Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Tools voor ontwikkeling van het individu
Leestijd 6-8 minuten
| Bedankt voor uw mening!
Maandag 5 Maart 2018

Jasper van Leeuwen en Michel Hordijk van Cruyff Football leggen in dit artikel uit hoe je, door middel van diverse ‘tools’, de ontwikkeling van het individu verder kunt stimuleren.

Tekst: Tom Druppers | Beeld: Cruyff Football

“Een van de pijlers van de Cruijff-visie is het ontwikkelen van het individu”, zo begint Jasper van Leeuwen, die bij Cruyff Football onder meer verantwoordelijk is voor de talentidentificatie en daarvoor manager jeugdscouting was bij Ajax. “In Nederland heerst er op dit moment te veel een cultuur waarop de trainer veelal bepaalt hoe, wat en wanneer er getraind wordt. De speler is daarbij afhankelijk van zijn grillen. Vroeger gebeurde de vorming grotendeels op straat en daar was het juist andersom: er werden kleine partijtjes gespeeld, waarbij de spelregels en teams zelf gemaakt werden, zonder dat er een volwassene leiding gaf. Daardoor kon een kind voetbal op zijn eigen manier ontdekken. Door het verdwijnen van het straatvoetbal is de balans scheefgegroeid.”



Cruyff Football probeert dat ontwikkelklimaat op eigen wijze weer te integreren in jeugdopleidingen. Michel Hordijk, bepakt met de taak om de skills van het individu verder te ontwikkelen, vertelt hoe je daar op een eenvoudige manier invulling aan kunt geven. “Geef de spelers een net met ballen, wat pylonen en laat ze zelf iets organiseren, zoals bijvoorbeeld een toernooitje. Op die manier worden spelers onafhankelijk en kunnen ze zelf ontdekken hoe dat in z’n werk gaat. Techniek en creativiteit komen daarin steevast aan bod, volgens mij de belangrijkste aandachtspunten voor spelers van zes tot en met twaalf jaar oud. Je moet het niet iedere training doen, er is namelijk ook behoefte aan leiding en sturing, maar het is een simpel middel om onafhankelijkheid te stimuleren.”

Maar waarom pleit Cruyff Football voor een (r)entree van het straatvoetbal in jeugdopleidingen? “Omdat je er betere spelers door opleidt. Het straatvoetbal geeft de ontwikkeling van de techniek, motoriek en creativiteit een boost. Ook het aantal balcontacten speelt simpelweg mee: in kleine spelvormen komt een speler in verschillende spelsituaties. Als je als aanvaller heel vaak in een een-tegen-een-duel komt boek je natuurlijk sneller progressie. Dat geldt natuurlijk ook voor een verdediger, of keeper. Daarom zijn wij ook voortrekkers geweest van de nieuwe spelvormen voor de onderbouw die de KNVB sinds dit seizoen aanbiedt.”

Differentieel leren
Een methode die de laatste jaren steeds meer bekendheid verwerft is die van het differentieel leren. Binnen Cruyff Football is dat ook een van de manieren om de ontwikkeling van het individu vorm te geven. “Differentieel leren houdt in dat je een bepaalde skill, zoals bijvoorbeeld een balaanname, op zoveel mogelijk verschillende manieren traint. Constante verandering is daarin belangrijk. Wij proberen daar dus veel in te variëren door te trainen met verschillende maten ballen, maar ook op verschillende ondergronden, zoals gras, kunstgras en asfalt”, aldus Hordijk.

“Sommige mensen zullen zich afvragen waarom we niet gewoon trainen op een ondergrond waar spelers in de praktijk ook mee te maken krijgen. Of waarom we niet alleen normale balformaten gebruiken. Door de skill op meerdere manieren te trainen past het lichaam en de geest zich makkelijker aan als de omgeving, of omstandigheid verandert. Het is een stuk leerzamer, zo wijst wetenschappelijk onderzoek uit. Er zijn heel veel variaties, maar het belangrijkste is dat je er in ieder geval voor zorgt dát je varieert”, zo vult Van Leeuwen aan.



Aanleren van een skill
Binnen straatvoetbal maken kinderen zich het voetbal ‘eigen’, maar Cruyff Football probeert hier zelf ook sturing aan te geven, door het individu skills aan te leren die toepasbaar zijn binnen spelsituaties. Hordijk, in het verleden actief als techniektrainer bij FC Utrecht, vertelt hoe hij een passeerbeweging als de schaar stapsgewijs aanleert. “Ik hanteer niet altijd dezelfde volgorde en probeer veel te variëren, zodat ik steeds tot nieuwe inzichten kan komen. Ook ontstaat er dan geen gewenning bij spelers en moeten ze zich steeds aanpassen aan nieuwe oefenvormen en dus veranderende omstandigheden.”

“Als spelers voor het eerst kennismaken met de schaar laat ik ze eerst een meter of tien dribbelen. Eerst met bijvoorbeeld het voorkeursbeen, waarna ze de bal na vijf meter overnemen met de andere voet. Als de dribbel goed is, laat ik ze daarna versnellen bij de balovername van de ene naar de andere voet. De vervolgstap is dat ze daarna een stukje uitwijken, terwijl ze in hoog tempo aan het dribbelen zijn.”

Hij legt uit dat hij er, misschien anders dan andere trainers, bewust voor kiest om de bal halverwege de dribbel over te laten nemen met het andere been. “Als je linksbenig bent, met links dribbelt, maar naar rechts uitwijkt heb je een extra stap nodig, waardoor de tegenstander makkelijker kan bijbenen. Door tijdens het dribbelen over te schakelen naar het andere been, verras je de tegenstander en kun je na de beweging weer direct met je voorkeursbeen verder.”

“Dat zijn eigenlijk, nog los van de skill zelf, de voorwaarden om een goede schaar te maken. Persoonlijk zie ik vaak dat de beweging wel goed is, maar dat de versnelling ontbreekt. Hierdoor is de passeerbeweging veel minder dreigend, want voor de tegenstander is het eenvoudiger verdedigen. Op deze manier zorg je ervoor dat alle facetten voor een goede schaar aanwezig zijn, waardoor iemand hem uiteindelijk op den duur op eigen wijze perfect kan toepassen.”

Dit zijn methodische stappen die Hordijk aanhoudt als hij tijdens een training bezig is met het oefenen van een skill. Er komt echter nog meer bij kijken. “Het belangrijkste is uiteindelijk dat een speler de beweging ook onder weerstand kan uitvoeren, want anders heb je er niets aan. Timing is daarin erg belangrijk. Het gaat er dan om dat spelers leren herkennen wat het juiste moment is om de skill in te zetten. Eén-tegen-één-vormen zijn daar erg geschikt voor.”

Hordijk benadrukt dat het niet altijd in deze volgorde hoeft te gaan. “Je kunt ook starten met een één-tegen-één-situatie en van daaruit gaan observeren. Wat is het voetbalgedrag van de spelers? Met welke bewegingen zijn ze succesvol en waarmee juist niet? Als ik zie dat een speler alleen goed kan passeren met zijn sterke been en daardoor erg voorspelbaar is, ga ik ermee aan de slag. Mijn insteek is dan positief: ik complimenteer hem met zijn mooie acties, maar stimuleer hem vervolgens om het ook met zijn andere been te proberen.”

Van Leeuwen: “Dat is eigenlijk tekenend voor onze visie. We hebben geen eenduidigheid over de volgorde waarop je een skill het best kunt aanleren. Daarin willen we juist variëren: de ene keer start je met het geïsoleerd aanleren van een skill, terwijl je de keer daarop eerst gaat observeren waar het individu behoefte aan heeft en daar vervolgens de training op inricht.”

Spelprincipes
“Als je spelertjes van acht of negen jaar oud een bal breed of terug naar de keeper ziet spelen, is dat niet natuurlijk, maar aangeleerd gedrag. Risicovermijdend, want stel je eens voor dat je de bal verliest, of we zelfs een tegendoelpunt krijgen. Een veelgemaakte fout in Nederland vind ik dat ik jeugdtrainers vaak hoor praten over bepaalde spelsystemen, die gekoppeld zijn aan een formatie. Zelfs bij de jongste jeugd hoor ik dat al regelmatig voorbijkomen”, zo zegt Hordijk.

“Wij willen daarin een omslag maken”, aldus Van Leeuwen. “Binnen de Cruijff-visie volgen vanuit de speelwijze of strategie een aantal spelprincipes, die leidend zijn. Tactiek bijvoorbeeld zit daaronder, daarin kun je variëren, zelfs binnen een wedstrijd. Spelprincipes zijn blijvend, dat zijn de gedragskenmerken die een team als geheel en spelers als individuen zich eigen maken. Johan was een voorstander van attractief voetbal opgebouwd vanuit die principes en gekoppeld aan de skills die spelers moeten beheersen om het uit te kunnen voeren. De basis daarvoor leg je al in de onderbouw."

Ook bij de jongste jeugd spreekt men al van principes. “Alleen leren we die nog niet zo bewust aan. Een goed voorbeeld daarvan is het principe ‘diepte voor breedte’. Dat zit van nature al in het karakter van een jonge voetballer. Dat proces moet je niet afremmen, maar juist stimuleren. Het gaat om het ontwikkelen van lef en creativiteit, zodat je creatieve spelers, die een man kunnen passeren, ontwikkelt.”

Een ander principe dat ook terugkomt bij de jongste jeugd is de driesecondenregel. “Dat houdt in dat we de bal direct weer willen terugveroveren als we hem zijn kwijtgeraakt. Dat ligt al opgesloten in het karakter van een jonge voetballer en door simpelweg te zeggen: probeer binnen drie tellen de bal weer af te pakken, leg je daarvoor al een basis op jonge leeftijd.”

“De kunst is om het onbewust te trainen in de onderbouw, zonder dat je vervalt in allerlei ingewikkelde tactieken met bepaalde spelpatronen. Daar is het nog veel te vroeg voor, dat komt later wel. Als je aanvallend voetbal wilt spelen, heb je eerst en vooral de skills en creativiteit nodig. Dit alles moet op jonge leeftijd in hun voetbal-DNA komen", zo besluit het duo.
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen