Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Basisprincipes aanleren
| Bedankt voor uw mening!
Dinsdag 10 April 2018


Smetsers vindt het aanleren van de taken per positie en de samenwerking tussen de linies zijn voornaamste taak als trainer/coach van de junioren JO15 van VOAB. Smetsers: “Deze leeftijdsgroep komt voor het eerst in aanraking met het echte elf tegen elf, inclusief alle regels van het volwassenvoetbal. Daarom moeten juist hier de basisprincipes aangeleerd worden.”

Tekst: Rob Robben | Beeld: Belinda avn der Bruggen

Bij de O13 wordt weliswaar ook al elf tegen elf gespeeld, maar Smetsers merkt op, dat dit nog gebeurt met aangepaste regels. “Bij de O13 mag de keeper de bal bijvoorbeeld nog op de zestienmeter leggen en ook de corners worden daar nog niet vanaf de cornercirkel genomen. Dat zijn regels die nog altijd specifiek bij het pupillenvoetbal horen. Bij de O15 worden deze aanpassingen losgelaten en wordt het voetbal gespeeld precies zoals ze in het stadion of op televisie zien en zoals ze later ook in het eerste elftal van de club gaan spelen. Dit is voor de spelers best een overgang en daarom probeer ik ze op deze leeftijd de basisprincipes van het echte volwassenvoetbal bij te brengen. In de hogere leeftijdsgroepen kan dit alles dan gefinetuned worden.”

Elkaar helpen
“Bij het aanleren van de basisprincipes is samenwerking essentieel voor mij.” Deze samenwerking beperkt zich bij Smetsers niet alleen tot ín het veld. “Nee, ook buiten het veld benadruk ik dat. Als iemand van de materialendienst ziek is, verwacht ik van anderen dat ze die ene overgebleven jongen niet alleen alles laten opruimen. En als er een bal kwijt is, wil ik dat we met zijn allen gaan zoeken en niet alleen de speler die de bal weggetrapt heeft. Je moet elkaar buiten het veld net zo goed helpen als binnen het veld. Je laat de spits ook niet alleen druk zetten en een middenvelder moet de centrale verdediger, die in moeilijkheden is gekomen, ook komen helpen. Mijn motto is dan ook ‘een verstandige voetballer laat zijn teamgenoot nooit in de steek!”
 

Leeftijdskenmerken
Smetsers ervaart de O15 met zijn specifieke leeftijdskenmerken als een erg uitdagende leeftijdsgroep. “Een heel praktische uitdaging is al het verschil in lengte. Sommigen hebben de groeispurt al achter de rug en zijn groter dan ikzelf. Anderen zijn twee turven hoog en toch spelen ze in hetzelfde team. Ze spelen op een groot veld en sommigen kunnen de bal nog lang niet zo ver trappen als anderen. Bovendien zijn deze jongens door de enorme groeispurt ook een stuk bevattelijker voor blessures, omdat spieren op die leeftijd snel groeien en dat kan pijn veroorzaken bij de aanhechting in knie en/of enkel. Ik zal dus bij mijn oefenstofkeuze met al deze gegevens rekening moeten houden. Soms zet ik bijvoorbeeld spelers van dezelfde grootte bij elkaar, maar ook deel ik soms heel bewust spelers met grote fysieke verschillen bij elkaar in. In de wedstrijd moeten ze nu eenmaal ook leren omgaan met deze verschillen. Als de kleine technische spelers bijvoorbeeld te lang lopen met de bal, ervaren ze al heel snel dat ze dat niet moeten doen. Anders worden ze gewoon omvergelopen. Ze leren dat ze de bal beter moeten afschermen en sneller moeten handelen. Daar worden ze dus alleen maar sterker van.”

Duidelijkheid
“Buiten deze fysieke aspecten krijg ik ook te maken met het soms recalcitrante en egocentrische gedrag van deze leeftijd. Ze komen in de puberteit en zetten zich af tegen gezag, lijden soms aan zelfoverschatting en zijn vaak veel alleen met zichzelf bezig. Toch moeten ze in een team gezamenlijk een prestatie neerzetten. Dit moet je als trainer op een goede manier proberen te managen. Dit doe ik onder andere door duidelijkheid te geven aan mijn spelers. Deze duidelijkheid geef ik natuurlijk buiten het veld, maar zeker ook binnen de witte lijnen. Zaken als ‘hoe gaan we samen doelpunten voorkomen?’ en ‘hoe gaan we samen opbouwen en aanvallen om zo tot scoren te komen?’, zijn vragen waar duidelijke antwoorden op moeten komen. Ik besteed daar in mijn trainingen en wedstrijden veel aandacht aan. De basisprincipes van het echte elf-tegen-elf komen dan ruimschoots aan bod. Ik start met de basistaken per positie en benadruk dan vooral de samenwerking tussen de linies. Ik probeer dit te realiseren door tijdens trainingen veel wedstrijdsituaties te creëren. Ik besteed dan veel aandacht aan de veldbezetting vanuit de basisformatie 1:4:3:3. Waar staan de spelers en hoe staan ze ten opzichte van elkaar?”

Verzorgde opbouw
“Zoals ik eerder al opmerkte speelt de O15 voor het eerst zonder aangepaste regels. Bij een uittrap houdt dit dus in, dat deze vanaf de vijfmeterlijn genomen moet worden. Dit kan al meteen tot problemen leiden, omdat dit nieuw is en deze spelers wellicht de bal nog niet over een grote afstand kunnen trappen. Dit houdt dus in, dat mijn verdedigers en middenvelders zich zo moeten opstellen, dat ze de bal toch op een goede en veilige manier kunnen ontvangen. Een goede samenwerking tussen de keeper, verdediging en middenvelders is dus vereist. Dit laat ik mijn spelers ervaren in diverse positiespelen. Ik werk dan in eerste instantie veel in een drie-tegen-drie-vorm, met of zonder doeltjes, waarbij de balbezittende partij gebruik mag maken van een vierde neutrale speler. Dit doe ik, omdat in de opbouw vanaf de keeper het opbouwende team in overtal is. Daarna ga ik over op de wedstrijdechte opbouw in een partijspel van zeven tegen zeven met een of twee keepers, waarbij de opbouwende ploeg steeds begint met een doeltrap vanaf de vijfmeterlijn (oefenvorm 2). Ik reik dan een aantal patronen aan, die de spelers in de wedstrijd kunnen herkennen en gebruiken.”
 

Samenwerking tussen de linies
“Doorgaans werk ik met één keeper en twee kleine doeltjes, omdat ik simpelweg meestal maar één keeper tot mijn beschikking heb. Ik wil per se een goede verzorgde opbouw van achteruit. Hiervoor zijn diverse mogelijkheden. Als de tegenstander met drie spitsen speelt kan ik bijvoorbeeld de rechter centrale verdediger laten aanspelen, die vervolgens de rechtsachter aanspeelt. Door eerst een vooractie te maken, kan de nummer tien aan de rechterkant worden aangespeeld. Een andere mogelijkheid is dat de keeper de linker centrale verdediger aanspeelt, die daarna onze nummer acht in de voeten aanspeelt. Als deze speler de bal goed afschermt en agressief de bal vraagt, mag hij gerust in de dekking worden aangespeeld. Dan kan hij de bal laten vallen op de linksachter die hem verder door kan spelen naar de voorste middenvelder. In de wedstrijd kan dit natuurlijk ook de linkerspits of de centrumspits zijn. Omdat ik zie dat tegenstanders steeds vaker met twee spitsen spelen, train ik die situatie natuurlijk ook. Ik kan dan bijvoorbeeld mijn linksachter verder naar voren schuiven en mijn linker centrale verdediger kiest dan verder naar links positie. Er ontstaat dan weer een overtalsituatie van drie tegen twee. De volgende stap is dan de samenwerking tussen de middenvelders en aanvallers. De op de zijkant in balbezit gekomen nummer tien kan dan de bal bijvoorbeeld laten vallen op zes, die met een diagonale pass de centrumspits of de rechterspits kan aanspelen.”

Opengedraaid staan
De technische vaardigheden, zoals bijvoorbeeld aannemen, doorspelen en opendraaien, die voor een verzorgde opbouw noodzakelijk zijn, krijgen bij Smetsers dus veel aandacht in deze positiespelen. “Als voorbereiding op deze positiespelen werk ik heel veel met pass- en trapvormen om deze technische vaardigheden te oefenen (oefenvorm 1). Ik wil ze door middel van dit soort oefeningen laten ervaren dat goed opengedraaid staan een voorwaarde is om de bal goed te kunnen verwerken en door te spelen. Ik wil dat een speler altijd in het gezichtsveld wordt aangespeeld, omdat spelers geen ogen in de rug hebben en omdat spelers op deze leeftijd in het algemeen nog nauwelijks coachen. Verder leg ik bij deze oefenvormen de nadruk op de juiste balsnelheid. Als je de bal hard inspeelt, heeft de speler die de bal ontvangt gewoonweg meer tijd. Ik wil ook dat de spelers zelf nadenken op welk been ze de bal moeten spelen. Dikwijls hangt dit af van de positie van de tegenstander. Dit alles wil niet zeggen, dat ze geen mannetje mogen passeren. Natuurlijk wil ik dat ze het een-tegen-een-duel aan durven gaan, maar om in die positie te komen zal de bal toch eerst goed vrijgemaakt moeten worden en dat leren ze onder andere door goed opengedraaid te staan!”
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen