Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Een uitdagende training
| Bedankt voor uw mening!
Donderdag 16 Maart 2017
Als trainer wil je spelers steeds uitdagen. Ik denk dat oprechte motivatie om het maximale uit jezelf te halen ontstaat op het moment dat je iets uitdagends mag doen. Dat betekent dus dat je iets doet wat je nog net niet kan, maar al wel bijna kunt. Men noemt dit ook wel eens de zone van de naaste ontwikkeling. Door spelers op deze manier uit te dagen trigger je automatisch motivatie en daardoor zullen spelers zich sneller ontwikkelen. Als je iets gaat doen wat veel te makkelijk is voor spelers of juist iets wat veel te moeilijk is, dan zal de motivatie van een speler minder zijn of worden.

Column: Elwin van Keulen | Tekst: Paul van Veen

Voor een gesloten cyclische sport, zoals bijvoorbeeld hardlopen of zwemmen, is het relatief eenvoudig om die kleine uitdagende stap aan te bieden. Toch is in het voetbal ook heel goed mogelijk om op deze manier te werken. Hierbij is het – zeker voor ons als BVO – van essentieel belang om de juiste spelers te selecteren, zodat het onderlinge verschil in niveau zo klein mogelijk is. Hierdoor trekken spelers zich aan elkaar op. Immers, alle spelers hebben dan ongeveer evenveel aanleg en moeten iedere keer weer tegen elkaar op boksen. Als de aanvaller beter wordt, dan moet de verdediger ook weer beter worden en andersom.
 

Dit is nu ook exact de reden waarom wij per leeftijdsjaar (bijvoorbeeld de Onder12 of de Onder13) maar 9 of 10 spelers aannemen, waardoor het niveauverschil tussen die tien speler relatief klein in. Kleiner dan wanneer er bijvoorbeeld twintig spelers in een leeftijdsgroep zitten. Vervolgens laten we die spelers continu in allerlei weerstandsvormen tegen elkaar spelen. Dus onze Onder13 traint en speelt regelmatig met en tegen de Onder14, maar ook soms met de Onder12 erbij. Daardoor creëren we een natuurlijk systeem waarbij je af en toe een jaar ouder bent dan de tegenstander, af en toe even oud en af en toe jonger bent. In andere bewoording: minder ervaren, even ervaren of ervarener. Dat brengt allemaal verschillende perspectieven met zich mee, waardoor je steeds opnieuw uitgedaagd wordt.

Organiseren
In deze leeftijdscategorie gaan spelers voor het eerst bezig met organiseren, ze leren hun positie herkennen ten opzichte van anderen. Als trainer geef je ze dan opdrachten waarbij ze een strategie moeten bedenken om die opdracht zo goed mogelijk uit te voren. Je krijgt dus voorwaarden waarin ze een bepaalde oefening moeten doen. Dit kunnen veranderingen van spelregels zijn, extra regels, manieren waarop je kunt winnen, andere afmetingen en nog veel meer. Totdat ze ook dit weer beheersen en dan voeg je weer een element toe, waardoor ze zich weer aan moeten passen of een stapje erbij moeten zetten om ook die volgende stap te beheersen.

Regels
Een voorbeeld hiervan is een positiespel 4 tegen 1. Die doen we dan bijvoorbeeld in een vierkantje, maar daarin worden regels toegevoegd. Bijvoorbeeld dat spelers maximaal 2x mogen raken, of dat ze na 2x raken de volgende bal maar 1x mogen raken. Of bijvoorbeeld dat je niet meer mag communiceren. Of dat een speler de bal verplicht met links moet aannemen en met rechts moet passen. Of als de speler voor jou de bal met rechts speelt, dat jij de bal met links moet spelen. Of dat je je handen op je hoofd moet houden. Of een combinatie van die regels. Steeds weer een uitdagende setting waarin spelers zich aan moeten passen.

Zo deden we vorige week een spel waarbij we om de beurt twee teams in een 4 + K tegen 4 + K tegen elkaar lieten spelen. We hadden in totaal vier teams van vier spelers, waarbij de keepers bleven staan. Voorafgaand aan het spel moest je als team bedenken bij hoeveel doelpunten je gewonnen had. Dus team oranje zegt misschien vier doelpunten en team blauw twee doelpunten. Dat betekent dat team oranje vier keer moet scoren om te winnen en team blauw twee keer. Maar het is ook zo dat het aantal doelpunten waar je als team voor gaat, ook het aantal punten is dat je als team krijgt wanneer je wint. Als je dus voor twee gaat, dan kun je sneller winnen, maar je krijgt ook maar twee punten. Ga je voor vier, is het moeilijker, maar je krijgt ook meer punten. Vervolgens kun je daar nog de variabele tijd aan toevoegen door bijvoorbeeld een spelkaart voor aanvang van het potje te trekken. Dus eerst moet je bedenken voor hoeveel doelpunten je gaat, vervolgens hoor je dit van de tegenstander en pas dan krijg je te horen hoeveel tijd je daarvoor hebt. Er zijn dus ontzettend veel variabelen die veranderen waar je een strategie voor moet bedenken. Je zag die dag dat ploegen eerst heel hoog inzetten, maar uiteindelijk dat er die dag heel moeilijk gescoord werd. Uiteindelijk bleek dat er ook nog eens veel kaarten in zaten met maar 2 of 3 minuten. Dus er vallen weinig doelpunten, de tijd is kort en dan moet je de strategie daarop aanpassen door lager in te zetten. Maar als een andere ploeg wel een keer drie of vier punten haalt, moet je die weer inhalen. Zo zijn er heel veel variabelen die het spel een stuk spannender of moeilijker maken dan puur het spelen van 4 tegen 4.

Ruimtes
Zo kun je ook met ruimtes spelen. Zo speelden we pas een positiespel in een cirkel. Dat is opeens weer heel anders, want je kunt de tegenstander nooit in een hoek vast zetten. Of een positiespel waar we in plaats van 1 grote rechthoek in 6 vierkanten speelden waar er in elk vierkant van beide ploegen 1 speler stond. Die mochten ook dat vak niet uit. Daarnaast was er 1 kameleon, die was vrij en die mocht wel door alle vakken heen bewegen. Dan zie je dus in elk vak een 1 tegen 1 of 2 tegen 1 ontstaan. Je moet op dat moment in jouw vak ten opzichte van jouw tegenstander echt goed vrij lopen. Iedere speler moet zich immers in een 1 tegen 1 situatie weten te redden. Dus als jij gedekt wordt door een tegenstander, dan moet jij beter vrij zien te lopen dan een tegenstander die jou dekt. Dat geldt natuurlijk ook weer andersom: als jij wilt verdedigen, moet jij beter kunnen verdedigen dan de tegenstander kan vrijlopen.

Feedback
En zo doen we heel veel verschillende vormen. Soms werkt een vorm ook niet. Zo deden we ook dit positiespel ook een keer met 4 vakken in plaats van 6. Dat werkte heel anders en gaf een heel ander effect. Ik neem daarom mijn spelers ook mee in wat ik aan het proberen ben. Ik geef aan wat ik wil gaan trainen en dan vraag ik of ze in de gaten willen houden of we dit ook daadwerkelijk trainen. Na afloop vraag ik ze ook meteen om feedback Dan weten we of we deze vorm nog een keer kunnen doen of wat we een volgende keer misschien beter anders kunnen doen. Spelers weten dat ook ik aan het leren ben en ik probeer om steeds nieuwe vormen voor ze te verzinnen. Het is dus helemaal niet erg als iets een keer niet lukt. Om tot die goede vormen te komen, zullen er ook een paar bij zitten die je probeert die het gewoon niet zijn. Daar kom je alleen maar achter als je het ook probeert.
 
Maar over het algemeen gaat het geweldig. Bij ons is de wereld natuurlijk ook fantastisch, want ze zijn het gewend. Elke dag krijgen ze weer nieuwe uitdagingen. Het hele jaar door zitten er van dit soort spelletjes in. Die jongens staan eigenlijk watertandend klaar om te horen wat de spelregels zijn en om daar mee aan de slag te gaan. Af en toe is het complete oorlog, dus dan zijn er vier teams die allemaal voor de overwinning strijden, die dus continu bezig zijn om een strategie of tegenzet te bedenken. Het is heel veel emotie, heel veel snel nadenken, heel veel onderling coachen en heel veel bespreken. Dus je moet continu tot consensus komen.

Vertaling
In de voetbalwedstrijd levert dit uiteindelijk op dat ze weten wat ze moeten doen in verschillende situaties. Wanneer moeten ze inzakken? Wanneer moeten ze doordrukken? Wanneer moeten ze een lange bal spelen?  En wanneer ze juist de bal even in bezit moeten houden? In elke wedstrijd zullen spelers een strategie moeten bedenken of uit moeten voeren die op dat moment heel erg goed past. In het topvoetbal gaat alles natuurlijk heel erg snel en veranderen formaties en strategie steeds meer. In Duitsland zie je trainers spelers zelfs briefjes geven om te vertellen wat er op dat moment veranderd. In het jeugdvoetbal gaat het minder snel en zijn er minder veranderingen, maar door deze manier van trainen en coachen leren spelers zich nu al steeds in wedstrijden aan te passen.
 
 
 
 
Wilt u het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen