Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Tips voor de strafschoppenserie
| Bedankt voor uw mening!
Woensdag 23 Mei 2018

De komende periode zullen weer veel (na)competitiewedstrijden, bekerwedstrijden en toernooien beslist worden door het nemen van strafschoppen. Een belangrijk onderdeel van het voetbal waar vaak minder aandacht aan wordt geschonken. Terwijl het soms wel grote verschillen oplevert: het Nederlands Elftal Onder17 werd zelfs Europees Kampioen met het winnen van drie strafschoppenreeksen op een rij. Hoe neem je nu een goede strafschop? In dit artikel zetten we de tips op een rij.

Tekst: Paul van Veen

We beginnen met een stelling:

De strafschoppenserie is een loterij.

Een favoriete vraag - die vaak wordt voorgelegd aan analisten – is of de strafschoppenserie een loterij is. Eigenlijk is hier maar één correct antwoord mogelijk:

Ja, het is een loterij.

Echter, het is geen loterij met gelijke kansen. Er wordt geen kop of munt gegooid. Je kunt namelijk de kans dat je een strafschop scoort vergroten en hiermee dus een voordeel krijgen ten opzichte van de tegenstander. Echter, het is essentieel om te weten dat dat nog geen enkele garantie is dat je een strafschoppenserie wint. Immers, als bijvoorbeeld de tegenstander zich ook verbeterd heeft in de strafschoppen, dan is jouw voordeel weer weg.

De gemiddelde kans dat een strafschop gescoord wordt, is op topniveau ongeveer 77%. Dit blijkt uit een analyse van 6 grote Europese competities. Hiervan wordt overigens ongeveer 6% gemist en dus gemiddeld 17% door de keeper gered.

Bron: JTay99/Reddit

Belangrijk is dus om je te richten op een zo’n hoog mogelijk percentage. Een scoringspercentage van 100% is onmogelijk, maar je kunt wel proberen om jouw percentage zo hoog mogelijk te krijgen. Stel je voor je kunt het percentage van 77% naar bijvoorbeeld 80% krijgen, dan heb je als coach een uitstekende prestatie geleverd. Dat zal je een voordeel geven ten opzichte van de concurrentie. Op welk niveau jouw percentage zit is overigens nagenoeg onmogelijk te meten.

En dan nog, je moet je realiseren dat dit geen enkele garantie geeft op het winnen van de strafschoppenserie, zoals te zien is in de volgende tabel:



Stel dat jouw team gemiddeld er 80% van de strafschoppen inschiet en de tegenstander gewoon gemiddeld scoort met 77%, betekent dit dat je toch ‘slechts’ 55,7% van de strafschoppenseries zult winnen. Je zult dus 44,3% toch nog verliezen, ondanks dat je beter bent dan je tegenstander. Voor veel voetbalanalisten is dit moeilijk te begrijpen en/of te accepteren. Voor die groep geldt vaak: als je wint, was je beter. Als je verliest, was de tegenstander beter en had je er maar beter op moeten trainen.

Dat is dus niet waar.

Ondanks dat je dus de kans maar iets groter maakt, is iedere procent mee genomen en maakt de kans net iets groter dat je die strafschoppenserie wint. Daarom zetten we een aantal tips om het percentage te verhogen op een rij.


Tip 1: Pak je rust voordat je trapt
Belangrijk is om jouw eigen tempo te bepalen bij het nemen van de strafschop. Laat niet het tempo door de tegenstander of door de scheidsrechter bepalen. Leg de bal rustig op de stip, wacht op het fluitje van de scheidsrechter en wacht dan nog even. Het is onderzocht dat je het beste minimaal één en maximaal drie seconden na het fluitsignaal van de scheidsrechter met de aanloop kan starten.  


Tip 2: Houd je aan de keuze voor de hoek
Bepaal waar je de bal wilt schieten en houd je vast aan de hoek. Het blijkt dat spelers die niet kijken naar wat de keeper doet, de bal veel beter in de hoek (en buiten het bereik van de keeper) plaatsen. Het is prima mogelijk om hier op te oefenen en daardoor vastigheid te kweken. Op een hoger niveau, waar er vaker gescout wordt en statistieken worden bij gehouden, zul je er als strafschoppennemer voor moeten zorgen dat je verschillende strafschoppen kunt nemen. Maar ook daar geldt: zorg er voor dat je van te voren bepaald hebt waar je gaat schieten en houd dan vast aan jouw keuze


Tip 3: Schiet met binnenkant voet
Het blijkt dat je een strafschop veel preciezer kunt mikken wanneer je met binnenkant voet schiet. Het blijkt zelfs dat de strafschop het op deze manier zelfs moeilijker wordt voor de keeper om in te schatten waar de bal gaat komen.


Tip 4: Kies een goede lengte van de aanloop
Een korte aanloop blijkt niet goed, maar een te lange aanloop levert relatief ook minder succes op. Zorg voor een aanloop van ongeveer 4 tot 6 stappen.


Overweging 5: Hard en hoog schieten
Geen tip, maar een overweging. Er is onderzocht dat hoger schieten dan 1 meter en 10 centimeter een grotere kans geeft om te scoren dan een bal onder die hoogte. Als de bal hoger is, dan is deze buiten het bereik van de keeper. Het blijkt zelfs dat een bal boven de 1 meter 62 nagenoeg nooit gestopt wordt, zoals je kunt zien in onderstaande redding-matrix van het Europees Kampioenschap van 2012


Bron: Telegraph.co.uk

Echter, het maakt de kans wel weer groter dat deze het doel compleet mist, zoals te zien is aan de missers van het Euro 2012:



Als je puur kijkt naar het aantal reddingen, dan zou je concluderen dat hoog schieten interessant is, maar als je kijkt naar de missers in de top van het doel, dan zie je dat er een groter risico aan zit. Daarom kiest maar 13% van de strafschopnemers om de bal hoog te schieten. De vraag die nog wel beantwoord moet worden is of de baten opwegen tegen het risico. Heb je spelers in het team die erg vast zijn in de trap, kan hoog schieten in jouw voordeel uitpakken.

Tips voor de strafschoppenserie:

Tot op heden richten we ons op de losse strafschoppen, maar een strafschoppenserie is vaak nog even wat specialer. Er staat vaak druk op een strafschop, maar in een strafschoppenserie staat er vaak nog wat extra druk op.  


Tip 1: win de toss
Misschien wel de belangrijkste tip is om de toss te winnen. Als je toss wint, kies dan om te beginnen. De statistieken wijzen uit dat je dan meer kans om de penaltyserie te winnen.


Tip 2: Oefen op de training
Gyuri Vergouw, schrijver van een boek over strafschoppen, geeft als tip dat het belangrijk is om een mentaal plaatje van de strafschop te hebben. Dit kun je realiseren door er regelmatig op te trainen, waardoor een speler dezelfde strafschop kan herhalen op ieder moment. Ook als er stress in het spel is en er druk op staat.
Het alleen oefenen als er mogelijk strafschoppenseries op komst zijn, is overigens niet voldoende. Je zult hier het hele jaar aandacht aan moeten besteden.


Tip 3: Simuleer de druk
Ook al is de druk wanneer het echt moet gebeuren nooit hetzelfde dan de druk op de training, er zijn verschillende methodes om de druk te simuleren die je ook tijdens een strafschoppenserie ervaart. De onderstaande methodes zijn niet onderzocht, maar dienen als inspiratie.

De eerste tip is om ook regelmatig tijdens de training een strafschoppenserie te doen. Laat spelers een lange afstand lopen en geef ze de gelegenheid een strafschop te nemen. Een fluitsignaal van de trainer kan de speler helpen om tot een vast patroon te komen.

De tweede tip is van Foppe de Haan. Zo liet hij spelers na de training één strafschop nemen. Immers, in de wedstrijd krijg je ook maar één kans om een strafschop te nemen. Miste ze die, dan volgde er een kleine straf.

Kees van Wonderen zette tijdens Euro 2018 voor Onder17 ook de druk op de strafschoppen tijdens de training: “Als je mist, moet je sprinten.”

In Engeland zijn er verhalen bekend van spelers die zelfs om de sleutels van de auto speelden bij het nemen van de strafschop. Niet dat we dit aanraden om te doen op de amateurvelden, maar je kunt begrijpen dat daardoor de strafschop wel onder druk genomen wordt.


Tip 4: Differentieel leren
Uit de principes van het differentieel leren weten we dat afwisseling belangrijk is. Het inslijpen, het op dezelfde manier te herhalen, blijkt niet de optimale manier. Natuurlijk is het belangrijk om de strafschoppen regelmatig ‘gewoon’ te nemen, maar probeer hierin te variëren. Bijvoorbeeld te werken zonder keeper (waarbij je in een bepaald vak moet schieten), met een rollende bal te schieten of vanaf 13 meter te schieten. Zelfs een darttoernooi kan zinvol zijn om te leren omgaan met de druk.


Tip 5: Juich!
Het klinkt misschien out of the box, maar het is wel degelijk onderzocht. Teams waarvan de spelers juichen na het scoren (of keepers die een strafschop redden), hebben meer kans om de strafschoppenserie te winnen.  Bron: Twelfe yard van B. Lyttleton


Tip 6: Zorg voor duidelijkheid
Maak voor de wedstrijd al bekend wie de strafschoppen neemt en in welke volgorde dit gebeurd. Dit zorgt voor een gevoel van controle bij spelers en zorgt dus uiteindelijk voor minder stress.

Tips voor communicatie naar het team
Er komt een moment dat je de beschikbare informatie gaat delen met de spelers. Kees van Wonderen gaf aan dat hij het team door middel van sheets op de hoogte heeft gebracht van de tips die bekend zijn over het nemen van strafschoppen.

Meer weten?
Er zijn drie bekende boeken geschreven over de strafschop.
1. In 2003 schreef Gyuri Vergouw een boek genaamd: ‘De strafschop: zoektocht naar de ultieme penalty’. Deze is alleen nog tweedehands te vinden.
2. In 2014 verscheen een ander Nederlands boek: ‘Duel in de zestien’, door John van der Kamp. Deze is nog wel te verkrijgen, bijvoorbeeld via bol.com
3. In 2016 verscheen het Engelstalige boek ‘Twelfe yards’ van Ben Lyttleton.  Deze is via Amazon verkrijgbaar
 
Wilt u het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29

Of: spaar voor een gratis abonnement door te winkelen in onze webshop

Spaaractie
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen


De O19 is een zeer belangrijke fase voor spelers. Na jaren ‘veilig’ in de jeugd gespeeld te hebben, moeten ze na de O19 klaar zijn voor de stap naar de senioren. Wat betekent dat als trainer? Hoe ga je daar mee om? In deel 1 vragen vragen we het aan twee O19-trainers die geselecteerd zijn om de UEFA-Pro te mogen volgen: Willem Weijs (NAC) en Paul Simonis (Sparta Rotterdam).

Tekst: Rogier Veenstra | Beeld: Gerrit van Keulen, Willem Weijs en Tim Hanstede

Ze zijn nog jong (Weijs 32 en Simonis 34), maar hebben beiden al geruime ervaring als (jeugd)trainer. Daarnaast moeten ze alle twee jeugdspelers klaarstomen voor het hoogste niveau van Nederland. We vragen ze naar hun werkwijze die ervoor moet zorgen dat spelers de stap naar het eerste elftal kunnen maken. “We stellen ontzettend hoge eisen, waarin aspecten als winnen, de speelwijze en de individuele ontwikkeling dagelijks terugkeren en nagenoeg altijd samengaan.”

Wat zijn de grootste verschillen tussen de O19 en jongere leeftijdscategorieën?
Weijs: “Ik zie de opleiding binnen een Betaald Voetbal Organisatie of amateurclub als een piramide. Je ziet van de O13 veel spelers doorschuiven naar de O14 terwijl het allesbehalve vanzelfsprekend is dat spelers van de O19 de stap maken naar het eerste elftal. Die één of maximaal twee seizoenen die je daar doormaakt als speler zijn dus wel cruciaal voor de toekomst. Dat besef ik als trainer ook. Er zijn dan ook zaken die bij de O19 veel meer de aandacht verdienen dan bij de jongere elftallen. Ik wil mijn spelers namelijk opleiden voor de senioren, in mijn geval het eerste elftal van NAC. Dat zorgt ervoor dat winnen een belangrijker onderdeel wordt, maar ook de benadering naar spelers is directer. Spelers kunnen meer wissel staan dan bij de jongste jeugd. Dat zorgt voor teleurstellingen. En op het veld moeten er zaken structureel beter worden uitgevoerd. Als dat niet het geval is, zal dat meer consequenties kunnen hebben dan bij de jongere jeugd. Leren winnen is een belangrijk onderdeel van het opleiden en wordt bij oudere jeugdteams belangrijker dan bij jongere teams.”

Simonis: “De benadering in alles is anders. We bootsen eigenlijk de manier van werken van het eerste elftal na. Dat houdt in dat we elke week heel erg gericht toeleven naar de volgende wedstrijd. We hebben informatie van de tegenstander, waardoor we spelers tactisch voor kunnen bereiden op de eerstvolgende wedstrijd. Dat doen we op het veld, maar ook met beelden. Van spelers wordt veel meer geëist dat ze in staat zijn om de gehele wedstrijd bepaalde afspraken na te komen en is er gewoon simpelweg minder ruimte voor fouten. Ook eisen we bij Sparta Rotterdam dat spelers in staat zijn om als een topsporter te leven. Wij faciliteren dat, de spelers moeten aantonen daar alles voor over te hebben. Dan kunnen ze overleven, anders zal helaas de kans op uitstroming groter zijn.”

Wat is belangrijker: winnen of de ontwikkeling van een speler?
Simonis: “Topsport valt en staat met winnen. En wij brengen hier op ‘Het Kasteel’ de spelers in de gelegenheid om als een topsporter te leven. Dan is winnen daar dus ook een belangrijk onderdeel van. Winnen leer je door te winnen. Daarmee bedoel ik dat er in een week heel veel momenten moeten zitten waar spelers kunnen winnen (of verliezen). Dat doe ik aan de hand van het zogeheten ‘sterrenklassement’. Bij tal van oefenvormen tijdens de trainingen zijn er sterren te verdienen. Soms al tijdens de warming-up, natuurlijk tijdens de partijvormen, maar ook na afloop van een training tijdens bijvoorbeeld een strafschoppenserie. Winnaars verdienen sterren, verliezers krijgen niks en moeten vaak zelfs nog spullen opruimen. De uiteindelijke winnaars ontvangen mooie prijzen. Er ontstaat op deze manier een bepaald enthousiasme en fanatisme dat ik altijd wil zien. Een handig trucje, waardoor je het winnen stimuleert. Onze taak is spelers opleiden voor ons eerste elftal. De ontwikkeling staat dus altijd met stip op één, maar dat is bij het laatste stapje naar dat doel of die droom onlosmakelijk met winnen verbonden.”

Weijs: “Dat gaat in mijn ogen hand in hand met elkaar. Wij als trainers van een O19-ploeg moeten de spelers voorbereiden op het grote werk. Wij proberen de spelers dus ook maximaal te ontwikkelen. De prestaties bij een eerste elftal zijn echter vaak het allerbelangrijkste. Dan zou het vreemd zijn als winnen van ondergeschikt belang is. Ik breng dit in de praktijk door oefenvormen te bedenken die betrekking hebben op onze speelwijze en ruimte geven om het individu te ontwikkelen in combinatie met het element winnen. Hierdoor maak je winnen belangrijk en train je tegelijkertijd bijvoorbeeld een aantal spelprincipes. Ten koste van alles willen winnen is ook een kwaliteit waar een speler uiteindelijk heel ver mee kan komen en moet dus ook dagelijks benoemd en gestimuleerd worden. Heb je deze eigenschap niet als speler, dan wordt het een lastig verhaal in het betaalde voetbal, maar ook in het amateurvoetbal.”

Gaat het winnen weleens ten koste van de ontwikkeling van een speler?
Weijs: “Als je het goed doet niet, al zijn er natuurlijk wel uitzonderingen. Als een speler niet goed genoeg is en zonder hem maak je meer kans om een wedstrijd te winnen dan kun je daarvoor kiezen als trainer. Zo werkt het bij de senioren ook en dus mag je die stap bij de O19 al maken. Aan de andere kant hebben wij een aantal spelers dat steeds meer ruikt aan het eerste elftal. Als een jeugdspeler op zondag op de bank zit bij de A-selectie en daardoor dus ook op zaterdag mee moet trainen, dan mist hij een wedstrijd van ons. Dan is de kans misschien iets kleiner dat we winnen, maar dan staat de ontwikkeling van een speler op één natuurlijk.

Waar ik op doelde met ‘als je het goed doet niet’, is de inhoud die je dagelijks traint. Zoals gezegd is winnen een belangrijk aspect binnen de O19. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het juist een onderdeel van de ontwikkeling van een speler is. Als je een duidelijke visie hebt als trainer of als club en deze trainbaar kunt maken, gaan ontwikkeling en winnen prima samen met elkaar. Een voorbeeld: als jeugdtrainer van de O13 werk je met spelers die veel minder tactische vaardigheden hebben en nog veel minder zelf in staat zijn om keuzes te maken dan bij de oudere jeugd. Als je een week lang de opbouw traint met drie verdedigers zou je ervoor kunnen kiezen om dat koste wat het kost terug te willen zien in de wedstrijd om de spelers dat te laten ervaren. Dus ook als de tegenstander daar een passend antwoord op heeft waardoor je in de problemen kunt komen.

Bij de O19 zou dat ten koste gaan van winnen en dat zou naïef zijn. ‘We zijn aan het opleiden dus ze mogen een maand of een jaar voordat ze debuteren tien fouten in één wedstrijd maken.’ Dat is natuurlijk onzin en strookt niet met de mentaliteit bij eerste elftallen. Daarom trainen wij dusdanig veel scenario’s, dat de ontwikkeling van de speler niet ten koste gaat van het winnen. Lukt de eerste manier om op te bouwen of om druk te zetten niet, dan hanteren we optie twee, drie of vier. Op deze manier ontwikkelen we de spelers als het gaat om de speelwijze en wordt de kans op winnen niet verkleind. Sterker nog: door het trainen van scenario’s en dus direct de speelwijze, vergroot je de kans om te winnen.”

Simonis: “Zoals gezegd staat de ontwikkeling bovenaan en hoort winnen daarbij. We hebben inmiddels vier spelers doorgeschoven naar Jong Sparta Rotterdam (Tweede Divisie), waarvan er ook al enkele geregeld met het eerste elftal meetrainen. Om aan te geven dat de speler altijd op de eerste plaats staat.

Wel is het zo dat winnen, naarmate spelers ouder worden, belangrijker wordt. Ik heb zelf allerlei leeftijden getraind en dan merk je veel verschil. Jonge spelers krijgen vanzelfsprekend meer tijd om tactische of technische vaardigheden te ontwikkelen en mogen ook meer fouten maken. Bij de O19 is daar weinig tot geen ruimte meer voor. Wij bereiden ons de hele week voor op de wedstrijd die gaat komen. Wij kijken naar de mogelijkheden om deze wedstrijd te winnen. Je kunt er dan voor kiezen om dit elke week met een aantrekkelijke speelstijl te bewerkstelligen, maar uiteindelijk gaat het wel om winnen.

Ik merk nu ook aan mezelf dat ik juist heel veel voldoening haal uit het resultaat dat voortkomt uit het strijdplan dat is getraind. Daar leren spelers in mijn ogen ook heel veel van, want het kan dus de ene week anders zijn dan de andere week. Zo kunnen wij ploegen tegenkomen die het initiatief aan ons overlaten, maar ook ploegen die zelf graag het heft in handen nemen. De kansen en bedreigingen zullen in die verschillende wedstrijden dus anders zijn en daar bereiden wij onze ploeg op voor. Zo kan het strijdplan iedere week iets anders zijn, zonder onze eigen identiteit te verliezen met daarbij horende afspraken binnen onze speelwijze.”

De winnaarspoule is een logisch gevolg van veel wedstrijden winnen. Is deze poule belangrijk voor jullie spelers?
Weijs: “De competitie is essentieel voor mijn spelers. De stap naar de senioren is moeilijk, omdat er voor minder spelers plek is, maar de stap is verder ontzettend groot, omdat het leeftijdsverschil ineens onbeperkt is. Je gaat dus tegen spelers voetballen die veel verder in hun ontwikkeling kunnen zijn op technisch, tactisch, mentaal of fysiek vlak en vaak ook veel ouder zijn. Ik vind het daarom essentieel dat mijn spelers nu wekelijks tegen de beste tegenstanders van het land spelen. De voetbalacties zijn van een hoger niveau en in een hoger tempo en worden ook nog eens langer volgehouden. Elke week worden mijn spelers maximaal uitgedaagd om hier iets tegenover te stellen. Het talent ontwikkelt zich dus op dit niveau in een veel hoger tempo.”

Simonis: “Uiteraard, maar voor de lichting die ik nu onder mijn hoede heb misschien nog wel meer. Zij slaagden er namelijk jaar na jaar steeds net niet in om de winnaarspoule te bereiken bij de voorgaande elftallen. Dus dit geeft deze groep wel weer een extra boost. Wij proberen er alles aan te doen om spelers op te leiden voor het eerste elftal door onder andere vaak aan te geven dat het ‘vijf voor twaalf’ is. De tijd begint immers te dringen. De faciliteiten zijn daarom ook dik in orde. Echter alles komt in een stroomversnelling wanneer je op een niveau acteert waar elke speler iedere zaterdag in alles maximaal moet leveren. Dus het winnen heeft ervoor gezorgd dat de spelers dit laatste half jaar nog beter worden voorbereid op een eventueel bestaan als profvoetballer. Als je het mij vraagt, zou dit dus een prima visie van een club op welk niveau dan ook kunnen zijn,. Een hoger niveau zorgt voor een snellere ontwikkeling van de spelers. Daarvoor moeten dus eerst wedstrijden gewonnen worden. Indirect heeft dat dus wederom met de ontwikkeling van spelers te maken.“

Simons en Weijs, opleidingstrainers bij uitstek, hebben dus wel een verandering in benadering toegepast nadat zij de stap maakten naar het oudste jeugdteam. Alles moet beter en is gericht op de stap naar de senioren. Toch blijkt in de praktijk dat deze stap nog altijd erg groot is voor jeugdspelers. Maar de werkwijze waar op dit moment bij NAC en Sparta Rotterdam voor gekozen wordt, moet ervoor zorgen dat deze talentvolle spelers al tijdens hun jaren bij de O19 worden voorbereid op het grote werk en dus in staat zijn om zich gemakkelijker aan te passen als het zo ver is.

Simonis: “Als je spelers klaar wilt stomen voor het eerste elftal en dus het betaalde voetbal, moet je als O19-speler leven als een prof en ook in de gelegenheid zijn om dat te kunnen doen. Dat faciliteren wij zoveel mogelijk. Ook bij de amateurs zie je vaak dat deze stap groot is. De mentaliteit is anders, er wordt soms meer getraind en er wordt in een hoger tempo gevoetbald. Dat kun je naar elkaar toebrengen door een plan te hebben voor het hoogste jeugdteam. Maak winnen belangrijker, ga vaker met de sterkste basisopstelling werken, integreer krachttraining en verhoog de trainingsintensiteit en laat spelers geregeld meetrainen met de senioren. Allemaal opties om het gat te verkleinen.

Wij doen dat door nagenoeg op dezelfde manier te werken als het eerste elftal. De trainingsweek is gericht op de eerstvolgende wedstrijd. In het begin van de week blikken we aan de hand van ons videoanalyse-systeem terug op onze eigen wedstrijd. Vervolgens bekijken we beelden van de tegenstander en komen zo tot onze kansen en bedreigingen. Als een tegenstander heel snel is in de omschakeling naar aanvallen, moeten we dus een training bedenken waarin de spelers in die teamfunctie worden uitgedaagd. Als een ploeg moeite heeft met diepgaande middenvelders, worden de hoofdrolspelers van ons team tijdens een training verzocht om in balbezit de ruimte achter de laatste lijn op te zoeken. We kunnen dan het moment en de richting prima op elkaar afstemmen en bereiden ons dus goed voor op de wedstrijd. Verder hechten wij veel waarde aan spelhervattingen, zowel verdedigend als aanvallend. Statistisch gezien wordt daar veel uit gescoord en verdient dat dus ook de aandacht. We trainen op hetzelfde veld als het eerste en de randvoorwaarden zijn prima in orde.”

Weijs: “De spelers hebben gewoon nog maar heel weinig tijd om zich te ontwikkelen en moeten de club overtuigen van hun kwaliteiten en meerwaarde voor het eerste elftal. Een contract staat op het spel en ik vind als trainer dat ik ze daarbij moet helpen. Uiteraard is de speler voor een heel groot gedeelte zelf verantwoordelijk voor het wel of niet slagen als voetballer, maar ik vind dat wij als trainers wel een helpende hand moeten bieden. Ik voel me zelfs verantwoordelijk voor mijn spelers of zij het wel of niet halen. Ik weet inmiddels wat er gevraagd wordt en welke kwaliteiten spelers moeten bezitten om de stap te maken. Dan is het dus ook mijn taak om ze dagelijks in situaties te brengen, waardoor zij zich kunnen ontwikkelen. Bij de senioren zijn de eisen hoog en dus ook tijdens de laatste stap daarnaartoe.

We zijn bezig met voeding en we hanteren veel beelden, ook van trainingen. We behandelen persoonlijke doelen en laten spelers net als bij het eerste elftal met hartslagmeters en GPS-systemen voetballen om te kijken of zij in staat zijn om het hoge tempo, dat gevraagd wordt, vol te houden. Doordat ik me verantwoordelijk voel, de lat hoog leg en elke dag hoge eisen stel aan mijn spelers, gaan de spelers, die doorhebben wat er op het spel staat, daarin mee. En ik heb gemerkt wanneer dat het geval is, spelers ook in het laatste jaar als jeugdspeler nog hele grote stappen kunnen maken.”
 /F1.jpg" />
Wat is belangrijk bij het trainen van de O19 (1)?
Gepubliceerd in April 2019
Wat is belangrijk bij het trainen van de O19 (1)?

De O19 is een zeer belangrijke fase voor spelers. Na jaren ‘veilig’ in de jeugd gespeeld te hebben, moeten ze na de O19 klaar zijn voor de stap naar de senioren. Wat betekent dat als trainer? Hoe ga je daar mee om? In deel 1 vragen vragen we het aan twee O19-trainers die geselecteerd zijn om de UEFA-Pro te mogen volgen: Willem Weijs (NAC) en Paul Simonis (Sparta R