Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Opbouwen met half-spaces
| Bedankt voor uw mening!
Maandag 18 Februari 2019


In Nederland wordt veel waarde gehecht aan een verzorgde opbouw van achteruit. Dat kan vanuit diverse systemen en tegen verschillende soorten druk van de tegenstander op allerlei manieren. Maar wat als de opbouw vrij vlak is en er weinig variatie in de opbouw zit? Dan kan het helpen om met half-spaces te gaan werken, zodat de opbouw dynamischer wordt.

Tekst: Twan Epe

‘We willen tegenstanders tot keuzes dwingen door een dynamische veldbezetting en hen zo het verstoren van onze opbouw onmogelijk maken. Spelers moeten door onze loopacties continu kiezen welke speler of zone ze afschermen, zodat we in de opbouw altijd een overtal hebben.’ Een veelgehoord credo, dat veel trainers gebruiken. Maar hoe stel je tegenstanders voor keuzes met een dynamische veldbezetting? En misschien nog wel belangrijker: wat versta je als trainer onder een dynamische veldbezetting? De eerste stap om te bedenken hoe je deze dynamische veldbezetting bij je team wilt bereiken, is door spelprincipes te bepalen.

Wat zijn spelprincipes?
Spelprincipes zijn regels die de basis vormen van een speelwijze. Deze afspraken gelden altijd, waardoor je bij het inslijpen van je spelprincipes niet in formaties hoeft te denken. Het voordeel hiervan is dat deze regels in alle formaties gelden, en dus ook tegen alle formaties van de tegenstander. Hierdoor kun je de tactiek ook snel aanpassen als de tegenstander een omzetting doet. Spelprincipes zijn herkenbaar, waardoor je een gemeenschappelijke taal creëert voor jou en je spelers. Er zijn geen vaste spelprincipes. Je kunt spelprincipes zelf opstellen die bij je voetbalvisie of de kwaliteiten van je spelers passen (zie onderstaand kader).

 
Spelprincipes aanvallend
• We willen verzorgd voetballen van achteruit door een overtal te creëren rondom de bal. Dit kan binnen een linie zijn, maar ook door linies elkaar te laten helpen;
• We willen in de opbouw bij voorkeur risico nemen door vooruit in de as een medespeler aan de bal te krijgen, bij voorkeur door diegene schuin in te spelen;
• We willen dieptedreiging aan de balkant en dit mogelijk maken door een balans te zoeken tussen diepgang en het bewaken van de restverdediging;
• We maken het verdedigen voor de tegenstander moeilijk door met overlap tussen de linies te werken. Dit door een samenwerking tussen de back en de buitenspeler aan de balkant. Eén tegen de zijlijn, en de ander gaat naar binnen;
 

Werken met half-spaces
Het heiligverklaarde 1:4:3:3 in ons land biedt veel mogelijkheden om op te bouwen in een dynamische veldbezetting. Dit kan door te werken met half-spaces in de opbouw van achteruit. Waar er eerder gedacht werd in termen als de as en twee vleugels (het veld is dan in drie verticale stroken verdeeld), is het tegenwoordig gebruikelijk om daar twee stroken aan toe te voegen: de half-spaces. Het veld bestaat dan uit vijf stroken, waarbij je kunt ‘spelen’ met deze spelprincipes.

 
Zie ook het artikel: Wat zijn half-spaces?


Veld verdelen in vijf stroken
De as van het veld is teruggebracht tot een verticale strook in het midden van het veld van vijftien meter breed. De half-spaces aan weerszijden van deze strook zijn beide dertien meter breed en de vakken van de vleugels zijn allebei twaalf meter breed (zie figuur 1). In de opbouw zijn de tien veldspelers verdeeld over deze vijf stroken. In iedere strook zijn twee spelers te vinden als het om de startpositie gaat. De tegenstander maakt het speelveld klein, waardoor de spelers zich verdelen over de as en de half-spaces. Zij laten de vleugels vrij en veel ploegen laten de tegenstander de bal naar de zijkant spelen door de as dicht te houden. Binnen 1:4:3:3 tegen 1:4:3:3 heb je in principe een overtal in de opbouw met de keeper en vier verdedigers tegen drie aanvallers van de tegenpartij. Echter kantelen tegenstanders bij hoge druk het centrum van de verdediging vaak dicht met twee aanvallers (in het vervolg van de opbouw, bijvoorbeeld rond de middenlijn, doet de keeper vaak niet mee). Dat betekent dat het in de opbouw druk is in het midden van het veld en dat de ruimte aan de zijkanten ligt. Het is voorspelbaar en makkelijk te verdedigen door de bal via een centrale verdediger naar de back te spelen, die de bal vervolgens recht vooruit naar de buitenspeler speelt. De buitenspeler wordt dan ‘gedubbeld’ door de centrale verdediger die aan de back rugdekking geeft, en je komt vervolgens in een ondertal terecht. Een afspraak die je met je ploeg kunt maken, is dat van de back en de buitenspeler aan de kant van de bal er altijd maar één op de vleugel te vinden is. De andere speler kiest vervolgens positie in de half-space.
 

Figuur 1 – Startformatie in de opbouw als het veld verdeeld is in vijf stroken


Optie 1: back het middenveld in
Een mogelijkheid is om met de centrale verdedigers het veld naast de zestien breed te maken, en de back aan de balkant schuin het middenveld in te laten sprinten, zodat die in de half-space positie kiest. Hij zal de buitenspeler (directe tegenstander) in de zone meenemen. Als de buitenspeler aan de balkant vervolgens uitzakt, is die aanspeelbaar op de vleugel en heeft die zodoende meer afspeelmogelijkheden in de as en de half-space. De back doet mee als een extra middenvelder en de centrale verdediger aan de kant van de bal kan inplaats van deze back als ‘uitweg’ fungeren (hierdoor heb je niet alleen in de eerste fase van de opbouw (opbouw eigen helft) een overtal, maar ook in de tweede fase (opbouw rond de middenlijn) door op het middenveld een overtal te creëren). Een van de controlerende middenvelders schuift ook een strook op door in de as positie te kiezen en zo de restverdediging te bewaken (zie figuur 2). De overige verdedigers knijpen naar binnen als de buitenspeler aangespeeld wordt. Zo wordt er risico genomen in de opbouw, maar staat ook de restverdediging goed.

 

Figuur 2 – De back kiest positie in de half-space, de buitenspeler op de vleugel


Optie 2: overlap met een back
Met half-spaces werken heeft als voordeel dat er te variëren valt in de opbouw, terwijl de taken overzichtelijk blijven. Een andere mogelijkheid die in figuur 2 is weergegeven, is om de buitenspeler aan de kant van de bal schuin in de half-space uit te laten zakken. Dit geeft de back aan de kant van de bal de mogelijkheid om de vrijgemaakte ruimte in te duiken. Als de buitenspeler de back meeneemt, komen de drie spelers voorop een-tegen-een te staan en moet de tegenstander doordekken met een centrale verdediger (zie figuur 3). De back van de tegenstander kan er ook voor kiezen om in de zone te blijven en de opkomende back op te vangen. In dat geval kan de centrale verdediger de buitenspeler in de half-space aanspelen. Dit is een risicovolle pass, zeker als de buitenspeler van de tegenpartij aan die kant in de zone verdedigt, maar doordat er meerdere middenvelders onder hem positie kiezen en de restverdediging goed is, kun je als team snel druk op de bal zetten wanneer je in het midden van het veld balverlies lijdt. De drie gekantelde verdedigers en de twee controlerende middenvelders kunnen snel opschuiven, waardoor je niet snel weggecounterd kunt worden.
 

Figuur 3 – De buitenspeler kiest positie in de half-space, de back op de vleugel


Optie 3: reageren op hoge druk
Wanneer de tegenstander met de spits en een buitenspeler het centrale duo wil vastzetten (of wil dichtkantelen na het inspelen van een centrale verdediger door de keeper), is het ook een mogelijkheid om een back schuin vooruit de half-space in te laten sprinten. Eén centrale verdediger zakt ver naast de zestien uit, de andere centrale verdediger komt in de as midden op de zestien te staan. De andere back zakt uit op de vleugel, zodat je met drie man achteropkomt en er een drie-tegen-twee-situatie wordt gecreëerd (zie figuur 4). Zo krijg je een overtal in de opbouw, zoals bepaald in de spelprincipes. Deze manier van positiekiezen door de verdedigers zorgt ervoor dat je vooruit kunt spelen. Ook staat de restverdediging gelijk goed.

 

Figuur 4 – Opbouwen met drie verdedigers: een back komt in de half-space


Optie 4: vanuit de omschakeling
Het spelprincipe om aan de balkant alleen een back of buitenspeler de vleugel te laten bezetten, leidt tot meer dynamische keuzes in balbezit, maar is ook handig bij omschakelen van verdedigen naar aanvallen. In de slotfase van een wedstrijd doet de tegenstander bij een (nipte) achterstand vaak een alles-of-niets-poging om de gelijkmaker (of meer) te forceren. Dat kan door er een extra aanvaller bij te zetten (en de formatie te veranderen naar 1:3:3:4) of door een verdediger door te schuiven (en de formatie te veranderen naar 1:3:4:3). In beide situaties is dit af te straffen door dit spelprincipe óók in de omschakeling te hanteren. Veroveren we de bal op het middenveld? Dan kiest gelijk de back of de buitenspeler aan de kant van de bal positie in de half-space aan die kant. De ander duikt direct de diepte in. De tegenstander moet snel de keuze maken: dekt de back aan de balkant door of gaat die mee de half-space in? In beide situaties creëer je een twee-tegen-een-situatie aan de balkant en kun je deze snel uitspelen. Ook zo creëer je een overtal bij het aanvallen en speel je de bal vooruit.

Nuance bij de theorie
De genoemde situaties zijn in theorie makkelijker te beschrijven dan in de praktijk uit te voeren, omdat je met een tegenstander te maken hebt. Die tegenstander heeft in het verdedigen ook taken bepaald als dit soort situaties zich voordoen. En het kan zijn dat de tegenpartij goed reageert, waardoor de opbouw bemoeilijkt wordt. Het gaat er in dit soort situaties om dat je als trainer en als ploeg nadenkt over hoe je in het aanvalsspel altijd een overtal kunt krijgen aan de balkant en hoe je de tegenpartij tot keuzes dwingt (zie het kader ‘Van theorie naar praktijk’ voor tips om met spelprincipes en half-spaces te werken). In de genoemde opties is het belangrijk om aandacht te besteden aan de restverdediging van de controlerende middenvelders en de verdedigers aan de niet-balkant. Hierdoor kun je snel reageren als de tegenstander je ploeg te slim af is door goed druk te zetten. Je neemt meer risico in de opbouw, zonder dat dit fataal hoeft te zijn wanneer je als ploeg balverlies lijdt.

 
Van theorie naar praktijk
Er zijn verschillende manieren om met spelprincipes te werken en om die te vertalen naar het werken met half-spaces. Om dit te doen, kun je als trainer de volgende stappen doorlopen:
• Breng de kwaliteiten van de spelersgroep in kaart. Kijk goed naar de spelers die je hebt: heb je centrale verdedigers die rustig zijn in de opbouw? Heb je backs die goed aan de bal zijn en durven de ruimte voor zich te bespelen met loopacties? Hebben de backs voldoende snelheid om op tijd terug te zijn voor de verdedigende taken wanneer er balverlies wordt geleden? Dit zijn eisen om met aanvallende backs te werken.
• Bepaal de spelprincipes die jij belangrijk vindt. Kies niet voor te veel spelprincipes. Het liefst voor vijf of zes, omdat de basis van de speelwijze dan voor zowel de trainer als de spelersgroep overzichtelijk blijft. Schrijf deze spelprincipes op en hang die in de kleedkamer en/of de bespreekruimte op, zodat je hier altijd op kunt terugvallen.
• Breng de spelprincipes met elkaar in verband. Geef aan waarom het belangrijk is om de restverdediging te bewaken als een back een loopactie in de diepte maakt. Zo maak je de spelers verantwoordelijk voor hun taken. En zo wordt duidelijk dat als het ene spelprincipe van kracht wordt, automatisch een ander spelprincipe in werking wordt gezet. Dit zorgt voor herkenbaarheid en duidelijkheid binnen de afspraken.
• Benoem de spelprincipes tijdens trainingen en wedstrijden. Spelprincipes geven je als trainer de mogelijkheid om snel te schakelen. Spreek met de groep af dat ‘op de as komen’ betekent dat een middenvelder de restverdediging moet bewaken. Of spreek de term ‘het kommetje herstellen’ voor de verdedigers af om de restverdediging te bewaken als een back diep is gegaan. Dit zorgt voor een gemeenschappelijke taal.


Oefenvorm 1: Partijspel 8 + K tegen 7
 


Organisatie
- Veld 60 x 75 meter
- Verdeel het veld met pylonen in vijf zones
- Formatie TCP: 1:4:1:3; formatie NTCP: 0:3:1:3
- TCP kan scoren op twee kleine doeltjes; NTCP kan scoren op een groot doel
- De keeper van coachpartij start met de opbouw 

Variatie
- Meer middenvelders bij beide teams; extra verdediger bij tegenpartij; kleine doeltjes verder naar binnen; twee grote doelen met keepers
 
Coaching
- Backs en buitenspelers starten op de vleugel
- Back half-space in, buitenspeler uitzakken
- Buitenspeler half-space in, back eroverheen
- Varieer met (hoge) druk van de tegenpartij
- Creëer een overtal in de opbouw
- Zorg met loopacties voor dieptedreiging
- Houd tempo en intensiteit in de opbouw
- Zorg voor een dynamische veldbezetting


Oefenvorm 2: Partijspel 10 + K tegen 10 + K
 


Organisatie
- Heel speelveld met grote doelen
- Verdeel het veld met pylonen in vijf zones
- Formatie TCP: 1:4:3:3 (pnv); formatie NTCP: 1:4:3:3 (pna)
- Beide teams kunnen scoren op een groot doel
- De keeper van coachpartij start met de opbouw 

Coaching
- Backs en buitenspelers starten op de vleugel
- Back half-space in, buitenspeler uitzakken
- Buitenspeler half-space in, back eroverheen
- Creëer een overtal in de opbouw
- Zorg met loopacties voor dieptedreiging
- Houd tempo en intensiteit in de opbouw
- Zorg voor een dynamische veldbezetting
- Verdedigers: bewaak de restverdediging
- Middenvelders: bewaak de restverdediging
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen