Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
De Sparta JeugdOpleiding - Deel 1
| Bedankt voor uw mening!
Vrijdag 8 November 2019

Een dag uit de jeugdopleiding van Sparta:
"Helpen om de droom van het kind waar te maken"


Tijdens de dag dat TrainersMagazine mee mocht lopen met de jeugdopleiding van Sparta verwoordt Hoofd Opleiding Dolf Roks waar de jeugdopleiding van Sparta voor staat: “We zijn hier voetballers aan het begeleiden om hun voetbaldroom waar te maken, niet om de eerstvolgende wedstrijd te winnen.”

Tekst: Rob Robben, Rogier Veenstra en Paul van Veen | Beeld: Gerrit van Keulen

Nog belangrijker dan dat zeggen, is dat ze er ook naar handelen. Zo willen ze graag een familiaire sfeer uitstralen en dat merk je meteen: je voelt je - ook als buitenstaander - meteen welkom. Tussen de interviews door draait de opleiding op volle toeren door. Met trainingen, maar ook met andere onderdelen die horen bij een jeugdopleiding. Een jeugdspeler neemt een groot besluit in zijn leven: ondanks dat Sparta veel potentie in de jongen ziet, mist hij zijn ‘gewone’ leventje. Het begrip, de professionaliteit en deskundigheid waarin coördinator voetbalschool Pjotr van de Marel het oppakt en dit met Hoofd Opleiding Dolf Roks bespreekt is van uitermate hoog niveau, waarbij het kind centraal staat.


Dolf Roks, Hoofd Opleiding

Het is één van de voorbeelden die aangeeft op welk hoog niveau de moderne jeugdopleiding van nu helemaal in het teken staat van het kind. Ze zijn daar om te helpen om voor zoveel mogelijk spelers hun grootste droom waarheid te laten worden: later profvoetballer worden.

Sparta geeft een openhartig en uniek inkijkje in de moderne jeugdopleiding van vandaag de dag. Dit vatten we samen in de 20 lessen die Sparta ons leerde. Vandaag les 1 t/m 10.


Les 1: Het individu staat centraal
Uiteindelijk draait het in een opleiding van een profclub altijd om het individu. Sparta wil de droom van het kind waarmaken en dat sluit perfect aan bij het andere doel van de jeugdopleiding: de aanwas naar het eerste elftal zo groot mogelijk maken. Sprekend voorbeeld zijn de banners die in de kantine op Nieuw Terbregge hangen. Tim (O16): “Die banners met spelers die het uiteindelijk gehaald hebben, hangen er natuurlijk met een reden. Dat is ook waar we het met de trainers onderling nagenoeg elke dag over hebben: hoe maken we die aanwas naar het eerste elftal zo groot mogelijk?”

In alle trainingsvormen staat deze ontwikkeling centraal. Een training begint altijd met: wie zijn mijn hoofdrolspelers en wat wil je ze leren?


Les 2: Bepaal je eigen identiteit: wat is de Sparta-speler?
Als het opleiden jouw doel is, is het als jeugdopleiding belangrijk om te formuleren wat voor speler je nu eigenlijk wilt opleiden:
 

Tim Roest, Sparta O16

Tim (O16): “De typische Sparta-speler moet idolaat zijn van het spelletje, een 1-tegen-1 uit kunnen spelen, situaties - zoals bijvoorbeeld een overtal/ondertal - kunnen herkennen, het kunnen herkennen wat een tegenstander doet en hij moet in staat zijn om daarop in te kunnen spelen. Hij moet er te allen tijde alles aan willen doen om het beste uit zichzelf, maar ook uit de rest van het team te halen, dus vanaf het begin tot het eind honderd procent willen geven.”

“Daarnaast moet hij hier op zijn gemak zijn, zich veilig voelen en zichzelf kunnen zijn. Vooral als je dat laatste voor elkaar krijgt, dan haal je in onze ogen het beste in de speler naar boven. Dan zul je zien dat een speler (zowel met als zonder bal) met durf en lef zal spelen, zijn grenzen opzoekt en fouten durft te maken.”
 

Ruben den Uil, Sparta O17

Ruben (O17): “Belangrijk is dat we zeker niet op zoek zijn naar allemaal dezelfde type spelers. Qua spelers die bij Sparta rondlopen kun je wel stellen dat de Sparta-speler een afspiegeling is van de maatschappij van de stad Rotterdam. Zo werken wij met spelers die verschillende afkomsten hebben. Aan de ene kant zie je spelers die goed kunnen analyseren en goed kunnen verwoorden wat ze wel of niet kunnen, aan de andere kant zien we ook nog veel spelers die ‘van de straat’ zijn. Een beeld dat steeds meer verdwijnt uit de opvoeding van kinderen, maar wij hebben nog steeds veel spelers die nog vele uren op straat gespeeld hebben. Daar plukken wij dus nog steeds onze vruchten van.”

“Jongens die veel op straat voetballen ontwikkelen creativiteit en zijn vaak intuïtief, aspecten die steeds meer verdwijnen door de ontwikkeling in ons land. Er wordt vaak gezegd dat de creatieve buitenspelers uitsterven. Wij proberen dit enorm te stimuleren en door hun opvoeding bezitten veel spelers dit dus. Voetballers van de straat zijn doorgaans vechters en geen ideale schoonzonen. Wij zijn er om dat te managen, maar als je in de voetballerij de absolute top wilt halen, kunnen deze eigenschappen gezien worden als kwaliteiten en de kans op een profbestaan dus vergroten. We hebben ook tal van voorbeelden van Sparta-spelers die uiteindelijk het eerste elftal gehaald hebben. Die spelers gebruiken we dan ook als rolmodel richting onze talenten.”


Les 3: Zorg voor een band met de spelers
Bij Sparta zeggen ze: Zonder relatie geen prestatie. Uiteindelijk wil je een relatie waarin spelers op een trainer af durven stappen en zeggen: ik heb hier hulp bij nodig, kunt u mij hierbij helpen?


Fouzi Mesaoudi, Sparta O14

Fouzi (O14): “Daarom is het belangrijk om een band met de spelers op te bouwen. Wie is die speler? Uit welk nest komt hij? Wat is zijn achtergrond? Wat zijn zijn doelen en waarom zijn dat zijn doelen? Met andere woorden: het is belangrijk dat je de persoon achter de voetballer leert kennen. Als je de persoon weet te raken, kun je ook de voetballer beter raken. We zeggen wel eens: je moet een kind eerst begrijpen om begrepen te worden.”

Dominique (O13): “Dat is meer dan alleen maar aan tafel zitten en een gesprekje voeren, maar ook door ergens op het complex een praatje te maken over zijn vriendinnetje of hoe het met zijn broertje op school gaat.”

Tim (O16): “Iedere trainer is vrij om dat op zijn eigen manier te doen. De een doet dat door heel veel gesprekjes bij Sparta te voeren, terwijl de ander dat vooral onderweg naar de wedstrijden doet en er zijn ook trainers die de spelers thuis bezoeken.”

Ruben (O17): “Ik ga bij de spelers thuis op bezoek om zo een inkijkje te krijgen in het leven van de speler als hij zijn voetbalschoenen niet aan heeft. Uiteraard is dit niet verplicht en als het gezin dit niet wil, dan spreken we op een andere plek af. Maar wel weg van het voetbalveld. Deze gesprekken leveren ontzettend veel op, want er zijn situaties die tijdens het seizoen kunnen ontstaan, waar je als trainer beter op kan anticiperen doordat je de speler beter kent. Dit gebeurt volgens mij niet bij heel veel clubs, maar levert wel ontzettend veel op.”

Tim (O16): “Hoe je met spelers omgaat, hangt natuurlijk erg van de leeftijd af. Jongens die op het stadion zitten, daar kun je over het algemeen heel direct tegen zijn. Zij zitten heel dicht bij het verdienen van een contract en hebben vaak een jarenlange opleiding genoten, veel tips van trainers gekregen, een heleboel geleerd en de tijd gekregen om daar stappen in te maken. Dan mag je ook een aantal zaken van een speler verwachten.”
.

Dominique de Bodt, Sparta O13

Dominique (O13): “Uiteindelijk zie je spelers hierin groeien. De ene speler komt makkelijker naar de trainer dan de ander en we zien genoeg voorbeelden van spelers die eerst niet zo makkelijk wisten te praten, maar uiteindelijk verder in de opleiding gewend zijn aan het communiceren met de trainer. We zien ze bijna als onze eigen kinderen, we hebben het ook wel eens over onze spelers en ik denk dat dat belangrijk is. Dat vinden we ook allemaal leuk. Daarom maken we misschien wat meer uren per week, maar dat voelt niet zo.”

Tim (O16) besluit het onderwerp: ”Ik denk dat ik in sommige weken de spelers meer zie dan mijn eigen kinderen en dan heb je zeker een aandeel in de beïnvloeding van de spelers. Ik weet niet of het tijdtechnisch echt zo is, maar ik voel het wel zo.” De andere trainers knikken instemmend. “Omgekeerd zijn wij denk ook een belangrijk onderdeel van hun leven en ik denk dat ze ook wel met respect naar ons (op)kijken.”

“We willen graag dat spelers zich bij Sparta thuis voelen en we willen hen laten merken dat we er voor hen zijn. We willen een familie uitstralen. Doordat onze trainers onderling dit gevoel uitstralen, hopen we dat dit doorwerkt naar de spelersgroep.”

Les 4: Opleiden is meer dan voetbal alleen
Een les die dicht bij het vorige punt ligt, maar wel zeer belangrijk.
 

Nathan Rutjes, Sparta O15

Nathan (O15) legt uit: “Statistisch moet je je realiseren dat er veel meer spelers zijn die uitstromen dan dat er in het betaald voetbal terecht komen. Door de manier waarop we hier met spelers omgaan, kunnen we ze met een gerust hart straks loslaten. De lessen die we hier proberen mee te geven, daar hebben ze straks ook nog iets aan als ze bij een andere club of sterker nog: als ze straks in hun maatschappelijke carrière het bedrijfsleven ingaan. Dat vind ik echt iets fantastisch. Dat hebben we hier goed staan en daar ben ik echt trots op. We willen dus niet alleen jongens aanleveren richting het eerste elftal. Het is ook een stukje opvoeding: hoe ga je met elkaar om en hoe werk je binnen en buiten het veld met elkaar samen? We hebben zeker een grote maatschappelijke functie in het leven van die jongens.”

“Hoe dit er precies uitziet, hangt in grote mate af van de fase waarin spelers zitten. Over het algemeen gebeurt dit bij alle leeftijden hetzelfde, maar ziet het er in de praktijk vaak net even anders uit. Bij de talentenopleiding ga je niet bijvoorbeeld alleen dieper op de materie in (over het waarom, hoe, wanneer en waar), maar we gaan dus ook breder op de speler (als mens) in.”

Tim (O16): “Neem als voorbeeld voeding. Zo zou een trainer bij de voetbalschool in de kleedkamer bij een speler mee kunnen kijken wat er in zijn broodtrommel zit. Waarom heb je fruit meegenomen? Of een Snelle Jelle? Of een Mars? En waarom? Daar waar zij het misschien druppelsgewijs doen, kiest de talentenopleiding ervoor om presentaties over voeding te geven. Daarin wordt aan de spelers uitgelegd wat goede voeding is en wat goede voeding voor een speler betekent. Zo hebben we ook workshops over mindset, slaap en veel andere onderwerpen, waardoor je uiteindelijk tot betere prestaties komt.”

Les 5: Spelers maken logische stappen
Vijf jaar geleden werd de jeugdafdeling van de Spartanen onderverdeeld in twee groepen. De meeste jeugdteams bleven actief op ‘Nieuw Terbregge’, het thuishonk van de jeugdafdeling. De O17 en O19 maakten de stap naar het stadion. Paul (O19): “Een promotie voor de spelers, want ze zien hun droom, spelen in het eerste elftal, nu dagelijks voorbijkomen. Maar ook voor ons een positieve ontwikkeling. We hebben nu alle tijd en ruimte om bezig te zijn met de ontwikkeling van onze spelers. Bij de bovenbouw proberen we echt een competitie-cultuur te creëren en binnen onze eigen spelopvatting en de identiteit van de club de spelers dat laatste zetje te geven richting een profbestaan. Daar steken we hier echt ontzettend veel tijd en energie in.”

Zo maken de spelers steeds logische stappen en komen ze steeds dichter bij hun doel. Zo is een grote stap in de jeugdopleiding de stap van de O12 naar de O13. Van twingames 8 tegen 8 naar 11 tegen 11, van twee teams naar één, van 3 naar 5-6 keer trainen. Vaak gaat dit ook gepaard met een keuze van de middelbare school (eventueel in overleg met Sparta).

Les 6: Kies de juiste trainers
Ruben (O17): “Als we de Sparta-trainers vergelijken met die van andere jeugdopleidingen dan wordt er meestal gelijk iets heel duidelijk. Waar bij de meeste profclubs heel veel trainers werken die een verleden als profvoetballer hebben, is dat bij ons een mix. Ik oordeel absoluut niet over het feit dat het beter of slechter is om veel oud-voetballers verantwoordelijk te maken voor de jeugdteams van een profclub, maar bij ons kiezen we duidelijk voor die mix. Het betekent in ieder geval dat alle trainers bij ons worden beoordeeld op hun kwaliteiten als trainer en dus niet op basis van hun verleden als voetballer.”

“Wel is het zo dat de beleidsbepalers en ook de mensen die de staf voor onze jeugdopleiding ieder jaar aanstellen wel degelijk van mening zijn dat voormalig profvoetballers van grote waarde kunnen zijn als je het hebt over de ontwikkeling van een jeugdspeler.”
 

Paul Simonis, Sparta O19

Paul (O19): “Ook als je praat over linietraining of de details die een talentvolle linksbuiten of centrale verdediger goed moet uitvoeren, kan een oud-prof in dit proces van grote waarde zijn. Zo’n speler heeft vele wedstrijden op die betreffende positie gespeeld op het hoogste niveau van Nederland en soms zelfs van Europa. Zo is Michel Breuer (verdediger) de rechterhand van Ruben, werk ik samen met Geert Arend Roorda (middenvelder) en is Nourdin Boukhari (aanvaller) assistent-trainer van het beloftenteam. Ik kan dus wel concluderen dat de club altijd op zoek gaat naar de beste mensen om de talenten optimaal te kunnen begeleiden, oud-prof of niet.”

Ruben (O17): “Er wordt bij ons dus allesbehalve op basis van status een zoektocht gestart naar geschikte jeugdtrainers. De omgang met kinderen staat hier hoog in het vaandel. Daarom zie je bij ons, zowel bij de jongste als bij de oudste jeugd, veel trainers met een pedagogische en/of methodische achtergrond. De een heeft het CIOS afgerond, de ander de PABO of de ALO. Het gaat erom dat de talenten de beste begeleiding krijgen. Op die manier moeten dus ook de beste jeugdtrainers geselecteerd worden.”
 

Tom Hesselink, Sparta O9

Tom (O9): “De trainer moet als een goede docent zijn ideeën duidelijk kunnen verwoorden naar zijn spelers toe. Een trainer moet de skills hebben om aan te voelen wanneer hij een speler aan moet spreken en wanneer hij het even moet laten gaan. Zo kun je als trainer tijdens wedstrijden en trainingen soms iets bewust even laten liggen. Zo kun je er bijvoorbeeld voor kiezen om hetgeen dat niet goed gaat even niet te benoemen en alleen aan te geven wat er wel goed gaat. Je kunt dan later in een rustige en vertrouwde omgeving dan alsnog met een speler de minder goede dingen bespreken door te vragen wat er fout ging en wat daar wellicht de oorzaak van was. Een jeugdtrainer bij Sparta moet de juiste antennes hebben en aanvoelen wanneer een speler ergens mee zit en wanneer hij hulp van de trainer nodig heeft.”
 

Jim Camphens, Sparta O12

Jim (O12): “Een Sparta-trainer moet een pedagoog zijn. Hij moet veel empathie en inlevingsvermogen hebben en hij moet onwijs veel plezier kunnen brengen bij de spelers om van daaruit de spelers als voetballer beter te maken.”
 
Ruben (O17): “Doordat de spelers bij ons heel verschillend zijn is het in mijn ogen ontzettend belangrijk dat de club kijkt hoe trainers met Sparta-spelers om kunnen gaan. Jeugdtrainers zijn hier vertrokken, omdat zij zoveel verschillende kinderen en verschillende culturen niet dusdanig konden begeleiden dat iedere speler op basis van maatwerk zich optimaal kon ontwikkelen. Dat is ook een grote uitdaging waar een pedagogische achtergrond je bij kunt helpen.”

Tim (O16): “Daarnaast is het in onze ogen in de opleiding ook belangrijk dat je verschillende type trainers heb. De een pakt het zus aan, de ander weer zo. De ene trainer is bijvoorbeeld wat directer dan de andere trainer. Het een is niet beter dan het ander en door daar spelers kennis mee te laten maken, maakt uiteindelijk ook dat spelers straks als profvoetballer of in de maatschappij beter kunnen functioneren.”
 
Nathan (O15): “Dat vind ik ook fijn. Niet alleen de speler, maar ook de trainer mag zichzelf zijn. Dat moet te allen tijde ook de basis zijn. En dus geldt: ook een veilige omgeving voor de trainer-coach.”

 
Les 7: De trainers doen het samen
De trainers bij Sparta zijn geen eenlingen. De vijf hoofdtrainers van de voetbalschool opereren echt als een eenheid. De vier trainers van de talentenopleiding zijn één team. En ook de twee trainers van de profopleiding staan steeds in overleg met elkaar.
 
De verschillende groepen trainers (voetbalschool, talentenopleiding en profopleiding) overleggen veel en regelmatig met elkaar over trainingsmethoden, maar ook over individuele spelers. In dit overleg wordt geprobeerd trainers beter te maken, zodat die op hun beurt de spelers weer beter kunnen maken, want daar gaat het uiteindelijk om. Ook worden de gevormde meningen uit deze gesprekken structureel meegenomen in de besluitvorming.
 
Elke week is er een gepland overleg tussen de trainers over allerlei zaken. Er wordt dan gebrainstormd over wedstrijden, spelprincipes, oefenvormen en spelers. Verder geven ze elkaar tips en feedback over allerlei zaken die op dat moment spelen en wordt vaak het bord erbij gepakt. Ook is er een app-groep waarin ze allerlei tips met elkaar delen.
 
Dominique (O13): “Ook als trainer voelen we ons geen collega’s van elkaar, maar familie.”
 
Paul (O19) sluit zich daarbij aan: “De club streeft naar een situatie waarin alle jeugdtrainers als geheel een team vormen. Dat klinkt heel algemeen, maar dat zorgt op de eerste plaats voor een fijne werksfeer en komt de betrokkenheid van de stafleden ook ten goede. Zo heerst er bij Sparta Rotterdam een grote betrokkenheid. Onderling is er veel contact, wordt er geassisteerd waar nodig, maar houden we ook dagelijks een praatje met de koffiejuffrouw, de materiaalman en degene die de kleding wast. Er hangt een familiesfeer, niemand voelt zich meer of groter dan een ander en we krijgen zelfs de ruimte om mee te denken over de weg die de jeugdopleiding in moet slaan. Dat geeft een fijn gevoel als trainer. Een Sparta-trainer is dus veel meer dan iemand die één keer per dag een training geeft en dan zo snel mogelijk zijn auto instapt en naar huis rijdt.”
 
Tim (O16): “Om jezelf te ontwikkelen als trainer, heb je elkaar ook nodig. De grootste trainers van dit moment verrijken zich nog steeds met nieuwe dingen. Dat is ook iets waar je hier voor komt, je bent als trainer nooit uitgeleerd. Er zijn meerdere wegen naar Rome. Ik ga linksom en anderen gaan misschien rechtdoor of rechtsom. Je deelt kennis met als doelstelling maximale beïnvloeding om weer maatwerk te leveren voor die kinderen. Daar gaat het om en daarom zijn we constant in gesprek en constant aan het sparren. Dat voelt goed en professioneel, want uiteindelijk gaat het erom dat de trainer van een team aan het eind van het seizoen kan zeggen: we hebben er dit seizoen alles uitgehaald en de spelers zo beïnvloed dat de spelers volgend jaar een goede start kunnen maken in een hogere leeftijdsgroep, waarin ze de volgende stap kunnen maken.”
 
Dominique (O13): “Dit maakt ook Sparta, denk ik. Het voelt ook echt dat we met zijn allen proberen om spelers (en elkaar) beter te maken. We zitten niet aan elkaars poten te zagen om elkaars plekje af te pakken. Zo werkt het hier totaal niet. ”
 
Ruben (O17): “Mensen uit de staf interesseren zich hier in elkaar. En niet te vergeten: er wordt gedacht in oplossingen. We zijn bevoorrecht als het gaat om de aandacht die de club schenkt aan de jeugdopleiding. Want wat er ook met het eerste elftal gebeurt, de financiële middelen voor de jeugdopleiding blijven hetzelfde. Maar de mogelijkheden zijn natuurlijk niet oneindig. En als er dan wordt nagedacht om kosten te besparen, dan komen de trainers zelf ook met oplossingen.”
 
Een trainer krijgt bij Sparta voldoende gelegenheid om zich te ontwikkelen, ook al zal iedere trainer daar anders in zitten. De een wil misschien de beste O13-trainer zijn, de ander wil misschien wel doorgroeien naar oudere leeftijdsgroepen of zelfs hoofdtrainer worden in het betaalde voetbal. Die doorgroeimogelijkheden biedt Sparta ook. Zo is bijvoorbeeld Tim al elf jaar trainer bij Sparta, begonnen bij de O10 en inmiddels O16-trainer. Paul is inmiddels bezig aan zijn veertiende (!) seizoen bij de club en is doorgegroeid tot de trainer van de O19.
 
Tim (O16): “Dit is wel moeilijk te plannen. Het is lastig om te zeggen waar je over vijf jaar wilt staan. Ik had vroeger nooit de ambitie om hogere leeftijdsgroepen of een eerste elftal te trainen. Maar omdat je jezelf ontwikkelt, wil je ook zelf uitgedaagd worden.”
 
Een ander voorbeeld dat de trainers het samen doen is dat de trainers de spelers van de andere leeftijdsgroepen ook allemaal kennen. De vijf trainers van de voetbalschool rouleren op woensdag van trainingsgroep. Jordi (O10): “Dat is op het eind van het seizoen, als de spelers doorgaan naar een volgende leeftijdsgroep, erg praktisch. We weten dan echt over welke speler we het hebben. Ook bevordert dit de saamhorigheid onder ons.” Hetzelfde principe werkt zo bij de middenbouw.
 
 

Trips naar het buitenland, iets echt Spartaans
 
Paul (O19): “In 2014 gingen wij met de trainersstaf voor het eerst naar het buitenland. De toenmalige HJO Lennard van Ruiven had dit geïnitieerd en Michael Reiziger had dit georganiseerd. Wij hebben toen een dag rondgekeken binnen de poorten van de jeugdopleiding van FC Barcelona, een presentatie gehad van de hoofd jeugdopleiding en zowel trainingen als oefenwedstrijden bekeken. Daarnaast had Michael kaarten geregeld voor de kampioenswedstrijd van FC Barcelona. Een prachtige trip, die ons veel nieuwe inzichten bracht binnen het opleiden van spelers.”
 
“Door een aantal wisselingen binnen de functie van HJO, hebben Ruben en ik dit initiatief opgepakt om in 2016 wederom een trip te organiseren. Het verbindt en inspireert namelijk. In 2016 zijn wij naar Rome gegaan om een wedstrijd te bekijken van Kevin Strootman bij AS Roma. Ook hebben wij een dag meegelopen bij Lazio Roma, waar Joop Lensen destijds HJO was. Omdat dit goed in de smaak viel, hebben wij deze traditie voortgezet en hebben we inmiddels een bezoek gebracht aan Sporting Lissabon, Atalanta Bergamo en HSV.”
 
Ruben (O17): “We proberen bij al deze trips een combinatie te vinden tussen de jeugd en het eerste elftal. De trips variëren van drie tot vijf dagen. De club levert een financiële bijdrage net als elke deelnemende trainer. De trips die georganiseerd worden voor onze trainers, door onze trainers, dragen bij aan de onderlinge verbondenheid van de staf en leveren nieuwe kennis en ervaringen op door bezoeken aan nieuwe omgevingen.”
 
Paul (O19): “Wat leuk om te vermelden is, is dat wij bij Atalanta Bergamo, naast het bezoeken van de trainingen en een wedstrijd, ook zelf training kregen van de onderbouwcoördinator. Hij liet zien hoe zij hun spelers in de onderbouw leren baas over de bal te worden. Dit waren hele andere vormen dan dat wij in Nederland kennen. Zij leerden bijvoorbeeld spelers de baan van de bal te leren lezen en in te schatten. Een andere benadering, die zorgt op speelse manier voor een cognitieve ontwikkeling, wat ook hoort bij die leeftijd.”
 
 
Ruben (O17): “Verder bezochten we trainingen van het eerste elftal en spraken we met Marten de Roon. Het viel ons op dat er zeer intensief en lang (minstens twee uur) getraind werd, ook een dag voor de wedstrijd. Gebruikelijk volgens Marten en in het begin loodzwaar voor een nieuwe speler. Spelers, die na afloop van de training bepaalde fysieke en/of conditionele parameters niet hadden behaald, moesten extra sprints doen om deze alsnog te behalen. Mogelijk liggen deze intensieve trainingen ten grondslag aan de fitheid en het doorzettingsvermogen wat Atalanta al een aantal seizoenen op rij laat zien als we kijken naar de prestaties.”

 
 
Les 8: De trainers doen het niet alleen
 
Tim (O16): “Als je het in een helikopterview trekt, dan ben je als hoofdtrainer natuurlijk een project aan het managen, je hebt een groep van 18-20 spelers, maar je hebt natuurlijk ook je staf. En dat zijn ook weer verschillende types en karakters. Ik denk dat het belangrijk is dat je als hoofdtrainer eerst je staf gaat analyseren. Stel dat je als hoofdtrainer niet alle kinderen even goed kan raken, dan zul je je staf mee moeten trekken en moeten uitnodigen om daarin te helpen, zodat je toch je boodschap overbrengt bij elk kind in de groep.”
 
 
Les 9: De speler zelf is baas over zijn eigen ontwikkelproces
 
Uiteindelijk moet de speler zelf baas worden over zijn eigen leerproces. Grofweg deelt Sparta dit op in drie fases:
- Leer het mij zelf doen (Voetbalschool)
- Help mij het zelf doen (Talentenopleiding)
- Laat het mij zelf doen (Profopleiding) 

Daarbij blijft de trainer altijd nodig om spelers op een aantal punten te prikkelen en te helpen in de volgende stap in hun bewustwording. Fouzi (O14): “We helpen ze steeds waar ze staan, waar we mee bezig zijn en waar we naartoe willen. Maar dat begint allemaal met wat de speler zelf hier komt doen. Als hij het voor óns doet, zal hij nooit die stap naar het stadion maken. Ook hierin is het weer belangrijk dat je het kind eerst moet begrijpen, voordat je begrepen kan worden. Pas als je weet wat zijn doelen zijn, dan kun je aan de slag met de beïnvloeding ervan.”
 
 
Les 10: Maak een plan met de speler
Zo maken ze bij Sparta met iedere speler een POP, een Persoonlijk Ontwikkelings Plan, zowel bij de jongste kinderen als bij de oudste jeugd, al is dat natuurlijk aangepast aan de leeftijd van het kind.
 

Jos Verweij (O8) en Pjotr van der Marel (coördinator voetbalschool)

Pjotr: ”Bij de voetbalschool voeren we deze POP-gesprekken altijd in de vragende vorm. Spelers bepalen zelf grotendeels de inhoud van deze gesprekken. De spelers bepalen op deze manier dus voornamelijk zelf hun eigen doelen. Dit doen we omdat de speler zelf onwijs blij moet worden van hetgeen hij gaat leren. Als hij van de gestelde doelen niet blij wordt, dan zal hij tegen de trainer wel zeggen dat hij ermee aan de slag gaat, maar gaat hij dit nooit met overtuiging doen. Dan werkt het waarschijnlijk maar half. We gaan dus alleen met doelen aan de slag, die de speler zelf echt graag wel bereiken. Dan werkt het optimaal.”
 
Kracht en doel
Het allereerste pop-gesprek van een speler bij de voetbalschool is informeel. Jordi (O10): “Zo’n gesprek wordt in het begin van het seizoen bijvoorbeeld in de dug-out of langs het veld gehouden. Het is meer een algemeen gesprek, waarin allerlei alledaagse onderwerpen ter sprake komen, zoals school, thuissituatie en hobby’s. Allemaal met als doel het kind beter te leren kennen om zo een vertrouwensband op te bouwen. Uiteindelijk vraag ik ook waar hij zich in het voetbal wil verbeteren. Dit zet ik op papier en dit wordt dan in de kleedkamer opgehangen. Hierop staat wat de kracht en het doel van de speler is, zodat hij het iedere dag ziet.”
 
Ook bij de middenbouw speelt de POP ook een belangrijke rol. Daar laten ze de speler vooraf een aantal zaken invullen, vervolgens wordt op basis hiervan een gesprek gevoerd. Hierin worden de volgende zaken opgenomen:
WAT: Wat zijn mijn doelen?
HOE: Hoe ga ik dit verbeteren?
WANNEER: Wanneer ga ik eraan werken?
WIE: Wie kan ik daarvoor inschakelen/mij laten helpen? 

Tim (O16): “Belangrijk om te realiseren is dat het een ontwikkelplan van de speler is. Misschien ben je het als trainer daar niet altijd mee eens, dan kun je daarin sturen, maar uiteindelijk moet je accepteren dat het de ontwikkeling van het kind zelf is.”
 
Dominique (O13): “Je moet kinderen daarin niet onderschatten. De meeste spelers hebben heel goed door waar ze zelf staan in de groep.”
 

Wouter van Alphen, Sparta O11

Wouter (O11): “Pas na het opstellen van de POP begint het natuurlijk pas. Dan gaat de speler aan de slag om zijn eigen doelen te behalen. Natuurlijk vraag ik voor, tijdens of na de training regelmatig waar hij op dat moment mee bezig is en hoe het daarmee gaat. Dit is een doorlopend proces. Bij de voetbalschool hebben we pas rond de winterstop een gesprek met de speler en de ouders. In dit gesprek wordt gesproken over de doelen die de speler gesteld heeft en wordt ook stilgestaan bij de nieuw te stellen doelen. Bij de voetbalschool geven wij als trainers hier niet aan wat wij vinden. De speler is zelf verantwoordelijk voor de keuze van zijn nieuwe doelen. De ouder is bij dit gesprek vooral als toehoorder aanwezig.”
 
In de middenbouw kun je dieper op de zaken ingaan. Tim (O16): “Voetballers zijn vaak visueel ingesteld. Bij POP-gesprekken hebben we altijd magneetborden om zaken te bespreken. We hebben ook altijd de beschikking over video-analyse. Beide zijn instrumenten om visueel te maken in welke situaties spelers komen. Het gaat immers altijd om datgene dat zich in de wedstrijd en de training afspeelt.”
 
“Zo vragen we ook wel eens spelers voorafgaand aan een gesprek om beelden uit te zoeken waarop zijn kwaliteiten of verbeterpunten te zien zijn. Als hij dan met een aantal beelden komt, dan heeft hij voorwerk gedaan en dan kun je een veel betere discussie voeren.”
 
“Het mooie is om te zien dat spelers hier ontzettend open voor staan, maar we denken dat dat ook het klimaat is dat we met elkaar creëren. Natuurlijk zijn er altijd uitzonderingen van spelers die star blijven en over het algemeen speelt de omgeving daar een grote rol in. Als je omgeving altijd zegt dat je ergens goed in bent, wat ga je zelf dan denken? Die omgeving veranderen is een stuk moeilijker dan de spelers zelf. We merken dan ook dat spelers die star blijven, toch vaak de spelers zijn die het niet halen.”
 
“Verwar dat niet met spelers met exceptionele kwaliteiten. Juist die groep weet vaak juist heel goed waar ze goed en waar ze minder goed in zijn, maar dat zijn vaak spelers die nog wel even tegen de schenen willen schoppen. Daar zijn voorbeelden genoeg van. Memphis Depay is een mooi voorbeeld van zo’n type speler uit de Sparta-opleiding die het hoogste niveau heeft bereikt.”
 
“Als trainer moet je weten dat dat er ook bij hoort. Soms maakt dat ook gewoon de kracht van de speler. Dus dat zijn niet altijd dingen die je weg moet halen. Zit het daarentegen in gedragingen, dan moet je het er wel uithalen. We dragen hier iets uit, je loopt met ons logo op de borst en daar gedraag je je naar. Alleen met keuzes in het veld moet je gezonde discussies met elkaar kunnen aangaan. Dan komen we weer terug: je moet begrijpen om begrepen te worden. Waarom maakt hij die keuze?”
 
Binnenkort kun je op ons platform deel 2 lezen, met daarin les 11-20



 
Wil je het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen