Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Kijken naar andere sporten: Het inslijpen van de 'Barca-aanval'
| Bedankt voor uw mening!
Dinsdag 12 Februari 2019

Kan de voetballerij leren van andere sporten? TrainersMagazine zocht handbalcoach Rick Louw op. Hij vertelde over de afspraken binnen zijn team bij aanvallen, verdedigen en de omschakelmomenten. Ook sprak hij over het inslijpen van spelpatronen. “De Barca-aanval is een van onze favorieten.”

Tekst: Martin Veldhuizen | Beeld: Hanna Koops

In het huidige voetbal wordt de omschakeling steeds bepalender. Niet de ploeg met het meeste balbezit of de beste individuele speler wint de wedstrijd, maar het team dat het beste omschakelt tussen aanval en verdediging en andersom. Handbalcoach Rick Louw is coach van eredivisionist Stipt Payroll/Houten en talententrainer bij het Nederlands Handbal Verbond. Hoewel hij zichzelf zeker geen voetbaldeskundige wil noemen (zie kader), vergelijkt hij de omschakeling in het voetbal met de snelle eerste of tweede fase die zijn ploeg graag speelt. “Na een mislukte doelpoging van de tegenpartij of als wij de aanval onderscheppen, dan rent een van onze spelers zo snel mogelijk richting het doel van de tegenstander om via de break in de eerste fase te scoren. De reservekeeper geeft aan of die mogelijkheid er is door kort of lang te roepen, waarbij lang altijd de voorkeur heeft.”

Is er geen gelegenheid voor een lange bal, dan probeert zijn ploeg via de tweede fase te scoren. “Zodra de keeper de bal in zijn handen pakt, lopen niet alleen de aanvallers naar voren, maar ook de drie opbouwers schuiven een paar meter op, om net voor de middellijn in balbezit te komen. Doen we dat snel genoeg, dan heeft de tegenpartij onvoldoende tijd zich te organiseren en kunnen de opbouwers een overtal creëren door over hun tegenstanders heen te golven. Vooruitrennen gaat immers sneller dan achteruit hollen. Lukt het niet om tot een doelpoging te komen, dan zoekt iedereen de positie op, die hij volgens ons plan moet innemen.”

 


Balverlies
Ook bij balverlies gelden er vaste afspraken. “In het handbal is het vrij gebruikelijk om als team zo snel mogelijk in te zakken en rond de eigen cirkel te verdedigen. Zodra een van onze spelers aanlegt voor een schot, loopt degene die aan de tegenovergestelde zijde staat alvast een stukje terug om een eventuele break van de tegenstander te onderscheppen. Een ander, meestal is dat de cirkelloper (in het voetbal vergelijkbaar met de centrumspits, red.), probeert na het schot een snelle aangooi van de doelman te verhinderen om zo hun eerste fase eruit te halen.

De overige spelers gaan snel terug en draaien zich rond de middellijn om. Bouwt de tegenpartij rustig aan een aanval, dan zakken we vervolgens terug naar de cirkel om onze verdedigende positie in te nemen. Gaat de tegenstander op volle snelheid richting ons doel, dan verdedigen we vooruit om de aanval af te remmen of hen tot fouten te dwingen. Ook het maken van een overtreding is een optie, zodat we tijd hebben om alsnog naar de cirkel terug te zakken. De speler die de eerste fase probeerde te verhinderen, keert in principe terug aan de kant waar de bal niet is.”

Overtal
Wordt de ploeg teruggedrongen naar de eigen cirkel, dan hanteert Louw afhankelijk van de kwaliteiten van de tegenstander een 6-0 of een 5-1 formatie. “Scoort de tegenstander vooral via de cirkelloper en hoekspelers, dan kiezen we meestal voor zes spelers op de cirkel. Heeft de tegenpartij twee goede schutters in de opbouw, dan is vijf spelers op de cirkel en eentje ervoor een optie. De speler voor onze vijf verdedigers moet dan de opbouwer, die inkomt voor een schotpoging, proberen af te stoppen.”

Uitgangspunt in de verdedigende tactiek van Louws ploeg is het creëren van een overtal aan de balzijde. “Spelers moeten voortdurend meebewegen met de bal. Door de ruimtes klein te maken, willen we technische fouten, zoals een loopfout of een foutieve pass, bij de tegenstander uitlokken. Via een overtreding kunnen we hun aanval onderbreken en het tempo eruit halen. Lukt dat allemaal niet, dan willen we door fanatiek vooruit te verdedigen de bal onderscheppen en een snelle tegenaanval opzetten.”

Schotarm
Komt de tegenstander toch tot een schot, dan is het zaak om de schotpoging zo goed mogelijk te blokken. “Eén hoek is voor de verdedigers, de andere voor de keeper. Meestal schermen de verdedigers de hoek af die ligt aan de kant van de schotarm van de tegenstander, zodat ze nog een klap op de arm van de schutter kunnen geven. Belangrijke aspecten zijn verder dat de spelers op hun voorvoeten verdedigen, de handen hoog hebben en met hun tegenstander 'spelen' door schijnbewegingen te maken.

Verdedigend trainen we op de keuzemomenten die spelers hebben. Kiezen ze ervoor om uit te stappen en de aanval te onderbreken of de pass te onderscheppen, of blijven ze in hun positie staan? Een van de belangrijkste afwegingen daarbij is: hoe gericht is de aanvaller op een schot op de goal? Ik wil achteraf weten waarom de betreffende speler zijn keuze maakte. Dacht hij dat de tegenstander ging schieten, of was hij een pass aan het voorbereiden?”

Spelpatronen
Lukt het in aanvallend opzicht niet om uit de eerste of tweede fase te scoren, maar houdt de ploeg van Louw wel balbezit, dan is het uitgangspunt om een overtal te creëren, of op z'n minst een een-tegen-een of twee-tegen-twee-situatie. “We proberen het spel eerst via loop- en passbewegingen naar één kant van de cirkel te verplaatsen om daarna via een lange wisselpass de andere kant te bereiken. Daar ligt, als het goed is, meer ruimte.”

Om dat overtal te creëren heeft de ploeg een aantal vaste spelpatronen, die bestaan uit cijfers of namen van ploegen als Flensburg en Vezprem. “Uit de videoanalyse van de tegenstander weten we waar onze kansen liggen en welke spelpatronen we tijdens de wedstrijd willen gebruiken. Tegen een ploeg die heel defensief staat vallen we anders aan dan tegen een team met verdedigers die er als gekken uitvliegen. Onze spelpatronen hebben nooit één oplossing. Elke variant kent wel zeven of acht verschillende mogelijkheden waaruit de spelers kunnen kiezen. Je moet namelijk altijd anticiperen op bewegingen van de tegenstander. Dat valt niet voor te programmeren, de creativiteit van de speler in het veld is nodig om de juiste keuze te maken.”

Barca-aanval
Een spelpatroon dat de ploeg van Louw regelmatig hanteert is de 'Barca-aanval'. ”Net als bij het voetballen behoort Barcelona ook in het handbal tot de beste ploegen van de wereld. De Barca-aanval is een van onze favoriete spelpatronen. Het grote voordeel van de Barca-aanval is dat het ons op verschillende momenten mogelijkheden biedt op een doelpoging. De tegenstander moet daarop reageren en op basis van die reactie moeten mijn spelers met hun creativiteit de juiste beslissing nemen.”
 

Tekening 1

De Barca-aanval begint bij de situatie, zoals geschetst in tekening 1. De tegenpartij heeft zich teruggetrokken rond de eigen cirkel in een bij het handballen gebruikelijke 6-0 opstelling. De ploeg van Louw valt aan met een rechteropbouwer (6), een middenopbouwer (5) een linkeropbouwer (4), een rechterhoekspeler (7), een cirkelloper (2) en een linkerhoekspeler (3). De bal is bij de middenopbouwer.
 

Tekening 2


 

Tekening 3


In de Barca-aanval dribbelt speler 5 (zie tekening 2) richting de linkerkant van de cirkel, waar hij dreigt te schieten, maar de bal naar speler 6 gooit. Speler 7 komt ondertussen iets los van de achterlijn en speler 4 loopt richting de as van het veld. Vervolgens (tekening 3) loopt speler 7 richting de cirkel waar hij de bal krijgt van speler 6. Speler 4 loopt ondertussen door naar de as van het veld.
 

Tekening 4
 
 

Tekening 5


Daarna (tekening 4) loopt speler 4 de rechterhoek in, waar hij de bal krijgt van speler 7, die doorloopt naar de andere kant van de cirkel. Speler trekt met lichaamsbewegingen de aandacht, terwijl speler 5 de vrije ruimte zoekt door iets van de cirkel richting de linkerzijlijn te bewegen. Speler 4 dreigt in eerste instantie met een schot, maar hij speelt de bal (tekening 5) naar speler 6 die achterlangs komt. Een van de mogelijke reacties van de tegenstander is dat hun speler 4 wat meer richting de balkant schuift.
 

Tekening 6

In de zesde en laatste tekening is te zien dat er ruimte is ontstaan aan de linkerkant van de cirkel. Speler 5 kan nu kiezen voor een schotpoging, maar is daarbij afhankelijk van de reactie van de verdedigers 3 en 4. Blokkeren die zijn doelpoging, dan kan hij mogelijk speler 7 inspelen of speler 2, die de ruimte tussen speler 4 en speler 5 van de tegenstander benut.

“Deze aanval trainen we in principe altijd in een zes-tegen-zes-situatie”, aldus Louw. “We beginnen eenvoudig, waarbij de dekking alleen meeloopt. Daarna wordt het steeds complexer, waarbij de dekking in de eindfase de volledige vrijheid heeft om te reageren en te anticiperen op de aanvallende bewegingen. En soms proberen we de dekking van de komende tegenstander na te bootsen. Spelen ze heel defensief, of stappen ze juist gretig uit? Aan welke kant van de cirkel is hun dekking minder en hebben wij dus meer kans? Met dat soort informatie proberen wij ons voor te bereiden. Maar de creativiteit van de spelers bepaalt meestal of de uitvoering succesvol is of niet.”
 
'Handballen iets makkelijker dan voetballen'
Rick Louw (7 april 1988) is voor het tweede seizoen coach van Stipt Payroll/Houten. Met die ploeg werd hij vorig seizoen kampioen van de eredivisie, maar liep hij in de play-offs promotie naar de BeNe League – het hoogste handbalniveau van Nederland – mis. De inwoner van Nieuwegein is ook talententrainer bij het Nederlands Handbal Verbond en assistent-bondscoach van Oranje O21.

Spel van fouten
Handballen is iets makkelijker dan voetballen, denkt Louw. “De oog-handcoördinatie is over het algemeen beter ontwikkeld dan de oog-voetcoördinatie. Daardoor heb je bij het handbal meer controle over de beweging die je uitvoert.” Naast andere belangrijke verschillen als de afmetingen van het speelveld (40 x 20 meter) en het aantal spelers (zeven inclusief keeper) zijn er volgens Louw ook overeenkomsten tussen beide sporten. “Voetballen wordt vaak een spel van fouten genoemd, bij het handballen is dat niet anders. Statistieken wijzen uit, dat de ploeg die de minste technische fouten maakt negen van de tien keer de wedstrijd wint. Door snel, dynamisch en attractief handbal te spelen, proberen wij te bepalen wat de tegenstander doet en hen daarmee tot technische fouten te dwingen.”

Louw kijkt graag naar voetbal, maar noemt zichzelf absoluut gaan deskundige. “Als de buitenspelers van Ajax naar binnen trekken, komen de backs bijna altijd buitenom. Bij voorzetten gaat de ene speler naar de eerste paal, een ander naar de tweede. Daaraan zie ik dat er, net als in het handbal, volgens bepaalde afspraken wordt aangevallen, verdedigd en omgeschakeld. Maar verder zie ik geen duidelijke spelpatronen. Ik zie bijvoorbeeld nauwelijks spelers die eerst een omtrekkende loopbeweging maken om ruimte voor zichzelf te creëren. Of een verdedigende middenvelder, die zijn directe tegenstander blokt, wanneer hij mee ten aanval trekt.

Koffiegesprek
Ik kan echter moeilijk inschatten of voetbaltrainers de spelpatronen die wij in het handballen gebruiken kunnen toepassen in hun oefenstof of strijdplan. Maar het lijkt mij ontzettend interessant om daar tijdens een koffiegesprek met een aantal trainers over te discussiëren. We kunnen ongetwijfeld van elkaar leren.
 


 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen