Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Doorschuiven centrale verdediger op speelhelft tegenstander
| Bedankt voor uw mening!
Woensdag 31 Januari 2018

Stephan Henderik wil met zijn team graag dominant voetbal spelen op de helft van de tegenstander. Daarom kiest hij voor een 1:3:4:3-formatie, waarbij er een bijzondere rol is voor de centrale verdediger. “De centrale verdediger schuift in, waardoor we een overtal krijgen op het middenveld en we die ruimte kunnen domineren.”

De trainer van UVV JO13-1 komt veel tegenstanders tegen die ervoor kiezen om met een laatste man achter de defensie te spelen. “Hun taak is om de dieptepasses achter de verdediging op te ruimen als de bal erachter valt. Ik ben daar geen voorstander van, want ik wil graag met hoge pressie spelen. Als je een speler achter de verdediging neerzet, kom je er voorin één te kort en kun je moeilijker drukzetten. Ook is het minder leerzaam voor de andere verdedigers. Zij leren niet om de buitenspelval op te zetten, omdat die altijd wordt opgeheven door de laatste man.”

Liever speelt Henderik met een centrale verdediger die juist vóór de defensie speelt. “Op de speelhelft van de tegenstander spelen wij altijd 1:3:4:3, met een doorgeschoven centrale verdediger. Achterin speel je dan één-op-één terwijl je juist een man-meer-situatie op het middenveld creëert.“

De oefenmeester denkt dat deze speelwijze goed past bij de leeftijdscategorie die hij onder zijn hoede heeft. “D-pupillen willen van nature de bal snel terugveroveren als ze hem zijn kwijtgeraakt. Daarom laat ik mijn ploeg niet inzakken, want dat gaat tegen de gewoontes van het kind in. Natuurlijk vraagt deze manier van spelen meer van spelers, maar daardoor is het wel leerzamer. Hoe vaker het lukt om de bal weer snel te veroveren, hoe leerzamer het is.”

Afspraken tijdens het storen
Tijdens het verdedigen op de speelhelft van de tegenstander ligt er een belangrijke taak voor de doorgeschoven centrale verdediger. “Hij fungeert als extra middenvelder, die de meest offensieve speler van de tegenstander opvangt. Dat verandert ook de rol van onze aanvallende middenvelder, die daardoor ontlast wordt en de spits kan ondersteunen in het vastzetten van de twee centrale verdedigers van de tegenstander.”

Henderik legt uit dat één situatie binnen het verdedigen op de helft van de tegenstander erg goed in te slijpen is. “Dat is de achterbal vanaf de keeper. De beginsituatie is altijd hetzelfde: de keeper legt de bal klaar, terwijl de rest van het team zich opstelt om de bal te ontvangen. Ik maak hierover vaste afspraken met mijn team, zodat het voor hen na verloop van tijd duidelijk wordt welke kant we op willen.”

“Om aan te geven waarom ik wil dat we het op een bepaalde manier uitvoeren, probeer ik ze te laten inzien wat de voordelen ervan zijn. Als we met vroeg drukzetten de bal veroveren zijn we dichtbij het doel van de tegenstander en kunnen we misschien zelf een doelpunt maken.” Hoewel Henderik de richtlijnen bepaalt, wil hij zijn spelers zelf ook een stukje verantwoordelijkheid geven. “Daarom laat ik mijn spits altijd bepalen aan welke kant van het veld we druk gaan zetten. Hij moet dan kijken waar de keeper de bal neerlegt en hij moet dan de rest van het team aansturen.”

Hij legt uit waarom hij er veel waarde aan hecht dat er vaste afspraken zijn over het storen van de opbouw van de tegenstander. “Ik kan mijn spelers wel vertellen dat we graag hoge druk willen spelen, maar als het organisatorisch niet klopt en de ruimtes veel te groot zijn, krijg je iedere wedstrijd een paar doelpunten om je oren.”

In tekening 1 doet de Utrechter uit de doeken hoe hij zijn ploeg organiseert op het moment dat de tegenstander begint met opbouwen vanaf de keeper.


Taken per linie storen van de opbouw:
- De doelman (1) kiest buiten het strafschopgebied positie.
- De vleugelverdediger aan de balkant (5) dekt zijn directe tegenstander. De vleugelverdediger aan de niet-balkant (2) knijpt naar binnen.
- De centrale verdediger (3) dekt de spits en knijpt naar de balkant als de bal wordt ingespeeld.
- De centrale verdediger (4) pakt de aanvallende middenvelder van de tegenstander op.
- De centrale middenvelders (6 en 8) dekken hun directe tegenstanders.
- De aanvallende middenvelder (10) kiest schuin achter de spits (9) positie en dekt geen directe tegenstander.
- De buitenspeler aan de niet-balkant (11) kiest positie bij de centrale verdediger. De buitenspeler aan de balkant (7) laat zijn directe tegenstander vrij en schermt de aanspeellijn naar het middenveld af.
- De spits (9) laat de rechter centrale verdediger vrij, maar houdt dusdanig afstand dat hij wel druk kan geven.

Als een rat in de val
Henderik wil niet dat de tegenstander direct volledig wordt vastgezet, omdat de keeper dan geen enkele afspeelmogelijkheid heeft. “Hij wordt dan geforceerd om lang te spelen, maar wij willen de bal zo dicht mogelijk bij het doel van de tegenstander veroveren. Daarom laten we twee spelers (zie tekening) vrij als de tegenstander gaat opbouwen.”

“Hiermee proberen we de tegenstander te verleiden tot het spelen van een korte opbouw. Vaak speelt de doelman de centrale verdediger in, die op zoek gaat naar afspeelmogelijkheden. Doordat de (rechter)vleugelverdediger, in tegenstelling tot zijn teamgenoten, helemaal vrij staat kiest de speler in balbezit ervoor om hem aan te spelen.”

Op dat moment klapt de val dicht, zo zegt Henderik. “Door een overtal te creëren aan de balkant wordt het jagen op de bal als team een stuk makkelijker. Aan de kant van de bal is er zoveel druk dat het spel onmogelijk naar de andere kant verlegd kan worden. Ook hebben spelers in deze leeftijdsgroep daar de schotkracht nog niet voor, dat is in dit geval een gunstige bijkomstigheid.”

Een belangrijke voorwaarde hiervoor is wel dat iedereen meedoet en er in een hoog tempo gejaagd wordt. “Als één speler verzaakt, schiet je jezelf als team in de voet, want als de bal diep gespeeld wordt, ontstaat er direct een gevaarlijke situatie.”

Ook de doelman heeft een belangrijke rol binnen deze manier van spelen. “Ik probeer hem aan te leren dat hij voor het strafschopgebied positie moet kiezen. Op deze leeftijd vinden keepers dat soms nog lastig, omdat ze dan ver van hun eigen doel staan. Als de bal achter de verdediging valt, kan de keeper heel nuttig zijn, want dan fungeert hij eigenlijk als extra verdediger en kan hij voorkomen dat de tegenstander vanuit de omschakeling een kans creëert.”

Omschakeling naar balbezit
Als het de ploeg van Henderik lukt om de bal te veroveren ontstaat er een interessante situatie. “We zijn dan in de buurt van het vijandelijke doel in balbezit, waardoor we een doelpoging kunnen ondernemen. De tegenstander staat dan nog ongeorganiseerd, omdat zij een paar seconden daarvoor zelf nog bezig waren met opbouwen.”

In de tekening is te zien dat de aanvallende middenvelder van het elftal van Henderik geen directe tegenstander heeft tijdens het storen van de opbouw. “Dat is een bewuste keuze: hij kan de aanspeellijnen naar het middenveld dichtmaken, maar bovenal is hij van grote waarde als wij de bal veroveren. Wanneer dat ons lukt kunnen we direct een van onze beste spelers aan de bal vrijspelen rond het strafschopgebied van de tegenstander. Van daaruit ontstaat de situatie dat hij misschien zelf op doel kan schieten, of een medespeler kan vrijspelen.”

Daarnaast is er opnieuw een belangrijke rol weggelegd voor de centrale verdediger. “Vaak zie je dat spelers op het middenveld koppeltjes maken. Als er balverlies wordt geleden zie ik vaak dat de centrale middenvelder van de tegenstander op zoek gaat naar zijn directe tegenstander, onze centrale middenvelder. De centrale verdediger schuift in, waardoor er een vier-tegen-drie-situatie op het middenveld ontstaat, omdat de spits van de tegenstander niet constant terug verdedigt. Hij is van nature aanvallend ingesteld en kan het vaak moeilijk opbrengen om de hele wedstrijd terug te verdedigen. Hierdoor komt de centrale verdediger veelal in balbezit en moet hij steeds afwegen of hij indribbelt, of een teamgenoot aanspeelt.”

Valkuilen
Als het de tegenstander lukt om de bal ondanks de hoge pressie te verplaatsen naar de andere speelhelft, schakelt de ploeg van Henderik terug naar 1:4:3:3. “Op onze eigen speelhelft speel ik graag met een overtal achterin, zodat de verdedigers elkaar kunnen ondersteunen. Als we daar dan de bal weten te veroveren, heeft mijn centrale verdediger weer de vrijheid om zich met het aanvalsspel te bemoeien.”

Henderik houdt van aanvallend, gedurfd voetbal en is daarom niet bang voor de risico’s die deze manier van spelen met zich meebrengt. “Als je op deze manier wilt spelen moeten spelers goed samenwerken tijdens het drukzetten. Natuurlijk is het veel minder risicovol om als collectief in te zakken, maar volgens mij is dat ook een stuk minder leerzaam, omdat je dan erg reactief speelt.”

“Dit seizoen hebben we nog niet één keer de nul gehouden, maar we scoren wel vaker dan tegenstanders. Het gaat met vallen en opstaan, maar daar moet je niet voor weglopen als je werkzaam bent als jeugdtrainer”, zo besluit Henderik.


Oefenvorm 1: 2 tegen 1 in 3 vakken



Organisatie
• In ieder speelvak wordt 2 tegen 1 gespeeld, de oefening begint bij het onderste vak
• Het is de bedoeling dat het tweetal de bal naar het andere vak speelt
• Weerstand van de verdedigers geleidelijk opbouwen tijdens de oefening

Coaching
• Vooruit kijken als je de bal hebt
• Zo snel mogelijk een voorwaartse pass spelen

Variatie
• Alleen in het beginvak spelen met een overtal, in de rest van de speelvakken wordt er 1 tegen 1 gespeeld


Oefenvorm 2: 4 + K tegen 4 + K en 4 kaatsers



Organisatie
• Er wordt 4 tegen 4 met twee keepers gespeeld, waarbij er twee kaatsers van ieder team op de lengtezijde bij het doel van de tegenstander staan. In balbezit speelt de ploeg dus 7 tegen 5

Coaching
• Zoeken naar een voorwaartse pass op een van de twee neutrale spelers van je team
• Proberen te scoren vanuit een pass op de lopende speler na een pass op de kaatser bij het doel

Variatie
• Scoringsrecht krijgen als je een van de twee kaatsers hebt aangespeeld (in het daaropvolgende balcontact)
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen