Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Techniektraining met het zandlopermodel
4.9/5 | Bedankt voor uw mening!


Michel Hordijk, trainer van Cruyff Football, kwam in de herfst 2017 door Bob Browaeys in aanraking het begrip ‘de zandloper’. In dit artikel legt hij uit hoe je het zandlopermodel kunt gebruiken in de techniektraining: van het moeilijkste naar het makkelijkste en weer terug.


Tekst: Michel Hordijk | Beeld: Cruyff Football

Ik hou van de manier waarop de Belgen praten. Het accent, de mimiek, de lichaamstaal. De tongval die zacht is en bij vlagen zangerig klinkt. De mimiek en de lichaamstaal die in de verte wat Zuid-Europees aandoet, maar dan meer bescheiden en voorzichtig, vanuit een soort ingetogen uitbundigheid. Ik hou ook van de woorden die ze gebruiken. Wat denkt u bijvoorbeeld van ‘paardenoog’ (spiegelei), ‘piellicht’ (zaklamp) ‘likstok’ (lolly) en ‘botsballon’ (airbag).

Ook binnen het voetbal bezigen onze Vlaamse vrienden vaak treffende termen en mooie metaforen waarmee ze de kern behoorlijk weten te raken. Fraaie voorbeelden hiervan zijn ‘banaanschot’ (krulbal), ‘uienpartij’ (een wedstrijd zo slecht dat je er van gaat huilen), ‘netten’ (scoren), ‘portier’ (keeper) en het toch wat dramatisch klinkende ‘fusilleren’ (ofwel een manier van netten waarbij met een ‘afstandsraket’ een portier met bal en al het doel in wordt geknald. Kennelijk hebben onze zuiderburen zich op dit vlak mede laten inspireren door het ‘Voetbal is oorlog’ van onze eigen generaal Rinus Michels).

Van Bob Browaeys, de technisch directeur van de Vlaamse Voetbalfederatie en tevens gerespecteerd lid van ons team (Team Jonk), leerde ik de term ‘zandloper’. Uiteraard kende ik dit voorwerp al uit allerhande gezelschapsspelletjes, maar nog niet als uitdrukking voor een trainingsmodel waarvoor ik zelf eerder het woord ‘sandwich’ gebruikte. Toen Bob zijn metafoor introduceerde tijdens een weekcursus die wij vanuit Cruyff Football by Team Jonk in de herfstvakantie van 2017 aan 14 enthousiaste cursisten gaven, dacht ik heel even na en besloot toen dat ‘zandloper’ toch echt een betere term was dan ‘sandwich’.

Waar hebben we het hier over?
Wanneer we praten over de opbouw van een (techniek)training, dan gebeurt dat doorgaans vanuit een ‘klassieke’ gedachtegang; je begint een bepaalde techniek min of meer geïsoleerd en ‘droog’ te trainen, vervolgens zet je er een tegenstander bij die een beetje in de weg loopt, waarna je de druk van die tegenstander in een aantal stappen opvoert en je gaandeweg de training steeds meer context en complexiteit aanbrengt in de oefenvormen. Waardoor de spelers uiteindelijk onder grote weerstand en in steeds veranderende situaties voortdurend beslissingen moeten nemen en daarbij idealiter worden uitgedaagd om de skills die aan het begin van de sessie droog en geïsoleerd zijn geoefend in (bijvoorbeeld) partij- en positiespelen.

Het ‘zandlopermodel’ gaat uit van een compleet andere gedachte en gooit de ‘klassieke’ trainingsopbouw behoorlijk overhoop. Grofweg bestaat het model uit drie fasen:

Fase 1: Spelen onder maximale weerstand, binnen (enige vorm van) wedstrijdcontext die uitdaagt tot het maken van keuzes

Fase 2: Oefenen onder minimale weerstand, niet of nauwelijks sprake van wedstrijdcontext, weinig tot geen keuzemogelijkheden

Fase 3: Spelen onder maximale weerstand, binnen (enige vorm van) context die uitdaagt tot het maken van keuzes

De overgang van fase 1 naar fase 2 zal in veel gevallen ook meer geleidelijk kunnen verlopen middels een tussenstap. Hetzelfde geldt voor de overgang van fase 2 naar fase 3. Op die manier ontstaan er in feite dus 5 fasen in plaats van 3. Het verloop wordt dan simpelweg als volgt:

1 - Zo moeilijk als mogelijk
2 - Stapje terug naar iets minder moeilijk
3 - Zo makkelijk als nodig
4 - Stapje omhoog naar weer wat moeilijker
5 - Zo moeilijk als mogelijk


Hoe doe je dit?

1 - Zo moeilijk als mogelijk
Met als voorwaarde dat de spieren van de spelers enigszins zijn opgewarmd, begint de training vanuit dit model direct met een spel- of wedstrijdvorm met daarin de hoogst mogelijke weerstand en voorzien van een bepaalde mate van wedstrijdcontext. Wanneer je bijvoorbeeld het frontaal passeren als topic van je training neemt, dan zou je een vorm van 4 tegen 4 lijnvoetbal kunnen spelen (zie oefenvorm 1). Binnen zo’n vorm worden de spelers gestimuleerd de verticale dribbel toe te passen, maar dan wel in een context waarbinnen ze ook uitgedaagd worden om vrij te lopen, de bal goed aan te nemen, overzicht te houden, ruimtes te herkennen en de keuze te maken tussen de individuele actie (wanneer er een 1 tegen 1 situatie is gecreëerd) en een pass op een medespeler (in het geval de bal bezittende speler zich in een 1 tegen 2 situatie bevindt, en er elders op het veld dus mogelijkheden zijn om een medespeler in een 1 tegen 1 situatie te zetten).

2 - Stapje terug naar iets minder moeilijk
Wanneer je het 4 tegen 4 lijnvoetbal goed hebt geobserveerd, dan heb je waarschijnlijk wel een aardig idee waar iedere individuele speler succesvol mee is, en op welke aspecten hij juist regelmatig vastloopt. Ook de spelers zelf kunnen dat vanaf een bepaalde leeftijd meestal heel goed benoemen en analyseren wanneer je ze hiertoe vanuit de juiste benadering uitnodigt.

In deze fase zou je een spel- of oefenvorm kunnen uitzetten waarbinnen nog steeds enige vorm van context zit, de weerstand nog volop aanwezig is, maar de keuzeopties wel iets worden beperkt. Bijvoorbeeld in de vorm van een wedstrijdje tussen (dezelfde) twee teams van vier, waarbij er echter elke keer apart 1 tegen 1 wordt gespeeld, de dribbel steeds de enige optie is en er dus geen keuze gemaakt hoeft te worden tussen dribbelen en passen (zie oefenvorm 2).

Zorg er ook vooral voor dat alle punten die jij en je spelers in het 4 tegen 4 lijnvoetbal zijn opgevallen (zowel de sterke als de minder sterke), op de een of andere manier aan bod komen in deze tweede fase, zodat alle spelers binnen een iets minder complexe situatie al wat bewuster aan hun skills kunnen werken.

3 - Zo makkelijk als nodig
In deze derde fase (het smalste gedeelte van de zandloper) worden skills op een meer ‘droge’ en geïsoleerde manier getraind. De skill die centraal staat en die dus heel specifiek wordt getraind, wordt zo ‘klein’ mogelijk gemaakt, indien nodig ontleed en dus met aandacht voor details getraind (dit in stukjes ‘opknippen van een skill en deze stukjes apart oefenen om het geheel te verbeteren, wordt ook wel ‘deep practice’ genoemd). De kunst hierbij is om ook in deze fase zo gedifferentieerd mogelijk te werk te gaan, en voor iedere individuele speler precies datgene te benadrukken dat hem direct kan verder helpen (bij de ene speler gaat het dan bijvoorbeeld over de aanname voor de actie, en bij de ander om de versnelling na die actie). Daarbij moet niet alleen gekeken worden naar onderdelen die een speler nog niet zo goed beheerst, maar juist vooral ook naar de kwaliteiten die hij al voor een zeker deel bezit, en waarmee hij kan leren uitblinken als hij deze kwaliteiten verder uitbouwt en perfectioneert.
 
Wanneer je binnen deze middelste fase aan het trainen bent, is het belangrijk dat de vorm die je daarbij kiest zo simpel mogelijk is. Alleen vanuit die eenvoud kan de concentratie en focus ontstaan die nodig is om op details te oefenen en de uitvoering van een skill gericht te verbeteren. Een voorbeeld van zo’n eenvoudige oefenvorm zie je in oefenvorm 3.
             
4 - Stapje omhoog naar weer wat moeilijker
In deze fase werken we weer toe naar een trainingssituatie waarbij er honderd procent weerstand is binnen een (relatieve) wedstrijdcontext. Om deze weg omhoog weer te kunnen lopen, kunnen we in de basis bijvoorbeeld gebruikmaken van dezelfde spelvorm als in fase 2, wellicht met een lichte aanpassing of aanvulling om zo een extra prikkel voor de spelers te creëren (zie oefenvorm 4). Binnen deze vorm kunnen de spelers gericht aan de slag met de specifieke skills die ze in fase 3 hebben bijgeschaafd.  

5 - Zo moeilijk als mogelijk
In deze laatste fase plaats je de spelers in wezen terug in de oorspronkelijke situatie, in dit geval het 4 tegen 4 lijnvoetbalspel. Ook hier kun je net als in de vorige fase op subtiele wijze een element toevoegen of veranderen waardoor er binnen de eerder neergelegde kaders toch ook variatie mogelijk is en bepaald gedrag bewust wordt uitgelokt. In oefenvorm 5 zie je hiervan weer een voorbeeld.

Waarom de zandloper?
De eerder in dit artikel beschreven ‘klassieke’ manier van een training opbouwen is natuurlijk niet per definitie verkeerd en kan in veel situaties juist uitstekend werken. Het gaat hier ook niet om een pleidooi die klassieke manier steevast te vervangen door het zandlopermodel. Wel kan de zandloper een welkome afwisseling brengen in het totale trainingsaanbod aan je spelers, en biedt het bovendien een aantal belangrijke voordelen:

1- Door je training met een spelvorm te beginnen waarin volledige weerstand en een zekere mate van complexiteit is opgenomen, creëer je meteen veel enthousiasme en een optimale betrokkenheid bij je spelers.

2- Nog min of meer onbewust ervaren de spelers tijdens de eerste fase waarmee ze succes hebben en wat hen in de weg zit. Als trainer kun je dit vanuit observatie ook mooi helder krijgen.

3 - In de tweede fase stelt de al iets minder complex gemaakte context de speler in staat op een iets bewustere manier te werken aan zijn ‘wapen’ en zijn aandachtspunten. Met een specifieke focus op bepaalde aspecten kan de speler zichzelf gericht verbeteren binnen een vorm waarin weerstand nog steeds volop wordt geboden.

4 - Wanneer tijdens de derde fase (zo makkelijk als nodig) een bepaalde skill droog en tot in detail wordt getraind, dan zal je zien dat de toewijding waarmee dit gebeurt vaak groter is dan wanneer je dit ‘specifiek trainen’ (en daaraan gekoppeld ‘deep practice’) aan het begin van een sessie zou doen. Dat komt met name doordat de spelers deze fase doorlopen vanuit hun ervaring uit de vorige twee fases, hetgeen sowieso meer betrokkenheid creëert. Daarnaast zorgt de individuele benadering ervoor dat iedere speler zijn eigen focuspunten heeft, hetgeen de honger om te verbeteren weer verder versterkt. Die individuele benadering is essentieel, want zonder dat wordt iedere vorm van specifiek trainen en ‘deep practice’ alsnog vlak, algemeen en ineffectief.

5 - In de vierde en de vijfde fase kunnen de spelers de getrainde focuspunten direct weer toepassen in de praktijk van spel- en wedstrijdvormen. De combinatie van bewustwording, differentiatie en één of meerdere skills die in verschillende situaties en op diverse manieren zijn getraind in de vorige fasen, vergroot de kans op relatief snel resultaat aanzienlijk. In ieder geval zal iedere speler zich meer bewust worden van zijn potentiele wapens en zijn belangrijkste verbeterpunten, en daardoor gerichter kunnen trainen. Ook wanneer het gaat om het stimuleren van ‘huiswerk’, kan hiervan een zeer positieve werking uitgaan.

Maar wat is dan die sandwich die door de zandloper moet?
De zandloper is zoals gezegd een manier om je training op te bouwen, waarbij er bewust wordt afgeweken van de standaard werkwijze. Een ‘sandwich’ (die in een andere tak van sport een heel andere betekenis schijnt te hebben) zegt in dit verband meer iets over hoe we als trainer met woorden een leerpunt effectief kunnen overbrengen op onze spelers. Het idee daarbij is dat de feitelijke, inhoudelijke boodschap (‘’Verander bij de schaarbeweging iets meer van richting als je de tegenstander voorbij gaat’’) verpakt wordt tussen de twee spreekwoordelijke stukjes brood. En omdat je wil dat je spelers echte honger krijgen om te leren, dan moet dat brood natuurlijk wel lekker smaken, en gebruik je dus alleen positieve uitingen. Voordat je het leerpunt wil inbrengen, zeg je bijvoorbeeld over diezelfde schaar: ’’Perfect hoe je met je voet om de bal heen gaat!’’ En op het moment dat desbetreffende speler met je aanwijzing aan de slag is en in de uitvoering ook maar enige verbetering laat zien, dan zeg je zoiets als: ‘’Super, dat is al veel en veel beter! Nog iets meer overdrijven in het van richting veranderen. Als je dan ook nog iets meer versnelt, dan ben je niet te stoppen!’’

Wanneer je tijdens een fase binnen het zandlopermodel dan ook het sandwich-principe ook nog regelmatig toepast, dan zal je merken dat je spelers enthousiaster raken en nog harder gaan werken om een bepaalde skill onder de knie te krijgen. En dat vuur aansteken bij je spelers, dat is natuurlijk je belangrijkste taak als trainer en dus ook precies wat je wil. 

Flow
Dit artikel gaat in eerste instantie over het zandlopermodel. Dat model staat zoals uiteengezet vooral voor een volgorde waarin je respectievelijk het droog en geïsoleerd oefenen, en het binnen een zekere context en onder volle weerstand trainen aanbiedt aan je spelers. Daarnaast hebben we los van de opbouw van een training een manier van coachen nodig die onze spelers motiveert, stimuleert en dus uiteindelijk ook daadwerkelijk helpt steeds weer stapjes te maken in hun ontwikkeling als voetballer en als mens. Voor dit aspect van training geven heb ik het zogenaamde ‘’sandwich-model’’ omschreven, een communicatiemethode die zeker niet nieuw is, maar die ik in dit verband wel bewust heb gekoppeld aan het zandlopermodel, omdat die methode perfect toepasbaar is binnen de alternatieve trainingsopbouw van het zandlopermodel, en die het effect daarvan ook duidelijk kan versterken.

Tot slot hebben we dan, nu we toch bezig zijn, nog de afstemming van de inhoud op de ontwikkelingsfase van de spelers. In die afstemming gaat het erom dat je als trainer met je geboden oefenstof steeds het juiste evenwicht zoekt tussen de uitdaging en de mate waarin een skill al wordt beheerst. Door dat juiste evenwicht voorkom je dat spelers gefrustreerd en teleurgesteld raken (bij een uitdaging die te groot is) of zich juist gaan vervelen (als er als het ware te veel succesbeleving is, doordat iets te makkelijk gaat). In plaats daarvan kan bij een mooie balans tussen uitdaging enerzijds en de beheersing van een skill anderzijds een continue en harmonieuze ontwikkeling plaatsvinden. Deze continue en harmonieuze ontwikkeling noemen we ‘flow’.

Omdat flow al een onderwerp op zichzelf is en zich dus prima leent voor een volledig artikel, zal ik in een volgend artikel voor TrainersMagazine uitvoerig terugkomen op dit interessante item. Maar net als voor het sandwich-model geldt, kan het vanuit inhoudelijke afstemming streven naar ‘flow’ de effectiviteit van het zandlopermodel nog verder doen toenemen. Vandaar dat ik het hier alvast toch noem.

Een samenvatting
Hierbij, voor alle helderheid, de verschillende termen en bijbehorende gebieden waaronder ze vallen nog even op een rijtje:
1 - Zandlopermodel > trainingsopbouw
2 - Sandwich-methode > communicatie
3 - Flow > afstemming oefenstof op doelgroepHet is zeker niet makkelijk, maar wanneer je binnen bovengenoemde drie gebieden de juiste dingen weet te doen, dan ben je aardig op weg een toptrainer te worden!

Of zoals de Vlamingen zouden zeggen: “Een ‘kei-goege trèner’”

Leestip: Techniektraining op zijn Cruijffiaans

Spelvorm 1: 4 tegen 4 lijnvoetbal



Technische categorie:
Dribbelen

Specificiteit:
1:1 frontaal, verticaal dribbelen

Leeftijdsgroep:
O9-O15

Technische skills:
1. Dribbelen
2. Passen
3. Aannemen

Spelprincipes:
1. Diepe voor breedte
2. 1:1 creëren
3. 3 seconden regel

Organisatie:
4 tegen 4 op een veld van ongeveer 25 X 20 (afhankelijk van leeftijd en ontwikkelingsfase, in ieder geval iets meer ruimte in de breedte dan in de lengte). Spelers kunnen scoren door middel van een dribbel over de lijn aan de overzijde. Vrij spel, eventueel met regel die zegt dat je alleen (schuin) achteruit mag passen. Daarmee wordt het dribbelen nog meer gestimuleerd, aangezien het de enige manier is om vooruit te spelen en dus tot scoren te komen. Daarnaast kan, wanneer er een 1:2-situatie ontstaat, de bal schuin naar achteren worden gespeeld om een medespeler in staat te stellen een dribbel te maken en daarmee te scoren.

Aandachtspunten:
- Bal dichtbij houden, scoren echt alleen d.m.v. lijn passeren met bal aan de voet
- Timing actie
- Richtingsverandering
- Versnelling
- 1:1 creëren en herkennen

Spelvorm 2: 1 tegen 1, twee teams (van 4 a 5 spelers elk) tegen elkaar



Technische categorie:
Dribbelen

Specificiteit:
1:1 frontaal, verticaal dribbelen

Leeftijdsgroep:
O9-O15

Technische skills:
1. Dribbelen
2. Mikken

Spelprincipes:
1. Diepte voor breedte
2. 3 seconden regel

Organisatie:
Twee teams van 4/5 spelen een 1 tegen 1 spelvorm. De voorste rode speler begint te dribbelen en moet voorbij de middellijn zijn om in één van de twee kleine doeltjes te kunnen scoren. Daarbij wordt hij verdedigd door een speler van het blauwe team. Na een doelpunt, balverlies (bal uit of balverovering door verdediger) of overschrijding van de tijdslimiet (bv. 8 seconden), komt de volgende speler van het blauwe team het veld in dribbelen en probeert te scoren in één van de twee doeltjes. De rode aanvaller is dan verdediger geworden (iedere speler heeft dus steeds twee beurten achter elkaar; 1 als aanvaller, en 1 als verdediger). Wanneer een speler deze twee beurten heeft gemaakt, pikt hij de bal op en sluit aan bij zijn team. Welk team heeft als eerste 12 keer gescoord?

Aandachtspunten
- Snelheid van denken
- Handelingssnelheid
- Timing, richtingsverandering en versnelling
- Scoren

Oefenvorm 1: Dribbelen op basis van 1:1 frontaal en verticaal dribbelen



Technische categorie:
Dribbelen

Specificiteit:
1:1 frontaal, verticaal dribbelen

Leeftijdsgroep:
O9-O15

Technische skills:
1 - Dribbelen
2 - Passen
3 - Aannemen

Spelprincipes:
Nvt

Organisatie:
Drietallen oefenen verticale dribbels met daarin specifieke passeerbewegingen (bv. uitvalpas, schaar, sleepbeweging). Tekening links: 3 spelers voeren om beurten een dribbel met daarin een passeerbeweging uit. Na de dribbel passen ze de bal naar de volgende speler en nemen diens plaats in. Tekening rechts: 3 spelers oefenen dribbels en passeerbewegingen onder de passieve druk van een tegenstander. Speler 1 passeert speler, waarna speler 1 passt naar speler 3 (speler 2 neemt de plek over waar speler 1 zijn dribbel startte). Na de pass blijft speler 1 in het midden staan. Speler 3 neemt de bal aan en dribbelt op de passief verdedigende speler 1 af. Speler 3 passeert speler 1, passt de bal naar speler 2, etc.

Aandachtspunten:
- Bal kort bij houden
- Ritme
- Timing
- Technische uitvoering
- Richtingsverandering
- Versnelling  

Spelvorm 3: 1 tegen 1, twee teams (van 4 a 5 spelers elk) tegen elkaar



Technische categorie:
Dribbelen

Specificiteit:
1:1 frontaal, verticaal dribbelen

Leeftijdsgroep:
O9-O15

Technische skills:
1 - Dribbelen
2 - Mikken

Spelprincipes:
1 - Diepte voor breedte
2- 3 seconden regel/vooruit verdedigen

Organisatie:
Als spelvorm 2, maar nu kunnen de aanvallers bij elke beurt maximaal 2 punten scoren. Het eerste punt kan worden gemaakt door het volgende vak in te dribbelen. Het tweede punt wordt geteld wanneer de bal vanuit dat vak in een van de twee doeltjes wordt gemikt. De aanvallers worden met deze regel nog meer gestimuleerd snelheid te maken in de dribbel, ruimtes te zien en te benutten, en daarna vooral goed te mikken in plaats van een bal helemaal het doeltje in te lopen. Wanneer er moet worden verdedigd, loont het om dit zo ver mogelijk vooruit te doen. De bal in het eerste vak afpakken is immers de enige manier om te zorgen dat de tegenstander 0 punten scoort.

Aandachtspunten
- Snelheid van denken
- Handelingssnelheid
- Timing, richtingsverandering en versnelling
- Scoren

Opmerking:
Wanneer je ook nog passing en aannames wilt toevoegen, kun je de vertrekkende aanvaller vanuit een bepaalde hoek laten inspelen door een medespeler (dit geldt uiteraard ook voor spelvorm 2).

Spelvorm 4: 4 tegen 4 lijnvoetbal



Technische categorie:
Dribbelen

Specificiteit:
1:1 frontaal, verticaal dribbelen

Leeftijdsgroep:
O9-O15

Technische skills:
1 - Dribbelen
2 - Passen
3 - Aannemen

Spelprincipes:
1 - Diepe voor breedte
2 - 1:1 creëren
3 - 3 seconden regel

Organisatie:
Als spelvorm 1, met als mogelijke variant een 3 tegen 4 situatie, waardoor het creëren van de 1 tegen 1 nog iets moeilijker wordt. Wel vervalt de regel van het niet vooruit mogen passen, waardoor er keuzes ontstaan tussen de bal in de voeten spelen en een steekpass.

Aandachtspunten:
- Bal dichtbij houden, scoren echt alleen d.m.v. lijn passeren met bal aan de voet
- Timing actie
- Richtingsverandering
- Versnelling
- 1:1 creëren en herkennen
- Afstemming en keuzes in passing (in de voeten of via een steekpass meteen diepte creëren)

 

U heeft een deel van het artikel gelezen. Het hele artikel is exclusief beschikbaar voor leden van het Voetbal Kennisplatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Alle kennisplatformen voor €29 Kennisplatform + Oefenstof + Trainingsplanner €44 Totaalabonnee voor €58
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Kennisplatform Techniektraining voetbal
Ook tweebenig voetballen doe je met je hoofd
Als vervanger van een opgestapte coach heb ik de laatste maanden afgelopen seizoen met de O19 van Oranje Wit uit Dordrecht mogen werken. Het was even geleden dat ik spelers in een teamcontext had begeleid (zeker van
Techniektraining binnen jeugdopleiding PEC Zwolle
De jeugdopleiding van PEC Zwolle timmert stevig aan de weg. Stefan Luchtenberg is bezig aan zijn tiende seizoen bij de Zwollenaren en is samen met Juryan Zandvliet bepakt met de portefeuille techniektraining binnen de club. Een artikel over de visie van Luchtenberg en Zandvliet over dit onderwerp. Tekst: Tom Druppers | Beeld: Pec Zwolle &l
Tools voor ontwikkeling van het individu
Jasper van Leeuwen en Michel Hordijk van Cruyff Football leggen in dit artikel uit hoe je, door middel van diverse ‘tools’, de ontwikkeling van het individu verder kunt stimuleren. Tekst: Tom Druppers | Beeld: Cruyff Football “Een van de pijlers van de Cruijff-visie is het ontwikkelen van het individu”, zo begint Jasper van
Baas in het 1 tegen 1 duel
“Spelers die de baas zijn in het één-tegen-één duel, kunnen nog steeds het verschil maken. Cristiano Ronaldo en Lionel Messi zijn de beste voorbeelden, maar ook Harry Kane is vaak bepalend op basis van zijn techniek.” Bjorn Verbeij, jeugdtrainer bij RVC'33, legt uit hoe hij voetballers leert het één-tegen-één du
Verbeteren van kijkgedrag | Voetbal Kennis Platform
Guido den Dikken wil met zijn voetbalschool ‘Born to Play’ vooroplopen als het gaat om trends die bij kunnen dragen aan de ontwikkeling van het talent. Hij schrok toen hij de oriëntatie van professionele voetballers ging analyseren. “Aan het kijkgedrag valt nog zoveel te verbeteren.” Tekst: Rogier Veenstra | Beeld: Dirk S
CogiTraining | Leren voetballen vanuit de hersenen
Voetballen leer je vooral vanuit je hersenen. Die gedachte staat aan de basis van de CogiTraining in de Voetbalacademie van Willem II. Via allerlei oefeningen, waarbij ruimtelijke structuren en externe focus een belangrijke rol spelen, leren de talenten van de eredivisieclub voetballen. Dit is het tweede en laatste deel van een tweeluik uit Tilburg. Tekst:
Nieuwe wedstrijdvormen pupillen een zege voor techniek en creativiteit
Basisidee Na de conclusie dat het 7:7 voor F- en E- en het 11:11 voor D-pupillen in relatief grote ruimtes qua opleiding niet ideaal waren en er dus iets moest gebeuren, kwam de vraag hoe dit precies te doen. We hebben er toen voor gekozen het 6:6 als eerste vertrekpunt te nemen, aangezien deze spelvorm meerdere malen en op diverse manieren door Cruijff is gepropag
Het ontwikkelen van de traptechniek
"Er zijn niet zoveel spelers die zowel de wreeftrap als de effectbal tot in de perfectie beheersen. Zoals Hakim Ziyech inderdaad." Jonathan-trainer Koos van Tamelen probeert via allerlei pass- en trapoefeningen de traptechniek van zijn spelers te ontwikkelen. "Zonder goede traptechniek kun je alle tactiek overboord gooien." "Ik zeg weleens tegen mijn spelers: voetbal kun je ophangen aan een
Functionele techniek op maat
Een techniektrainer is zelden bij een club te vinden. Vreemd, volgens Nelson de Kok, die met zijn voetbalschool 2FAST clubs wil overtuigen van de meerwaarde van techniektrainingen: “Als je de functionele techniek onder de aandacht brengt, kunnen spelers mee in de ontwikkeling van het hedendaagse voetbal. Met een paar uurtjes met de bal aan de voet red je het tegenwoordig niet meer.” 2FAS
Techniektraining binnen de eigen club
Bij veel clubs zijn externe voetbalscholen actief om tegen betaling voetballertjes de fijne kneepjes van de voetbaltechniek bij te brengen. RKDVC uit Drunen doet dat anders. Deze Brabantse club faciliteert eigen trainers om de broodnodige techniektraining aan alle spelers aan te bieden. Ketelaars: “We bieden als club in het voor- en najaar de spelers een aantal extra techniektrainingen aan.
Op welk moment gebruik je welke techniek?
Voetballers moeten weten op welke momenten ze welke technieken moeten gebruiken. Met welk deel van de voet geven ze een crosspass? Wanneer is de Zidane een functionele schijnbeweging? En naar welke kant neem je de bal aan als jouw tegenstander naar links gaat? Jos Mekkes, assistent- trainer van het Nederlands Militair Elftal, techniektrainer van De Graafschap voetbalschool en vv-VIOD, maakt zij
De crosspass: het verleggen van het spel
Het voetbal is de laatste decennia flink veranderd. Tegenstanders gunnen elkaar geen meter ruimte meer en dus moet er snel gehandeld worden om de vrije ruimte optimaal te benutten. Techniektrainer Jessin Bennadi besteedt daarom veel aandacht aan het opendraaien en de crosspass. Eén van de onderdelen waar hij als techniektrainer én als voetballiefhebber door gegrepen is, is het verleggen va
Spelers extra bagage meegeven
Elke woensdagmiddag bieden Gert-Jan van Leiden, Reguillo Vandepitte en Giovanni Siereveld, alle drie spelend voor HSV Hoek in de Zaterdag Topklasse, trainingen aan in het Zeeuwse Vlissingen om het niveau van het jeugdvoetbal in de provincie naar een hoger plan te trekken. “Skills & Control geeft de spelers een extra bagage mee met als ultiem doel de provincie verlaten voor een profclub.”
Een nieuwe manier van schieten
Sommige dingen zijn zo vanzelfsprekend dat je er misschien helemaal niet over nadenkt. Neem nu het schieten van de bal. Je loopt naar de bal toe, je zwaait met je been naar achteren en je schiet vervolgens de bal op doel of naar voren. Twee Zweedse trainers analy
Niveau van toptalenten structureel verbeteren
Voetbalvereniging USV Hercules werkt dit seizoen voor het eerst met een speciaal Masterplan voor de grootste talenten van de club. Hiermee wil de ambitieuze club uit Utrecht de kloof verkleinen tussen de jeugdopleiding en haar eerste elftal, dat uitkomt in de derde divisie. René van der Kooij, Frank Bruijnis en Aron van der Weert vertellen hoe hier invulling aan wordt gegeve
Techniektraining met het zandlopermodel
Michel Hordijk, trainer van Cruyff Football, kwam in de herfst 2017 door Bob Browaeys in aanraking het begrip ‘de zandloper’. In dit artikel legt hij uit hoe je het zandlopermodel kunt gebruiken in de techniektraining: van het moeilijkste na
Veelzijdig trainen met de mini soccer bal
Frank Eulderink werkt met de mini soccer bal en hij vertelt over de positieve effecten op de ontwikkeling van jonge voetballers door het gebruik hiervan. “Een van de voordelen is dat de bal constant bij je in de buurt blijft, waardoor je in een korte tijd heel vaak contact kunt maken.” Eulderink werkt als eigenaar van de Twentsche Voetbalschool sind
Techniektraining op z’n Cruijffiaans
Meerdere malen heeft Johan Cruijff tijdens zijn leven de Coerver-methode geroemd. En met reden, want voor Cruijff was techniek de absolute basis van het voetbal. Techniek die aangeleerd wordt door op straat te voetb
Leren voetballen vanuit de hersenen
Voetballen leer je niet alleen met je voeten, maar ook vanuit je hersenen. Die gedachte staat aan de basis van de CogiTraining in de Voetbalacademie van Willem II. Met ballen aan een touwtje en oefenvormen in afgebakende ruimtes leren de talenten van de eredivisieclub voetballen. In deze editie van Trainersmagazine deel één van een tweeluik uit Tilburg. Tekst: Ma
Jezelf vrijspelen
Een verdediger die met een dubbele schaar een tegenstander uitspeelt? Over het algemeen zijn passeerbewegingen voorbehouden aan aanvallend ingestelde spelers. Toch heeft iedere voetballer, ongeacht zijn positie, baat bij techniektrainingen, zegt Maurice Pot. "Elke voetballer moet zichzelf onder alle omstandigheden vrij kunnen spelen." "Kijk de beelden van het WK in Brazilië nog maar eens te
Persoonljikheid van een speler ontwikkelen
Na jarenlang werkzaam te zijn geweest als jeugdtrainer, richtte Max Wimmers twee jaar geleden Maxxx Creative Soccer op. “Wij bieden trainingen op locatie aan, waarbij de creativiteit en de persoonlijkheid van een speler voorop staat. Een technische speler, die met lef en attitude een wedstrijd speelt, oftewel: een speler die het verschil maakt, waar zie je dat nog?” Een handje helpen Ve
Het belang van de specialistentrainer
De voetbalwereld was al bekend met zogenaamde linietrainers, maar bij PSV gaat de specialisatie nog verder. Luc Nilis en Boudewijn Zenden trainen wekelijks de aanvallers van de eredivisionist, waarbij Zenden speciale aandacht heeft voor de buitenspelers en Nilis voor de centrumspitsen. Het betekent voor de spelers van PSV veel meer herhaling en daardoor extra leermomenten. Zelf flitste Boude
De spitsen vaak in scoringspositie laten komen
Sparta stevent af op promotie naar de Eredivisie met een aanval die er lustig op los scoort. Danny Koevermans, dit seizoen spitsentrainer op Het Kasteel, draagt zijn steentje daar zeker aan bij: Torinstinct, dat is het volgens velen, maar ‘De Koef’ voegt daar graag nog iets aan toe: “Op het trainingsveld moet je gewoon heel vaak in scoringspositie komen. Daarom moet je voor, tijdens of na
Per positie specialiseren
De meeste techniektrainers komen in hun trainingen niet verder dan het inoefenen van de basistechnieken en het zo mogelijk functioneel toepassen van deze technieken. Peeters en van Wijk willen niet blijven steken op deze eerste twee niveaus. “Onze derde stap is contextafhankelijk trainen en het ultieme doel voor ons is ‘specialisatie op de positie’.” De ambitieuze trainers Peeters en
Als voetbalschool onderscheiden
De meeste voetbalscholen zetten alleen in op het beter maken van de spelers. De techniektrainers Mark en Jordi van de Sande van Voetbal Academie Brabant onderscheiden zich van andere voetbalscholen door ook de trainers op een hoger plan te brengen. Mark: We willen de kwaliteit van de trainers verhogen om op die manier een zo hoog mogelijk rendement uit onze trainingen te halen.” De 50-jari
Ook tweebenig voetballen doe je met je hoofd
Als vervanger van een opgestapte coach heb ik de laatste maanden afgelopen seizoen met de O19 van Oranje Wit uit Dordrecht mogen werken. Het was even geleden dat ik spelers in een teamcontext had begeleid (zeker van
Een nieuwe manier van schieten
Sommige dingen zijn zo vanzelfsprekend dat je er misschien helemaal niet over nadenkt. Neem nu het schieten van de bal. Je loopt naar de bal toe, je zwaait met je been naar achteren en je schiet vervolgens de bal op doel of naar voren. Twee Zweedse trainers analy
Techniektraining binnen jeugdopleiding PEC Zwolle
De jeugdopleiding van PEC Zwolle timmert stevig aan de weg. Stefan Luchtenberg is bezig aan zijn tiende seizoen bij de Zwollenaren en is samen met Juryan Zandvliet bepakt met de portefeuille techniektraining binnen de club. Een artikel over de visie van Luchtenberg en Zandvliet over dit onderwerp. Tekst: Tom Druppers | Beeld: Pec Zwolle &l
Niveau van toptalenten structureel verbeteren
Voetbalvereniging USV Hercules werkt dit seizoen voor het eerst met een speciaal Masterplan voor de grootste talenten van de club. Hiermee wil de ambitieuze club uit Utrecht de kloof verkleinen tussen de jeugdopleiding en haar eerste elftal, dat uitkomt in de derde divisie. René van der Kooij, Frank Bruijnis en Aron van der Weert vertellen hoe hier invulling aan wordt gegeve
Tools voor ontwikkeling van het individu
Jasper van Leeuwen en Michel Hordijk van Cruyff Football leggen in dit artikel uit hoe je, door middel van diverse ‘tools’, de ontwikkeling van het individu verder kunt stimuleren. Tekst: Tom Druppers | Beeld: Cruyff Football “Een van de pijlers van de Cruijff-visie is het ontwikkelen van het individu”, zo begint Jasper van
Techniektraining met het zandlopermodel
Michel Hordijk, trainer van Cruyff Football, kwam in de herfst 2017 door Bob Browaeys in aanraking het begrip ‘de zandloper’. In dit artikel legt hij uit hoe je het zandlopermodel kunt gebruiken in de techniektraining: van het moeilijkste na
Baas in het 1 tegen 1 duel
“Spelers die de baas zijn in het één-tegen-één duel, kunnen nog steeds het verschil maken. Cristiano Ronaldo en Lionel Messi zijn de beste voorbeelden, maar ook Harry Kane is vaak bepalend op basis van zijn techniek.” Bjorn Verbeij, jeugdtrainer bij RVC'33, legt uit hoe hij voetballers leert het één-tegen-één du
Veelzijdig trainen met de mini soccer bal
Frank Eulderink werkt met de mini soccer bal en hij vertelt over de positieve effecten op de ontwikkeling van jonge voetballers door het gebruik hiervan. “Een van de voordelen is dat de bal constant bij je in de buurt blijft, waardoor je in een korte tijd heel vaak contact kunt maken.” Eulderink werkt als eigenaar van de Twentsche Voetbalschool sind
Verbeteren van kijkgedrag | Voetbal Kennis Platform
Guido den Dikken wil met zijn voetbalschool ‘Born to Play’ vooroplopen als het gaat om trends die bij kunnen dragen aan de ontwikkeling van het talent. Hij schrok toen hij de oriëntatie van professionele voetballers ging analyseren. “Aan het kijkgedrag valt nog zoveel te verbeteren.” Tekst: Rogier Veenstra | Beeld: Dirk S
Techniektraining op z’n Cruijffiaans
Meerdere malen heeft Johan Cruijff tijdens zijn leven de Coerver-methode geroemd. En met reden, want voor Cruijff was techniek de absolute basis van het voetbal. Techniek die aangeleerd wordt door op straat te voetb
CogiTraining | Leren voetballen vanuit de hersenen
Voetballen leer je vooral vanuit je hersenen. Die gedachte staat aan de basis van de CogiTraining in de Voetbalacademie van Willem II. Via allerlei oefeningen, waarbij ruimtelijke structuren en externe focus een belangrijke rol spelen, leren de talenten van de eredivisieclub voetballen. Dit is het tweede en laatste deel van een tweeluik uit Tilburg. Tekst:
Leren voetballen vanuit de hersenen
Voetballen leer je niet alleen met je voeten, maar ook vanuit je hersenen. Die gedachte staat aan de basis van de CogiTraining in de Voetbalacademie van Willem II. Met ballen aan een touwtje en oefenvormen in afgebakende ruimtes leren de talenten van de eredivisieclub voetballen. In deze editie van Trainersmagazine deel één van een tweeluik uit Tilburg. Tekst: Ma
Nieuwe wedstrijdvormen pupillen een zege voor techniek en creativiteit
Basisidee Na de conclusie dat het 7:7 voor F- en E- en het 11:11 voor D-pupillen in relatief grote ruimtes qua opleiding niet ideaal waren en er dus iets moest gebeuren, kwam de vraag hoe dit precies te doen. We hebben er toen voor gekozen het 6:6 als eerste vertrekpunt te nemen, aangezien deze spelvorm meerdere malen en op diverse manieren door Cruijff is gepropag
Jezelf vrijspelen
Een verdediger die met een dubbele schaar een tegenstander uitspeelt? Over het algemeen zijn passeerbewegingen voorbehouden aan aanvallend ingestelde spelers. Toch heeft iedere voetballer, ongeacht zijn positie, baat bij techniektrainingen, zegt Maurice Pot. "Elke voetballer moet zichzelf onder alle omstandigheden vrij kunnen spelen." "Kijk de beelden van het WK in Brazilië nog maar eens te
Het ontwikkelen van de traptechniek
"Er zijn niet zoveel spelers die zowel de wreeftrap als de effectbal tot in de perfectie beheersen. Zoals Hakim Ziyech inderdaad." Jonathan-trainer Koos van Tamelen probeert via allerlei pass- en trapoefeningen de traptechniek van zijn spelers te ontwikkelen. "Zonder goede traptechniek kun je alle tactiek overboord gooien." "Ik zeg weleens tegen mijn spelers: voetbal kun je ophangen aan een
Persoonljikheid van een speler ontwikkelen
Na jarenlang werkzaam te zijn geweest als jeugdtrainer, richtte Max Wimmers twee jaar geleden Maxxx Creative Soccer op. “Wij bieden trainingen op locatie aan, waarbij de creativiteit en de persoonlijkheid van een speler voorop staat. Een technische speler, die met lef en attitude een wedstrijd speelt, oftewel: een speler die het verschil maakt, waar zie je dat nog?” Een handje helpen Ve
Functionele techniek op maat
Een techniektrainer is zelden bij een club te vinden. Vreemd, volgens Nelson de Kok, die met zijn voetbalschool 2FAST clubs wil overtuigen van de meerwaarde van techniektrainingen: “Als je de functionele techniek onder de aandacht brengt, kunnen spelers mee in de ontwikkeling van het hedendaagse voetbal. Met een paar uurtjes met de bal aan de voet red je het tegenwoordig niet meer.” 2FAS
Het belang van de specialistentrainer
De voetbalwereld was al bekend met zogenaamde linietrainers, maar bij PSV gaat de specialisatie nog verder. Luc Nilis en Boudewijn Zenden trainen wekelijks de aanvallers van de eredivisionist, waarbij Zenden speciale aandacht heeft voor de buitenspelers en Nilis voor de centrumspitsen. Het betekent voor de spelers van PSV veel meer herhaling en daardoor extra leermomenten. Zelf flitste Boude
Techniektraining binnen de eigen club
Bij veel clubs zijn externe voetbalscholen actief om tegen betaling voetballertjes de fijne kneepjes van de voetbaltechniek bij te brengen. RKDVC uit Drunen doet dat anders. Deze Brabantse club faciliteert eigen trainers om de broodnodige techniektraining aan alle spelers aan te bieden. Ketelaars: “We bieden als club in het voor- en najaar de spelers een aantal extra techniektrainingen aan.
De spitsen vaak in scoringspositie laten komen
Sparta stevent af op promotie naar de Eredivisie met een aanval die er lustig op los scoort. Danny Koevermans, dit seizoen spitsentrainer op Het Kasteel, draagt zijn steentje daar zeker aan bij: Torinstinct, dat is het volgens velen, maar ‘De Koef’ voegt daar graag nog iets aan toe: “Op het trainingsveld moet je gewoon heel vaak in scoringspositie komen. Daarom moet je voor, tijdens of na
Op welk moment gebruik je welke techniek?
Voetballers moeten weten op welke momenten ze welke technieken moeten gebruiken. Met welk deel van de voet geven ze een crosspass? Wanneer is de Zidane een functionele schijnbeweging? En naar welke kant neem je de bal aan als jouw tegenstander naar links gaat? Jos Mekkes, assistent- trainer van het Nederlands Militair Elftal, techniektrainer van De Graafschap voetbalschool en vv-VIOD, maakt zij
Per positie specialiseren
De meeste techniektrainers komen in hun trainingen niet verder dan het inoefenen van de basistechnieken en het zo mogelijk functioneel toepassen van deze technieken. Peeters en van Wijk willen niet blijven steken op deze eerste twee niveaus. “Onze derde stap is contextafhankelijk trainen en het ultieme doel voor ons is ‘specialisatie op de positie’.” De ambitieuze trainers Peeters en
De crosspass: het verleggen van het spel
Het voetbal is de laatste decennia flink veranderd. Tegenstanders gunnen elkaar geen meter ruimte meer en dus moet er snel gehandeld worden om de vrije ruimte optimaal te benutten. Techniektrainer Jessin Bennadi besteedt daarom veel aandacht aan het opendraaien en de crosspass. Eén van de onderdelen waar hij als techniektrainer én als voetballiefhebber door gegrepen is, is het verleggen va
Als voetbalschool onderscheiden
De meeste voetbalscholen zetten alleen in op het beter maken van de spelers. De techniektrainers Mark en Jordi van de Sande van Voetbal Academie Brabant onderscheiden zich van andere voetbalscholen door ook de trainers op een hoger plan te brengen. Mark: We willen de kwaliteit van de trainers verhogen om op die manier een zo hoog mogelijk rendement uit onze trainingen te halen.” De 50-jari
Spelers extra bagage meegeven
Elke woensdagmiddag bieden Gert-Jan van Leiden, Reguillo Vandepitte en Giovanni Siereveld, alle drie spelend voor HSV Hoek in de Zaterdag Topklasse, trainingen aan in het Zeeuwse Vlissingen om het niveau van het jeugdvoetbal in de provincie naar een hoger plan te trekken. “Skills & Control geeft de spelers een extra bagage mee met als ultiem doel de provincie verlaten voor een profclub.”
1 2 3 4