Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Het bewaken van de netto speeltijd
| Bedankt voor uw mening!
Donderdag 25 Juli 2019


Nadat hij een aantal jaren zelf voetbaltrainer is geweest, is Werner Martens zich gaan specialiseren in het conditionele aspect van voetbal. Inmiddels is hij condietrainer bij Beerschot Wilrijk. “Uiteindelijk moet je in de praktijk ondervinden en leren wat wel en niet werkt.”

Tekst: Paul van Veen | Foto's: Beerschot en Werner Martens

“Een paar jaar geleden, toen ik nog bij Lommel werkzaam was, trainden we maar één keer per dag op het veld. Bij Beerschot trainen we regelmatig twee keer per dag. Dan doen we ‘s morgen een linietraining en een VCT in de namiddag. Dat komt omdat we nu alles veel beter kunnen opbouwen, periodiseren en daarnaast kunnen we nu alles meten. We weten precies hoeveel iedere speler wordt belast.”

“Zo heb ik ook geleerd dat de ene 11 tegen 11 de andere niet is. Een 11 tegen 11 om de grenzen in het fysieke te verleggen, zal een heel andere 11 tegen 11 zijn dan een ‘gewone’ 11 tegen 11. Daarin is coaching heel belangrijk. De coaches pushen in die vorm de spelers en de spelers pushen elkaar weer. Als dat er niet is, dan kun je wel mooi in een boek lezen dat je 11 tegen 11 conditioneel moet spelen, maar dan is het gewoon een leuk wedstrijdje spelen. Dan ga je conditioneel niet beter worden.”

Vanuit de filosofie
“Ook is het belangrijk dat de filosofie van de hoofdcoach op het voetbal de leidraad van alles is. Dat is het spel dat wij willen volhouden en dat spel willen wij steeds stapje bij stapje op een hoger tempo kunnen spelen. Dat betekent dat alle conditionele vormen vanuit de positie en vanuit de filosofie gespeeld worden. Een voorbeeld: stel wij willen met onze middenvelders in de zone spelen en dat die elkaar niet kruisen. Als je dan 11 tegen 11 speelt, dan verwacht je natuurlijk dat de spelers elkaar niet kruisen. Maar datzelfde principe hanteer je ook in de 4 tegen 4: ook daar coachen we de spelers op het niet-kruisen.”

“Maar jouw filosofie kan ook mandekking zijn. Misschien is een 4 tegen 4 met mandekking fysiek wel zwaarder dan de 4 tegen 4 in de zonedekking. Maar dat is ook niet erg. Je vraagt van de spelers de zonedekking in de wedstrijd, dus dat is ook hetgeen waar je ze op moet trainen.”

 


Netto speeltijd
“Daarnaast vind ik het belangrijk dat je rekening houdt met de netto speeltijd van oefenvormen. Want uiteindelijk gaat het daar om. Als je een speler de bal steeds laat halen en vervolgens laat ingooien, dan verlies je een hoop speeltijd. Je kunt bijvoorbeeld de intensiteit verhogen door elke uitbal in te laten brengen door de keeper. Dan gaat het spel altijd door. Maar pas op: voordat je dat doet, bedenk dan eerst wat de voetbalfilosofie is. Want als opbouwen van achteruit niet in de filosofie van de trainer zit, dan heeft deze regel natuurlijk niet zo veel zin. Dus probeer ik goed na te denken hoe we de ballen die uitgaan weer inbrengen.”

“Ten tweede denk ik van tevoren altijd na over scenario’s die kunnen gebeuren. Bijvoorbeeld wanneer we met meer of minder spelers komen te staan dan we verwacht hadden. Of wanneer we bijvoorbeeld met een oneven aantal uitkomen. Dan kun je er bijvoorbeeld één of twee spelers uithalen en die laat je dan iets aparts doen. Die organisatie voor die spelers zet ik dan al van tevoren uit, zodat de training gewoon door kan gaan en spelers niet hoeven te wachten. Vaak ruim ik dit dan ongebruikt weer op, maar dat heb ik altijd liever dan dat ik verrast wordt en dat daardoor de kwaliteit van de training omlaag gaat.”

“Daarnaast is het voor de netto speeltijd van oefenvormen belangrijk dat spelers de spelregels, spelbedoeling en accenten al kennen. Als je in week 5 en 6 in de overload kleine partijspelen wilt spelen, dan is het belangrijk dat je in week 3 en 4 de kleine partijspelen in underload speelt. Niet alleen als conditionele voorbereiding, maar daar kunnen de coaches dan de vorm duidelijk maken, spelers coachen en is het geen enkel probleem om het stil te zetten. Het tactische staat altijd boven het fysieke en op deze manier zorg je ervoor dat de tactische doelstelling eruit komt in de overloadvormen.”

Het halen van de max
“Als je altijd volgens de speelwijze speelt, dan kan het zomaar gebeuren dat bijvoorbeeld een centrale verdediger conditioneel zijn max niet haalt. Aan de ene kant vinden we dat niet zo belangrijk, zolang hij dezelfde voetbalhandelingen verricht als in de wedstrijd. Het gaat er om dat zijn coaching goed is, hij op de juiste momenten doordekt en in balbezit positioneel goed staat. Datzelfde geldt bijvoorbeeld voor de box-to-box speler. Als hij dat goed uitvoert, maar zijn hartslagwaardes niet haalt, wat vind je dan belangrijker?”

“Toch kiezen we er voor om dit soort spelers af en toe een extra conditionele prikkel te geven. Niet omdat die speler slecht gepresteerd heeft, maar omdat het goed is voor de ontwikkeling. Een andere mogelijkheid is om een extra regel aan de partijvorm toe te voegen. Zo kun je de centrale verdediger bij een uitbal de bal bij de keeper laten halen of tellen doelpunten dubbel als spelers niet omschakelen tot op de eigen helft.”

 

Cyclus
Vorig jaar zijn we overgeschakeld naar een drieweekse cyclus. Doordat wij op vrijdag, zaterdag en zondag kunnen spelen, hebben we soms maar vier dagen tussen wedstrijden en soms wel negen. Vorig jaar hadden we steeds een week met lange rust, gevolgd door een week met korte rust. In die week van vier dagen kun je geen prikkel geven. Als je dan het gewone schema zou volgen, wordt het: W1, WX, W2, WX, W3, WX, etc. Hierbij staat WX voor een week zonder prikkel. Op deze manier krijg je pas de prikkel van W5 na tien weken. Dat is te lang. Daarom zijn we overgestapt naar een schema van drie weken. Dan wordt het: W1, WX, W3, WX, W5, WX, etc. Vervolgens doe je week 2, 4 en 6 uit het model.”

Intensiteit behouden, volume omlaag
“Vanaf maart kiezen we er vaak voor om de intensiteit te behouden en het volume van de training te verlagen. In plaats van 4x12 minuten 11-tegen-11, speel je dan bijvoorbeeld 4x8 minuten 11-tegen-11. Dat doen we omdat aan het einde van de competitie iedereen al wel fit is, maar je moet ze nog wel fris houden. Dan is opbouwen niet zo belangrijk meer, maar wil je frisheid behouden om nog even te pieken.”

“Uiteindelijk is de wedstrijd altijd de graadmeter: kunnen we onze manier van spelen volhouden? Dat doen we vooral op het zicht. Natuurlijk meten we ook de high intensity runs, maar als ze de verkeerde kant op rennen, dan zegt dat natuurlijk nog niet zo veel. De prestatie in de wedstrijd is en blijft altijd het ijkpunt.”
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen