Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Maximale controle over snelheid
| Bedankt voor uw mening!
Vrijdag 30 Maart 2018

Troy Douglas, Performance Coach bij Ajax, is afkomstig uit de atletiek. Dat betekent niet dat hij van zijn spelers allemaal snelle sprinters maakt. “Het gaat erom dat een speler zich bewust is van zijn lijf en kwaliteiten. Voetballers die maximale controle hebben over hun snelheid, zijn in het veld rustiger en zien het spel sneller.”

Tekst en beeld: Martin Veldhuizen en Ajax Images

“Mensen zeggen weleens: jij komt uit de atletiek en je was zelf een sprinter, dus je maakt de spelers van Ajax ook allemaal supersnel. Daar moet ik altijd om lachen, want dat gaat natuurlijk niet lukken.” De voormalig atleet Troy Douglas (55) zegt er wél voor te kunnen zorgen dat spelers beter anticiperen op de eerste paar meters. “Daar zit veel winst. Het gaat erom dat sporters zich bewust zijn van hun lijf en kwaliteiten. Een voetballer die maximale controle heeft over zijn snelheid, is rustiger in het veld. Hij ziet het spel daardoor beter en sneller.”

Edgar Davids
Douglas ontving in november 2016 een e-mail van Ajax met de vraag of hij eens wilde komen praten. “Ze wilden mij als trainer en ons eerste gesprek voelde direct goed. In de auto, terug naar huis, dacht ik: waarom zou ik het niet doen? Topsport is de laatste tien jaar enorm gegroeid als bedrijfstak, er is veel meer ruimte voor specialisten. Ik had en heb het idee dat ik iets kan betekenen voor Ajax, al stond ik ook open voor een baan in een andere sport. Het is niet zozeer de sport, maar vooral de atleet die mij boeit.”

Toch is het niet vreemd dat Douglas juist in de voetballerij terecht kwam. Tien jaar geleden trok Edgar Davids bij hem aan de bel om z'n loopwerk te verbeteren, even later gevolgd door Klaas-Jan Huntelaar. “Davids was al ongelooflijk sterk en snel, vooral in de kleine ruimte. Maar hij vond dat niet genoeg. Ik ging met hem aan de slag en leerde veel van hem. Door met Edgar te werken, ontdekte ik dat ik ook bij andere sporters dan atleten kan uitvoeren wat ik zie en denk. Mede daardoor ben ik nu bij Ajax een van de specialistentrainers van O17 en O19, Jong Ajax én het eerste elftal.”



Genoeg tijd
Voordat Douglas vertelt over zijn aanpak, maakt hij een vergelijking tussen het voetbal en de atletiek. “In de atletiek heeft een coach vier jaar de tijd om zijn atleten voor te bereiden op de Olympische Spelen en twee jaar voor een Europees of Wereldkampioenschap. Een atletiekcoach heeft dus genoeg tijd om te bouwen en naar een prestatie toe te werken, dit in tegenstelling tot de voetballerij, waar bijna wekelijks wordt gevoetbald en vaak zelfs twee keer in de week. Zeker bij clubs als Ajax moeten de spelers er elke wedstrijd staan. Verliezen ze of spelen ze gelijk, dan staat er direct druk op het volgende duel. Een ander verschil is, dat atletiek een individuele sport is, waarbij het vooral gaat om het uitschakelen van je directe tegenstander(s). In een teamsport als voetbal speelt de individuele strijd veel minder een rol. Een individuele sporter kan niet terugvallen op zijn teamgenoten en moet zichzelf daardoor ontzettend goed kennen. Hij moet zich bewust zijn van zijn lijf en wat hij daar allemaal mee kan bereiken.”

Fysieke achterstand
De goedlachse Douglas gaat ook nog even op het niveau van het Nederlands voetbal in. “Als ik zie wat de spelers bij Ajax met een bal kunnen, dan durf ik te stellen dat Nederlandse voetballers tactisch en technisch tot de besten van de wereld behoren. Op fysiek gebied zijn we echter niet zo ver als andere landen. De fysieke capaciteiten van bijvoorbeeld Franse spelers zijn momenteel zoveel groter. Zij weten ook dat ze op fysiek gebied superieur zijn aan Nederlanders en dat maakt ze in onderlinge confrontaties sterk en geeft hen veel vertrouwen. Maar als het ons lukt om onze technische en tactische kwaliteiten te combineren met een fysieke stap vooruit, dan ben ik ervan overtuigd dat we met landen als Frankrijk de aansluiting weer kunnen vinden. Er ligt daarbij wel een enorme druk op de sportverenigingen in Nederland, want het natuurlijke gevoel van bewegen wordt bij kinderen op school nauwelijks nog aangeleerd. We zijn daardoor enorm afhankelijk van de verenigingen.”

Vloeiende beweging
Bij Ajax speelt Douglas een belangrijke rol in de fysieke ontwikkeling van de spelers. Zijn specifieke kwaliteiten moeten vertaald worden naar de training met bal, het sprinten op de eerste meters en het wenden en keren. “Ik let op vier punten: de voeten, knieën, heupen en de schouders”, legt Douglas uit. “Het is belangrijk dat deze vier gewrichten synchroon en in een vloeiende beweging gebruikt worden. Ik probeer vooral de heupen en voeten sterker te maken, zodat de spelers makkelijker kunnen wegdraaien en versnellen.”

Het betekent niet, dat Douglas van iedere voetballer een supersnelle sprinter maakt. “Zeker niet. Het gaat er vooral om dat iemand 'master of his speed' wordt. Met andere woorden: maximale controle heeft over zijn snelheid. Soms zijn spelers te snel om te stoppen of te draaien. Ik leer ze hun snelheid te controleren, waardoor ze in het veld rustiger worden en het spel sneller zien. Ik vind Steven Gerrard een mooi voorbeeld. Hij was beslist niet de snelste middenvelder, maar doordat hij precies wist wat hij wel en niet kon, had hij altijd de controle over zijn lichaam. Hierdoor lukte het hem bijvoorbeeld om de hele wedstrijd in een hoog tempo te spelen.”

Get comfortabel
In de aanpak van Douglas neemt zijn levensmotto 'luister om te begrijpen, niet om antwoord te geven' een belangrijke plaats in. “Als coach zie je wat een speler nodig heeft. Maar het is goed om ook naar de spelers te luisteren. Zonder feedback van je sporters weet je niet of datgene wat jij ze probeert bij te brengen overkomt. Door tijdens de trainingen te kijken hoe ze op de oefenstof reageren en door naar hen te luisteren, weet je of je schema's kloppen. Als een speler aangeeft dat hij moe is, dan accepteer ik dat. Het heeft dan geen zin om te gaan knallen, maar we gaan wél trainen. Alleen doen we dat in een lager tempo of we gaan bijvoorbeeld het krachthonk in.”

Douglas gunt zijn spelers de tijd om hem te begrijpen. “In eerste instantie observeer ik de spelers tijdens voetbal- en krachttrainingen en wedstrijden. Ik kijk welke bewegingen ze maken en in welke richtingen. Vervolgens kijk ik hóe iemand beweegt, wat daarin zijn kwaliteiten zijn en hoe hij z'n snelheid gebruikt. Tenslotte vraag ik aan de coach wat hij in die specifieke speler mist. Daarna ga ik met de spelers aan de slag. Ik vertel ze altijd: 'get comfortabel being uncomfortable'. Ze moeten accepteren dat ze niet direct overal een antwoord op hebben en zichzelf de tijd gunnen om mij te begrijpen. Ik zie hun kwaliteit en hoe ze vanuit die kwaliteit kunnen groeien. Daarop moeten ze leren vertrouwen.”

Hordelopen
“Voetballers staan vrijwel nooit stil, maar bewegen negentig minuten. De grootste winst zit 'm in het anticiperen op de eerste paar stappen. Ik probeer spelers bewust te maken hoe ze bewegen. Door bijvoorbeeld het gebruik van hun voeten en armen te verbeteren, probeer ik ervoor te zorgen dat ze sneller kunnen wenden en draaien. Omdat ik vind dat spelers ook een beetje kind moeten kunnen zijn, geef ik veel oefeningen spelenderwijs. Ik gebruik daarbij zaken uit de atletiek, zoals hordelopen en medicijnballen. Ik laat spelers onder hordes kruipen en er overheen springen, waarna ze een medicijnbal moeten vangen. Maar ook specifieke voetbalvormen komen aan bod, waarbij ze een parcours langs pylonen lopen, inclusief allerlei versnellingen en richtingsveranderingen, in combinatie met het passen en trappen van de bal. Dit zijn slechts een paar voorbeelden van oefeningen waarmee ik voetballers op fysiek gebied kan ontwikkelen.”

Lead by example
Tot slot van zijn betoog gooit Douglas er nóg een Engelse term uit. “Als coach moet je het goede voorbeeld geven, 'you have to lead by example'. Iedere sporter wil naar de Olympische Spelen of een EK of WK. Je kunt spelers wel de verantwoordelijk geven voor hun eigen prestatie en ontwikkeling, maar zorg je er als coach voor dat ze het beste uit zichzelf halen? Door zélf ook elke dag beter te willen worden, probeer ik mijn spelers te inspireren hetzelfde te doen.

Ik houd de spelers daarbij altijd voor dat ze de reis naar succes niet moeten vergeten. Als je traint om beter te worden, ben je nooit de volgende dag al perfect. Je bent echter wel een stapje dichter bij je einddoel. Het is zó belangrijk dat een sporter zich bewust is van zijn kwaliteiten en gelooft in wat hij doet. Een voetballer die maximale controle heeft over zijn snelheid, is rustiger in het veld. Hij ziet het spel daardoor beter en sneller.”
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen