Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
De 1-2 combinatie: van theorie naar praktijk
| Bedankt voor uw mening!
Donderdag 7 Juni 2018

Als voetbaltrainer is het belangrijk om de verschillende type 1-2 combinaties te weten, omdat je ervoor moet zorgen dat alle types aan bod komen op de training. In dit artikel gaan we in op de 1-2 combinatie. Wat is het, waarom werkt deze combinatie zo goed, wanneer kun je een 1-2 combinatie spelen en welke types zijn er?

Tekst: Paul van Veen

Als je als speler in balbezit bent en jouw directe tegenstander wilt uitspelen, heb je eigenlijk twee mogelijkheden: de tegenstander door middel van een individuele actie uitspelen of door deze door middel van passes uitspelen. Als je gebruik maakt van de tweede optie is de 1-2 combinatie de meest eenvoudige, maar zeer effectieve methode.

Wat is precies een 1-2 combinatie?
Een 1-2 combinatie is een serie van twee passes, waar de eerste pass naar een teamgenoot gaat en de tweede pass weer naar de speler gaat die de eerste pass gaf. Veel trainers spreken alleen van een 1-2 combinatie als de tweede speler de bal direct terug speelt. Een eenvoudig voorbeeld van de klassieke 1-2 combinatie is te zien in onderstaand voorbeeld:
 

Tekening 1: de klassieke 1-2 combinatie

Waarom werkt de 1-2 combinatie nu zo goed?
De belangrijkste reden is dat nagenoeg iedere tegenstander altijd eerst de bal zal volgen wanneer deze gespeeld wordt. Dit geldt zowel op het laagste, als ook op het hoogste niveau. Zet een beeld bij de Champions League maar stil als een speler een 1-2 combinatie opzet en bijna iedere tegenstander draait het hoofd naar de bal toe. Terwijl de verdediger de baan van de bal volgt, geeft dit de aanvaller de gelegenheid om de loopactie al in te zetten. Als de eerste pass van de 1-2 combinatie dan bij de tweede speler aankomt, is de eerste speler al in beweging en is daarmee vaak niet meer te achterhalen voor de directe tegenstander als de tweede pass van de 1-2 combinatie terug naar de eerste speler gespeeld wordt.

De voorwaarden voor een 1-2 combinatie
Om een 1-2 combinatie mogelijk te maken, moet de wedstrijdsituatie aan drie voorwaarden voldoen. Ten eerste moet de tegenstander dicht genoeg bij de bal staan, ten tweede moet de medespeler aanspeelbaar zijn en tenslotte moet er ruimte (achter de tegenstander) zijn om de tweede pass in te spelen.

Laten we kijken naar deze voorwaarden in de klassieke 1-2 combinatie.

Voorwaarde 1: de tegenstander moet dicht genoeg bij de bal staan
Om een 1-2 combinatie te kunnen spelen, wil je profiteren van de tijd die de tegenstander naar de bal kijkt. In die tijd wil je namelijk langs je tegenstander kunnen lopen. Staat deze nog te ver weg, dan moeten er meer meters afgelegd worden om de tegenstander te passeren, waardoor de verdediger meer tijd heeft en dat maakt de 1-2 combinatie extra moeilijk, zie onderstaande situatie. In deze situatie wil je liever eerst wat meer naar de tegenstander toe dribbelen (of naar de bal toe lokken) voordat je de 1-2 combinatie overweegt.

 

Tekening 2: de tegenstander/verdediger staat te ver van de bal
 

Tekening 3: de tegenstander/verdediger staat dicht bij de bal, dus de bal kan gespeeld worden

Je wilt dus dat de tegenstander relatief dicht bij de bal staat, zodat de aanvaller de tegenstander voorbij kan lopen in de tijd dat de tegenstander (even) naar de bal kijkt. Een nog betere situatie is als de tegenstander richting de aanvaller beweegt. In deze situatie heeft de aanvaller een nog betere uitgangssituatie. Er ontstaat namelijk extra tijd. De tegenstander verliest niet alleen tijd met de bal volgen, maar zal ook nog moeten afremmen, stoppen en dan pas de andere kant op bewegen. Dit geldt overigens ook voor een gewone loopactie, zoals eerder te lezen was in in het artikel ‘Het voordeel van de aanvaller’ op het Voetbal KennisPlatform.


Voorwaarde 2: de medespeler waarmee de 1-2 combinatie gespeeld wordt, moet aanspeelbaar zijn
Deze voorwaarde is erg vanzelfsprekend en ook erg belangrijk. Deze voorwaarde is enigszins tegenstrijdig met de eerste voorwaarde. In de eerste voorwaarde gaven we aan dat de tegenstander naar de bal gelokt moet worden. Echter, de tegenstander mag weer niet te kort op de bal komen, waardoor de medespeler niet meer aanspeelbaar is. In de klassieke 1-2 combinatie (zie tekening 1 en 3), met de medespeler ongeveer op dezelfde hoogte als de aanvaller die de bal heeft, heb je vaak niet zoveel last van een tegenstander die te kort op de bal komt, omdat de eerste pass breed is.

Het gaat dus uiteindelijk om het op het juiste moment spelen van de eerste pass in de 1-2 combinatie. De tegenstander moet dichtbij staan, maar ook weer niet te dichtbij om de eerste pass te kunnen blokkeren. Dit betekent dat spelers ervaring op moeten doen om zo zelf te gaan herkennen wat de juiste afstand en dus het juiste moment is om te spelen.

 

Tekening 4: De aanvaller moet de verdediger (2) niet te dicht op de bal laten komen, anders kan de 1-2 met 9 niet gespeeld worden

Voorwaarde 3: Er moet voldoende ruimte zijn om de tweede pass te kunnen spelen
In het voetbalspel speel je tegen meer dan één tegenstander. Je kunt immers aan de voorwaarden voldoen om de directe tegenstander uit te spelen, maar als vervolgens de tweede pass eenvoudig onderschept wordt door een andere tegenstander, levert het nog steeds balverlies op. De derde voorwaarde is dat er een stap vooruitgedacht wordt: is er ook daadwerkelijk ruimte om de 1-2 combinatie te spelen?
 

Tekening 5: De centrale verdediger van de tegenstander (3) staat in de ruimte waar de tweede 1-2 gespeeld kan worden

Natuurlijk een hele essentiële voorwaarde, maar in de trainingssituatie zou je het voor spelers kunnen vereenvoudigen door de tweede linie weg te laten, waardoor spelers alleen ervaring kunnen opdoen met de afstand van de directe tegenstander.

Vijf verschillende types van een 1-2 combinatie

Er zijn verschillende types van een 1-2 combinatie. Als coach is het belangrijk om deze types te kennen, omdat je op die manier trainingsvormen kunt kiezen waarin deze types allemaal een keer aan bod komen, zodat spelers deze situaties ook in de wedstrijd kunnen herkennen.

Type 1: De klassieke 1-2 combinatie
Dit type kwam hierboven al ter sprake. In deze 1-2 wordt de eerste pass breed gespeeld, waarna de tweede pass diagonaal achter de tegenstander wordt gespeeld. Deze combinatie doet het vaak goed op de flanken als er (veel) ruimte achter een tegenstander ligt.
 

Tekening 6: De klassieke 1-2

Er zijn drie grote voordelen die deze 1-2 combinatie relatief eenvoudig maken. Ten eerste wordt de eerste pass in de breedte gespeeld, waardoor de directe tegenstander de eerste pass niet kan onderscheppen. Ten tweede heeft de medespeler uitstekend zicht of de tweede pass mogelijk is. Immers, deze ruimte ligt in het gezichtsveld van de medespeler. Ten derde kan de medespeler richting de bal bewegen, waardoor de kans dat de eerste pass wordt onderschept ook nog eens klein is.


Type 2: Voorwaarts-terug
In deze 1-2 combinatie wordt de directe tegenstander uitgespeeld door een eerste pass die rechtdoor wordt gespeeld (vaak naar een medespeler met een tegenstander in de rug) en de tweede pass wordt teruggespeeld op de inlopende speler. Deze 1-2 combinatie is vooral geschikt voor bijvoorbeeld een opkomende verdediger of middenvelder die op deze manier relatief eenvoudig snel terreinwinst kan boeken.
 

Tekening 7: De 1-2 voorwaarts-terug

Deze 1-2 combinatie is iets moeilijker dan het eerste type, omdat de directe tegenstander recht in de balbaan van de eerste pass kan staan. Deze 1-2 is dan voornamelijk geschikt, als wanneer de speler in balbezit iets buiten het centrum opkomt (denk bijvoorbeeld aan de halfspaces), omdat je dan vaak makkelijker langs de tegenstander kunt spelen.

In de meeste situaties ligt er een rol bij de spits of middenvelder die ervoor moet zorgen dat de balbaan vrij is, zodat de eerste pass gespeeld kan worden.

Bij de kaats (de tweede pass) gaat het meestal wel goed, deze rolt van tegenstanders af en in de richting van de medespelers. Toch moeten spelers oppassen voor doorstappende tegenstanders die na de kaats meteen een aanval op de bal doen. Als de tegenstander hiervoor kiest, is dit natuurlijk een extra gevaar op balverlies, maar levert ook meteen een aanvallende kans op. Als immers de verdediger de bal niet heeft, dan is deze uit positie en ontstaan er mogelijkheden. Het is vooral belangrijk voor de kaatsende speler om goed te kijken wat de verdediger doet, om vervolgens daar het juiste antwoord op te geven.

Type 3: Diagonaal-in de ruimte
Er is ook nog een type dat tussen type 1 en type 2 inzit, maar wel extra aandacht vereist. In deze situatie wordt de bal schuin diep gespeeld, maar in plaats van de kaats, ligt er veel ruimte voor de 1-2 combinatie, waardoor je de tweede pass het liefst in de ruimte wilt spelen.

In deze situatie kunnen immers slimme verdedigers de 1-2 combinatie herkennen en de ruimte dichtlopen en de bal onderscheppen, zeker als je als team veel gebruik maakt van de 1-2 combinatie.
 

Tekening 8: Bij de 1-2 waar de eerste pass diagonaal wordt gespeeld en verdediger 4 anticipeert op een 1-2, zou aanvaller 9 ook zelf weg kunnen draaien

In deze situatie is onderlinge coaching en/of het scannen van de omgeving extra belangrijk. Om de bal te kunnen onderscheppen moet immers de verdediger vaak al gaan lopen voordat de 1-2 combinatie is gespeeld. Goede spelers zien dit (in de rug) gebeuren en draaien vervolgens zelf de andere kant op weg of geven de bal minder in de ruimte. Als de eerste speler dit ziet, kan deze ook coachen op doordraaien. Maar let op, iets uitvoeren op basis van de coaching van een ander is vaak moeilijker dan het zelf zien (of aanvoelen). Ook als de speler niet gaat lopen en de 1-2 zo overduidelijk is, kun je als tweede speler er ook voor kiezen om weg te draaien, om zo de tegenstander te verrassen.

Type 4: De eerste pass terug
Een 1-2 combinatie die je minder vaak ziet, is waarbij de eerste pass teruggespeeld wordt, waarna de tweede pass op een dieplopende speler gespeeld wordt. Het voordeel van deze combinatie voor de aanvallende ploeg is dat hiermee de verdedigende ploeg gelokt wordt om druk te geven op de bal en vooruit te verdedigen, waardoor er achter de drukgevende linie ruimte ontstaat. Een mooi voorbeeld van deze combinatie is het doelpunt dat Sterling van Manchester City scoorde tegen Feyenoord in de Champions League.
 

Tekening 9: Manchester City scoorde ongeveer uit de volgende 1-2 combinatie. Belangrijk is dat aanvaller 9 open staat, zodat de speler én medespeler 10 ziet, én de ruimte tussen verdediger 4 en 5

In deze situatie is het van belang dat de aanvaller die de 1-2 combinatie start, zelf ervoor moet zorgen dat de situatie overzien wordt. De aanvaller moet de medespeler zien, maar ook de ruimte waarin gelopen kan worden. Bij de eerdere types is het van nature al zo dat de eerste speler de situatie goed kan overzien.

Type 5: De 1-2 zonder een tegenstander uit te spelen
Voor de volledigheid zetten we ook dit type erbij. Dit is een pass die van speler 1 naar speler 2 gespeeld wordt en meteen weer terug.
 

Tekening 10: Met de 1-2 met medespeler 9 hoopt aanvaller 7 de verdediger 5 van de tegenstander naar binnen te lokken

In het moderne profvoetbal waar de ruimtes klein zijn en er in zones verdedigd wordt, zie je deze pass regelmatig gespeeld worden. In bovenstaande tekening kun je deze 1-2 bijvoorbeeld spelen omdat de verdediging altijd zal bewegen als de bal beweegt. Hierdoor krijgt de buitenspeler misschien net genoeg ruimte om de actie te maken (of voor een steekpass of een schot op doel). Ook Barcelona met spelers als Xavi, Busquets, en Messi gebruiken dit type pass vaak.

Vertaling naar het trainingsveld
Als trainer is het belangrijk om op de hoogte te zijn van de verschillende type 1-2 combinaties, omdat je ervoor moet zorgen dat je trainingen zo organiseert dat het spelen van de verschillende types er uitgelicht wordt.

In de oefenvormen worden twee vormen getoond die zich vooral richten op de basisprincipes van de klassieke 1-2 combinatie. Voor meer oefenvormen over de verschillende types verwijzen wij je graag naar een oefenstofspecial over de 1-2 combinatie die binnenkort te vinden is op www.oefenstofdatabase.nl.
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen