Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Doorontwikkelen van speelwijze
| Bedankt voor uw mening!
Donderdag 21 Maart 2019


Als je net als Cor Prein al jarenlang bij dezelfde club werkt, moet je blijven vernieuwen. Volgens Prein mogen spelers niet op je uitgekeken raken. Maar wat hij belangrijker vindt is, dat hij zijn speelwijze elk jaar een beetje kan aanscherpen. “Ieder jaar probeer ik in elke linie een aantal details verder te perfectioneren.” In dit artikel een aantal voorbeelden.

Tekst: Rob Robben | Beeld: Joost van Mourik

Cor Prein heeft tot en met volgend seizoen een contract bij zaterdageersteklasser WNC. In totaal staat hij dan zes seizoenen aan het roer van de club uit Waardenburg. Dat is in trainersland een hele tijd. Om spelers elk jaar dan nog steeds beter te maken is een hele klus. Prein heeft zo zijn eigen manieren om dit toch voor elkaar te krijgen. “Op de eerste plaats heb ik het geluk, dat er elk jaar wel een paar spelers van buitenaf bijkomen. Zo ontstaat er binnen een spelersgroep toch een bepaalde dynamiek die spelers triggert om beter te worden. Maar ik probeer vooral mijn speelwijze elk jaar weer verder te ontwikkelen en te perfectioneren door per linie steeds weer enkele nieuwe aandachtspunten te introduceren en te benadrukken. Bij de profs, waar je tig trainingen per week hebt en waar spelers doorgaans veel meer bagage hebben, kun je in vrij korte tijd een bepaalde speelwijze inslijpen, maar bij de amateurs is dat in één seizoen eigenlijk nauwelijks voor elkaar te krijgen. Daarom elk jaar stapje voor stapje.”

Speelwijze
Prein, die in het bezit is van zijn TC1, ziet in 1:4:3:3 met de punt naar voren zijn ideale formatie. “Ja, deze formatie is wellicht voorspelbaar voor de tegenstander, maar wel veruit het duidelijkst voor mijn eigen ploeg. Alleen als de tegenstander met twee spitsen speelt, pas ik mijn formatie aan. Ik schuif dan een verdediger door naar het middenveld en spelen we met twee mandekkers en een vrije verdediger. Hoewel we altijd in de zone verdedigen, doen we dat dus niet als de tegenstander met maar twee aanvallers speelt. De posities zijn in dit 1:4:3:3-systeem altijd goed bezet en we kunnen het veld op deze manier ook goed breed houden. Aanvallend spelen we aan de zijkanten altijd een-op-een. Omdat we op de vleugels prima buitenspelers hebben, die hun man makkelijk kunnen passeren, moet de centrale verdediger van de tegenpartij naar buiten om onze doorgebroken buitenspeler af te stoppen. Dit levert voor ons weer veel ruimte op in het centrum. In dit systeem kunnen we altijd met minstens vier mensen aanvallen. Dikwijls komt er dan nog een verdedigende middenvelder bij. Verdedigend vind ik het belangrijk, dat onze twee verdedigende middenvelders heel kort bij elkaar spelen.”
 


Fundering
“In principe kijk ik niet naar de tegenstander. Ik focus me op onze eigen speelwijze en die probeer ik elk jaar weer verder te perfectioneren. Ik begin dan altijd met de verdediging. Deze moet staan als een huis. Daar begin je ook met de fundering en niet met het dak. Heel belangrijk daarin vind ik, dat ze in hun eigen zone moeten leren verdedigen en dat ze niet uit de eigen organisatie gaan lopen. Dat geldt zowel voor mijn vleugelverdedigers als mijn verdedigers in het centrum. Als mijn back zijn man volgt en hij gaat te ver naar binnen, staan er centraal drie verdedigers vrij kort bij elkaar. Hierdoor ontstaat een grote vrije ruimte aan de zijkant, waar vervolgens dikwijls een back of middenvelder van de tegenstander helemaal vrijkomt. Dus ik wil dat ieder zijn eigen zone verdedigt. Tot hoever je moet doordekken, wordt van tevoren gewoon afgesproken. Daar kan geen misverstand over bestaan. Alleen als je minder dan een meter van je directe tegenstander bent, moet je wel fel doordekken. Je moet bewust zijn van wat je doet. Je moet blijven nadenken. Dit vergt een grote discipline.” Prein traint ook veel op een verdedigende ondertalsituatie. “Als wij in de aanval zijn en de tegenstander gaat counteren en we komen verdedigend in een ondertalsituatie dan moeten mijn overgebleven verdedigers natuurlijk niet instappen, maar de tegenstander ophouden, zodat mijn verdedigers en middenvelders de tijd hebben om terug te kunnen komen.”

Verdedigende accenten
Prein vindt dat zijn team afgelopen seizoen grote stappen heeft gemaakt in bovenstaande zaken. Dit jaar wil hij het goed aansluiten van zijn verdedigers als extra accent toevoegen. “Het gebeurde vorig seizoen te dikwijls, dat bij een lange bal van ons er niet goed werd aangesloten en dat er zodoende veel te veel ruimte tussen onze verdedigers en middenvelders kwam te liggen. Mijn verdedigers moeten meteen een meter of twintig doorschuiven. Ze duwen op die manier onze middenvelders verder naar voren, zodat de tweede bal veel eerder veroverd kan worden. Bovendien staan de aanvallers van de tegenpartij dan meteen buitenspel. Verder wil ik graag overlappende backs hebben, die dan als extra aanvaller kunnen fungeren. Mijn verdedigende middenvelders moeten dit dan natuurlijk weer adequaat opvangen. Vorig seizoen hebben we hier al veel aandacht aan besteed, maar dit aspect moet zeker nog beter. Daar gaan we dit seizoen ook hard aan werken (zie oefenvorm 2). Ik wil dat de backs er zeker drie keer per helft overheen klappen.”
 


Middenveld
Ook met betrekking tot zijn middenveld wil Prein komend jaar verbeteringen. “Ik wil niet geforceerd, maar verzorgd en gecontroleerd aanvallen. Mijn middenvelders moeten in de tweede fase beter aangespeeld worden. Als bijvoorbeeld de centrale verdediger de dichtstbijzijnde middenvelder aanspeelt, kan die dikwijls alleen maar een levensgevaarlijke kaatsbal op de back geven. Als een centrale verdediger indribbelt, moet hij niet de dichtstbijzijnde man op het middenveld aanspelen, maar ik wil dat hij een linie overslaat. Deze voorste middenvelder kan de bal dan weer laten vallen op een andere middenvelder die dan wél de ruimte en tijd heeft om de voorste middenvelder aan te spelen, die nu wel goed opengedraaid staat en de opbouw verder kan verzorgen. Een voorbeeld om dit te trainen is een pass- en trapoefening (zie oefenvorm 1). Ik start daar met de opbouw bij de linksachter. Natuurlijk kun je deze opbouw ook centraal of van rechts laten beginnen. Belangrijk bij deze oefenvorm is dat de aannemende speler de bal goed opengedraaid kan ontvangen. Dit kan door eerst een korte kaats te maken, maar ook door de derde man te zoeken. Een ander aspect waar ik veel aandacht aan besteed is het doorbewegen. Ik wil dat alle spelers, maar vooral mijn middenvelders continu in beweging zijn. Oefenvorm 2 is een pass- en trapvorm, waarbij dit in sjabloonvorm getraind wordt. In oefenvorm 3 wordt dit doorbewegen geoefend in een positiespel van acht tegen vier.”
 


Drukzetten aanvallers
Prein vindt, dat zijn aanvallers zo veel mogelijk energie in de aanval moeten gooien en zo min mogelijk moeten verdedigen. “Ja, de voornaamste taak van de aanvallers blijft voor mij altijd aanvallen. De aanvallers moeten vooral hun aanvallende kwaliteiten benutten. De buitenspelers moeten bij balbezit breed aanbieden en vooral aanvallende acties maken. Het maakt voor mij niet uit of ze een man passeren en de voorzet geven of dat ze naar binnen komen en daar de aanval voortzetten. Verdedigend moeten de buitenspelers bij balbezit van de tegenpartij zorgen dat hun back niet in balbezit komt of in ieder geval niets opbouwends kan doen. Stel dat de linksback of de linker centrale verdediger toch aangespeeld wordt, dan moet onze linksbuiten naar binnen komen. Komend jaar wil ik bij balbezit van de tegenpartij vooral het drukzetten van onze aanvallers extra aandacht geven. Ik train dit in een partijspel van zeven tegen zeven met een keeper. Ik coach dan uiteraard de aanvallers (oefenvorm 4). Bij balbezit van de keeper staan mijn buitenspelers bij hun backs, zodat die niet aangespeeld kunnen worden. Als dan bijvoorbeeld de linker centrale verdediger wordt aangespeeld, gaat 11 naar binnen. Onze spits (9) zet in een omtrekkende beweging druk op 4, zodat 3 niet aangespeeld kan worden. Onze aanvallende middenvelder (10) zet druk op de balbezittende nummer 4. Deze kan nu eigenlijk alleen 6 aanspelen. Onze nummer 8 gaat richting nummer 6 en geeft hem het idee, dat hij de bal kan aannemen en opendraaien. Als de bal dan gespeeld wordt, gaat hij fel naar 6 toe en deze kan hierdoor niet opendraaien en de bal alleen maar terugspelen op nummer 3. Onze linksbuiten gaat daar razendsnel naar toe en kan de bal wellicht onderscheppen. Lukt dit, dan staat hij meteen voor het doel van de tegenstander.” Met al deze aandachtspunten denkt Prein zijn ploeg weer een stapje hogerop te krijgen.


Oefenvorm 1: Pass- en trapvorm

Organisatie
• Aanspelen middenvelders in tweede fase via pass- en trapvorm
• Zes spelers op iets minder dan een half speelveld
• Speler 5 speelt 8 aan, krijgt de bal weer terug en speelt de opengedraaide 8 weer aan
• Speler 8 speelt 10 aan, die de bal laat vallen op 6, die vervolgens 11 aanspeelt
• Speler 11 speelt 10 aan, krijgt de bal weer terug en speelt de opengedraaide 10 weer aan
• Speler 10 maakt een 1-2-combinatie met 7 en speler 7 dribbelt door naar de beginpositie
• Spelers nemen steeds de volgende positie in: 5-8-6-11-10-7-5
• Deze oefening kan ook in het centrum of aan de rechterkant starten
• Eventueel ook met afwerken op een doel

Coaching
• Steeds goed loskomen van (denkbeeldige) tegenstander en goed opengedraaid de bal ontvangen
• Juiste been inspelen
• Goede balsnelheid


Oefenvorm 2: Pass- en trapvorm (2)




Organisatie
• Doorbewegen van de middenvelders en opkomen van de vleugelverdedigers via passen trapvorm
• Speler 3 maakt een 1-2-combinatie met middenvelder 6 en speelt de bal naar middenvelder 8
• Speler 8 speelt 10 aan, die de bal terugspeelt naar aanbiedende 6, die de spits (9) inspeelt
• Speler 9 kaatst terug naar 10, die opent op de aanbiedende linksachter (5)
• Deze geeft na een korte dribbel de bal voor
• Daar zijn 9, 8 en 6 om af te werken
• De nummers 5 en 9 blijven op dezelfde positie, de anderen schuiven door: 3-6-10-8-3
• De aanval verloopt beurtelings over links en rechts

Coaching
• Explosieve loopacties (doorbewegen) van met name de middenvelders 6 en 8
• Juiste loopactie van linkervleugelverdediger 5 en goede voorzet
• Loopacties voor de goal op elkaar afstemmen
• Nauwkeurige passing


Oefenvorm 3: Positiespel 8 tegen 4 met 16 spelers




Organisatie
• Positiespel 8 tegen 4 met 16 spelers met snel doorbewegen en omschakelen van balbezit naar balbezit tegenstander en omgekeerd
• 4 tegen 4 in een ruimte van 20 bij 20 meter
• Op alle zijkanten staat van elk team 1 speler
• Er wordt in het vierkant 4 tegen 4 gespeeld
• Er wordt gescoord als het viertal de bal 15 keer heeft rondgespeeld, teamgenoten aan de zijkant mogen gebruikt worden
• De bal mag maximaal 2 keer worden geraakt, alleen de eerste speler die van buiten naar binnen komt mag de bal drie keer raken
• Indien een team een van de buitenste mensen aanspeelt, moet dit hele team naar de zijkant en de vier aan de zijkant komen in het midden. De telling loopt gewoon door

Coaching
• Na het afspelen snel doorbewegen, vooral als de buitenste mensen worden aangespeeld
• Bij balverlies meteen drukzetten om de bal weer snel te heroveren
• Ruimtes (ten opzichte van je medespelers) goed benutten
• Spelers aan de zijkant niet te kort aanspelen



Oefenvorm 4: Partijspel 7 + K tegen 7 



Organisatie
• Partijspel 7 + K tegen 7, drukzetten bij balbezit van de keeper van de tegenpartij
• Ongeveer driekwart veld
• Altijd starten bij de keeper
• Spelers 11 en 7 dekken hun backs af, zodat de keeper de bal alleen in het centrum kwijt kan.
• Als bijvoorbeeld 4 de bal krijgt, zet 10 druk op 4, nummer 11 komt naar binnen en 9 zet met een boogje druk op 4, zodat 3 niet aangespeeld kan worden
• Speler 4 kan nu de bal alleen kwijt aan de vrijstaande 6
• Als 6 de bal aangespeeld krijgt, zet 8 vol druk op 6, zodat hij alleen naar 3 kan spelen
• Daar is dan nummer 11, die vol druk gaat zetten
• Lukt het blauw om onder de druk uit te spelen, dan ontstaat er een gewoon partijspel, waarbij blauw kan scoren op de twee kleine doeltjes en geel op het grote doel
• Na elke doelpoging weer opnieuw starten bij de keeper van blauw

Coaching
• Juiste manier van drukzetten van 7, 8, 9, 10 en 11
• Het exacte moment leren ontdekken wanneer er druk gezet moet worden
• Elkaar coachen in het drukzetten

 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen