Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Chaos: van task naar teamwork
5.0/5 | Bedankt voor uw mening!
In het boek CHAOS geven Wietske Idema en Marjolein Torenbeek antwoord op de vragen; hoe ontwikkel ik het aanpassingsvermogen van teams én hoe creëer ik een zelfregulerend team? In dit artikel schetsen we de belangrijkste bevindingen en voorbeelden.

Tekst: Erik van den Berg, jeugdtrainer voetbalacademie NEC / FC Oss

De schrijfsters ken je misschien al van het boek: Zelfregulatie in de sportpraktijk, waarin ze uitleggen hoe je kinderen en jongeren in de leeftijd van 4 tot 23 jaar op hun eigen niveau beter kan leren bewegen en sporten. Dit doen ze aan de hand van een didactische methode zodat je tijdens een training of les op een gestructureerde manier kunt werken aan de zelfregulatie-vaardigheden, zoals bijvoorbeeld: doelen stellen, plannen, monitoren, evalueren en reflecteren. Op die manier breng je ‘Zelfregulatie In Praktijk’ en schep je een zelfregulatie klimaat waarin de sporter de ruimte krijgt om samen met jou zijn talent te ontdekken en verder te ontwikkelen. Zelfregulatie in de sportpraktijk is allemaal gericht op het individu. In CHAOS draait het juist om het team.
 
Wat is een zelfregulerend team?
Een zelfregulerend team is een team dat in staat is flexibel en veerkrachtig te reageren op veranderende of onverwachte situaties. Dat betekent, dat het signaleert dat er iets veranderd en ziet dat dit consequenties heeft voor de wijze waarop het team samenwerkt en presteert. Van daaruit is het team in staat om gezamenlijk tot een oplossing te komen.

Onderzoek laat zien dat er vier vaardigheden belangrijk zijn als je aanpassingsvermogen wil vergroten: analyseren, interpreteren, oplossen en interacteren. Bovendien laat het zien dat het vermogen om jezelf aan te passen van cruciaal belang is als je als team écht goed wilt presteren. Het is dus zaak om van jouw speler een adaptieve expert te maken. Adaptieve experts kunnen nieuwe en onbekende problemen oplossen en presteren vaak beter wanneer ze geconfronteerd worden met veranderende omstandigheden.
 
Als team presteren
Natuurlijk beschikt elk teamlid over zijn eigen kwaliteiten en kennis waar het team gebruik van kan maken. Bijvoorbeeld dat spelers weten wat er op een bepaalde positie in het veld verwacht wordt. Vaak heb jij deze verwachtingen als trainer ook goed in beeld. Dit helpt je om een goede opstelling te maken. Alle individuele kwaliteiten opgeteld, wordt ook wel shared cognition genoemd. Maar wat je wil, is dat je met jouw team van ‘task work’ naar ‘teamwork’ gaat; iedereen in het team werkt aan zijn eigen taak, maar zoekt ook interactie met andere teamleden om de prestatie te bevorderen. Het is niet nieuw dat teams met veel kennis en vaardigheden goed presteren, maar een team wordt pas écht succesvol als de sporters in de situatie ook gaan communiceren over hoe ze die kennis en vaardigheden gaan gebruiken. 
 
It is not the strongest of the species that survives, nor the most intelligent, but the one most responsive to change.”
 
De vier MasterTeam skills

1. Analyseren
Analyseren betekent in de praktijk twee dingen; ten eerste dat het team in staat is om op te merken dat er iets veranderd is, dit kan blijken uit oogcontact of uit een opmerking waaruit blijkt dat ze een verandering hebben opgemerkt. De spelers kunnen dan ook uitleggen wat er anders is. Ten tweede betekent analyseren dat de spelers weten waarom deze nieuwe situatie is ontstaan. Bovendien kunnen ze het hele plaatje schetsen en geeft elke sporter zijn of haar inbreng vanuit zijn positie. In de betekenis van Wietse en Marjolein betekent analyseren dat de spelers alle relevante informatie die helpt om de situatie te begrijpen met elkaar delen.
 
2. Interpreteren
Interpreteren betekent ten eerste dat de spelers begrijpen wat de consequentie van de verandering is voor het team. De spelers snappen dat ze gezamenlijk iets moeten veranderen, als team, maar ook individueel. Als trainer is dit een cruciale stap als je tot een goede oplossing wil komen. Als je te snel met oplossingen komt, is de kans groot dat spelers met een oplossing komen die niet optimaal is. Dit komt omdat het team dan routinematig reageert. Laat spelers dus goed nadenken of de oplossing handig is om te doen.
 
3. Oplossen
Oplossen is het kiezen van een nieuwe tactiek of aanpak en helder maken wat er moet gebeuren om de tactiek succesvol te laten zijn. Het gaat erom dat het team, als geheel nadenkt over wat het, gezien de veranderde situatie, het beste kan doen. Het plan moet concreet zijn én de spelers moeten het in de praktijk kunnen brengen. Iedere speler weet niet alleen van zichzelf, maar ook van de anderen wat ze moeten doen.
 
Om deze skills in de praktijk te brengen is het belangrijk dat er vooraf geen opzet of idee is over de juiste beslissing of uitkomst. De situatie is leidend en niet de routines. Om optimaal gebruik te maken van het ‘groepsbrein’ oftewel van collectieve intelligentie is het belangrijk dat de trainer spelers stimuleert om elkaar ruimte te geven om hun inbreng te doen.
 
4. Interacteren
Interactie betekent dat teamleden met elkaar praten over de uitvoering van de oplossing. Het communiceren moet zo concreet mogelijk gebeuren, zodat iedereen precies begrijpt wat er wordt bedoeld. Het is belangrijk dat spelers het tegen elkaar zeggen als het goed gaat, elkaar corrigeren als het beter kan of communiceren als de oplossing totaal niet werkt. In het laatste geval zal het team opnieuw moeten nadenken waarom het plan niet werkt (analyseren), wat dat voor het team betekent (interpreteren) en ook moeten teamleden een nieuwe oplossing bedenken (oplossen).
 
Ik vind ook dat je met je tijd mee moet gaan. [...] Kijk naar al die telefoons. Er wordt niet meer gecommuniceerd op een voetbalveld. Ze zitten allemaal met zo’n ding in de bus en dat zie je qua communicatie terug in het veld. Niemand zegt tegen een ander; godverdomme, speel mij die bal, of loop met hém mee. Ze accepteren alles van elkaar”
Ronald Koeman in een interview met de Volkskrant, 24 december 2016
 
De interactie kan zowel verbaal, als non-verbaal, dus met gebaren of gezichtsuitdrukkingen zijn. Over het algemeen geldt; zo efficiënt mogelijk, dus dat je spelers er niet meer woorden aan vuil maken dan nodig.
 
Als jij als trainer of als een speler feedback geeft is het belangrijk deze constructief is. Vertrouwen, openheid in discussie, betrokkenheid, verantwoordelijkheid nemen en aandacht voor de resultaten zijn volgens Patrick Lencioni (auteur van het boek ‘ de vijf frustraties’ van teamwork’)  belangrijk voor een goede teamprestatie.
 
Hoe kun je dit nu trainen?
Als je jouw team zelfregulerend wil maken, moet je in de praktijk aan de slag met adaptief trainen. Je gaat het team dus voorbereiden op veranderende situaties. Dit noemt met ook wel pertubation training. De trainer verstoort het leerproces van het team bewust. Dit doet hij bijvoorbeeld door de oefening aan te passen, andere regels toe te passen of de sporters te laten presteren onder (tijds)druk. Met andere woorden; hij creëert chaos. Met deze manier van trainen dwing je spelers om zich aan te passen, hiermee vergroot je het leervermogen. Daarmee zijn jouw spelers in staat als groep te blijven leren.
 
Een voorbeeld uit de praktijk
Julian Nagelsmann (trainer van TSG 1899 Hoffenheim) is een trainer die veel experimenteert met het aanpassingsvermogen van zijn team. Hij liet zijn team een positiespel spelen, waarin de verdedigende spelers na het veroveren van de bal, deze zo snel mogelijk moeten scoren in één van de vier gekleurde doelen. Welke kleur dat doel is, roept de trainer op het moment van veroveren van de bal. Deze veranderende situatie vraagt dus van de spelers dat zij moeten blijven nadenken.
 
De MasterTeam-Methode
In hoofdstuk 4 (vanaf pagina 39) staan concrete handvatten over deze methode in de praktijk. In dit hoofdstuk lees je hoe je de MasterTeam-methode kunt gebruiken om jouw team zelfregulerend te maken. Je leest hoe je je stap voor stap kunt voorbereiden, welke vragen je kunt stellen en vindt tips en praktische voorbeelden van MasterTeam. 
 
De stappen van de MasterTeam-Methode
VAN TEVOREN -> START -> ANALYSEREN -> INTERPRETEREN -> OPLOSSEN -> INTERACTEREN -> REFLECTEREN
 
Hieronder vind je de belangrijkste bevindingen, het boek gaat hier veel dieper én uitgebreider op in, met tal van voorbeelden uit de praktijk zoals op pagina 42, 43 en 44.
  • Van tevoren:
    Zorg ervoor dat je vooraf een verandering van je oefening hebt bedacht, deze verandering mag niet te makkelijk zijn.
  • Start:
    Maak je verwachtingen duidelijk. Durf oefeningen te herhalen, zodat spelers de tijd krijgen om de verandering te ervaren en hierop te reageren.
  • Analyseren:
    Laat sporters nog niet met de oplossing komen en corrigeer ze als dat wel doen.
  • Interpreteren:
    Breng structuur in de vragen die je stelt. Begin met het stellen van vragen met betrekking tot het team, om vervolgens de verdieping te zoeken bij de speler en de handelingen van de speler.
  • Oplossen:
    Zorg ervoor dat spelers zo concreet en volledig mogelijk antwoorden geven. Je wil antwoord op de vraag; wat gaan we nu doen? Wat is de oplossing?
  • Interacteren:
    Breng spelers met elkaar in contact en laat ze communiceren. Laat ze vragen aan elkaar stellen zoals: ‘Wat gaan jullie tegen elkaar zeggen zodat het beter gaat?’
  • Reflecteren:
    Het kan gebeuren dat spelers gaan reflecteren op de uitvoering van de oefening zelf. Dit is niet de bedoeling. Het gaat erom dat ze kijken naar het proces over analyseren, interpreteren, oplossen en interacteren. 

Tip: In het boek vindt je een checklist om in kaart te brengen hoe goed jouw sporters zijn in de MasterTeam Skills. Deze vind je op pagina 97 en 98.
 
In het laatste hoofdstuk staan 25 werkvormen om de methode toe te passen, zoals: het werken in duo’s, visualiseren of simpelweg spelers hun vinger op laten steken. Ik wil graag vier mooie werkvormen uitlichten:
 
1. De 10-3 regel
Geef alle spelers 10 seconden om na te denken over je vraag en geef vervolgens 3 mensen de beurt om te antwoorden. Zo krijg je het voor elkaar dat iedereen over de vraag nadenkt.
 
2. De Masterteam-selectie
Kies vooraf een aantal sporters die je vandaag of de komende periode individueel gaat trainen in de MasterTeam-methode. Dit kan per linie zijn of spelers die veel met elkaar moeten samenwerken. Deze spelers roep je steeds bij je om kort vragen te stellen. Zo kan het team doorgaan met de oefening én zorg je voor individuele aandacht en begeleiding.
 
3. De Bank
Stel reservespelers of geblesseerde spelers vragen over de wedstrijd of training. Zij kunnen het geheel overzien en daardoor een waardevolle bijdrage leveren aan de teamprestatie. Op deze wijze betrek je ze bij het spel én train je ze terwijl ze niet op het veld staan.
 
4. De bal bepaalt
Zet de spelers in een cirkel. Stel een vraag en pass de bal naar één van hen. Hij geeft het antwoord op jouw vraag. Stel een volgende vraag en laat de sporters de bal passen naar iemand anders, deze werkvorm houdt op een speelse wijze het tempo erin.
 
Conclusie
Chaos is een fraaie toevoeging in de boekenkast van een innovatieve voetbaltrainer anno 2017. Voor de gevorderde trainer staan er misschien een aantal open deuren in als het gaat om ‘welke vragen stel je aan spelers’. Echter, het bewust trainen van het leervermogen van teams en spelers door actief aan de slag te gaan met veranderingen tijdens oefeningen biedt goede inzichten. Mede omdat er wél een duidelijke structuur geboden wordt in de werkwijze van de MasterTeam-methode. Bovendien staat het boek boordevol praktijktips en toepassingen en dat maakt het tot een boek dat je regelmatig openslaat als geheugensteuntje.

 
Over de auteur van dit artikel
Erik van den Berg (31) is in het bezit van o.a. UEFA B en jeugdtrainer bij de voetbalacademie van N.E.C. / FC Oss. Komend seizoen zal hij als hoofdtrainer voor de groep staan bij o15-2 en tevens aansluiten als co-trainer bij o15-1 en o13-1. Voorheen was hij werkzaam als trainer in de onderbouw van FC Utrecht.
 

Boek: CHAOS

Het ontwikkelen van het aanpassingsvermogen van teams.
Door Wietske Idema & Marjolein Torenbeek

Te bestellen via deze link

Dit artikel is exclusief beschikbaar voor leden van het Voetbal Kennisplatform "". Om toegang te krijgen tot dit artikel moet u ingelogd zijn en lid zijn. Lid bent u al vanaf €2 per maand:

Alle kennisplatformen voor €29 Kennisplatform + Oefenstof + Trainingsplanner €44 Totaalabonnee voor €58
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Kennisplatform Boekenoverzicht
Ontdekkend leren voetballen
Het boek ‘Ontdekkend leren voetballen’ past binnen de meest recente trends in het jeugdvoetbal zoals het impliciet leren (
Chaos: van task naar teamwork
In het boek CHAOS geven Wietske Idema en Marjolein Torenbeek antwoord op de vragen; hoe ontwikkel ik het aanpassingsvermogen van teams én hoe creëer ik een zelfregulerend team? In dit artikel schetsen we de belangrijkste bevindingen en voorbeelden. Tekst: Erik van den Berg, jeugdtrainer voetbalacademie NEC / FC Oss De schrijfsters
Samen bereik je meer
Hoe kun je als trainer meer halen uit individuele spelers, maar ook uit je team? Een team dat eigenlijk een groep van individuen is. In het boek 'Samen bereik je meer' wordt ingegaan op deze k