Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Basisprincipes aanleren
| Bedankt voor uw mening!
Dinsdag 10 April 2018


Smetsers vindt het aanleren van de taken per positie en de samenwerking tussen de linies zijn voornaamste taak als trainer/coach van de junioren JO15 van VOAB. Smetsers: “Deze leeftijdsgroep komt voor het eerst in aanraking met het echte elf tegen elf, inclusief alle regels van het volwassenvoetbal. Daarom moeten juist hier de basisprincipes aangeleerd worden.”

Tekst: Rob Robben | Beeld: Belinda avn der Bruggen

Bij de O13 wordt weliswaar ook al elf tegen elf gespeeld, maar Smetsers merkt op, dat dit nog gebeurt met aangepaste regels. “Bij de O13 mag de keeper de bal bijvoorbeeld nog op de zestienmeter leggen en ook de corners worden daar nog niet vanaf de cornercirkel genomen. Dat zijn regels die nog altijd specifiek bij het pupillenvoetbal horen. Bij de O15 worden deze aanpassingen losgelaten en wordt het voetbal gespeeld precies zoals ze in het stadion of op televisie zien en zoals ze later ook in het eerste elftal van de club gaan spelen. Dit is voor de spelers best een overgang en daarom probeer ik ze op deze leeftijd de basisprincipes van het echte volwassenvoetbal bij te brengen. In de hogere leeftijdsgroepen kan dit alles dan gefinetuned worden.”

Elkaar helpen
“Bij het aanleren van de basisprincipes is samenwerking essentieel voor mij.” Deze samenwerking beperkt zich bij Smetsers niet alleen tot ín het veld. “Nee, ook buiten het veld benadruk ik dat. Als iemand van de materialendienst ziek is, verwacht ik van anderen dat ze die ene overgebleven jongen niet alleen alles laten opruimen. En als er een bal kwijt is, wil ik dat we met zijn allen gaan zoeken en niet alleen de speler die de bal weggetrapt heeft. Je moet elkaar buiten het veld net zo goed helpen als binnen het veld. Je laat de spits ook niet alleen druk zetten en een middenvelder moet de centrale verdediger, die in moeilijkheden is gekomen, ook komen helpen. Mijn motto is dan ook ‘een verstandige voetballer laat zijn teamgenoot nooit in de steek!”
 

Leeftijdskenmerken
Smetsers ervaart de O15 met zijn specifieke leeftijdskenmerken als een erg uitdagende leeftijdsgroep. “Een heel praktische uitdaging is al het verschil in lengte. Sommigen hebben de groeispurt al achter de rug en zijn groter dan ikzelf. Anderen zijn twee turven hoog en toch spelen ze in hetzelfde team. Ze spelen op een groot veld en sommigen kunnen de bal nog lang niet zo ver trappen als anderen. Bovendien zijn deze jongens door de enorme groeispurt ook een stuk bevattelijker voor blessures, omdat spieren op die leeftijd snel groeien en dat kan pijn veroorzaken bij de aanhechting in knie en/of enkel. Ik zal dus bij mijn oefenstofkeuze met al deze gegevens rekening moeten houden. Soms zet ik bijvoorbeeld spelers van dezelfde grootte bij elkaar, maar ook deel ik soms heel bewust spelers met grote fysieke verschillen bij elkaar in. In de wedstrijd moeten ze nu eenmaal ook leren omgaan met deze verschillen. Als de kleine technische spelers bijvoorbeeld te lang lopen met de bal, ervaren ze al heel snel dat ze dat niet moeten doen. Anders worden ze gewoon omvergelopen. Ze leren dat ze de bal beter moeten afschermen en sneller moeten handelen. Daar worden ze dus alleen maar sterker van.”

Duidelijkheid
“Buiten deze fysieke aspecten krijg ik ook te maken met het soms recalcitrante en egocentrische gedrag van deze leeftijd. Ze komen in de puberteit en zetten zich af tegen gezag, lijden soms aan zelfoverschatting en zijn vaak veel alleen met zichzelf bezig. Toch moeten ze in een team gezamenlijk een prestatie neerzetten. Dit moet je als trainer op een goede manier proberen te managen. Dit doe ik onder andere door duidelijkheid te geven aan mijn spelers. Deze duidelijkheid geef ik natuurlijk buiten het veld, maar zeker ook binnen de witte lijnen. Zaken als ‘hoe gaan we samen doelpunten voorkomen?’ en ‘hoe gaan we samen opbouwen en aanvallen om zo tot scoren te komen?’, zijn vragen waar duidelijke antwoorden op moeten komen. Ik besteed daar in mijn trainingen en wedstrijden veel aandacht aan. De basisprincipes van het echte elf-tegen-elf komen dan ruimschoots aan bod. Ik start met de basistaken per positie en benadruk dan vooral de samenwerking tussen de linies. Ik probeer dit te realiseren door tijdens trainingen veel wedstrijdsituaties te creëren. Ik besteed dan veel aandacht aan de veldbezetting vanuit de basisformatie 1:4:3:3. Waar staan de spelers en hoe staan ze ten opzichte van elkaar?”

Verzorgde opbouw
“Zoals ik eerder al opmerkte speelt de O15 voor het eerst zonder aangepaste regels. Bij een uittrap houdt dit dus in, dat deze vanaf de vijfmeterlijn genomen moet worden. Dit kan al meteen tot problemen leiden, omdat dit nieuw is en deze spelers wellicht de bal nog niet over een grote afstand kunnen trappen. Dit houdt dus in, dat mijn verdedigers en middenvelders zich zo moeten opstellen, dat ze de bal toch op een goede en veilige manier kunnen ontvangen. Een goede samenwerking tussen de keeper, verdediging en middenvelders is dus vereist. Dit laat ik mijn spelers ervaren in diverse positiespelen. Ik werk dan in eerste instantie veel in een drie-tegen-drie-vorm, met of zonder doeltjes, waarbij de balbezittende partij gebruik mag maken van een vierde neutrale speler. Dit doe ik, omdat in de opbouw vanaf de keeper het opbouwende team in overtal is. Daarna ga ik over op de wedstrijdechte opbouw in een partijspel van zeven tegen zeven met een of twee keepers, waarbij de opbouwende ploeg steeds begint met een doeltrap vanaf de vijfmeterlijn (oefenvorm 2). Ik reik dan een aantal patronen aan, die de spelers in de wedstrijd kunnen herkennen en gebruiken.”
 

Samenwerking tussen de linies
“Doorgaans werk ik met één keeper en twee kleine doeltjes, omdat ik simpelweg meestal maar één keeper tot mijn beschikking heb. Ik wil per se een goede verzorgde opbouw van achteruit. Hiervoor zijn diverse mogelijkheden. Als de tegenstander met drie spitsen speelt kan ik bijvoorbeeld de rechter centrale verdediger laten aanspelen, die vervolgens de rechtsachter aanspeelt. Door eerst een vooractie te maken, kan de nummer tien aan de rechterkant worden aangespeeld. Een andere mogelijkheid is dat de keeper de linker centrale verdediger aanspeelt, die daarna onze nummer acht in de voeten aanspeelt. Als deze speler de bal goed afschermt en agressief de bal vraagt, mag hij gerust in de dekking worden aangespeeld. Dan kan hij de bal laten vallen op de linksachter die hem verder door kan spelen naar de voorste middenvelder. In de wedstrijd kan dit natuurlijk ook de linkerspits of de centrumspits zijn. Omdat ik zie dat tegenstanders steeds vaker met twee spitsen spelen, train ik die situatie natuurlijk ook. Ik kan dan bijvoorbeeld mijn linksachter verder naar voren schuiven en mijn linker centrale verdediger kiest dan verder naar links positie. Er ontstaat dan weer een overtalsituatie van drie tegen twee. De volgende stap is dan de samenwerking tussen de middenvelders en aanvallers. De op de zijkant in balbezit gekomen nummer tien kan dan de bal bijvoorbeeld laten vallen op zes, die met een diagonale pass de centrumspits of de rechterspits kan aanspelen.”

Opengedraaid staan
De technische vaardigheden, zoals bijvoorbeeld aannemen, doorspelen en opendraaien, die voor een verzorgde opbouw noodzakelijk zijn, krijgen bij Smetsers dus veel aandacht in deze positiespelen. “Als voorbereiding op deze positiespelen werk ik heel veel met pass- en trapvormen om deze technische vaardigheden te oefenen (oefenvorm 1). Ik wil ze door middel van dit soort oefeningen laten ervaren dat goed opengedraaid staan een voorwaarde is om de bal goed te kunnen verwerken en door te spelen. Ik wil dat een speler altijd in het gezichtsveld wordt aangespeeld, omdat spelers geen ogen in de rug hebben en omdat spelers op deze leeftijd in het algemeen nog nauwelijks coachen. Verder leg ik bij deze oefenvormen de nadruk op de juiste balsnelheid. Als je de bal hard inspeelt, heeft de speler die de bal ontvangt gewoonweg meer tijd. Ik wil ook dat de spelers zelf nadenken op welk been ze de bal moeten spelen. Dikwijls hangt dit af van de positie van de tegenstander. Dit alles wil niet zeggen, dat ze geen mannetje mogen passeren. Natuurlijk wil ik dat ze het een-tegen-een-duel aan durven gaan, maar om in die positie te komen zal de bal toch eerst goed vrijgemaakt moeten worden en dat leren ze onder andere door goed opengedraaid te staan!”
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen


De O19 is een zeer belangrijke fase voor spelers. Na jaren ‘veilig’ in de jeugd gespeeld te hebben, moeten ze na de O19 klaar zijn voor de stap naar de senioren. Wat betekent dat als trainer? Hoe ga je daar mee om? In deel 1 vragen vragen we het aan twee O19-trainers die geselecteerd zijn om de UEFA-Pro te mogen volgen: Willem Weijs (NAC) en Paul Simonis (Sparta Rotterdam).

Tekst: Rogier Veenstra | Beeld: Gerrit van Keulen, Willem Weijs en Tim Hanstede

Ze zijn nog jong (Weijs 32 en Simonis 34), maar hebben beiden al geruime ervaring als (jeugd)trainer. Daarnaast moeten ze alle twee jeugdspelers klaarstomen voor het hoogste niveau van Nederland. We vragen ze naar hun werkwijze die ervoor moet zorgen dat spelers de stap naar het eerste elftal kunnen maken. “We stellen ontzettend hoge eisen, waarin aspecten als winnen, de speelwijze en de individuele ontwikkeling dagelijks terugkeren en nagenoeg altijd samengaan.”

Wat zijn de grootste verschillen tussen de O19 en jongere leeftijdscategorieën?
Weijs: “Ik zie de opleiding binnen een Betaald Voetbal Organisatie of amateurclub als een piramide. Je ziet van de O13 veel spelers doorschuiven naar de O14 terwijl het allesbehalve vanzelfsprekend is dat spelers van de O19 de stap maken naar het eerste elftal. Die één of maximaal twee seizoenen die je daar doormaakt als speler zijn dus wel cruciaal voor de toekomst. Dat besef ik als trainer ook. Er zijn dan ook zaken die bij de O19 veel meer de aandacht verdienen dan bij de jongere elftallen. Ik wil mijn spelers namelijk opleiden voor de senioren, in mijn geval het eerste elftal van NAC. Dat zorgt ervoor dat winnen een belangrijker onderdeel wordt, maar ook de benadering naar spelers is directer. Spelers kunnen meer wissel staan dan bij de jongste jeugd. Dat zorgt voor teleurstellingen. En op het veld moeten er zaken structureel beter worden uitgevoerd. Als dat niet het geval is, zal dat meer consequenties kunnen hebben dan bij de jongere jeugd. Leren winnen is een belangrijk onderdeel van het opleiden en wordt bij oudere jeugdteams belangrijker dan bij jongere teams.”

Simonis: “De benadering in alles is anders. We bootsen eigenlijk de manier van werken van het eerste elftal na. Dat houdt in dat we elke week heel erg gericht toeleven naar de volgende wedstrijd. We hebben informatie van de tegenstander, waardoor we spelers tactisch voor kunnen bereiden op de eerstvolgende wedstrijd. Dat doen we op het veld, maar ook met beelden. Van spelers wordt veel meer geëist dat ze in staat zijn om de gehele wedstrijd bepaalde afspraken na te komen en is er gewoon simpelweg minder ruimte voor fouten. Ook eisen we bij Sparta Rotterdam dat spelers in staat zijn om als een topsporter te leven. Wij faciliteren dat, de spelers moeten aantonen daar alles voor over te hebben. Dan kunnen ze overleven, anders zal helaas de kans op uitstroming groter zijn.”

Wat is belangrijker: winnen of de ontwikkeling van een speler?
Simonis: “Topsport valt en staat met winnen. En wij brengen hier op ‘Het Kasteel’ de spelers in de gelegenheid om als een topsporter te leven. Dan is winnen daar dus ook een belangrijk onderdeel van. Winnen leer je door te winnen. Daarmee bedoel ik dat er in een week heel veel momenten moeten zitten waar spelers kunnen winnen (of verliezen). Dat doe ik aan de hand van het zogeheten ‘sterrenklassement’. Bij tal van oefenvormen tijdens de trainingen zijn er sterren te verdienen. Soms al tijdens de warming-up, natuurlijk tijdens de partijvormen, maar ook na afloop van een training tijdens bijvoorbeeld een strafschoppenserie. Winnaars verdienen sterren, verliezers krijgen niks en moeten vaak zelfs nog spullen opruimen. De uiteindelijke winnaars ontvangen mooie prijzen. Er ontstaat op deze manier een bepaald enthousiasme en fanatisme dat ik altijd wil zien. Een handig trucje, waardoor je het winnen stimuleert. Onze taak is spelers opleiden voor ons eerste elftal. De ontwikkeling staat dus altijd met stip op één, maar dat is bij het laatste stapje naar dat doel of die droom onlosmakelijk met winnen verbonden.”

Weijs: “Dat gaat in mijn ogen hand in hand met elkaar. Wij als trainers van een O19-ploeg moeten de spelers voorbereiden op het grote werk. Wij proberen de spelers dus ook maximaal te ontwikkelen. De prestaties bij een eerste elftal zijn echter vaak het allerbelangrijkste. Dan zou het vreemd zijn als winnen van ondergeschikt belang is. Ik breng dit in de praktijk door oefenvormen te bedenken die betrekking hebben op onze speelwijze en ruimte geven om het individu te ontwikkelen in combinatie met het element winnen. Hierdoor maak je winnen belangrijk en train je tegelijkertijd bijvoorbeeld een aantal spelprincipes. Ten koste van alles willen winnen is ook een kwaliteit waar een speler uiteindelijk heel ver mee kan komen en moet dus ook dagelijks benoemd en gestimuleerd worden. Heb je deze eigenschap niet als speler, dan wordt het een lastig verhaal in het betaalde voetbal, maar ook in het amateurvoetbal.”

Gaat het winnen weleens ten koste van de ontwikkeling van een speler?
Weijs: “Als je het goed doet niet, al zijn er natuurlijk wel uitzonderingen. Als een speler niet goed genoeg is en zonder hem maak je meer kans om een wedstrijd te winnen dan kun je daarvoor kiezen als trainer. Zo werkt het bij de senioren ook en dus mag je die stap bij de O19 al maken. Aan de andere kant hebben wij een aantal spelers dat steeds meer ruikt aan het eerste elftal. Als een jeugdspeler op zondag op de bank zit bij de A-selectie en daardoor dus ook op zaterdag mee moet trainen, dan mist hij een wedstrijd van ons. Dan is de kans misschien iets kleiner dat we winnen, maar dan staat de ontwikkeling van een speler op één natuurlijk.

Waar ik op doelde met ‘als je het goed doet niet’, is de inhoud die je dagelijks traint. Zoals gezegd is winnen een belangrijk aspect binnen de O19. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het juist een onderdeel van de ontwikkeling van een speler is. Als je een duidelijke visie hebt als trainer of als club en deze trainbaar kunt maken, gaan ontwikkeling en winnen prima samen met elkaar. Een voorbeeld: als jeugdtrainer van de O13 werk je met spelers die veel minder tactische vaardigheden hebben en nog veel minder zelf in staat zijn om keuzes te maken dan bij de oudere jeugd. Als je een week lang de opbouw traint met drie verdedigers zou je ervoor kunnen kiezen om dat koste wat het kost terug te willen zien in de wedstrijd om de spelers dat te laten ervaren. Dus ook als de tegenstander daar een passend antwoord op heeft waardoor je in de problemen kunt komen.

Bij de O19 zou dat ten koste gaan van winnen en dat zou naïef zijn. ‘We zijn aan het opleiden dus ze mogen een maand of een jaar voordat ze debuteren tien fouten in één wedstrijd maken.’ Dat is natuurlijk onzin en strookt niet met de mentaliteit bij eerste elftallen. Daarom trainen wij dusdanig veel scenario’s, dat de ontwikkeling van de speler niet ten koste gaat van het winnen. Lukt de eerste manier om op te bouwen of om druk te zetten niet, dan hanteren we optie twee, drie of vier. Op deze manier ontwikkelen we de spelers als het gaat om de speelwijze en wordt de kans op winnen niet verkleind. Sterker nog: door het trainen van scenario’s en dus direct de speelwijze, vergroot je de kans om te winnen.”

Simonis: “Zoals gezegd staat de ontwikkeling bovenaan en hoort winnen daarbij. We hebben inmiddels vier spelers doorgeschoven naar Jong Sparta Rotterdam (Tweede Divisie), waarvan er ook al enkele geregeld met het eerste elftal meetrainen. Om aan te geven dat de speler altijd op de eerste plaats staat.

Wel is het zo dat winnen, naarmate spelers ouder worden, belangrijker wordt. Ik heb zelf allerlei leeftijden getraind en dan merk je veel verschil. Jonge spelers krijgen vanzelfsprekend meer tijd om tactische of technische vaardigheden te ontwikkelen en mogen ook meer fouten maken. Bij de O19 is daar weinig tot geen ruimte meer voor. Wij bereiden ons de hele week voor op de wedstrijd die gaat komen. Wij kijken naar de mogelijkheden om deze wedstrijd te winnen. Je kunt er dan voor kiezen om dit elke week met een aantrekkelijke speelstijl te bewerkstelligen, maar uiteindelijk gaat het wel om winnen.

Ik merk nu ook aan mezelf dat ik juist heel veel voldoening haal uit het resultaat dat voortkomt uit het strijdplan dat is getraind. Daar leren spelers in mijn ogen ook heel veel van, want het kan dus de ene week anders zijn dan de andere week. Zo kunnen wij ploegen tegenkomen die het initiatief aan ons overlaten, maar ook ploegen die zelf graag het heft in handen nemen. De kansen en bedreigingen zullen in die verschillende wedstrijden dus anders zijn en daar bereiden wij onze ploeg op voor. Zo kan het strijdplan iedere week iets anders zijn, zonder onze eigen identiteit te verliezen met daarbij horende afspraken binnen onze speelwijze.”

De winnaarspoule is een logisch gevolg van veel wedstrijden winnen. Is deze poule belangrijk voor jullie spelers?
Weijs: “De competitie is essentieel voor mijn spelers. De stap naar de senioren is moeilijk, omdat er voor minder spelers plek is, maar de stap is verder ontzettend groot, omdat het leeftijdsverschil ineens onbeperkt is. Je gaat dus tegen spelers voetballen die veel verder in hun ontwikkeling kunnen zijn op technisch, tactisch, mentaal of fysiek vlak en vaak ook veel ouder zijn. Ik vind het daarom essentieel dat mijn spelers nu wekelijks tegen de beste tegenstanders van het land spelen. De voetbalacties zijn van een hoger niveau en in een hoger tempo en worden ook nog eens langer volgehouden. Elke week worden mijn spelers maximaal uitgedaagd om hier iets tegenover te stellen. Het talent ontwikkelt zich dus op dit niveau in een veel hoger tempo.”

Simonis: “Uiteraard, maar voor de lichting die ik nu onder mijn hoede heb misschien nog wel meer. Zij slaagden er namelijk jaar na jaar steeds net niet in om de winnaarspoule te bereiken bij de voorgaande elftallen. Dus dit geeft deze groep wel weer een extra boost. Wij proberen er alles aan te doen om spelers op te leiden voor het eerste elftal door onder andere vaak aan te geven dat het ‘vijf voor twaalf’ is. De tijd begint immers te dringen. De faciliteiten zijn daarom ook dik in orde. Echter alles komt in een stroomversnelling wanneer je op een niveau acteert waar elke speler iedere zaterdag in alles maximaal moet leveren. Dus het winnen heeft ervoor gezorgd dat de spelers dit laatste half jaar nog beter worden voorbereid op een eventueel bestaan als profvoetballer. Als je het mij vraagt, zou dit dus een prima visie van een club op welk niveau dan ook kunnen zijn,. Een hoger niveau zorgt voor een snellere ontwikkeling van de spelers. Daarvoor moeten dus eerst wedstrijden gewonnen worden. Indirect heeft dat dus wederom met de ontwikkeling van spelers te maken.“

Simons en Weijs, opleidingstrainers bij uitstek, hebben dus wel een verandering in benadering toegepast nadat zij de stap maakten naar het oudste jeugdteam. Alles moet beter en is gericht op de stap naar de senioren. Toch blijkt in de praktijk dat deze stap nog altijd erg groot is voor jeugdspelers. Maar de werkwijze waar op dit moment bij NAC en Sparta Rotterdam voor gekozen wordt, moet ervoor zorgen dat deze talentvolle spelers al tijdens hun jaren bij de O19 worden voorbereid op het grote werk en dus in staat zijn om zich gemakkelijker aan te passen als het zo ver is.

Simonis: “Als je spelers klaar wilt stomen voor het eerste elftal en dus het betaalde voetbal, moet je als O19-speler leven als een prof en ook in de gelegenheid zijn om dat te kunnen doen. Dat faciliteren wij zoveel mogelijk. Ook bij de amateurs zie je vaak dat deze stap groot is. De mentaliteit is anders, er wordt soms meer getraind en er wordt in een hoger tempo gevoetbald. Dat kun je naar elkaar toebrengen door een plan te hebben voor het hoogste jeugdteam. Maak winnen belangrijker, ga vaker met de sterkste basisopstelling werken, integreer krachttraining en verhoog de trainingsintensiteit en laat spelers geregeld meetrainen met de senioren. Allemaal opties om het gat te verkleinen.

Wij doen dat door nagenoeg op dezelfde manier te werken als het eerste elftal. De trainingsweek is gericht op de eerstvolgende wedstrijd. In het begin van de week blikken we aan de hand van ons videoanalyse-systeem terug op onze eigen wedstrijd. Vervolgens bekijken we beelden van de tegenstander en komen zo tot onze kansen en bedreigingen. Als een tegenstander heel snel is in de omschakeling naar aanvallen, moeten we dus een training bedenken waarin de spelers in die teamfunctie worden uitgedaagd. Als een ploeg moeite heeft met diepgaande middenvelders, worden de hoofdrolspelers van ons team tijdens een training verzocht om in balbezit de ruimte achter de laatste lijn op te zoeken. We kunnen dan het moment en de richting prima op elkaar afstemmen en bereiden ons dus goed voor op de wedstrijd. Verder hechten wij veel waarde aan spelhervattingen, zowel verdedigend als aanvallend. Statistisch gezien wordt daar veel uit gescoord en verdient dat dus ook de aandacht. We trainen op hetzelfde veld als het eerste en de randvoorwaarden zijn prima in orde.”

Weijs: “De spelers hebben gewoon nog maar heel weinig tijd om zich te ontwikkelen en moeten de club overtuigen van hun kwaliteiten en meerwaarde voor het eerste elftal. Een contract staat op het spel en ik vind als trainer dat ik ze daarbij moet helpen. Uiteraard is de speler voor een heel groot gedeelte zelf verantwoordelijk voor het wel of niet slagen als voetballer, maar ik vind dat wij als trainers wel een helpende hand moeten bieden. Ik voel me zelfs verantwoordelijk voor mijn spelers of zij het wel of niet halen. Ik weet inmiddels wat er gevraagd wordt en welke kwaliteiten spelers moeten bezitten om de stap te maken. Dan is het dus ook mijn taak om ze dagelijks in situaties te brengen, waardoor zij zich kunnen ontwikkelen. Bij de senioren zijn de eisen hoog en dus ook tijdens de laatste stap daarnaartoe.

We zijn bezig met voeding en we hanteren veel beelden, ook van trainingen. We behandelen persoonlijke doelen en laten spelers net als bij het eerste elftal met hartslagmeters en GPS-systemen voetballen om te kijken of zij in staat zijn om het hoge tempo, dat gevraagd wordt, vol te houden. Doordat ik me verantwoordelijk voel, de lat hoog leg en elke dag hoge eisen stel aan mijn spelers, gaan de spelers, die doorhebben wat er op het spel staat, daarin mee. En ik heb gemerkt wanneer dat het geval is, spelers ook in het laatste jaar als jeugdspeler nog hele grote stappen kunnen maken.”
 /F1.jpg" />
Wat is belangrijk bij het trainen van de O19 (1)?
Gepubliceerd in April 2019
Wat is belangrijk bij het trainen van de O19 (1)?

De O19 is een zeer belangrijke fase voor spelers. Na jaren ‘veilig’ in de jeugd gespeeld te hebben, moeten ze na de O19 klaar zijn voor de stap naar de senioren. Wat betekent dat als trainer? Hoe ga je daar mee om? In deel 1 vragen vragen we het aan twee O19-trainers die geselecteerd zijn om de UEFA-Pro te mogen volgen: Willem Weijs (NAC) en Paul Simonis (Sparta R