Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Techniektraining op z’n Cruijffiaans
| Bedankt voor uw mening!
Vrijdag 09 Juni 2017

Meerdere malen heeft Johan Cruijff tijdens zijn leven de Coerver-methode geroemd. En met reden, want voor Cruijff was techniek de absolute basis van het voetbal. Techniek die aangeleerd wordt door op straat te voetballen, maar ook door elke dag te oefenen op aannemen, dribbelen, passen, schieten en koppen. In je eentje, met alleen een bal en een muur als kaatser en als doel, of samen met een vriendje.

Tekst: Michel Hordijk | Beeld: Cruyff Football

Net als Coerver benadrukte Cruijff dat een paar trainingen per week bij de club lang niet genoeg zijn om jezelf optimaal te ontwikkelen, en net als voor Coerver was huiswerk voor Cruijff een belangrijk instrument om jeugdspelers te inspireren en aan te moedigen om in zichzelf te investeren. Daarbij zagen ook beiden het belang in van de juiste voorbeelden, en zijn er dus trainers nodig die alle benodigde technieken zo veel mogelijk zelf en op een hoog niveau kunnen voordoen. Daarvoor hoef je geen topvoetballer geweest te zijn. Iedere buurt, school of club heeft wel (ex-) amateurvoetballers rondlopen die over een uitstekende techniek beschikken en die er plezier in hebben de jeugd te helpen zichzelf technisch te verbeteren. Het is jammer dat de mogelijkheden die er op dit vlak liggen, lang niet ten volle worden benut.

Het is te hopen en ook wel enigszins te verwachten dat hier langzamerhand verandering in komt. De KNVB heeft een uitstekende stap gezet door de wedstrijdvormen bij de onderbouw gefaseerd aan te passen naar formats in kleinere ruimtes en aantallen, waarmee in ieder geval het idee van het nagenoeg verdwenen straatvoetbal weer enigszins wordt teruggebracht. De volgende logische stap is het aanbrengen van accentverschuivingen binnen de trainersopleiding, in eerste instantie bij de pupillen. Want het hervormen van de pupillencompetities is één, maar het gaat natuurlijk om het gehele plaatje, en zonder duidelijke en aansluitende speerpunten binnen training en coaching gaan de aangepaste wedstrijdvormen in ieder geval de boel niet vlottrekken.

Skills en principes 
Toen ik Johan tijdens een trainersmeeting bij Ajax eens vroeg wat die speerpunten bij de onderbouw van de opleiding volgens hem zouden moeten zijn, zei hij direct en zonder enig voorbehoud:

Alleen maar techniek. Vrijheid geven. Gewoon laten spelen, niks met tactiek en dat soort dingen.

Ik wist wel dat hij een dergelijk antwoord zou geven en vroeg dus naar de bekende weg, maar wilde per se dat een aantal andere aanwezige trainers dit antwoord uit zijn mond zou horen. Bij een andere gelegenheid gaf hij echter wel aan dat je sommige ‘tactische’ elementen er spelenderwijs en op een simpele manier toch wel kan inbrengen. ‘Neem de 5 seconden-regel, of druk zetten’, legde hij toen uit. ‘Bij die kleintjes ga je het dan niet hebben over hoe de spelers precies moeten lopen om de tegenstander na balverlies snel onder druk te zetten, maar zeg je gewoon:

Pak die bal af!

Zodat ze van jongs af aan leren om vooruit te lopen in plaats van achteruit.

Onder andere vanuit dit idee hebben we met Cruyff Football een format voor techniektraining ontwikkeld, waarbij, naast een aantal andere aspecten, een techniek (of skill) zoveel mogelijk gekoppeld wordt aan minimaal een van onze acht spelprincipes. Op die manier zijn trainers zich er bewust van zijn welke techniek ze aan het trainen zijn en waarom ze die techniek trainen. En zodat ook spelers spelenderwijs en min of meer on- en onderbewust gaan begrijpen wat ze oefenen en waarom ze dat oefenen. Hierdoor krijgt techniek een duidelijke functie en zijn we dus de functionele techniek aan het ontwikkelen. En niet dat we de techniektraining even als los onderdeeltje er bij wordt gedaan.

Spelprincipe: Diepte voor breedte
Een voorbeeld van één van onze spelprincipes is: diepte voor breedte. Dat is een spelprincipe dat bijvoorbeeld bij een frontale 1:1 eigenlijk al in de topic zit opgesloten, want bij een frontale 1:1 probeert een speler al automatisch verticaal te dribbelen. Toch kun je ook bij een 1:1 elementen aan een oefenvorm toevoegen die het principe van diepte voor breedte extra benadrukken. Door wie wordt degene die de actie gaat maken bijvoorbeeld aangespeeld? Is dat door middel van een (korte) breedtepass of met een ‘Busquets-bal’? En wat volgt er na de actie? Door bewust over dat soort belangrijke details na te denken krijgt een oefenvorm meer inhoud, meer relevantie en dus ook meer waarde. Ook onderdelen als passen en trappen, aannemen en zelfs koppen kunnen vrij eenvoudig worden gekoppeld aan verschillende spelprincipes.

Oefenvormen
In de eerste oefenvorm heb ik een bekende basisvorm voor passeren als uitgangspunt genomen. Aangezien het over frontale 1:1-situaties gaat, zit ‘diepte voor breedte’ er voor wat betreft de dribbels er vanzelf al in verwerkt. Ook de passing is altijd vooruit en nooit opzij. Alleen bij de aannames gaat dit nog niet helemaal op, in die zin dat deze aannames weliswaar altijd verticaal worden uitgevoerd, maar in de meeste gevallen in de richting gaan van waar de bal vandaan komt (dat komt doordat er in deze vorm twee kanten op gewerkt wordt, hetgeen de oefening wel compact maakt). Al met al een prima oefenvorm waarbinnen het verticaal dribbelen met verschillende maten van weerstand kan worden geoefend, en waarbij ‘diepte voor breedte’ min of meer on- en onderbewust wordt getraind.

In de tweede oefenvorm gaan we uit van dezelfde basisorganisatie, met dien verstande dat we nu met 1 bal werken in plaats van met 2. Doordat de spelers op lijn 2 en lijn 4 nu (in tegenstelling tot in de vorige oefenvorm) de passes nu mogen onderscheppen, moet het dieptespel al veel meer bewust worden gecreëerd. Dit vereist overzicht, positie kiezen, timing en een zuivere, strakke passing. De aanname in het midden is nu ook altijd ‘open’. En de speler op lijn 5 (degene die uiteindelijk mag gaan dribbelen) heeft steeds een keuze, die echter altijd in de diepte ligt (passing voor 1-2-combinatie of dribbelen).

In letterlijke zin veronderstelt ‘diepte voor breedte’ natuurlijk altijd een keuze tussen één van die twee, waarbij binnen het aanvallende en attractieve voetbal dat Cruyff Football nastreeft de eerste vrijwel altijd de voorkeur heeft. In de gegeven voorbeelden bestaat de optie ‘breed’ in feite echter niet, waardoor een keuze voor diepte eigenlijk geen keuze is, aangezien het simpelweg niet anders kan. De vraag is of dit in dit stadium een probleem is. Net als bij het ‘afpakken’ zoals Cruijff dat in zijn voorbeeld over druk zetten noemde, gaat het in eerste instantie om het creëren van een mindset. Wanneer spelers continu worden getraind om tegenstanders uit te spelen, zowel door middel van dribbels als door passes, gaan ze die keuzes in reëlere voetbalsituaties vanzelf sneller maken. Ze hebben er dan in ieder geval de tools voor wanneer ze in de midden- en bovenbouw steeds bewuster en intensiever met de spelprincipes gaan werken.

Natuurlijke neiging
Overigens hebben de meeste kinderen van nature sowieso de neiging om vooruit te voetballen, en lijkt het erop dat breed- en terugspelen iets is dat er gaandeweg de opleiding insluipt, waarschijnlijk vanuit een binnen onze veranderde voetbalcultuur aangewakkerde angst om fouten te maken en daardoor wedstrijden te verliezen. Maar dat is een heel ander verhaal. Al wil ik op deze plaats wel gezegd hebben dat het hoog tijd is dat die cultuur van angst en die hang naar behoudzucht en controle langzaam weer plaats maakt voor lef, avontuur, vernuft en creativiteit. Want daarmee zijn we groot geworden en daarmee zouden we opnieuw het verschil kunnen maken. Dit heeft ook te maken met de voetbalfilosofie die in Nederland onderwezen wordt en op dit moment als leidend geldt.

Voor wat betreft de oefenvormen; aan beide vormen kunnen uiteraard nog elementen worden toegevoegd. Wanneer er voldoende ruimte en materiaal (ballen, doelen) beschikbaar zijn, kan iedere beurt of actie bijvoorbeeld worden afgesloten met een schot of een (steek)pass op een andere speler die dan afrondt. Met een goede basisvorm kun je in principe honderden variaties en versies creëren, met allerlei verschillende skills en eventueel daaraan gekoppelde spelprincipes als topics. Het is aan jou als trainer om je kennis, ervaring en creativiteit te gebruiken teneinde steeds weer uitdagende en leerzame oefenvormen te bedenken.

De kunst daarbij is om vanuit eenvoud regels, omgevingsfactoren (2 doelen in plaats van 1 doel om in te scoren, allerlei kleuren hesjes in plaats van 1 kleur per team) en sjablonen toe te voegen die het voetbalgedrag van kinderen op een positieve manier kunnen beïnvloeden. Duizenden oefenvormen hebben is dan leuk, maar het gaat om die paar beste. Daarmee kun je oneindig variëren.

De ‘Messi-regel’
Een logisch vervolg op de vorige twee oefenvormen is een spel- of partijvorm waarbinnen diepte voor breedte wordt toegepast. Daartoe zijn ook weer legio mogelijkheden. Van Percy van Lierop, mijn opvolger als coördinator van de Ajax-onderbouw, leerde ik over de zogenaamde ‘Messi-regel’. Deze regel bestaat eruit dat je bij een partijspel (4:4, 5:5, 6:6) afspreekt dat iedere keer dat een speler aan de bal komt, hij slechts drie opties heeft: passeren, een 1-2-tje maken of een doelpoging doen. Nadat hij een van die opties heeft uitgevoerd, is hij weer helemaal vrij in zijn keuzes en kan hij, bijvoorbeeld na een 1-2-combinatie, gewoon een medespeler aanspelen die zich waar dan ook op het veld vrijloopt.

De ‘Messi-regel’ is een van de uitstekende manieren om een spelprincipe als diepte voor breedte in o.a. partijspelen te stimuleren. Een regel die stuurt, maar die, zoals je dat bijvoorbeeld bij verplicht 1x raken hebt, niet dwingt en daardoor onnatuurlijk gedrag oproept. Want met de Messi-regel heb je altijd meerdere opties, waardoor je ook de beste kunt kiezen.

Andere manieren om diepte voor breedte uit te lokken kun je bijvoorbeeld toepassen door het gebruik van vakken of zones. Of je legt een bepaalde beperking op, bijvoorbeeld dat je binnen een aanval (waarvan een doelpoging of balverlies dan steeds het eindpunt is) maximaal twee keer achteruit mag spelen. Hierdoor worden de spelers gestimuleerd steeds vooruit te denken, zowel in denkstappen als in ruimte en richting. Daarbij hebben ze nog steeds opties, want het dieptespel kan worden gerealiseerd door zowel dribbels als steek-en crosspasses.                                                                                                                              
Meer door minder
Zoals gezegd draait het niet om de hoeveelheid oefenvormen. Sterker nog: het draait natuurlijk helemáál niet om de oefenvormen, maar om de inhoud die je eraan geeft. Wel is het zo dat een uitstekende oefenvorm door de verkeerde inhoud en begeleiding zomaar compleet in de soep kan lopen, terwijl het andersom vrijwel onmogelijk is vanuit een slechte oefenvorm een fantastische training uit de hoge hoed te toveren.
En dus is die oefenvorm wel degelijk essentieel.

De aangegeven oefenvormen zijn uiteraard ook maar voorbeelden van wat je zou kunnen doen om een bepaalde technische categorie (in dit geval dribbelen) centraal te stellen, van die categorie een paar specifieke skills te nemen (bijvoorbeeld passeren door middel van een schaar of uitvalpas) en deze skills onder verschillende manieren en niveaus van druk te trainen binnen de context van een bepaald spelprincipe. Wanneer je aan de oefenvorm dan een spelvorm en/of partijvorm laat volgen die aansluit op zowel de skills als de spelprincipes, dan heb je al een complete en samenhangende training. En binnen die complete training kun je dan ook weer eindeloos variëren. Doe dezelfde training maar op straat en je hebt een totaal andere dynamiek met andere uitdagingen.

Die uitdagingen, die zijn cruciaal. Op de clubtrainingen en op het gebied van huiswerk. Wanneer we die twee elementen optimaal kunnen benutten en we ook het straatvoetbal een boost kunnen geven, dan is er heel veel mogelijk en kunnen we in ieder geval de basis leggen die nodig is om ons voetbal weer sterk en aantrekkelijk te maken.

Over Cruyff Football
Hoewel de focus voor ons als Cruyff Football overwegend in het buitenland ligt, willen we er graag aan meehelpen die kracht en attractiviteit weer terug te krijgen in het Nederlandse voetbal. Daarom zijn we onder andere begonnen met het organiseren van inspiratiesessies, workshops (waaronder ‘Individuele training met Wim Jonk’, alsmede de in dit artikel behandelde onderwerp ‘Techniektraining met Cruijffiaanse principes’) en meerdaagse cursussen. Op onze website vindt u meer informatie over ons educatieprogramma. En mocht u zich willen aanmelden voor een van onze events; er is maar één moment waarop je ergens op tijd kan komen. Anders ben je ?f te vroeg, ?f te laat. Maar da’s logisch.   
www.cruyfffootball.com

Oefenvorm 1



Organisatie
- Vijf spelers werken in een rechthoek bestaande uit 5 lijnen
- We werken met 2 ballen
- Speler 1 speelt de schuin naar de bal aanbiedende speler 2 aan
- Speler 2 speelt 2 verdedigers uit: speler 3 en speler 1
- Spelers schuiven een lijn op, waardoor speler 3 in het midden komt
- Speler 3 krijgt de bal aangespeeld van speler 5
- Speler 3 speelt speler 4 en speler 5 uit
- Etcetera

Aandachtspunten
- Bewegingen in eerste instantie eventueel opleggen, daarna vrijlaten
- Weerstand opvoeren, druk geven/lijnen verdedigen/vakken verdedigen
- Overzicht, timing, acceleratie
- Bij 100% weerstand wedstrijdelement toevoegen

Oefenvorm 2a



Organisatie
- 5 spelers werken in een rechthoek bestaande uit 5 lijnen, met 1 bal
- Speler 1 speelt de zich aanbiedende speler 2 aan
- Passer en 'verdediger' (1 en 3) wisselen van positie
- Speler 2 draait open en speelt de aanbiedende speler 5 aan
- Passer en 'verdediger' (2 en 4) wisselen van positie
- Speler 5 neemt de bal aan en speelt de aanbiedende speler 4 aan
- Passer en 'verdediger' (5 en 2) wisselen van positie
- Etc.

Oefenvorm 2b



Organisatie
- 5 spelers werken in een rechthoek bestaande uit 5 lijnen, met 1 bal
- Speler 1 speelt speler 3 uit
- Dit kan door middel van dribbel of 1-2 met speler 2
- Speler 3 en 2 schuiven 1 lijn op
- Vervolgens speelt speler 1 speler 4 uit
- Dit kan door middel van dribbel of door pass naar speler 5
- Uiteindelijk geeft speler 1 de bal aan speler 5 en neemt positie op de eerste lijn
- Spelers 4 en 5 schuiven 1 lijn op
- Speler 1 geeft een lange pass naar speler 3 op de beginlijn, waarna opnieuw gestart wordt

Aandachtspunten
- Diepte creëren door lokdribbel en loopactie
- Afstemming aanvallers in ruimte en tijd
- Korte en snelle 1-2's
- Overzicht, timing en snelheid

Combinatievorm
Het is goed mogelijk om oefenvorm 2a en 2b te combineren. Dan speelt je 2a op de ´heenweg´ en 2b op de ´terugweg´
Wilt u het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen