Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Ik ben een voorstander van het verwijderen van het woord VCT
| Bedankt voor uw mening!
Woensdag 24 Juli 2019

Als performancecoach droeg Guido Seerden zijn steentje bij aan de handhaving van Fortuna Sittard in de Eredivisie. “Anno 2019 ben ik van mening dat het delen van het periodiseringsmodel van Verheijen onrealistisch is.” Hoe ziet Seerden periodiseren? In dit artikel legt hij dit uit.

Tekst: Guido Seerden en Rogier Veenstra | Beeld: Fortuna Sittard

Tijdens zijn studies kwam hij al in aanraking met het periodiseringsmodel van Raymond Verheijen. Door ook in andere landen actief te zijn als voetbaltrainer en als hoofd van de wetenschap, werden zijn ogen steeds meer geopend. “Gestructureerd conditionele stappen maken is een pré tijdens het seizoen, maar ik had mijn twijfels over de manier waarop. Ging het niet ten koste van andere dingen en is de methode nog wel van deze tijd? Ik ging op zoek naar antwoorden en anno 2019 ben ik van mening dat delen van het model onrealistisch is, gezien de manier waarop het in het huidige profvoetbal vaak wordt aangeboden. De speelwijze moet centraal staan, te allen tijde. Dat is ook bij Verheijen het geval, maar wordt door de KNVB lang niet altijd zo overgebracht aan de trainers.”

Doelstelling
Zeker in de voorbereiding is de druk voor de fysieke trainers groot. Zij hebben de kennis om een spelersgroep in enkele weken fit te krijgen. Dat kan op verschillende manieren. Zo gingen ze voorheen in Duitsland op loopkamp. Zonder voetbalschoenen een week lang alleen maar door bossen rennen. Ook komt het voor dat er in de eerste weken van het seizoen veel vaker of langer getraind gaat worden, om zo de spelers snel op een bepaald niveau te krijgen. De 31-jarige Seerden ging in gesprek met de hoofdtrainers van de Limburgse Eredivisieclub om tot een goed programma te komen. Hierbij vond hij de antwoorden op een aantal vragen van groot belang.


 


“Allereerst is het goed om te weten wat het strijdplan van de oefenmeesters is. Het gaat er namelijk om dat spelers getraind worden voor de wedstrijden. Als een ploeg ver terugzakt op eigen helft en loert op de counter, vraagt dat om een andere aanpak dan wanneer de ploeg heel dominant wil zijn met hoog druk en een fanatieke vijfsecondenregel op de helft van de tegenpartij. Omdat wij de speelwijze het allerbelangrijkste vinden, wil ik aan trainers meegeven om eerst daar goed over na te denken, voordat je conditioneel stappen wil maken.

De volgende kwestie heeft te maken met de doelstelling van de voorbereiding. Wanneer wil je fit zijn? Veel profclubs spelen al vroeg in het seizoen Europese wedstrijden en ook amateurclubs beginnen voor de start van de competitie al aan het bekertoernooi. Het is dan belangrijk om duidelijk te hebben wanneer de spelers hun fysieke piek moeten kunnen halen en vooral ook moeten kunnen behouden. En vergeet dan vooral niet om een keus te maken: ga je voor de korte of lange termijn? Je kunt in korte tijd namelijk heel veel winst boeken, maar niet één trainer wil kort voor de winterstop met veel geblesseerde of uitgebluste spelers komen te zitten. Het zijn in mijn ogen belangrijke kwesties voorafgaand aan de voorbereiding.”

Speelwijze
Seerden stelt zichzelf dus flink wat vragen om met een duidelijk plan aan de slag te kunnen gaan. Wat hem betreft zit dat ook in de manier van voetballen. Alles valt en staat volgens hem met de speelwijze. De tactische aanwijzingen, de analyses van de eigen wedstrijden en van de tegenstander, het aantrekken van spelers, maar dus ook de trainingen en dan vooral de voetbalconditionele trainingen. “Bij de opleidingen van de KNVB word je er bijna mee dood gegooid. Je moet er toetsen over maken en altijd staan die drie grote letters weer in het weekprogramma: VCT. Ik ben een voorstander van het verwijderen van dat woord. Het dekt totaal niet de lading van het hedendaagse voetbal en de manier van werken, want elke voetbaltraining heeft een voetbal-conditioneel element en zou moeten variëren in accenten (tactisch, technisch, fysiek en mentaal). En natuurlijk wordt er gezegd dat het model altijd een onderdeel moet blijven van de manier van voetballen, maar in de praktijk heb ik gemerkt dat trainers niets anders doen dan knippen en plakken en helemaal niet meer over een speelwijze praten.

Gelukkig gaat het in Zuid-Europa al jaren anders. De manier van voetballen staat bovenaan het papiertje, genaamd: ‘Tactische Periodisering’. Bij elke training en bij elke wedstrijd. Voetbalconditie is onlosmakelijk verbonden aan voetbal, op elk niveau. Ga deze methode implementeren in de tactiek. Daar ben ik een groot voorstander van en dan vooral met de onderdelen die een meerwaarde zijn. Deze zogeheten tactische periodisering is een methodologie waarin de tactiek leidend is en deze gebaseerd is op een ´gamemodel´: een speelplan. Dit plan komt voort uit de identiteit die je als trainer en club wilt uitstralen. Dat kan gebaseerd zijn op de filosofie van de trainer of de club, of te maken hebben met de historie en cultuur van de club. Met periodiseren wordt een proces bedoeld. Het kost namelijk tijd om het gewenste gedrag te trainen en te vertalen naar de wedstrijd. Deze methode bestaat niet alleen uit tactiek, maar ook de technische, fysieke en psychologische dimensies zijn afgesteld op dit speelplan. Deze vier elementen worden nooit geïsoleerd getraind, maar altijd gezamenlijk en zijn dus, met de tactiek als leidraad, onlosmakelijk met elkaar verbonden. ”




Periodiseren
Het is absoluut niet zo dat Seerden het hele periodiseringsmodel van Verheijen de prullenbak in gooit, maar hij vindt wel dat het model niet meegaat met de ontwikkelingen van het hedendaagse voetbal. En hij is ook geen voorstander van de manier hoe het gebruikt wordt. Zo zegt hij: “Door die ene training VCT-training te noemen, lijkt het net alsof je maar één keer in de week aan je voetbalconditie werkt. En het maakt de fysieke pijler te belangrijk, de fysieke ontwikkeling zou namelijk van ondergeschikt belang moeten zijn. Tactiek is leidend!

Ik gebruik wel degelijk iets van het model. De sprint-voorbereidende vormen en de rust tussen bepaalde series. We trainen groot, klein, en middelgroot. Maar alles met de manier van voetballen aan de bovenkant van de piramide. Er zijn ook dingen die ik absoluut niet gebruik. Zo speel je elke weekend een wedstrijd, maar train je nauwelijks een grote partij in overload, waardoor je zeker in week vijf en zes te weinig sprintmeters haalt. Daarnaast kom je met de voorbereidende sprints in mijn ogen veel te laat in de echte explosieve sprints, die van groot belang zijn in de wedstrijd. Het is absoluut niet positie-gerelateerd én er wordt alleen naar duur, ruimtes en aantallen gekeken en absoluut niet naar voetbalhandelingen. Het integreren van tactische, technische, fysieke en mentale elementen zorgt voor veel meer winst en op die manier creëer je ook een optimaal leerklimaat. Dat is volgens mij wat je wilt als trainer.”

 



Implementeren
Het is een mooi woord, maar hoe gaat het in zijn werk? Hoe kun je de voetbalconditie implementeren in de speelwijze? “Het heeft alles te maken met de visie van de trainer en de oefenvormen die je kunt aanbieden”, aldus Seerden. “Zoals ik al eerder zei is het dus als trainer ontzettend belangrijk welke spelprincipes je terug wil zien bij jouw elftal. De volgende stap is natuurlijk om deze spelprincipes trainbaar te maken. Vervolgens is iedereen het er wel over eens dat de positie een belangrijk rol speelt binnen de spelprincipes en dus ook binnen de oefenvormen. En uiteindelijk bepaal je dan ook wat spelers tijdens die oefenvormen aangeboden moeten krijgen als je het hebt over het fysieke aspect.”

“Ik zal het verduidelijken met een voorbeeld. Je wilt als trainer graag zien dat zowel buitenspelers als vleugelverdedigers afwisselend de achterlijn van de tegenstander halen en een voorzet afleveren. Je wilt graag een bepaalde bezetting voor het doel, maar ook een manier van het verdedigen van die voorzet. Na de voorzet verwacht je van de aanvallers dat zij hoog druk geven en de vijfsecondenregel toepassen en dat de verdedigers in de omschakeling naar aanvallen vooruitkijken en passen. Hier kun je een oefenvorm bij verzinnen. Bijvoorbeeld een voorzet, gevolgd door een drie-tegen-twee voor het doel en een omschakeling van vier-tegen-vijf. Je laat de hoofdrolspelers steeds terugkeren op hun eigen positie, dus niet de buitenspeler twee minuten later als centrale verdediger opstellen. De laatste stap is de combinatie met het conditionele aspect. Voor degenen die de voorzetten geven is het dus belangrijk dat je informatie uit de wedstrijd haalt, waardoor je weet hoe vaak hij die sprint naar de achterlijn maakt en hoeveel rust daar gemiddeld tussen zit.”

“Aan de hand van bovenstaand voorbeeld staat de speelwijze dus centraal, is er een oefenvorm bij gevonden die de wedstrijd nabootst en positie-gericht is én is het fysieke aspect voor elk individu ook nog eens toegevoegd. Volgens mij is dit de manier hoe je moet trainen. Het is nu én voetbalinhoudelijk én conditioneel.”

Lezen van de wedstrijd
“De belangrijkste stap is dus gemaakt. Het samenvoegen van de manier van voetballen met het fysieke gedeelte. Trainers die zo te werk gaan, zullen merken dat er veel sneller winst wordt geboekt. Dat is iets wat iedereen natuurlijk het liefste ziet. Ook in de voorbereiding is het dus zo dat het niet de ene dag conditie en de andere dag tactiek is, maar dat dit vloeiend door elkaar heen loopt. Zeker voor de clubs die maar een gering aantal trainingen per week hebben, is dit een succesvolle werkwijze. Er hoeft dan ook niet vaker of langer getraind te worden en de kans op blessures is ook kleiner. Toch zijn we er nog niet helemaal.”

“Het houvast van het model van Verheijen is als je kijkt naar de opbouw van de voetbalconditie in de voorbereiding wel erg handig. Als je beide aanpakken wilt samenvoegen is het dus wel van belang dat je weet wat jouw spelers doen in de wedstrijd, of wat je als trainer wilt dat ze doen en uiteraard ook het volhouden daarvan. De wedstrijd is dus in alle opzichten de basis. Daar moet de manier van voetballen in terugkomen en daar wordt naar gekeken om te bepalen wat er doordeweeks getraind moet worden. Vooral ook om het houvast, structuur én de stappen van het periodiseringsmodel niet te verliezen. Want het kan ook averechts werken. Je kunt nog zo’n goede oefenvorm bedenken die naadloos aansluit op de manier van voetballen, als je spelers structureel minder laat doen dan gevraagd wordt in de wedstrijd, boek je natuurlijk niet altijd winst.”

“Met de wedstrijd als uitgangspunt zijn er verschillende manieren om een trainingsprogramma samen te stellen. De beste en makkelijkste manier is het verzamelen van data. Op de hogere niveaus wordt daar al door heel veel clubs mee gewerkt. Door spelers met GPS-systemen en hartslagmeters wedstrijden te laten spelen, wordt er al veel duidelijk. De meters die per minuut worden afgelegd, door iedere afzonderlijke speler op iedere afzonderlijke positie, het aantal explosieve sprints en de rustperiode tussen die sprints. Met deze data kunnen wij oefenvormen bedenken die de wedstrijd nabootsen, wederom met de trackers die de spelers dragen. Wij bepalen of de training de wedstrijd voor vijftig, zestig of bijvoorbeeld negentig procent moet nabootsen. Als de rust tussen de sprints groot moet zijn, zetten wij bijvoorbeeld vier spelers neer die moeten zorgen voor de voorzetten bij de eerdergenoemde oefenvorm. Willen we een zware training (overload), dan kan het zijn dat er maar twee spelers staan en dat de rust dus aanzienlijk korter wordt. In dit geval zijn we dus echt aan het trainen als voorbereiding op de wedstrijd, zowel qua speelwijze als conditie.”

 


Amateurs
Seerden snapt als geen ander dat het niet altijd mogelijk is dat de staf op elk niveau bestaat uit fysieke trainers en zelfs performancetrainers die sportwetenschappen hebben gestudeerd. Ook de mogelijkheid om gebruik te maken van technologische hulpmiddelen is er vaker niet dan wel. Toch is het dan volgens hem ook mogelijk om deze werkwijze te hanteren. “Neem altijd de wedstrijd en je eigen speelwijze als uitgangspunt.”

“Wat betreft de over- of underload moeten trainers begrijpen dat er een dag voor de wedstrijd anders getraind moet worden dan in het midden van de week. Als je een buitenspeler 24 uur voor de wedstrijd veertig keer een voorzet laat geven na een lange sprint op de flank, is de kans aanwezig dat hij tijdens de wedstrijd daar nog last van heeft. Maar trainers moeten zichzelf ook de vraag stellen of een buitenspeler tijdens een korte periode wel aan veertig sprints komt tijdens de wedstrijd. Heb je geen data, dan kun je die informatie alsnog uit de wedstrijd halen. Focus je op de spelprincipes en laat iemand belangrijke informatie noteren. Om bij de sprints van een buitenspeler te blijven. Kijk hoe vaak hij sprint tijdens een wedstrijd, de afstand daarvan en de rust tussen de sprints. Dat kan met het blote oog en een stopwatch. Neem meerdere wedstrijden als referentiekader. Je zult zien dat er behoorlijk veel informatie vrijkomt waarmee je op het trainingsveld de twee belangrijke onderdelen van het voetbal uitstekend kunt combineren: speelwijze en voetbalconditie!”
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen