Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Spelprincipes in de praktijk: het amateurvoetbal
| Bedankt voor uw mening!
Vrijdag 10 Augustus 2018

Ook bij Ruud van der Rijt (trainer bij eersteklasser De Valk) zijn niet meer de spelsystemen, maar zijn spelprincipes leidend. De jonge hoofdtrainer (29) is hierin heel duidelijk. “Ik probeer eerst mijn leidende spelprincipes aan de groep over te brengen en deze te trainen en daarna kies ik een systeem, waar ik net zo gemakkelijk weer van kan afwijken.”

Tekst: Rob Robben | Beeld: Henry Jansen
 
Het spelsysteem dat Van der Rijt speelt met De Valk is natuurlijk voor een groot deel afhankelijk van de aanwezige kwaliteiten van zijn spelersgroep. Toch is niet het spelsysteem, maar zijn de spelprincipes leidend in zijn manier van spelen. “Ja, ik train de spelprincipes die ik belangrijk vind en die spelprincipes zijn herkenbaar in elk systeem dat we spelen. Als de principes beheerst worden, kun je als dat nodig is ook makkelijker schakelen naar een ander systeem.”
 
Van der Rijt legt uit welke spelprincipes voor hem leidend zijn. “Op de eerste plaats vind ik het belangrijk, dat het centrum dicht zit. Verder huldig ik het principe, dat de derde, maar vooral ook de vierde man gevonden moet worden. De ruit is hierbij een echt herkenningspunt. Tenslotte wil ik bij balverovering meteen snelheid maken en diepte zoeken, zodat er binnen tien seconden een doelpoging kan worden gedaan.”
 

Centrum dicht
Een heel belangrijk verdedigend principe van Van der Rijt is dus dat hij het centrum graag dicht houdt. “Ik zeg altijd, dat de tegenstander aan de zijkanten niet kan scoren. Vooral centraal kunnen ze pas echt gevaarlijk worden, omdat immers daar gescoord kan worden. Daarom wil ik altijd voldoende mensen in het centrum hebben. Ik wil bij balbezit van de tegenstander dat wij als een spons in elkaar kruipen. Toen we 1:4:4:2 speelden, waren mijn twee centrale middenvelders heel veel in ons eigen centrum actief. In het systeem met drie of vijf verdedigers heb ik altijd drie centrale verdedigers. Het is dan voor de tegenstander erg moeilijk om in dat gebied in balbezit te komen. Natuurlijk moeten mijn buitenste verdedigers herkennen wanneer ze terug moeten verdedigen of moeten knijpen. Als we het centrum goed dichthouden, zijn er twee mogelijkheden. Of we veroveren de bal en als dat niet lukt kan de tegenstander alleen via de vleugels verder of moet de bal eruit gehaald worden en gaan ze terug om opnieuw aan de opbouw te beginnen. Dat vinden wij ook prima. Dit principe van het centrum dichthouden is op diverse manieren te trainen. De volgende twee oefenvormen zijn daar voorbeelden van. Erg belangrijk bij deze oefenvormen is, dat de verdedigende partij het juiste moment moet leren herkennen, wanneer ze druk gaan zetten. Een andere vorm, die bij de warming-up vaak gebruikt wordt, is de rondo. Wanneer de bal door het midden gespeeld wordt, moeten de verdedigers een beurt extra in het midden staan.”

 

Oefenvorm: Centrum dichthouden via ijshockeyspel 10 tegen 10



Organisatie 
• Positiespel tien tegen tien op een veld ter grootte van strafschopgebied tot strafschopgebied
• Er mag ook doorgespeeld en gescoord worden van achter het doel
• Je krijgt één punt als van buiten het centrum (buiten de pylonen) gescoord wordt en twee punten als er door het midden gescoord wordt
• De balbezittende partij kan ook scoren als ze de bal 15 keer rondspelen op de helft van de tegenpartij

Coaching
• De verdedigende partij moet het centrum goed dichthouden
• De verdedigende partij moet het juiste moment leren herkennen om druk te gaan zetten
• Als de tegenpartij de bal het centrum inspeelt, moeten de buitenste mensen hun eigen tegenstander loslaten en de man met bal in het centrum ‘insluiten’ zodat daar vanuit
meerdere kanten druk op de balbezitter uitgeoefend wordt
 

Oefenvorm: Centrum dichthouden via 8 tegen 8 + 2 neutrale spelers



Organisatie
• Partijspel acht tegen acht met twee neutrale spelers op driekwart veld met vier afgesneden hoeken.
• Blauw krijgt 30 seconden om tot een doelpoging te komen
• Gewoon scoren blauw: één punt
• Via steekpass door het midden (grote pylonen) scoren blauw: 2 punten
• Bij balverovering scoren door geel: één punt
• Bij balverovering door geel scoren binnen tien seconden: 2 punten

Coaching geel
• Centrum dichthouden
• Bij balverovering snel tot doelpoging komen
• Moment van drukzetten herkennen
• Insluiten/eigen man loslaten/verdedigen vanuit zone

Coaching blauw
• Snel aanval opzetten door het midden
• Diepte

Derde en vierde man
Aanvallend huldigt de trainer van De Valk het principe van de derde en vierde man. “Om de derde en vierde man in te schakelen zal je eerst de balbezittende speler voldoende afspeelopties moeten bieden. Hij moet de bal zowel links en rechts, als diep kwijt kunnen. Je speelt dan overal in het veld in een soort van ruit. Ik zie graag dat hij de twee spelers links en rechts van hem overslaat en de diepe man aanspeelt, die de bal laat vallen op de derde man. Deze moet dan snel diep spelen naar de diepgaande vierde man, die vertrekt vanuit de rug van zijn tegenstander. Ik train dit het liefst in positie- en partijspelen met een bepaalde richting, omdat je dan diepte kunt creëren. Ik geloof hierbij in natuurlijk leergedrag. Het voetbalgedrag probeer ik te beïnvloeden door bij de oefenvormen bepaalde regels toe te voegen, zodat ze gedwongen worden om te gaan doen wat jij als trainer wilt. Cruciaal bij deze oefenvormen is, dat de spelers de derde en vierde man leren herkennen. De volgende oefenvormen zijn daar mooie voorbeelden van.”
 

Oefenvorm: derde en vierde man zoeken via 8 tegen 8 en 2 neutrale spelers

 

Organisatie
• Acht tegen acht op een veld van zestienmeter tot zestienmeter met twee neutrale zones, waar alleen de neutrale speler mag staan
• De neutrale speler speelt in de opbouw mee en fungeert ook als diepe spits
• Er mag alleen vanuit de eindzone gescoord worden
• 1 punt: score zonder neutrale te gebruiken, maar via dribbel of steekpass in de eindzone komen
• 2 punten: inspelen van de diepste neutrale plus bijsluiten derde man en scoren
• 3 punten: inspelen van de diepste neutrale plus bijsluiten derde man via vierde man en scoren (zie tekening)
• Voor de verdedigende partij: twee punten als bij balverovering binnen 10 seconden gescoord wordt

Coaching
• Voldoende afspeelopties voor balbezitter
• Herkennen van derde en vierde man
• Voor de verdedigende partij: Bij balverovering binnen tien seconden doelpoging doen
• Diepte voor breedte
 

Oefenvorm: derde en vierde man zoeken via partijspel 9 tegen 9 met 1 neutrale spelers



Organisatie
• Partijspel negen tegen negen op driekwart veld met twee afgesneden hoeken
• De neutrale speler doet in de opbouw mee met blauw. Bij balbezit van geel is hij het aanspeelpunt voorin. Hij moet in de rechthoek tussen de pylonen blijven
• Blauw moet hoog drukzetten
• Geel is de te coachen partij. Deze moet proberen te spelen via de derde en vierde man
• Gewoon scoren is één punt
• Scoren via de neutrale man en de derde man is twee punten
• Scoren door de vierde man via de neutrale man en de derde man is drie punten (zie tekening)
• De neutrale man kan alleen aangespeeld worden met een bal onder kniehoogte

Coaching:
• Voldoende afspeelopties voor balbezitter
• Herkennen van derde en vierde man
• Diepte voor breedte
• Bal vrij, is vertrekken in de diepte, loopacties zonder bal


Tiensecondenregel
Een ander belangrijk principe voor Van der Rijt is de omschakeling. “Veertig procent van de doelpunten valt uit de omschakeling. Ik wil daarom bij balbezit binnen tien seconden tot een doelpoging komen. Dit principe heeft vele raakvlakken met het principe van de derde en vierde man. Deze tiensecondenregel train ik regelmatig in combinatie met andere oefenvormen.
 
Ontwikkeling van spelsystemen
Van der Rijt startte aan het begin van dit seizoen met een uitgeholde selectie bij eersteklasser De Valk. “Veertien spelers, waaronder veel basiskrachten, waren vertrokken en daar zijn vooral jonge onervaren spelers bijgekomen. We wisten daarom vooraf al dat het een hele klus zou worden om ons te handhaven in de eerste klasse.” Onafhankelijk van zijn spelprincipes heeft Van der Rijt dit seizoen al met diverse systemen gespeeld. Dit had dus niets te maken met zijn spelprincipes, omdat hij in al zijn systemen zijn favoriete spelprincipes laat terugkeren. Het had vooral te maken met de aanwezige kwaliteiten van zijn spelers.
 
Verdedigende momenten herkennen
“In het begin van de oefenperiode startte ik met het traditionele 1:4:3:3-systeem. Eigenlijk wist ik van tevoren al dat dit met ons spelersmateriaal niets zou uithalen. Toch wilde ik dit in eerste instantie proberen, al was het alleen maar om aan te tonen, dat dit niet het systeem was dat bij ons paste. Daarna stapte ik over op het 1:5:3:2-systeem, omdat ik geen echte spits had. Afhankelijk van de positie van de twee buitenste verdedigers kun je voor hetzelfde geld spreken van een 1:3:5:2-systeem. Dit was toen geen succes, omdat de tegenstander vooral via de vleugels gevaarlijk werd, omdat onze buitenste mensen dikwijls te ver naar voren stonden. Ze herkenden onvoldoende de momenten, waarop ze moesten terugverdedigen.”
 

1:4:4:2
“Min of meer bij toeval zijn we toen op een ander systeem overgeschakeld. We kregen in een oefenwedstrijd al heel vroeg in de wedstrijd een rode kaart en moesten toen noodgedwongen anders gaan spelen. We gingen gewoon met vier verdedigers aan de slag en daarvoor een driemansmiddenveld met twee vooruitgeschoven spitsen. Dat ging best goed en ik wilde dit de volgende wedstrijd zo laten staan, maar we hadden toen uiteraard weer elf mensen. Deze elfde speler heb ik op het middenveld erbij gezet. Niet in een normaal middenveld, maar die vierde extra man stelde ik, afhankelijk van de kwaliteiten van de tegenstander, wisselend aan de linker- of rechterkant op. Ook dit 1:4:4:2-systeem kwam onvoldoende uit de verf, mede omdat het kantelen niet snel genoeg ging en de back van de tegenstander dikwijls aan de vrije kant te gemakkelijk kon doorkomen. Indien we in balbezit waren, verloren we de bal ook steeds veel te snel. We waren aanvallend gewoon niet goed genoeg. We moesten te veel achter de tegenstander aanlopen en tegen het einde van de wedstrijd profiteerde de tegenstander daar dan van en we verloren dan alsnog met grote cijfers.”
 
Progressie in spelprincipes
“Dit was voor mij toch weer een reden om van systeem te wisselen. We gingen toen voor meer duidelijkheid en zekerheid door achterin gewoon vier verdedigers te posteren. Op het middenveld speelden we in een kommetje met centraal twee verdedigende middenvelders en aan de buitenkanten twee middenvelders die aanvallender speelden. We maakten toen een serie heel aardige wedstrijden, waarin we nauwelijks verloren, maar wel veel gelijk speelden. We zijn toen toch weer overgeschakeld op het eerder afgedankte 1:3:5:2-systeem. We wilden toch wat aanvallender gaan spelen, omdat al die gelijke spelen onvoldoende punten opleverden. Doordat de spelers zich het eerste halfjaar behoorlijk ontwikkeld hadden en de wedstrijdsituaties beter konden herkennen door de getrainde spelprincipes, hadden we weer het volste vertrouwen in dit systeem. Daarbij is het natuurlijk wel zo dat een ander systeem in detail veel kan veranderen, omdat je een andere veldbezetting krijgt. Afhankelijk van de tegenstander kun je dan voor een ander systeem kiezen, echter de spelprincipes, zoals bijvoorbeeld ‘de ruit’ blijven dan nog steeds een herkenningspunt in de opbouw. Verder zijn de spelers meer gewend geraakt aan het niveau. Ook weten de spelers nu beter hoe ze moeten vrijlopen en hoe ze ten opzichte van elkaar moeten bewegen. We hebben voetballend dus behoorlijk wat stappen gemaakt. Dit ligt dus niet aan de veranderde spelsystemen, maar vooral aan het beter begrijpen en uitvoeren van de spelprincipes!”
 

Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen