Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Sportpsychologie voor trainers
Leestijd 6-8 minuten
| Bedankt voor uw mening!
Vrijdag 1 Februari 2019


Na jaren van studeren kan Thijs Rentier eindelijk zijn twee passies combineren: sporten en psychologie. Als zelfstandige begeleidt hij zowel teams als individuen. “Ik richt mij veel op trainers, omdat zij de talenten kunnen sturen. Een plan, een veilige omgeving en gedragsverandering zijn belangrijke speerpunten waar nog heel veel winst in te behalen valt.”

Tekst: Rogier Veenstra | Beeld: Thijs Rentier

Na Psychologie op de Erasmus Universiteit te hebben gestudeerd, gevolgd door een master in Sport- & Prestatiepsychologie heeft Rentier onlangs de stap gemaakt naar de werkvloer. In zijn geval nog steeds vaak met het gras onder de schoenen, want hij is van mening dat in de conservatieve voetbalwereld nog veel winst valt te behalen. “Steeds meer merk ik dat de voetballerij in zee gaat met sportpsychologen.

Desalniettemin is de kennis van trainers vaak beperkt en het resultaat daardoor allesbehalve maximaal. Ik heb vervolgens voor mijzelf bepaald welke winst ik graag zou willen zien bij de individuele voetballer en welke rol de trainer daarbij kan spelen. De conclusie is dat deze erg groot kan zijn, mits de trainer weet waar hij voor staat, doelen kan bepalen en in problemen kan denken.”

Lange termijn
Langetermijnvisie en voetbal gaan vaak nog niet samen met elkaar. Ondanks dat er bij veel verenigingen stapels papieren liggen met jaarplanningen, is voor trainers resultaat toch vaak nog de rode draad. Zij hebben dikwijls het gevoel, soms ook terecht, dat zij daar op kunnen worden afgerekend, zowel bij de senioren als bij de jeugd. Rentier snapt deze mindset enigszins, maar weet dat er daardoor niet altijd even optimaal gewerkt wordt. “Winnen hoort bij de sport, maar als dit de leidraad wordt, dan gaat dit vaak ten koste van de ontwikkeling van het individu als ook van het team. De communicatie, de manier van trainen, het wisselbeleid, de veilige omgeving voor spelers om fouten te maken. Een kortetermijnvisie gooit voor al deze aspecten regelmatig roet in het eten. De meerwaarde die ik wil hebben binnen een team kan groot zijn, maar het team met de trainer aan de bovenkant van de piramide moet dan wel beseffen dat het gaat om een langetermijnvisie. Alleen dan is de winst zo maximaal mogelijk.”

Doelen stellen
Het afzetten van de oogkleppen die gericht zijn op enkel het resultaat is de eerste stap, maar wel een hele belangrijke. Dan pas kan er gewerkt worden aan een plan waar iedereen beter van wordt en waar de sportpsycholoog zijn steentje aan bij kan dragen. De grote vraag blijft natuurlijk: wat kan een geleerde uit de sportpsychologie dan bijdragen en wat is zijn werkwijze? Rentier zet daarbij de ontwikkeling van het individu op de eerste plaats, maar richt zich vooral op diegene die deze speler daarbij kan helpen en begeleiden: de trainer.

Volgens de jonge sportpsycholoog begint dit met het bepalen van doelen. “Zoals onlangs verscheen in jullie vakblad, sprak collega Timothy Koning over het bepalen en formuleren van windoelen, verbeterdoelen en trainingsdoelen. Dat is in mijn ogen de basis, overkoepelend met een ultiem droomdoel. Dat is een doel, waar een speler van moet kunnen dromen, bijvoorbeeld voetballen bij FC Barcelona of Manchester City. Ik vind het ook belangrijk dat de speler regelmatig wordt geconfronteerd met dit droomdoel. Dit kan door middel van de trainer die dit benoemt, maar ook een poster op zijn slaapkamer van een speler of club die slaat op dit doel. Ik ben zelf betrokken bij de ‘Drie batterijen methode’ van NLsportpsycholoog®. Die maakt onder andere gebruik van een app die je dagelijks herinnert aan jouw droomdoel, want vaak wordt dit eenmalig genoemd en wordt er vervolgens nauwelijks meer naar omgekeken.
Datzelfde geldt voor de andere doelen. Veel trainers voeren gesprekken met hun spelers aan de hand van een POP-gesprek (persoonlijk ontwikkelingsplan). Een goed idee, maar hoe vaak gaan we aan de slag met dit plan? Ik vind de trainer hier heel belangrijk in. Kan hij op het trainingsveld, tijdens wedstrijden en buiten de lijnen wel een situatie creëren, waarbij spelers op zoek gaan naar het behalen van die doelen, of laat de trainer het over aan de spelers? Dit geeft wederom aan in welke mate de trainer zijn stempel kan drukken als we praten over de ontwikkeling van de voetballer. En wat kan hij nog meer doen? Dat bespreek ik tegenwoordig met veel oefenmeesters.”

 


Filosofie
Als de doelen geformuleerd en binnen een POP-gesprek besproken zijn, is het voor de trainer zaak om een speler regelmatig in situaties te brengen, waarbij hij bijvoorbeeld bepaalde punten kan verbeteren. Dit kunnen individuele verbeterpunten zijn, maar ook de handelingen die horen bij een positie of binnen de spelprincipes van het team. “Daarom vind ik het voor een trainer heel erg belangrijk dat hij kan bepalen waar hij voor staat. Wat verwacht hij van zijn team in aanvallen, verdedigen en omschakelen? Het klinkt logisch, maar ik merk nog erg vaak dat wanneer ik met trainers over hun ‘filosofie’ praat, zij niet goed kunnen bepalen welke dat is.

Als een trainer niet inhoudelijk aan kan geven wat hij tijdens de wedstrijden terug wil zien, dan is hij volgens mij ook niet in staat om dit op het trainingsveld duidelijk te maken aan zijn spelers. Een speler wordt op zo’n manier dus heel erg beperkt in zijn ontwikkeling en dan bestaat er de kans dat hij niet kan voldoen aan de doelen die hij wil bereiken. De eerste stap die ik dus maak met trainers: het bepalen van afspraken dan wel spelprincipes om deze vervolgens door middel van oefenvormen aan te bieden aan zijn spelers. Als je van een controlerende middenvelder verwacht dat hij in balbezit zijn kijkgedrag gaat ontwikkelen, maar hij op de training altijd maar pass- en trapvormen krijgt aangeboden of fungeert als een vrije speler aan een zijde tijdens een positiespel, kun je niet van hem verwachten dat hij in het weekend om zich heen kijkt zoals Frenkie de Jong.”

Monitoren
Een volgende onmisbare stap waar trainers volgens Rentier aan moeten voldoen om de doelen van de spelers realistisch en haalbaar te maken, is het monitoren van het functioneren van de spelers. Als er na het bepalen van enkele doelen trainingsstof wordt aangeboden binnen een bepaalde speelwijze, dan moeten de spelers ook weten of zij daarbinnen stappen maken of dat het beter moet.

“Spelers zijn op zoek naar bevestiging. Ze willen graag horen of ze iets goed doen. Dat houdt natuurlijk niet in dat de trainer altijd maar moet zeggen dat de speler het goed doet, maar de groep moet wel weten dat hun ontwikkelingspunten in de gaten worden gehouden. Het monitoren van de doelen speelt daarbij een grote rol. Als een aanvaller aan de bal geweldig is, maar structureel verzaakt in het omschakelen naar verdedigen dan zou het zinvol zijn als hij zich daarin gaat ontwikkelen. Als dat dan ook is besproken, is het mooi om hem daarin te toetsen. Dat kan aan de hand van beelden, van zowel een training als een wedstrijd.

Beelden liegen niet, waardoor de speler geconfronteerd wordt met zijn ontwikkelpunten. Vergeet dan niet om ook de beelden te tonen wanneer hij maximaal omschakelt en zelfs ballen onderschept, om bij het vorige voorbeeld te blijven. Als je als trainer niet de mogelijkheid hebt om beelden te tonen, dan kun je op de wedstrijddag ook een assistent-trainer of zelfs een medespeler die op de reservebank zit en hetzelfde doel voor ogen heeft, het functioneren laten toetsen. De spelers weten op deze manieren dat je als trainer met ze bezig bent, en de winst is dan meerdere malen groter dan wanneer het alleen drie keer per seizoen in een kamertje wordt besproken.”

Evalueren
Na het monitoren komt het evalueren. Ook hier vindt Rentier dat trainers steken laten vallen, want juist het evalueren kan volgens hem de cirkel rond maken. “Dat begint met de eigen staf. Je kunt zoveel van elkaar leren, maar je moet elkaar dan wel goed gebruiken. Meningen verschillen vaak van elkaar en dat kan ervoor zorgen dat je als trainer anders naar een situatie gaat kijken. Ik stel de trainers dan ook altijd voor om meerdere malen per seizoen met de gehele staf bij elkaar te gaan zitten. De trainer kan dan door middel van simpele vragen er vaak achter komen of hij op de goede weg is. Is de speelwijze duidelijk? Kunnen we dit tijdens trainingen aanbieden aan de spelers? Kunnen we dit ook monitoren tijdens die trainingen of wedstrijden? Weer met als doel: de ontwikkeling van de speler.

De basis zit dan vooral aan de voorkant. Het is ontzettend belangrijk dat spelers weten wat ze doen en waarom ze iets doen. Als er wordt gekozen voor een omschakeloefening of een positiespel zonder hesjes, dan moeten spelers wel weten waarom ze dit uit moeten voeren. Het slaat in de meeste gevallen op de speelwijze of er wordt gekeken naar het individu. In bovengenoemde gevallen kan de omschakeling naar aanvallen centraal staan (snel vooruitkijken, voorwaarts sprinten en vooruit spelen) en bij het positiespel, dat spelers om zich heen gaan kijken voordat ze zich aanbieden. Op het moment dat dit wordt uitgelegd, gaan de spelers zich nog meer richten op de uitvoering daarvan, vaak zelfs onbewust.

Na afloop van een training is het verstandig om een speler bij je te roepen en enkele vragen te stellen over de aangeboden oefenstof, binnen zijn verbeterpunten of binnen de speelwijze. Zo ontstaat er een situatie waarin spelers zich veel gerichter gaan ontwikkelen. Als er na afloop nooit wordt stilgestaan bij een training of een wedstrijd, nodigt dat niet altijd uit om alles zo goed mogelijk uit te voeren.”

 


Veilige omgeving
De jonge sportpsycholoog heeft dus aardig voor ogen wat hij wil bereiken met een groep en dan vooral met de nadruk op de werkwijze van de trainer. De psychologische kant van zijn werkwijze die geprojecteerd is op de trainer zit vooral in het bewuster maken van degene die de talenten kan ondersteunen. Op deze manier kan er dus veel efficiënter gewerkt worden. Het doel van Rentier is dan ook het veranderen van de denk- en werkwijze van de oefenmeester, maar er zijn volgens hem nog een aantal dingen die de aandacht verdienen om juist de ondersteunende rol te vergroten.
“Dat heeft te maken met de omgeving waarin sporters actief zijn. Dat geldt voor zowel kinderen als volwassenen. Virgil van Dijk, een van de beste verdedigers van de wereld en aanvoerder van het Nederlands Elftal, vertelde onlangs over de werkwijze van Jurgen Klopp, zijn trainer bij Liverpool. Hij sprak over de manier waarop Klopp met zijn spelers omging. Zo kon hij juichen als Van Dijk een tackle maakte en daarmee een doelpunt voorkwam om hem vervolgens na afloop van de wedstrijd ook uitbundig te omhelzen. Maar een dag later kon hij hem op het trainingsveld, voor het oog van de gehele selectie, keihard de waarheid vertellen als hij positioneel niet goed stond tijdens een partijspel.

Enerzijds is de Duitse oefenmeester dus in staat om zich te interesseren in zijn spelers en die jongens ook een gevoel te geven dat hij om hen geeft. Anderzijds kan hij genadeloos zijn als het om de inhoud van voetbal gaat, dus binnen tactieken of spelprincipes. Dat is in mijn ogen een ideale situatie. Aan de voorkant heeft hij een veilige omgeving gecreëerd voor zijn spelers. Iedereen is belangrijk voor hem, zeker als mens. Vervolgens kan hij de stap maken om die spelers nog beter te maken.”
Streamer: “Wat ik aan wil geven is dat trainers juist in problemen moeten denken, waardoor de spelers in oplossingen gaan denken.”

Gedragsverandering
Ploegen die vaak winnen kunnen goed omgaan met veranderde situaties. Een quote uit de psychologie die puur slaat op de sport voetbal. Weinig sporten zijn zo veranderlijk als voetbal en dus moeten de spelers daar wel mee om kunnen gaan. De psychologie heeft op zijn beurt ook bewezen dat spelers die zelfsturend kunnen optreden beter kunnen omgaan met die verschillende situaties. Rentier vertelt hoe hij hier de trainer in helpt.

“De trainer moet dus door zijn manier van werken ervoor zorgen dat zijn spelers om kunnen gaan met het spel voetbal. Het zou dus mooi zijn dat spelers in staat zijn om in oplossingen te denken. De trainer maakt hier vaak een grote fout, vind ik, door ook altijd in oplossingen te denken. Hij vertelt namelijk vaak tijdens trainingen en wedstrijden wat spelers moeten doen. Speel de bal naar voren, meer naar binnen knijpen, diepgaan, inzakken. In de praktijk wordt helaas zo ontzettend veel voorgezegd. Op deze manier verandert er niet veel bij de speler en is de winst binnen de chaos van voetbal nihil.

 


Ik zal dit duidelijk maken aan de hand van een voorbeeld. Als een vleugelverdediger jaar in jaar uit van zijn trainers te horen krijgt dat hij tijdens wedstrijden en trainingen meer aan de ‘binnenkant’ moet gaan staan dan is het resultaat wel te bedenken: hij gaat vroeg of laat aan de binnenkant staan. Niet omdat hij zelf denkt dat dit het beste is, maar omdat de trainer het continu heeft voorgezegd. Omdat tijdens een wedstrijd het ene moment zo vaak het andere moment niet is, zal hij ongetwijfeld in sommige gevallen juist niet naar binnen moeten trekken. Bijvoorbeeld als zijn directe tegenstander heel erg inzakt om de bal te vragen of een vleugelverdediger van de tegenpartij steeds opkomt. Wat ik aan wil geven is dat trainers juist in problemen moeten denken, waardoor de spelers in oplossingen gaan denken. Problemen klinkt negatief, maar ik bedoel dat een trainer verschillende scenario’s moet bedenken die hij of zij tegen kan komen in een wedstrijd, zodat de trainer vooraf al oplossingen kan bedenken. In een veilige omgeving treedt er dan een gedragsverandering op, die essentieel is in de ontwikkeling van de speler. Op deze manier gaan spelers zelf nadenken, op het trainingsveld en in de wedstrijd, en worden spelers dus zelfsturend en dan kun je dus het beste de chaos van voetbal spelen.

Mijn werkwijze is dus meer een leidraad die ik aan trainers mee wil geven, een houvast. Het is een aantal zaken dat ervoor zorgt dat een trainer structuur krijgt in zijn manier van werken. Hij verschaft daarmee veel meer duidelijkheid aan zijn spelers. Zowel de trainers als de spelers gaan op deze manier veel bewuster om met het spel voetbal. Als dit ook nog eens gebeurt binnen een veilige omgeving en als de trainer ook in staat is om gedragsverandering voor elkaar te krijgen bij zijn spelers, dan is op lange termijn het doel behaald voor de oefenmeester: maximale ontwikkeling van de voetballer.”
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen