Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Individueel en gevarieerd periodiseren
| Bedankt voor uw mening!
Maandag 10 September 2018

Het periodiseringsmodel van Verheijen wordt door voetbaltrainers vaak op het gehele team toegepast. Door dit model te combineren met individuele aanpassingen wordt daarin een stap verder gegaan. Patrick van den Berg van Rigtersbleek gebruikt een model om de conditieopbouw beter af te stemmen op het individu. Daarbij brengt hij de nodige variatie aan.

Tekst: Ruud Bijnen | Beeld: Johnny Pieterson

Het team van Van den Berg bestaat uit twintig vrouwen die voetballen in de Hoofdklasse. Er is geen tweede team. Op dinsdag en donderdag zijn er verplichte trainingsavonden en de vrijdag is een vrijblijvend avondje. ”Het is voor de conditieopbouw en het voorkomen van blessures geen ideale situatie”, vertelt de coach. “Ideaal gesproken hoort de fysieke prikkel op woensdag gegeven te worden als je op zondag moet spelen. Soms, na een zware wedstrijd, schuiven we die prikkel door naar de donderdag. Dat is een gevoelskwestie. Ideaal gezien zou ik op maandag herstel- en krachttraining willen doen, op woensdag periodisering en op vrijdag wedstrijdgericht trainen.”

Een gedegen voorbereiding voor het seizoen is al het halve werk. Van den Berg werkt met een periodiseringsschema voor een heel jaar. “Dat zorgt ervoor, dat ik mij na het werk niet hoef te haasten om de training in elkaar te zetten en ik kan zo ook niets vergeten. Het is wel even werk, maar het betaalt zich terug.”

Hoe weet je op welk conditieniveau je moet instappen?
“In samenwerking met Pro-F uit Enschede doen we diverse metingen. We laten de vrouwen een shuttleruntest uitvoeren, waarbij gekeken wordt hoe lang iedereen de versnelling kan volhouden. Er wordt gesprint over tien en dertig meter en gedraaid en gekeerd en daarvan wordt gekeken hoe lang iedereen erover doet. Samen met de sprongkracht en de kracht in het linker- en rechterbeen worden al deze gegevens in een Excel-bestand ingevoerd, inclusief de lengte en het gewicht van iedereen. Daaruit komt een groepsgemiddelde van de conditie en kracht bij aanvang. Omdat er ook altijd erg jonge speelsters meedoen van circa zestien jaar, stap ik lager in. Als je eenmaal het startpunt weet, kun je het jaarschema gemakkelijk aanpassen en alle stappen gaan invullen. Je kunt rekening houden met competitie, vakanties, oefenwedstrijden en winterstop. Uit de gegevens komt ook naar voren wat de conditionele stand van zaken is per individu. Daarmee kan ik zien wie er in aanmerking komen voor extra individuele periodisering.”

In elke groep zit leeftijdsverschil, krachtsverschil en het uithoudingsvermogen varieert. Op topniveau werken alle spelers naast de conditietraining met individuele schema’s om hun kracht te verbeteren. Op amateurniveau is dit lastiger te bereiken, doordat vaak maar twee keer per week wordt getraind. Van den Berg heeft toch een methode gevonden om individueel wat extra te bieden.
 


Waarom ben je met de aanvulling per speelster begonnen?
“Als iedereen hetzelfde behandeld wordt, brengt dat risico’s mee. De speelsters zijn niet even oud en zijn niet even fit en sterk. Je kunt niet iedereen even zwaar belasten. Daarnaast spelen bij Rigtersbleek vrouwen, die bij FC Twente gewend waren om vijf keer per week te trainen. Zij gaven aan om meer te willen doen. Ik zocht naar aanpassingen om alle speelsters toch zo goed mogelijk naar eigen kunnen te belasten.”

Wie bied je de extra conditietraining?
“Na de nulmeting weet je al welke speelsters conditioneel het verste zijn. Deze komen als eerste in aanmerking voor de extra individuele periodisering. Daarnaast hebben we elke week speelsters die op zondag niet of weinig gespeeld hebben. Deze sluiten ook aan. Om de drie maanden zijn er gesprekken met alle voetbalsters. Daarin komt naar voren of er behoefte is aan extra training. Vaak geven de vrouwen het zelf aan als ze meer willen trainen. Er wordt dan niet altijd zo maar ‘ja’ gezegd. Er wordt gekeken of die persoon er dan ook echt sterk genoeg voor is. Soms valt er iemand met een blessure weg. Deze wordt vervangen door de persoon die daarvoor als eerste in aanmerking komt. Meestal zijn er wekelijks circa tien speelsters die de extra individuele periodisering uitvoeren.”

Wanneer doe je aan individuele periodisering?
“De groep die voor de extra training in aanmerking komt, krijgt aan het eind van de dinsdagtraining nog een extra vorm. Dat gebeurt in principe binnen de reguliere anderhalf uur. De dinsdagtraining duurt voor de gehele groep circa een uur en tien minuten. In de twintig extra minuten die over zijn, wordt de extra vorm gegeven met uitleg. De duur van de oefening is nooit langer dan vijftien minuten. De vrouwen die het laatste deel niet mee doen, werken een programma af met rompstabiliteitsoefeningen.”

Wat voor oefeningen doe je met deze groep?
“Het is een extra partijvorm of een technische vorm met sprint en altijd met de bal. De versnellingen laat ik eerst in een gemakkelijk lager tempo uitvoeren, waarbij de nadruk ligt op de kwaliteit van de uitvoering. Het is dan ook direct duidelijk wat de bedoeling is. Vervolgens wordt de snelheid voor de sprints opgeschroefd naar maximaal, zonder dat het technische niveau daaronder lijdt. In het boek van Verheijen wordt een tabel gegeven voor deze extra oefeningen, maar deze loopt in dezelfde stappen op als de groepsperiodisering. Dat geldt ook voor de kleine wedstrijdjes. Als we geen sprints met techniek doen als extra prikkel, dan spelen we een partij- of positiespel. Dat kan eenvoudig vijf tegen vijf zijn. We zoeken daarin wel afwisseling. Soms een positiespel met van beide partijen twee speelsters in de hoeken bijvoorbeeld en daarbij drie tegen drie op het speelveld. Bij het inspelen van de vrouwen in de hoek moet de positie overgenomen worden door degene die de bal er naartoe passt vanuit het veld. Met de regels kun je daarin naar hartelust variëren.”
 


Kan er wat in samenstelling van de groep veranderen?
“Dat kan zeker. We meten elke training en wedstrijd bij telkens een andere speelster met een tracker (GPS apparaatje met een App). We houden met deze tracker een aantal zaken in de gaten om te kijken hoe het gesteld is met de conditie. Daarbij wordt gekeken naar de afgelegde afstand, het aantal sprints, de intensiteit daarvan, de verdeling over de wedstrijd van de afstanden en sprints, etc. Daarnaast krijgt iedereen bij de nulmeting huiswerk mee. Oefeningen om de kracht te vergroten in het zwakkere been, de sprongkracht te verbeteren of het draaien en keren te versnellen. Er wordt ook aandacht besteed aan het gewicht. Niet alleen te zwaar zijn is een gevaar voor blessures, ook ondergewicht moet aangepakt worden. Daardoor heb je minder energie en dat vormt misschien nog wel een groter risico op blessures. Als de vrouwen met al deze zaken aan de slag gaan, kan ik de vorderingen met de tracker zien. Op die manier verandert de groep die extra traint van samenstelling. Sommige speelsters maken sprongen vooruit, terwijl anderen wat terugvallen.”

Onderdeel van de periodisering is ook het sprinten. Laat jij dat onderdeel met de bal uitvoeren?
“Bij elke twee weken in de cyclus horen ook sprintoefeningen. Deze variëren in lengte, aantal herhalingen en soms ook in intensiteit. Zonder bal is het al snel saai en bovendien is elk balcontact meegenomen. Vandaar dat ik nagedacht heb over oefenvormen waarin sprints gecombineerd worden met baltechniek. Zie oefenvorm 1, waarin de dames niet alleen met de sprints bezig zijn, maar ook met een opengedraaide aanname en een dribbel.”

Ook eenvoudige partijvormen kunnen saai worden na verloop van tijd. Breng je hier nog variatie in aan?
“Jazeker. Je kunt positiespelletjes doen, zolang je als trainer maar zorgt dat het tempo maximaal blijft. Je moet dus constant aanmoedigen, motiveren en ook regels bedenken waardoor het tempo hoog blijft. Dat is het belangrijkste bij periodisering. Voor de individuele extra oefening heb ik daarnaast een leuke afwisselende partijvorm gevonden. Daarin wordt een-tegen-een, twee-tegen-twee en drie-tegen-drie met elkaar afgewisseld . Je kunt het ook toepassen in de laatste twee weken van de cyclus van zes weken waarin je kleine partijtjes speelt.”
 

Wat doe je als je midweeks een oefenwedstrijd hebt? En hoe vang je de winterstop op?
“Als we door de week oefenen, is er die week geen conditietraining. De week erna gaan we weer verder waar we gebleven waren. Dat geldt voor zowel de groeps- als individuele periodisering. Alleen de speelsters die terugkomen van een blessure en die nog niet aan speelminuten toe zijn, krijgen wel een apart programma. Na de winterstop doen we een stapje terug. We starten in week een van de zeswekelijkse cyclus met grote partijen van tien-tegen-tien of negen-tegen-negen. Het is mijn manier om rekening te houden met de rustperiode. Je begint weer op te bouwen zonder direct zwaar te belasten. De individuele periodisering gaat ook een stapje terug. Ik kijk daarbij naar de tabellen die Verheijen heeft bedacht.”

Wat doe je met geblesseerde speelsters?
“Vrouwen die terugkomen van een blessure sluiten nooit aan bij de individuele periodisering. Zij stappen geleidelijk aan weer in bij de teamperiodisering, totdat ze helemaal fit zijn. Daar nemen we over het algemeen vier tot zes weken voor. Praktisch gezien laten we deze speelsters om en om met de partijtjes meedoen met de conditionele trainingen. Dat geldt ook voor de sprintoefeningen met de bal. Daar krijgen de terugkerende speelsters bij elke tweede sprint rust. Tijdens de wedstrijdjes gaat overigens niemand stilstaan. De ‘geblesseerden’ gaan in de lengte van het veld aan de slag met versnellingen. De afstanden die we daarvoor gebruiken zijn de lijnen van het veld. Van achterlijn tot zestienmeterlijn rustig starten, tot middellijn versnellen, vervolgens weer tot de andere zestienmeterlijn rusten en tot slot tot de achterlijn nogmaals aanzetten. Dit is eigenlijk het enige dat we tijdens onze periodiseringstrainingen doen zonder bal.”


Oefenvorm 1: Sprints met balcontacten

Organisatie
- Diagonaal is de afstand tussen de buitenste pylonen 15 meter
- Geel start en rent naar het midden
- Blauw speelt de bal naar geel aan de buitenkant van de middelste pylon en sprint vervolgens naar het midden om de gele speelster te tikken. Daarna loopt ze door naar de volgende pylon
- Geel neemt aan en dribbelt met de bal terug waar ze vandaan komt
- Vervolgens aan de andere zijde hetzelfde (dus linksonder starten)

Coaching
- De aanname van geel moet vooruit zijn met direct een versnelling er achteraan
- Blauw moet de bal hard en zuiver inspelen
- Blauw moet de sprints afmaken en binnen een meter na de pylon ook weer stilstaan
- Timing van inspelen moet goed zijn, zodat gele speelster niet hoeft te wachten maar de bal ook niet te vroeg is


Oefenvorm 2: Interval partijvorm

Organisatie
- 2 teams van 5 speelsters plus keepsters
- Veldafmeting is 25 x 15 meter
- Series van 14 minuten, aantal series 2 tot 3, 4 minuten rust tussen de series
- Speelsters van beiden teams krijgen een nummer van 1 t/m 5
- Zie tabel voor volgorde en tijdsduur waarin gespeeld wordt

Coaching
- Trainer bewaakt de tijd en roept steeds welke nummers het veld in moeten
- Ballen uit dan brengen keepsters ballen weer in
- Trainer spoort speelsters aan het tempo hoog te houden
- Kom explosief los van je tegenstander met vooractie
- Blijf in beweging

 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen