift iedereen een plekje op, de volgende ronde gaat het blauwe team passen en het gele team onderscheppen
- Het team dat als eerste 15 onderscheppingen heeft, is winnaar

Coaching verdedigend
- Goed op voorvoeten staan.
- Lichaamstaal van de tegenstander lezen en aan de hand daarvan de passlijn richting de man in de rug dichtlopen

Coaching aanvallend
- Pas vrijlopen nadat medespeler de bal heeft aangenomen
- Passer mag via lichaamstaal niet teveel prijsgeven aan lijnverdediger. Een no-look pass is erg onvoorspelbaar!

 

U heeft een deel van het artikel gelezen. Het hele artikel is exclusief beschikbaar voor leden van het Voetbal Kennisplatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Alle kennisplatformen voor €29 Kennisplatform + Oefenstof + Trainingsplanner €44 Totaalabonnee voor €58
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Kennisplatform Juniorentraining
De counter spelen
De ambitieuze Roel Bijsterbosch constateert dat de counter in het moderne voetbal een steeds belangrijkere rol speelt. Hij wil met zijn O19 daarom in principe graag ‘de counter spelen’. Dit niet te verwarren met op de counter spelen. “De counter spelen is een speelwijze, waarbij snel de diepte gezocht wordt en waarbij wijzelf bepalen hoe we dat doen.”
Vergroten mentale weerbaarheid | De Junioren Trainer
JVOZ-trainer Aloys Lockefeer zag het iedere training en wedstrijd wel een paar keer terugkomen. De afspraken die gemaakt werden, konden voor even de prullenbak in. Het brein van de speler zei namelijk wat anders. “Ik maakte de spelers bewust van hun gedrag en de consequenties daarvan. Samen met hen zocht ik vervolgens een oplossing.” Tekst en be
Omschakelvormen voor het hedendaagse voetbal
Het voetbal van vandaag de dag vraagt steeds meer van een speler. Aanvallen, verdedigen en omschakelen zijn niet meer te scheiden van elkaar. Paul Simonis, trainer-coach van Sparta O16, ontwikkelde dan ook oefenvormen waarin alle teamfuncties in hoog tempo voorbij komen. Tekst: Rogier Veenstra | Beeld: Sparta Rotterdam “Het he
Tips voor interactie met spelers
Het omgaan met pubers is voor trainers vaak een behoorlijke opgave. Thomas Niehe, trainer/coach van BFC O17-1, ziet de leeftijdskenmerken van zijn groep echter als een kans. Hij heeft goede interactie met spelers hoog in het vaandel staan. In dit artikel geeft hij andere trainers tips hoe ze dit ook voor elkaar kunnen krijgen. Tekst: Tom Druppers | Beeld: F
Spelers leren winnen
Het credo ‘opleiden is belangrijker dan winnen’ wordt door veel clubs onderschreven. Steven Wuestenenk, trainer van Be Quick 1887 B1, heeft hier echter zijn eigen visie op. Omdat het winnen van wedstrijden bij hem centraal staat, laat hij de kwaliteiten van de spelers bepalen hoe zijn team speelt. “Het leren winnen van wedstrijden is óók opleiden.” Regelmatig komt de discussie over
Het bewuster maken van leermoment
Nigel Pluk (24) is vanaf dit seizoen medeverantwoordelijk voor het eerste elftal van DVSU Onder19. Zijn speerpunten bij de Utrechtse club: het bewuster maken van de leermomenten en het leren elkaar te corrigeren. “Jongens van deze leeftijd zijn oud genoeg dat zelf te doen.” Op een zomerse donderdagavond in augustus staan Nigel Pluk en zijn collega-trainer Nilantha Couwenberg gezamenlijk
Special: Het variëren van de vrije trap
De vrije trap blijft een belangrijk wapen en in het prestatievoetbal is het dan ook goed om na te denken en afspraken te maken hoe de vrije trap te nemen. De meest gebruikelijke 'variant' is het directe schot op doel, die niet eens altijd in de kruising over de muur hoeft te zijn, dat bewees Gareth Bale (zie variant 1 hieronder).  Maar wat nu als u geen vrije trap speci
De overeenkomsten met het onderwijs
Jorrik Tuenter (JT) en Jordy van Dam (JvD) staan aan het roer van DZC’68 B1, een derde divisionist uit Doetinchem. Hoe de rolverdeling is? De trainers, allebei werkzaam in het onderwijs, zijn gelijkwaardig. Van een hoofdtrainer en assistent-trainer is dan ook geen sprake. TrainersMagazine sprak hier met het duo over. Verder kwamen onder andere de overeenkomsten met het onderwijs, wedstrijdbes
Effectief positiespel bij junioren
In de voetballerij draait het om het maken en voorkomen van doelpunten. Toch wordt er niet zelden méér van een ploeg verwacht. ‘Teams moeten het publiek vermaken met aanvallend en spectaculair voetbal’, wordt regelmatig gezegd. Nederland loopt wat dat betreft voorop, maar stelt in clubverband Europees al jaren niets meer voor. Reden voor Ruwin Verwoert, trainer van DTS A1 uit Ede, om de f
De kracht van een team
Na een seizoen waarin (bijna) alles lukte voor Vriendenschaar C1, is het dit seizoen zaak om overeind te blijven in de tweede divisie. Trainer Roger Waroux moet dit doen met een bijna compleet nieuw elftal. De afgelopen maanden gebruikte hij daarom om te bouwen aan een nieuw team. “Want”, zegt hij, “de kracht van het team geeft uiteindelijk de doorslag.” De trainer wil dat iedereen
Spelers op gevoel laten spelen
Voor Wilco Nap, trainer van Saestum A1, draait alles in het voetbal om gevoel en intuïtie. Hij moet een klik hebben met de spelersgroep en wil dat zijn spelers op gevoel voetballen, beslissingen nemen en aanvoelen dat ze zich na een pass direct weer vrij moeten bewegen. “Een wedstrijd kun je vooraf niet programmeren. Ga gewoon lekker voetballen!” Nap wil dat zijn spelers voortdurend in
Stephan Siahaya: Tegenstander niet laten voetballen
Stephan Siahaya, trainer van derdedivisionist ACV B1, wil zijn tegenstander op zijn helft niet de ruimte geven om aan voetballen toe te komen. De trainer wil daarom dat zijn ploeg hun opbouw verstoort door op de juiste momenten druk te zetten. Daarbij is er een hoofdrol weggelegd voor zijn spits. “Hij geeft het sein wanneer wij druk gaan zetten.” Siahaya, TC2-cursist, is bezig aan zijn
Koen Stam: Initiatief leidt tot creatieve oplossingen
AZ heeft ambitie, visie en innovatie hoog in het vaandel staan. Iedere dag wordt er dan ook gewerkt om uitdager te worden van de Europese topclubs, door zich te onderscheiden op kennis en inhoud. Het credo van de jeugdopleiding is dan ook dat elke trainer continu op zoek is naar mogelijkheden om beter te worden dan de dag ervoor. “We willen de Europese top uitdagen met spelers uit onze opleid
Dynamiek aanbrengen in geïsoleerde oefenvormen
Emiel ten Donkelaar is in tegenstelling tot veel Nederlandse collega-trainers een voorstander van geïsoleerde oefenvormen, zodat hij spelers op gedetailleerd niveau specialistisch kan coachen op het verbeteren van hun technische vaardigheden. “Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de oefenvorm dynamisch is, zodat spelers constant in beweging zijn en moeten nadenken ov
Open draaien
‘Goed opengedraaid staan’. Veel trainers besteden er aandacht aan. Frank Kolenbrander en Hans Brekelmans, de trainers van de MO17 van St. SOM uit Maasdriel maakten hier zelfs een echt speerpunt van. “Omdat het voor onze speelsters moeilijk is om de bal over lange afstanden te verplaatsen, zullen we vooral combinerend te werk moeten gaan. Dan is goed opengedraaid st
De spelhervatting als wapen inzetten
De junioren van UVV O15-1 scoorden al 79 keer, bijna een kwart van de doelpunten werd gemaakt uit een spelhervatting. Trainer-coach Fred van Leeuwen: "Als we een corner tegen krijgen, houd ik standaard vier spelers voorin. Dat maakt niet alleen het verdedigen makkelijker, het is ook aanvallend een wapen." Tekst: Martin Dijkhuizen | Beeld: F
Meer verantwoording bij spelers zelf leggen
Rens Verhoeven, trainer/coach van het Brabantse Boekel Sport JO17-1 wil dat zijn spelers zelf meer verantwoordelijk worden voor hun eigen handelen. Hij gaat daarbij uit van de leerbehoeften van zijn individuele spelers. “Ik probeer mijn trainingen zo samen te stellen, dat ze altijd kunnen werken aan hun eigen leerbehoeften. Ook geef ik ze de kans om steeds eigen keuzes te maken.” In alle
Schijnbeweging als basis voor vertrouwen
De schijnbeweging is een effectief middel om de tegenstander uit te spelen, maar de schijnbeweging heeft nog een voordeel. Wanneer deze goed wordt uitgevoerd geeft hij de speler vertrouwen. De spelers van FC Eibergen F1 ondervinden dit wekelijks onder leiding van trainer Christiaan Wittebroek. “Elke gelukte schijnbeweging op de training geeft meer vertrouwen tijdens de w
Snel veroveren van de bal
De tegenstander niet laten voetballen, dat is waar Richard Hubert als trainer naar streeft. De trainer van de Saestum C1 bedoelt dat letterlijk. Als het aan hem ligt, dan heeft de tegenstander zo min mogelijk balbezit. Mocht de tegenstander de bal toch onverhoopt een keer in bezit hebben, dan moet deze zo snel mogelijk worden heroverd. De speelwijze die Hubert nastreeft zou gezien kunnen wor
Het creëren van beleving
John Eikhout heeft zijn sporen bij VV Jonathan inmiddels wel verdiend. Na het kampioenschap met de B1 lijkt hem datzelfde te lukken met de A1 van de Zeister club. Zijn succesformule: beleving creëren. “Soms sta ik zo te schreeuwen in de kleedkamer dat ze me in de kantine horen.” Op de woensdagmiddag is er rondom het sportpark van VV Jonathan amper parkeerplek vrij. Lastig voor een train
Het 1:3:5:2-systeem
In Nederland sturen de meeste (jeugd)trainers hun spelers de wei in met het 1:4:3:3-systeem. Ferry Hendrikse van Sparta Nijkerk A1 niet. De trainer groeide als speler op in het 1:4:3:3-systeem, maar raakte geïnspireerd door het 1:3:5:2-systeem van het FC Barcelona van Frank Rijkaard en heeft zich dit systeem inmiddels eigen gemaakt. “In feite is dat systeem niet meer dan 1:4:3:3 of 1:3:4:3,
Omgaan met pubers
De voetballende oplossing Hard work pays off, weten de trainer en zijn spelers. Ze merken dat ze door veel te oefenen steeds vaker in staat zijn voor de voetballende oplossing te kiezen. “Voorheen trainde ik ook wel eens de C1, maar die had sommige basisoefeningen nog nooit gehad. Dat verbaasde me. Je ziet bij de meeste Jim Willemsen, trainer/coach Sc Brummen C1 We horen het vaker: spelers di
Voorbeeldfunctie binnen de vereniging
“Ik probeer mijn spelers beter te maken. Een groot deel van de trainers doet het alleen maar voor zichzelf. Ze zijn alleen maar met de ranglijst bezig. Mij interesseert die ranglijst helemaal niets. Natuurlijk is het leuk meegenomen als je eerste wordt, maar ik wil spelers beter maken. Als ik zie dat dat lukt en dat sommige spelers naar een BVO gaan, dan heb ik het naar mijn zin en dan heb ik
Visies van Nederland en Frankrijk samenvoegen
Bob Browaeys (46) is sporttechnisch coördinator van Voetbal Federatie Vlaanderen en trainer/coach van België O 17. TrainersMagazine sprak met Browaeys over het werken met de talenten van de toekomst en zijn visie op talentontwikkeling. “Ons opleidingsmodel is uniek, omdat we zaken uit Nederland en Frankrijk pakken.” Waar veel trainers de ambitie hebben om hoofdtrainer te worden bij de
Zakelijk voetballen bij junioren
David Hiariej, trainer van derdedivisionist Hoogezand C1, wil zijn spelers zakelijk laten voetballen, iets dat volgens hem voor veel junioren nieuw is. Effectief is het volgens Hiariej wel. “Ik heb liever dat wij de tijd nemen voor een aanval, dan dat wij gehaast proberen te scoren en een goal incasseren door een counter.” David Hiariej haalt het maximale uit zijn spelers door hen te pri
De counter spelen
De ambitieuze Roel Bijsterbosch constateert dat de counter in het moderne voetbal een steeds belangrijkere rol speelt. Hij wil met zijn O19 daarom in principe graag ‘de counter spelen’. Dit niet te verwarren met op de counter spelen. “De counter spelen is een speelwijze, waarbij snel de diepte gezocht wordt en waarbij wijzelf bepalen hoe we dat doen.”
Dynamiek aanbrengen in geïsoleerde oefenvormen
Emiel ten Donkelaar is in tegenstelling tot veel Nederlandse collega-trainers een voorstander van geïsoleerde oefenvormen, zodat hij spelers op gedetailleerd niveau specialistisch kan coachen op het verbeteren van hun technische vaardigheden. “Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de oefenvorm dynamisch is, zodat spelers constant in beweging zijn en moeten nadenken ov
Vergroten mentale weerbaarheid | De Junioren Trainer
JVOZ-trainer Aloys Lockefeer zag het iedere training en wedstrijd wel een paar keer terugkomen. De afspraken die gemaakt werden, konden voor even de prullenbak in. Het brein van de speler zei namelijk wat anders. “Ik maakte de spelers bewust van hun gedrag en de consequenties daarvan. Samen met hen zocht ik vervolgens een oplossing.” Tekst en be
Open draaien
‘Goed opengedraaid staan’. Veel trainers besteden er aandacht aan. Frank Kolenbrander en Hans Brekelmans, de trainers van de MO17 van St. SOM uit Maasdriel maakten hier zelfs een echt speerpunt van. “Omdat het voor onze speelsters moeilijk is om de bal over lange afstanden te verplaatsen, zullen we vooral combinerend te werk moeten gaan. Dan is goed opengedraaid st
Omschakelvormen voor het hedendaagse voetbal
Het voetbal van vandaag de dag vraagt steeds meer van een speler. Aanvallen, verdedigen en omschakelen zijn niet meer te scheiden van elkaar. Paul Simonis, trainer-coach van Sparta O16, ontwikkelde dan ook oefenvormen waarin alle teamfuncties in hoog tempo voorbij komen. Tekst: Rogier Veenstra | Beeld: Sparta Rotterdam “Het he
De spelhervatting als wapen inzetten
De junioren van UVV O15-1 scoorden al 79 keer, bijna een kwart van de doelpunten werd gemaakt uit een spelhervatting. Trainer-coach Fred van Leeuwen: "Als we een corner tegen krijgen, houd ik standaard vier spelers voorin. Dat maakt niet alleen het verdedigen makkelijker, het is ook aanvallend een wapen." Tekst: Martin Dijkhuizen | Beeld: F
Tips voor interactie met spelers
Het omgaan met pubers is voor trainers vaak een behoorlijke opgave. Thomas Niehe, trainer/coach van BFC O17-1, ziet de leeftijdskenmerken van zijn groep echter als een kans. Hij heeft goede interactie met spelers hoog in het vaandel staan. In dit artikel geeft hij andere trainers tips hoe ze dit ook voor elkaar kunnen krijgen. Tekst: Tom Druppers | Beeld: F
Meer verantwoording bij spelers zelf leggen
Rens Verhoeven, trainer/coach van het Brabantse Boekel Sport JO17-1 wil dat zijn spelers zelf meer verantwoordelijk worden voor hun eigen handelen. Hij gaat daarbij uit van de leerbehoeften van zijn individuele spelers. “Ik probeer mijn trainingen zo samen te stellen, dat ze altijd kunnen werken aan hun eigen leerbehoeften. Ook geef ik ze de kans om steeds eigen keuzes te maken.” In alle
Spelers leren winnen
Het credo ‘opleiden is belangrijker dan winnen’ wordt door veel clubs onderschreven. Steven Wuestenenk, trainer van Be Quick 1887 B1, heeft hier echter zijn eigen visie op. Omdat het winnen van wedstrijden bij hem centraal staat, laat hij de kwaliteiten van de spelers bepalen hoe zijn team speelt. “Het leren winnen van wedstrijden is óók opleiden.” Regelmatig komt de discussie over
Schijnbeweging als basis voor vertrouwen
De schijnbeweging is een effectief middel om de tegenstander uit te spelen, maar de schijnbeweging heeft nog een voordeel. Wanneer deze goed wordt uitgevoerd geeft hij de speler vertrouwen. De spelers van FC Eibergen F1 ondervinden dit wekelijks onder leiding van trainer Christiaan Wittebroek. “Elke gelukte schijnbeweging op de training geeft meer vertrouwen tijdens de w
Het bewuster maken van leermoment
Nigel Pluk (24) is vanaf dit seizoen medeverantwoordelijk voor het eerste elftal van DVSU Onder19. Zijn speerpunten bij de Utrechtse club: het bewuster maken van de leermomenten en het leren elkaar te corrigeren. “Jongens van deze leeftijd zijn oud genoeg dat zelf te doen.” Op een zomerse donderdagavond in augustus staan Nigel Pluk en zijn collega-trainer Nilantha Couwenberg gezamenlijk
Snel veroveren van de bal
De tegenstander niet laten voetballen, dat is waar Richard Hubert als trainer naar streeft. De trainer van de Saestum C1 bedoelt dat letterlijk. Als het aan hem ligt, dan heeft de tegenstander zo min mogelijk balbezit. Mocht de tegenstander de bal toch onverhoopt een keer in bezit hebben, dan moet deze zo snel mogelijk worden heroverd. De speelwijze die Hubert nastreeft zou gezien kunnen wor
Special: Het variëren van de vrije trap
De vrije trap blijft een belangrijk wapen en in het prestatievoetbal is het dan ook goed om na te denken en afspraken te maken hoe de vrije trap te nemen. De meest gebruikelijke 'variant' is het directe schot op doel, die niet eens altijd in de kruising over de muur hoeft te zijn, dat bewees Gareth Bale (zie variant 1 hieronder).  Maar wat nu als u geen vrije trap speci
Het creëren van beleving
John Eikhout heeft zijn sporen bij VV Jonathan inmiddels wel verdiend. Na het kampioenschap met de B1 lijkt hem datzelfde te lukken met de A1 van de Zeister club. Zijn succesformule: beleving creëren. “Soms sta ik zo te schreeuwen in de kleedkamer dat ze me in de kantine horen.” Op de woensdagmiddag is er rondom het sportpark van VV Jonathan amper parkeerplek vrij. Lastig voor een train
De overeenkomsten met het onderwijs
Jorrik Tuenter (JT) en Jordy van Dam (JvD) staan aan het roer van DZC’68 B1, een derde divisionist uit Doetinchem. Hoe de rolverdeling is? De trainers, allebei werkzaam in het onderwijs, zijn gelijkwaardig. Van een hoofdtrainer en assistent-trainer is dan ook geen sprake. TrainersMagazine sprak hier met het duo over. Verder kwamen onder andere de overeenkomsten met het onderwijs, wedstrijdbes
Het 1:3:5:2-systeem
In Nederland sturen de meeste (jeugd)trainers hun spelers de wei in met het 1:4:3:3-systeem. Ferry Hendrikse van Sparta Nijkerk A1 niet. De trainer groeide als speler op in het 1:4:3:3-systeem, maar raakte geïnspireerd door het 1:3:5:2-systeem van het FC Barcelona van Frank Rijkaard en heeft zich dit systeem inmiddels eigen gemaakt. “In feite is dat systeem niet meer dan 1:4:3:3 of 1:3:4:3,
Effectief positiespel bij junioren
In de voetballerij draait het om het maken en voorkomen van doelpunten. Toch wordt er niet zelden méér van een ploeg verwacht. ‘Teams moeten het publiek vermaken met aanvallend en spectaculair voetbal’, wordt regelmatig gezegd. Nederland loopt wat dat betreft voorop, maar stelt in clubverband Europees al jaren niets meer voor. Reden voor Ruwin Verwoert, trainer van DTS A1 uit Ede, om de f
Omgaan met pubers
De voetballende oplossing Hard work pays off, weten de trainer en zijn spelers. Ze merken dat ze door veel te oefenen steeds vaker in staat zijn voor de voetballende oplossing te kiezen. “Voorheen trainde ik ook wel eens de C1, maar die had sommige basisoefeningen nog nooit gehad. Dat verbaasde me. Je ziet bij de meeste Jim Willemsen, trainer/coach Sc Brummen C1 We horen het vaker: spelers di
De kracht van een team
Na een seizoen waarin (bijna) alles lukte voor Vriendenschaar C1, is het dit seizoen zaak om overeind te blijven in de tweede divisie. Trainer Roger Waroux moet dit doen met een bijna compleet nieuw elftal. De afgelopen maanden gebruikte hij daarom om te bouwen aan een nieuw team. “Want”, zegt hij, “de kracht van het team geeft uiteindelijk de doorslag.” De trainer wil dat iedereen
Voorbeeldfunctie binnen de vereniging
“Ik probeer mijn spelers beter te maken. Een groot deel van de trainers doet het alleen maar voor zichzelf. Ze zijn alleen maar met de ranglijst bezig. Mij interesseert die ranglijst helemaal niets. Natuurlijk is het leuk meegenomen als je eerste wordt, maar ik wil spelers beter maken. Als ik zie dat dat lukt en dat sommige spelers naar een BVO gaan, dan heb ik het naar mijn zin en dan heb ik
Spelers op gevoel laten spelen
Voor Wilco Nap, trainer van Saestum A1, draait alles in het voetbal om gevoel en intuïtie. Hij moet een klik hebben met de spelersgroep en wil dat zijn spelers op gevoel voetballen, beslissingen nemen en aanvoelen dat ze zich na een pass direct weer vrij moeten bewegen. “Een wedstrijd kun je vooraf niet programmeren. Ga gewoon lekker voetballen!” Nap wil dat zijn spelers voortdurend in
Visies van Nederland en Frankrijk samenvoegen
Bob Browaeys (46) is sporttechnisch coördinator van Voetbal Federatie Vlaanderen en trainer/coach van België O 17. TrainersMagazine sprak met Browaeys over het werken met de talenten van de toekomst en zijn visie op talentontwikkeling. “Ons opleidingsmodel is uniek, omdat we zaken uit Nederland en Frankrijk pakken.” Waar veel trainers de ambitie hebben om hoofdtrainer te worden bij de
Stephan Siahaya: Tegenstander niet laten voetballen
Stephan Siahaya, trainer van derdedivisionist ACV B1, wil zijn tegenstander op zijn helft niet de ruimte geven om aan voetballen toe te komen. De trainer wil daarom dat zijn ploeg hun opbouw verstoort door op de juiste momenten druk te zetten. Daarbij is er een hoofdrol weggelegd voor zijn spits. “Hij geeft het sein wanneer wij druk gaan zetten.” Siahaya, TC2-cursist, is bezig aan zijn
Zakelijk voetballen bij junioren
David Hiariej, trainer van derdedivisionist Hoogezand C1, wil zijn spelers zakelijk laten voetballen, iets dat volgens hem voor veel junioren nieuw is. Effectief is het volgens Hiariej wel. “Ik heb liever dat wij de tijd nemen voor een aanval, dan dat wij gehaast proberen te scoren en een goal incasseren door een counter.” David Hiariej haalt het maximale uit zijn spelers door hen te pri
Koen Stam: Initiatief leidt tot creatieve oplossingen
AZ heeft ambitie, visie en innovatie hoog in het vaandel staan. Iedere dag wordt er dan ook gewerkt om uitdager te worden van de Europese topclubs, door zich te onderscheiden op kennis en inhoud. Het credo van de jeugdopleiding is dan ook dat elke trainer continu op zoek is naar mogelijkheden om beter te worden dan de dag ervoor. “We willen de Europese top uitdagen met spelers uit onze opleid
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10