Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Techniektraining binnen jeugdopleiding PEC Zwolle
| Bedankt voor uw mening!
Vrijdag 20 April 2018

De jeugdopleiding van PEC Zwolle timmert stevig aan de weg. Stefan Luchtenberg is bezig aan zijn tiende seizoen bij de Zwollenaren en is samen met Juryan Zandvliet bepakt met de portefeuille techniektraining binnen de club. Een artikel over de visie van Luchtenberg en Zandvliet over dit onderwerp.

Tekst: Tom Druppers | Beeld: Pec Zwolle

“Als trainer ben je verantwoordelijk voor de ontwikkeling van spelers op meerdere vlakken. Binnen de jeugdopleiding maken we daarin onderscheid tussen het technische, tactische, mentale en fysieke aspect. PEC Zwolle staat voor verzorgd voetbal van achteruit en daarvoor heb je technisch vaardige spelers nodig”, zo begint Luchtenberg.

“Techniektraining is een van de middelen om daartoe te komen. Wij vinden het ontzettend belangrijk dat spelers functioneel tweebenig worden, zodat ze uiteindelijk invulling kunnen geven aan de gewenste speelwijze. Dat wil zeggen dat ze kunnen passen, dribbelen en aannemen met beide benen, maar ook dat spelers zich uit complexe situaties kunnen spelen.”
 

Onderbouw
In de onderbouw geeft het technisch kader van PEC Zwolle daar gestalte aan door veel spelvormen aan te bieden. “We willen graag techniektraining aanbieden die betekenisvol is voor spelers”, aldus Luchtenberg. “Een schaar in een geïsoleerde omgeving, zonder weerstand, zegt ons niets, maar nog veel belangrijker: een speler zegt het óók niets. Door spelvormen aan te bieden proberen wij onze jongste jeugdspelers vaardig te maken. We willen spelers technisch vaardiger maken en de pijlers daarbij zijn plezier en spelend leren spelen.”

De jeugdtrainer legt uit dat hij spelers in het begin weleens droog laat trainen op een schijn-/passeerbeweging als de schaar of de uitvalpas. “Puur en alleen om spelers kennis te laten maken met de beweging. Daarna gaan we vrij snel over op spelvormen, waarbij de bewegingen betekenisvol worden ingezet. We proberen spelers te leren dat het niet gaat om het toepassen van het trucje, maar het effectief uitspelen van je tegenstander. Iedere speler heeft zo zijn eigen voorkeur voor een specifieke beweging en die keuze moet je ook aan henzelf laten. Bij PEC Zwolle vinden we het stimuleren van avontuur en creativiteit erg belangrijk in deze leeftijd.”

“Het gebeurt bijvoorbeeld vaak dat een speler een beweging erg goed onder de knie heeft, maar iedere keer dezelfde kant kiest en daardoor op termijn voorspelbaar wordt. Als trainer probeer ik hem dat dan te laten inzien door de verdediger in te fluisteren welke kant hij moet kiezen in het één-tegen-één-duel. Daardoor wordt de natuurlijke voorkeurskant van de aanvaller afgeschermd. Dat is een stukje manipulatie en daarmee proberen we in dit geval de aanvaller te stimuleren om ook zijn andere been te gebruiken in het passeren.”
 

Positioneel rouleren
Om tweebenigheid te stimuleren wordt er in jeugdwedstrijden in de onderbouw van PEC Zwolle standaard gerouleerd van positie en flank. “We werken niet met vaste posities, omdat we spelers graag in verschillende situaties willen brengen. Door spelers daar op jonge leeftijd al in te beïnvloeden worden ze multifunctioneler en hoeven ze zich nog niet te richten op een vaste positie.”

“Bij ons is het ook een uitgangspunt dat spelers op beide flanken komen te spelen. Daarmee komen ze in situaties waarin ze hun beide benen moeten gebruiken tijdens bepaalde technische handelingen. Tijdens trainingen besteden we daar veel aandacht aan en door te rouleren van positie proberen we daarin een vertaalslag te maken van training naar wedstrijd.”

“Ook het ruimtelijk inzicht proberen we hiermee te verbeteren. Als een speler altijd op dezelfde positie speelt beperk je hem daarin, omdat hij in veel gevallen altijd op dezelfde manier weerstand krijgt. Door veel te rouleren krijgen spelers frontale, achterwaartse en zijwaartse tegenstand, waardoor ze daar uiteindelijk flexibeler mee om leren gaan.”

Middenbouw
De techniektraining voor de onderbouw is dus nog veelal gericht op de ontwikkeling van de speler met de bal. “Bij de middenbouw ligt de focus al veel meer op het doelgericht oefenen met de bal”, zo zegt Luchtenberg. We werken dan met veel aangepaste weerstand, waarbij de moeilijkheidsgraad steeds verder wordt opgevoerd. Dan starten we bijvoorbeeld met lichte weerstand en naarmate de training vordert, bouwen we dat uit naar wedstrijdechte duelvormen.”
 

De oefenvormen die worden aangeboden zijn qua aantallen groter. “Er is vaak sprake van meerdere teamgenoten en tegenstanders, omdat zij ook in wedstrijdsituaties steeds belangrijker worden binnen deze leeftijdscategorie. Daarnaast zijn we een stuk veeleisender naar middenbouwspelers toe en verwachten we bijvoorbeeld tijdens het dribbelen een hoger ritme aan de bal, omdat een speler dan moeilijker te verdedigen is. De tactische keuzes, de spelregels en dus de complexiteit van het spel zijn bij de middenbouw vele malen hoger dan bij de onderbouw.”

Bovenbouw
Anders dan bij de onder- en middenbouw is de techniektraining voor spelers uit de bovenbouw al veel meer positiegericht. “De opstartfase is vaak wel hetzelfde. Er wordt begonnen met aangepaste weerstand en vervolgens gaan we aan de slag met duelvormen. Daarna richten we ons op de samenwerking tussen een aantal spelers, die relevant is voor wedstrijdsituaties. Dan moet je denken aan de samenwerking tussen de spits en de aanvallende middenvelder, of de linkermiddenvelder en linksbuiten.”

De kunst is om het element van techniektraining te verweven in dit soort oefenvormen. “Het spanningsveld is daarin natuurlijk wel aanwezig. We proberen ervoor te waken dat het geen tactische linietraining wordt, waardoor het technische element verloren gaat. We willen spelers graag training op maat bieden, die daarnaast ook positioneel relevant is. Voor een vleugelaanvaller betekent dat bijvoorbeeld het verbeteren van zijn individuele actie of voorzet.”

“Echter staat zo’n handeling nooit los van de omgeving in de wedstrijd”, zo vervolgt hij. “Bij een twee-tegen-één-situatie van een buitenspeler op de vleugel is het essentieel welke keuze een opkomende back maakt. Gaat hij binnendoor, of juist buitenom? Door hen ook te betrekken in de training en te werken met veel herhalen, maak je dat soort situaties trainbaar en inzichtelijk voor spelers. De accenten moeten wel technisch blijven, maar er komen ook positiegerelateerde keuzes bij, waardoor er wel tactische elementen bijkomen.”

Classtraining
Bij de reguliere techniektraining binnen de jeugdopleiding van de Zwollenaren ligt de bal vaak bij de trainersstaf. Zij bepalen de accenten en de specifieke aandachtspunten voor het individu. Om de zelfreflectie te testen en de zelfregulatie te bevorderen, biedt de club naast de techniektraining ook speciale classtrainingen aan.

“Dat is een trainingsmoment gericht op bijvoorbeeld aanvallen, verdedigen of mentale training. Ook kan een speler fysiek in zichzelf investeren door aan het werk te gaan met een specialist. Iedere speler uit de bovenbouw kan zich hier naar eigen wens voor inschrijven. Het is een facultatieve training en voor ons is het interessant om te zien of spelers zich inschrijven voor een onderdeel waar ze reeds goed in zijn, of waarin ze zich juist graag willen verbeteren, omdat ze het nog minder goed beheersen.”

“We kiezen er bewust voor om de keuze aan de speler zelf te laten. Zo leert ieder individu kritisch naar zichzelf kijken, want daar proberen we ze steeds bewuster van te maken naarmate ze ouder worden. Uiteraard monitoren we de keuzes wel en gaan we na verloop van tijd met de speler in gesprek als we zien dat hij keuzes maakt die we niet verwachten. Dat veroordelen we trouwens niet hoor. Het is voor ons juist leerzaam om daar inzage in te krijgen en op die manier proberen we erachter te komen wat de beweegredenen zijn achter een bepaalde keuze.”

Masterclasstraining
Voor de beste jeugdspelers uit de opleiding van de Blauwvingers is er ook nog speciale training. De grootste talenten van de eredivisionist werken onder Dwight Lodeweges en de trainers van de bovenbouw wekelijks aan hun plus- en kluspunten. “Dat is voor een select groepje spelers, de zogeheten high potentials. Aan de hand van videobeelden wordt er in samenspraak met de trainer gekozen voor een specifieke thematraining.”

P-training
Voor spelers uit de middenbouw is er ook een trainingsmoment op maat. “Wij meten en wegen alle spelers uit onze jeugdopleiding iedere maand, dus we kunnen precies zien waar ze in de groeispurt zitten. De ‘P’ staat voor de verschillende fasen van de groei die spelers doormaken. We indexeren de groeicurve die iedere speler doormaakt en in welke fase hij zit, ongeacht zijn leeftijd.”

“In de middenbouw kiezen we ervoor om spelers, die in dezelfde fase van de groei zitten, één keer per week gezamenlijk te laten trainen. Dat doen we zodat we ze allemaal op hun fysieke leeftijd laten trainen. Hierdoor worden ze niet gehinderd door grote, fysieke verschillen, omdat ze in dat opzicht allemaal gelijkwaardig zijn. Tegenwoordig noemt men dat ook wel ‘biologische leeftijd’ en daar proberen wij op onze eigen wijze invulling aan te geven middels de P-trainingen.”
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen