Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
De voorbereiding opsplitsen in twee blokken
| Bedankt voor uw mening!
Woensdag 31 Juli 2019


Stefan Hoogsteder zweert bij een seizoenvoorbereiding, die hij per se in twee blokken wil verdelen. “Om de nieuwe selectie, maar ook de staf goed aan elkaar te laten wennen, train ik vóór de zomervakantie twee weken, waarin het groepsproces centraal staat. Vier weken later pak ik de voorbereiding dan weer op.”

Hoogsteder had als trainer (bij VDZ en Dio’30) erg goede ervaringen met het opsplitsen van de oefenperiode in twee afzonderlijke blokken (zie kader1). Daarom heeft hij deze werkwijze afgelopen seizoen bij UDI’19 gehandhaafd. “Ja, het levert zoveel extra’s op en het heeft zoveel voordelen, dat ik dit per se wil. Het eerste blok start ik half juni. Die datum is om diverse redenen bewust gekozen. Op de eerste plaats hebben de spelers na de competitie een week of drie rust gehad en is er weer een bepaalde frisheid bij de spelers. Op de tweede plaats is dan de overschrijvingsperiode afgesloten en weten we dus precies welke spelers er komend seizoen tot de selectie behoren. Een ander voordeel is, dat je vanwege vakantie nog geen enkele speler mist. De hele groep is bij elkaar. En een laatste argument is, dat als je zes weken voor de competitie met de voorbereiding start, het gat tussen de laatste training van het vorige seizoen en de eerste training van het nieuwe seizoen, met ongeveer twee maanden, eigenlijk veel te groot is.” Dit opsplitsen van de voorbereiding heeft dus volgens Hoogsteder veel voordelen. “Inderdaad en zeker als je nieuw bent bij een club is dit eerste blok wellicht nóg belangrijker, maar ook als je al langer bij een club zit, is deze opsplitsing heel waardevol.” Dit eerste blok duurt twee weken en Hoogsteder traint dan, net zoals in de competitie, gewoon drie keer per week op dinsdag, donderdag en vrijdag.

Groepsproces
Tijdens dit eerste blok richt zich de focus van Hoogsteder op heel andere zaken dan in het tweede blok. “In dit eerste blok spelen we bewust geen oefenwedstrijden, omdat mijn prioriteit ligt bij het groepsproces. De selectie is, zeker bij een hoofdklasser als UDI’19, op een aantal plaatsen gewijzigd. Er zijn spelers vertrokken en daarvoor in de plaats is er een aantal versterkingen bijgekomen. Ook is de selectie aangevuld met een aantal jeugdspelers. Ik wil dat de spelers elkaar in dit eerste blok beter leren kennen. Ik wil door middel van veel gesprekken, dat het ijs tussen alle nieuwelingen gebroken wordt. Natuurlijk hoort hier ook de samenwerking met de hoofdtrainer, de assistent-trainer, de keeperstrainer, de begeleidende en de medische staf bij. Omdat we in deze periode geen oefenwedstrijden spelen, hebben we daar voldoende ruimte en tijd voor. Dit geldt natuurlijk ook voor de samenwerking en werkwijze binnen de technische staf. In alle rust, dus zonder de hectiek van wedstrijden, kunnen we alvast heel veel op elkaar afstemmen We kunnen werken aan de onderlinge contacten en wat we van elkaar verwachten. In dit eerste blok komen de fysiologische en voetbaltactische aspecten heus wel een beetje aan bod, maar het allerbelangrijkste is dus het onderlinge groepsproces. We sluiten dit blok na de zesde training dan altijd af met een gezamenlijke ontspannen activiteit, zoals bijvoorbeeld een barbecue.”



 


Bewustwording
“Ik kan in de voorbespreking op een seizoen wel zeggen, dat ze voorafgaand aan de oefenperiode voor zichzelf van alles moeten doen, maar ik vind het veel belangrijker, dat ze tijdens die zes trainingen ervaren wat ik van ze verlang. Daar moeten ze zich goed van bewust worden. Ik heb natuurlijk vooraf individueel met nieuwe spelers gesproken, maar dan leer je elkaar nog niet zo goed kennen. Op het trainingsveld kunnen de spelers me pas echt leren kennen en dat geldt natuurlijk ook andersom. Ze ervaren in het eerste blok meteen, dat als er getraind wordt, ik eis dat er ook volle bak getraind wordt en dit anderhalf uur lang. Tempo is voor mij erg belangrijk. Voor de periode tussen de twee blokken in, kunnen spelers van mij een soort van oefenprogrammaatje krijgen, maar ze ontvangen dit alleen als ze daar nadrukkelijk om vragen, Ik hoop dat ze na het eerste blok zelf gaan inzien, dat het zinvol is dat ze, in de maand dat er niet getraind wordt, iets voor zichzelf gaan doen. Ook dat is dan winst. Ik heb een soort van oefenprogrammaatjes per linie samengesteld. Elke linie vraagt toch specifieke zaken. Middenvelders (zie bijlage 2) bijvoorbeeld moeten veel bewegen en lopen en aanvallers moeten vooral explosief bewegen. Dat vraagt toch weer een iets ander trainingsprogramma.”

Identiteit
“In het tweede blok, dat vijf weken voor de competitiestart begint, wil ik de spelers duidelijk maken wat ik van hen verlang. Met alle betrokkenen bespreken we alvast hoe we komend seizoen willen gaan voetballen en waar de accenten komen te liggen. Mijn vertrekpunt is dan altijd de volgende vraag: ‘Wanneer iemand die ons niet kent naar een wedstrijd van ons komt kijken, wat ziet hij dan? Wat ziet hij dan voor type voetbal en wat ziet hij voor gedrag naar elkaar toe? En wat ziet hij voor eisen, die we aan onszelf stellen?’ Kortom, wat is onze identiteit? Ik laat ze ervaren hoe wij trainen en spelen. Hierin is tempo voor mij een heel belangrijk aspect.”

Onverstoorbaarheid
“Verder wil ik in dit tweede blok het accent leggen op onze onverstoorbaarheid. Of het nu stormt of lekker weer is, of we op gewoon gras spelen of op kunstgras, of er veel of weinig publiek is, of de scheidsrechter goed of slecht is, ik wil dat we ons niet van de wijs laten brengen en dat we gewoon doen wat we afgesproken hebben. Ik vind dat we in moeilijke momenten elkaar moeten helpen. Dat kan met agressieve coaching, maar dat kan ook door de wedstrijd goed te ‘lezen’ en op die manier elkaar te helpen. Afgelopen seizoen startten we met twee nederlagen en dan komt die onverstoorbaarheid ons goed van pas, want je moet juist dan vasthouden aan afspraken en werkwijzen en niet in paniek plotseling andere dingen gaan doen. Je geeft dan als trainer een heel verkeerd signaal af, want je bent zelf niet onverstoorbaar. Je gaat immers na een tegenslag andere dingen doen. Ik ontdekte vorig seizoen al snel dat over het hele veld afjagen en heel vroeg drukzetten niet de stijl van UDI’19 was. Ik kan als trainer wel van alles willen, maar ik moet dicht bij de groep blijven, ik moet kijken waar hun hart ligt. Ik kan de identiteit van het team wel wat veranderen, maar je kunt geen ijzer met handen breken. Bij welke speelwijze voelen ze zich het prettigst? Ik ontdekte dat de kracht van de ploeg was om een laag blok te zetten en van daaruit de omschakeling te bewerkstelligen.”

Opbouw tweede blok
Hoogsteder start in de eerste week van het tweede blok nog niet met teamtactische zaken. “De eerste week start ik qua training vrij rustig op. Eigenlijk is dat nog een soort voortzetting van het eerste blok. In de tweede week gaan we verder op onze speelwijze in. Hoe willen we spelen en hoe gaan we verdedigen en drukzetten? Belangrijk vind ik dan dat er een goed onderling contact is tussen spelers. Er moet voortdurend gecoacht worden. We moeten het immers samen doen. Ik kies dan oefenvormen waarbij de verdedigers in ondertal komen te staan, zodat de nood nog hoger wordt om goed te coachen. In al deze oefenvormen zijn onderlinge contacten, onderlinge afstanden en vooral onderlinge coaching enorm belangrijk (zie oefenvormen). Ik besteed daar heel veel aandacht aan. Aanvallend kies ik vaak voor oefenvormen waarbij de aanvallers in overtal staan, zodat die nog niet optimaal belast worden. Ik maak gebruik van de Voetbal Conditie Training (VCT) van Verheijen, maar ik pas die wel enigszins aan. Ook qua oefenstof moet je goed kijken wat verantwoord is. Ik doe de eerste weken daarom geen echte afwerkvormen, omdat dat nog te explosief is. Verder speel ik in het begin weinig kleine positie- en partijspelen. Ik werk van groot naar klein.”
 


Valkuilen
Een oefenperiode moet goed en evenwichtig in elkaar steken. Hoogsteder is zich bewust van een aantal valkuilen, die funest kunnen zijn voor een succesvolle oefenperiode. “Veel clubs hebben een te lange voorbereiding. Ik vind zes weken te lang. Wij hebben zelfs zeven weken, maar daar zit een break van een maand tussen, zodat de spelers eigenlijk maar een oefenperiode van vijf weken ervaren. Een ander heel groot gevaar is verder, dat spelers overbelast raken. Ze zijn dan geblesseerd en kunnen niet spelen. Bovendien moet ik mijn formatie dan te veel aanpassen en verloopt het inslijpen van bepaalde speelwijzen niet optimaal. Clubs die bijvoorbeeld tijdens het seizoen gewoon twee keer per week trainen, gaan in de oefenperiode plotseling vier keer trainen. Dat is gekkenwerk, dat is vragen om overbelasting en dus blessures. Ik doe dat niet. Ik ben meer van de weg van de geleidelijkheid. Normaal gesproken trainen we drie keer per week. Ook in de oefenperiode train ik dus drie keer. We kunnen begin september, als de competitie start, nog niet topfit zijn. Dat is niet erg, want de competitie duurt nog lang. Ik wil dat mijn spelers begin oktober helemaal fit zijn en ik hoop dat ze dat dan het hele seizoen kunnen vasthouden.”

Wedstrijd warming-up
In de training voorafgaand aan de eerste oefenwedstrijd doet Hoogsteder altijd een echte wedstrijdwarming-up met zijn groep. “Ik start dan een minuut of vijf met loopvormen, die ikzelf bepaal en aangeef. Ik wil in deze loopvormen een bepaalde alertheid opwekken. Ik wil niet dat ze de warming-up in hetzelfde riedeltje routinematig afwerken. Daarom verander ik deze oefenvormen regelmatig in aard en volgorde. Daarna gaat ze in groepjes de bal overspelen. Vervolgens spelen ze een positiespel en is er een afwerkvorm. Bij de positiespelen pas ik de afmetingen ook aan. Bij een tegenstander die heel vroeg en veel drukzet, maak ik het veld wat kleiner. Als afsluiting maken we nog even spanning met knieheffen en enkele korte felle sprints. De loopvormen aan het begin en eind van deze warming-up neem ikzelf voor mijn rekening. Dat doe ik, omdat dat bij mij past en ik wil zien en voelen hoe mijn spelers er voorstaan. Ik kan dan altijd nog even bijsturen. De andere oefenvormen doet mijn assistent. Na de warming-up in de eerste wedstrijd ga ik met mijn spelers praten wat ze fijn vinden. Ik pas dan meestal enkele dingen aan, maar aan mijn loopvormen valt niet te tornen. Die staan vast.”
 


Oefenwedstijden
“Een andere valkuil is dat er tijdens de oefenperiode een overload aan oefenwedstrijden is. In het eerste blok speel ik helemaal geen oefenwedstrijden en in het tweede blok spelen we vijf wedstrijden in vijf weken, waarbij de piek ligt in de derde week. We spelen in die week twee wedstrijden. In de vijfde week kan ik dan rustig toewerken naar de competitiestart. De oefentegenstanders kies ik bewust. Ik speel niet tegen een tegenstander, omdat ik die trainer toevallig goed ken, maar ik kies tegenstanders met een bepaalde speelstijl of met speciale kwaliteiten. We spelen tegen Jong FC Den Bosch omdat die gewoon 1:4:3:3 spelen. In de competitie spelen immers veel ploegen, net zoals UDI’19 in een 1:4:3:3-formatie. We spelen tegen de Bataven, omdat ik weet dat die altijd 1:4:4:2 spelen. We kunnen dan gericht kijken en bespreken hoe we onze verdediging organiseren als de tegenstander met twee spitsen speelt? Blauw Geel’38 is een tegenstander die Derde Divisie speelt en zijn dus sterker dan wij. We zullen dan onder druk komen te staan. Hoe en welke verdedigende accenten gaan we leggen? HVCH speelt eerste klasse. Waarschijnlijk zijn wij dan de bovenliggende partij. We zullen dus tegen een verdedigende tegenstander spelen. Hoe kunnen we daar dan toch doorheen spelen? Wij zullen dan vooral weer aanvallende accenten leggen.” Zo is de oefenperiode voor Hoogsteder dus niet zomaar een aantal weken trainen voorafgaand aan de competitie, maar heeft hij over diverse zaken goed nagedacht en ligt er een goed doordacht en strategisch plan om verantwoord naar de competitie toe te werken.


 
Bijlage 1: Oefenprogramma UDI’19
Dinsdag 18 juni: Presentatie en eerste training
Donderdag 20 juni: Training
Vrijdag 21 juni: Training
Dinsdag 25 juni: Training
Donderdag 20 juni: Training
Vrijdag 28 juni: Training en afsluiting blok 1
 
Zondag 28 juli: Training
Dinsdag 30 juli: Training
Donderdag 1 aug: Training
Vrijdag 2 aug: Training
 
Zondag 4 aug: UDI’19 – Gemert
Dinsdag 6 aug: Training
Donderdag 8 aug: Training
Vrijdag 9 aug: Training
 
Zondag 11 aug: UDI’19 – De Bataven
Dinsdag 13 aug: Training
Donderdag 15 aug: UDI’19 – HVCH
Vrijdag 16 aug: Training
 
Zondag 18 aug: UDI’19 – Blauw Geel’38
Dinsdag 20 aug: Training
Donderdag 22 aug: Training
Vrijdag 23 aug: Training
 
Zaterdag 24 aug: UDI’19 – Jong FC Den Bosch
Dinsdag 27 aug:Training
Donderdag 29 aug: Training
Vrijdag 30 aug: Training
 
Zondag 1 sept: Start competitie
 
Programma pré-voorbereiding middenvelders
 
Week 1: 15 juli t/m 21 juli
Dag 1 Duurloop A
Dag 2  Rust
Dag 3  Duurloop I
Dag 4  Rust
Dag 5  Duurloop B
Dag 6  Rust
Dag 7 Rust
 
Week 2: 22 juli t/m 27 juli
Dag 1  Duurloop H
Dag 2  Rust
Dag 3  Duurloop C
Dag 4  Rust
Dag 5 Duurloop J
Dag 6  Rust
Dag 7 Rust
 
A: 2000 meter in 10 minuten (12 km/h), in totaal 2 herhalingen, rust: 6 min.
B: 1000 meter in 5 minuten (12 km/h), in totaal 6 herhalingen, rust: 3 min.
C: 500 meter in 2 minuten (15 km/h), 8 herhalingen, 1 t/m 4: 2 min. rust, 5 t/m 8: 4 min. rust
D: Duurloop van 20 minuten, op iedere 4e minuut versnel je 20 seconden tot 90%. Niet wandelen en op tempo blijven lopen
E: 2 herhalingen, rust: 6 min. (actieve rust, rompstabiliteit, kracht bovenlichaam/romp)
F: 5000 meter in 24 minuten (12,5 km/h). In totaal 1 herhaling, vervolgens rompstabiliteit, kracht bovenlichaam/romp
G: Duurloop van 30 minuten, op iedere 3e minuut versnel je 30 seconden tot 90%, niet wandelen en op tempo blijven lopen
H: Duurloop van 45 minuten, kies één tempo en blijf dit volhouden, probeer in 45 minuten meer dan 10 km af te leggen
I: 1 minuut hoog tempo (ongeveer 80-90%) en vervolgens 1 minuut laag tempo (ongeveer 60%). Dit doe je 10 minuten en je begint met 1 minuut hoog tempo. Na deze 10 minuten neem je 3 minuten rust en dan herhaal je deze oefening nogmaals
J: Duurloop interval, 2 minuten op eigen tempo, vervolgens 30 seconden hoger tempo, dit herhaal je 6 keer (15 min.)
 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen