Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Boekverslag Totaalcoachen XL: begeleiden met ActionType
4.0/5 | Bedankt voor uw mening!


Er verschijnen steeds meer (vak)boeken die ingaan op de pedagogische kant van het trainerschap. Bijvoorbeeld over het stimuleren van een groeimindset bij kinderen of coachingsmodellen om sporters beter te kunnen begeleiden. Het boek Totaalcoachen XL is zo’n boek, dat het model ActionType uitvoerig bespreekt aan de hand van theoretisch onderzoek. Dit model geeft de trainer/coach inzicht in zijn eigen temperament, maar ook het inzicht om sporters op maat te begeleiden.

 
Tekst: Twan Epe
 
Hoe ga je als trainer om met verschillende persoonlijkheden in een team? Totaalcoachen XL biedt je aan de hand van het model ActionType handreikingen om met verschillende sporters te communiceren en geeft je inzicht in de verschillende temperamenten die sporters kunnen bezitten. Er is een relatie tussen cognitieve, emotionele en motorische voorkeuren. ActionType gaat uit van de benadering ‘het lichaam als ingang’ voor het bepalen van persoonlijke profielen. Door inzicht te krijgen in verschillende profielen en voorkeuren van sporters, kun je je spelers beter begrijpen en begeleiden in hun ontwikkeling. Geen enkele speler is hetzelfde en kun je op dezelfde manier begeleiden.
 
Authentiek coachen
ActionType is een eclectische benadering waaraan het werk van allerlei wetenschappers ten grondslag ligt. In het eerste deel – Authentiek coachen – wordt de achtergrond van ActionType behandeld. Al snel maak je als lezer kennis met de attitudes en functies van ActionType, waaraan het model is opgehangen. Een actiontypeprofiel benoemt de denk- en handelingsvoorkeuren en wordt opgebouwd uit de inschaling van voorkeuren op vier dimensies, die bij het lezen al een duidelijk beeld geven van de voorkeuren van sporters:

1. Hoe richt een individu zijn aandacht: extravert of introvert?
2. Hoe neemt hij informatie op: zintuiglijk of intuïtief?
3. Hoe neemt hij zijn beslissingen: rationeel of gevoelsmatig?
4. Hoe staat hij in de wereld: afrondend of afwachtend? 

De eerste en vierde dimensie worden attitudes genoemd, levenshoudingen. Deze twee levenshoudingen kunnen van buitenaf worden opgemerkt. De tweede en derde dimensie maken deel uit van een innerlijk proces en worden mentale functies genoemd. Ieder actiontype wordt opgebouwd uit de inschaling van deze vier dimensies. Die attitudes en mentale functies worden aangeduid met letters, afkomstig uit de benadering van Jung:

- De E (Extraversion) voor extravert en de I (Introversion) voor introvert;
- De S (Sensing) voor zintuiglijk en de N (iNtuiting) voor intuïtief;
- De T (Thinking) voor rationeel en de F (Feeling) voor gevoelsmatig;
- De J (Judging) voor afrondend en de P (Perceiving) voor afwachtend. 

ActionType is niet bedoeld om sporters in een hokje te plaatsen, maar om hen beter te begrijpen. Het gaat erom dat je de essentie van dit model weet te vangen, namelijk dat iedereen een aangeboren innerlijke structuur heeft waardoor we onbewuste voorkeuren hebben voor bepaalde manieren van waarnemen, voelen, denken en bewegen. Op basis van bovenstaande attitudes en mentale functies zijn zestien actiontypes te onderscheiden. ActionType verschaft inzicht in deze voorkeuren. In de cognitieve ActionType-matrix worden de dominante functies per type weergegeven: ISiTJ (Plichtvervuller), ISiFJ (Loyalist), INiFJ (Raadgever), INiTJ (Mastermind), ISTiP (Ambachtsman), ISFiP (Componist), INFiP (Heler), INTiP (Architect), ESeTP (Promotor), ESeFP (Performer), ENeFP (Inspirator), ENeTP (Uitvinder), ESTeJ (Supervisor), ESFeJ (Verzorger), ENFeJ (Leraar) en ENTeJ (Veldheer). Deze zestien actiontypes zijn onder vier temperamenten te verdelen, zodat bij ieder temperament vier actiontypes horen.
 
Vier temperamenten
Ver voor Christus werd al over de vier temperamenten gesproken, die wij tegenwoordig kennen onder de namen sanguinicus, melancholicus, flegmaticus en cholericus. Griekse filosofen als Hippocrates, Plato en Aristoteles kwamen tot een vergelijkbare indeling. David Keirsey herkende de temperamenten in de typologie van Myers-Briggs. Hij herkende overeenkomsten tussen de vier NT-types en het flegmatische temperament; hetzelfde gold voor de vier NF-types en het cholerische temperament. Pas later zag Keirsey, anders dan Myers-Briggs vermoedde, dat het sanguine temperament werd vertegenwoordigd door de vier SP-types en het melancholische temperament door de vier SJ-types. De indeling: Artisan (SP), Guardian (SJ), Rationalist (NT) en Idealist (NF).
 
- SP – zintuiglijk en afwachtend: Artisan (handwerkman, artiest, ondernemer);
- SJ – zintuiglijk en controlerend: Guardian (hoeder, beschermer, cultuurbewaker);
- NT – intuïtief en rationeel: Rationalist (denker, wetenschapper, logicus);
- NF – intuïtief en gevoelsmatig: Idealist (wereldverbeteraar, raadgever, leraar). 

De auteurs van Totaalcoachen XL hebben deze temperamenten vertaald naar: Vakman (SP), Wachter (SJ), Rationalist (NT) en Idealist (NF). Keirsey definieert persoonlijkheid als een optelsom van onze persoonlijkheid, dat bestaat uit onze kernbehoeften, waarden en overtuigingen. Anders dan het karakter zijn deze zaken onveranderbaar. Elk temperament rekent op bepaalde, zeer van elkaar te onderscheiden vaardigheden van zijn coach. Aan jou als trainer dus de taak om de vaardigheden te ontwikkelen die passen bij elk van de vier temperamenten. Ieder persoon moet op een andere manier begeleid worden. Of beter gezegd: elk persoon wordt op een andere manier geprikkeld om het beste uit zichzelf te halen. Elk temperament kent dan ook zijn eigen benadering.
 
Zo heeft een Vakman (SP) angst voor beperkingen en heeft hij behoefte aan vrijheid. Een Wachter (SJ) heeft angst voor isolement, maar wel de behoefte om erbij te horen. Een Rationalist (NT) heeft op zijn beurt angst voor onbekwaamheid en dus de behoefte om competent te zijn. Een Idealist (NF) heeft angst voor conflicten en een enorme behoefte aan toewijding. De kunst van coachen met ActionType is om de spelers in de groep van elkaars temperament op de hoogte te brengen. Als de spelers van elkaar weten welke angsten en behoeften zij hebben, dan kunnen zij zich beter in elkaar en elkaars keuzes verplaatsen. Het is voor de coach belangrijk dat je weet wat elk temperament kenmerkt.
 
1. Temperament Vakman (SP)
Vaklui zijn impulsief, warmbloedig en praktisch. Als kenners van het sensuele zoeken zij zelf ook zintuiglijke stimulatie. Zij houden van spanning en opwinding en vinden het nemen van risico’s normaal. Aan regels laten zij zich weinig gelegen liggen. Zij hebben aanleg voor tactiek en sommigen van hen zijn geboren onderhandelaars. Extraverte Vaklui neigen naar performance (F) en ondernemerschap (T), introverte Vaklui naar ambachtelijkheid (T) en artisticiteit (F). Hun motto luidt: ‘Pluk de dag!’ Onder Vaklui vallen vier actiontypes: Promotor (ESTP), Performer (ESFP), Ambachtsman (ISTP) en Componist (ISFP). De kernbehoefte van Vaklui is vrijheid om te handelen in opwelling, mogelijkheid om invloed uit te oefenen. Zij volgen hun impulsen overal waar het kan.
 
2. Temperament Wachter (SJ)
Wachters zijn betrouwbare, zorgzame en precieze mensen die deel willen uitmaken van een groep. Het zijn sequentiële doeners en de bewakers van traditie. Ze vinden het zeer fijn als de rollen die zij geacht worden te spelen, welomschreven zijn. Onduidelijkheid en ongeorganiseerdheid irriteren hen. Zij hebben een voorkeur voor heldere structuren in hun omgeving en op hun werk en bereiden hun acties nauwgezet voor, volgens beproefde methodes, waarbij zij leren van fouten uit het verleden. Hun controlebehoefte maakt hen kwetsbaar als processen een onvoorziene wending nemen. Zij leven dan ook altijd met dubbele beelden: een helder beeld van hoe dingen zouden moeten gaan en een beeld van wat te doen als deze dingen ondanks alle voorbereidingen toch nog fout gaan.
 
Aangezien dubbele beelden de wortel zijn van faalangst, gaan velen daaronder gebukt. Hun motto luidt: ‘Als iedereen zich aan de regels houdt, zou alles op rolletjes lopen!’ De vier actiontypes die onder het temperament van de Wachter vallen, zijn: de Supervisor (ESTJ), de Verzorger (ESFJ), de Plichtvervuller (ISTJ) en de Loyalist (ISFJ). Wachters hebben als kernbehoeften: lidmaatschap, verantwoordelijkheid en plicht. Onderling vertrouwen met een Wachter ontstaat als de coach duidelijk maakt dat hij erbij hoort, dat hij lid is van het team en dat niets belangrijker is dan het overleven van dat team.
 
3. Temperament Rationalist (NT)
Rationalisten zijn eeuwige leerlingen op een queeste naar inzicht in de onderliggende principes van het universum. Hun taalgebruik is abstract zoals bij Idealisten en niet betrokken op concrete voorwerpen of mensen, maar op concepten, systemen en ideeën. Met Vaklui hebben zij een zucht naar functionaliteit gemeen, maar met Wachters slechts weinig, omdat mensen pas interessant voor ze worden als het experts zijn. Zoals zij meester willen zijn in logica, hebben zij ook de behoefte om meester te zijn over zichzelf.
 
Zelfcontrole is belangrijk voor ze, emoties vinden zij onhandig en onfunctioneel, omdat hun F-functie ondergeschikt is. Zij komen flegmatiek over op anderen, maar innerlijk kan het stormen van de spanning. Hun motto is: ‘Kennis is macht!’ De vier actiontypes die onder het temperament van de Rationalist vallen, zijn: de Veldheer (ENTJ), de Uitvinder (ENTP), de Mastermind (INTJ) en de Architect (INTP). Onderling vertrouwen ontstaat als je een Rationalist duidelijk maakt dat jij en het team een grote behoefte hebben aan zijn helderheid van geest en kennis, bekwaamheid en strategisch inzicht.
 
4. Temperament Idealist (NF)
Idealisten zijn complexe en unieke individuen met karakteristieke patronen. Zij zijn lang op zoek naar hun identiteit en willen een leven leiden dat van betekenis is voor de mensheid. Zij hebben een krachtige intuïtie en zijn gevoelig, creatief en gezegend met een rijke verbeelding. Ze willen anderen helpen hun levens ten volle te realiseren en zien daar altijd mogelijkheden toe. Optimistisch, enthousiast en gericht op het goede in mensen willen zij de wereld verbeteren. Het motto van een Idealist luidt: ‘Ik geloof in het menselijk potentieel en ik wil mijn beste zelf worden!’ Deze vier actiontypes vallen onder het temperament van de Idealist: de Inspirator (ENFP), de Leraar (ENFJ), de Heler (INFP) en de Raadgever (INFJ). Een beetje Idealist wil opgevraagd worden, hij wil gestimuleerd worden om het beste uit zichzelf te halen. Hij wil gecoacht worden op concentratie, omdat in die coachstijl het etaleren van zijn identiteit centraal staat: laat zien wie je bent, wat je wilt en wat je kunt. Idealisten willen zichzelf graag ontplooien.
 
Het motoriekmodel
Na het uiteenzetten van de vier temperamenten en de bijbehorende actiontypes worden in deel 3 (ActionType en motoriek), deel 4 (Coachen op concentratie), deel 5 (Coachen op peak performance) en deel 6 (Team in beweging) modellen besproken waarmee je spelers binnen hun voorkeuren optimaal kunt begeleiden. Bij de onderbouwing van het motoriekmodel wordt bijvoorbeeld uitgelegd dat ieder speler – vanuit zijn temperament – bepaalde beweegvoorkeuren heeft. Zo heeft de ene speler behoefte om de bal kort bij het lichaam te houden (de sporter denkt in het hier en nu), terwijl de andere sporter de bal liever verder van zijn lijf afhoudt (de sporter denkt in de toekomst). Je kunt een spits die diepgang als kwaliteit heeft niet omturnen tot een balvaste spits als diegene zich daar niet prettig bij voelt. In het boek wordt een voorbeeld gegeven van een jeugdspeler van AZ die van de trainer tegen zijn beweegvoorkeur in ander gedrag moest voorkomen.
 
Het gevolg was dat het lichaam van de speler overvraagd werd en de speler blessures kreeg, maar ook niet meekon met het team. Het gevolg: hij viel af en moest weg uit de jeugdopleiding. Later bleek na onderzoek dat hij verkeerd gecoacht en gebruikt was. Deze casus maakt duidelijk dat het potentieel dat een speler heeft er alleen uitgehaald kan worden als de trainer de motorische voorkeuren van zijn spelers kent en hen daar ook op coacht. Een ander model dat wordt besproken, is het aandachtsmodel. Om de aandacht erbij te houden, zijn voorwaarden nodig. Vaklui zijn goed in het vrijmaken van hun aandacht en Wachters in het verzamelen van hun aandacht. Rationalisten in het richten van hun aandacht en Idealisten zijn op hun beurt goed in het vastzetten ervan.
 
Het aandachtsmodel
Een onderdeel van concentratie is omgaan met spanning en druk. Spanning ontstaat door verbeelding. Op het beeld van de komende wedstrijd reageert het lichaam met de presteerstand. Druk ontstaat door verwachtingen. Sporters zetten deze verwachtingen om in eisen die zij aan zichzelf stellen. Daardoor komt het woordje ‘moeten’ in het spel en wordt druk ervaren. Onder andere vanuit de temperamentenleer is onderzoek gedaan naar stressoren. Wanneer een speler uit je team in een wedstrijd een deuk heeft opgelopen en zich na een wedstrijd opgefokt gedraagt, is het zaak hem voor de eerstvolgende training weer op de rails te krijgen. Zijn temperament geeft jou als trainer/coach inzicht in wat er moet gebeuren om weer aan zijn kerndoelen te voldoen.
 
Gedragsverandering
Als trainer ben je verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de spelers in je team. In dat proces probeer je spelers niet alleen beter te maken, maar wil je hen ook beter in de teamtactische discipline laten spelen. Met andere woorden: je wilt dat spelers jouw visie op voetballen delen. Dat kan betekenen dat je het gedrag van spelers moet veranderen. De auteurs van ActionType helpen in het boek een misverstand uit de wereld: een coach beschikt over technische, tactische en fysieke kennis van zijn sport, maar de sleutel tot succes ligt niet daar alleen. Deze sleutel tot succes vind je namelijk in het emotionele.
 
Een sporter vraagt zich namelijk af waarom hij iets niet of slechts moeizaam onder de knie krijgt. Of je het nu wilt of niet, iedere gebeurtenis roept positieve of negatieve gedachten op. Vanuit die gedachten ontstaat een positief of negatief gevoel. En vanuit dat gevoel ontstaat gedrag met zekere gevolgen. Dit laatste is hoe het zich uit, maar in de gedachten vind je de invalshoek voor veranderingen die je betoogt. Gedragsverandering heeft niet alleen betrekking tot het cognitieve, maar zeker ook op de emotie. Zelfs het schaven aan techniek en het opbouwen van fysieke vaardigheden kan eronder worden gerangschikt. Als je aanpak naadloos aansluit bij de cognitieve, emotionele en motorische voorkeuren van de sporter, dan wordt hij efficiënter en stabieler. Door hem daarna benieuwd te maken naar volgende stappen, open je de weg naar zelfexpressie.
 
Persoonlijkheidsontwikkeling
Spelers kunnen zo onderduiken in hun sport dat ze vergeten dat er ook zoiets bestaat als persoonlijkheidsontwikkeling. De aaneenschakeling van trainingen en wedstrijden brengt dit maar al te gemakkelijk met zich mee. Zij werken aan het verbeteren van hun tactische, technische en fysieke vaardigheden, maar zien het mentale en emotionele doel over het hoofd. Dit komt overeen met werken in het rode gebied. Dit gebied, waarin de concrete uitvoering van de acties centraal staat, kun je zien als het dragende midden van hun ontwikkeling. Hier moet het immers gebeuren. De andere gebieden hebben daar grote invloed op. Het coachmodel met de bijbehorende hoofdvragen kan daarbij helpen.
 
Om spelers te helpen bij hun ontwikkeling, moet je als trainer een vertrouwensband met de spelers opbouwen. De ontwikkeling van een speler gaat niet in een rechte lijn die te voorspellen is. Dat gaat met ups en downs. Daarnaast krijgt een speler in een seizoen te maken met tegenslagen, zoals blessures, een vormdip, een rode kaart, et cetera. Om een speler ook op emotioneel niveau te begeleiden, heeft hij jou op al die momenten nodig. Daar horen verschillende rollen bij met vragen die jij voor spelers moet beantwoorden:

- De trainer is inspirator (je coacht op zingeving, missie en visie): een speler denkt vanuit zingeving en de speler vraagt zich het volgende af: waar doe ik het voor?;
- De trainer is mentor (je coacht op identiteit, waarden en overtuigingen): een speler denkt vanuit identiteit (en vraagt zich het volgende af: wie ben ik eigenlijk?) en vanuit overtuiging (waarom doe ik zus of zo?). Deze rollen van de trainer zijn ontwikkelingsgericht. Dit geldt zowel voor de waarden als de vragen;
- De trainer is trainer/coach (je coacht op talent, rol en vaardigheid en gedrag): een speler denkt vanuit talent (hoe doe ik het?) en vanuit gedrag (wat doe ik?);
- De trainer is gids (je coacht op omgeving, middelen, hulpbronnen, methodes en technologie): een speler denkt vanuit de omgeving en vraagt zich het volgende af: wat is er aan de hand?). Deze rollen van de trainer zijn oplossingsgericht. Onder deze vier rollen en hun waarden liggen de actiontypeprofielen van de spelers. 

Werken met doelen
Naast het aanpassen van je gedrag op wat de speler op dat moment van je vraagt, is het voor spelers belangrijk om doelen te stellen. Anders zouden je acties als los zand aan elkaar hangen en is er geen lijn en structuur. De auteurs van Totaalcoachen XL gebruiken de metafoor van de ijsberg om duidelijk te maken wat zich achter het stellen van doelen afspeelt. Omdat gedrag van buitenaf zichtbaar is, bestaat al snel de neiging om alleen daarop te reageren. In acute gevallen kan dat best handig zijn, maar verwacht niet dat je speler daarmee structureel zijn gedrag zal veranderen. De metafoor van de ijsberg gaat uit van drie lagen (laag 3 en laag 2 zijn zichtbaar: meer bewust gedrag. Laag 1 is onzichtbaar: onbewust gedrag). Laag 3 is de bovenste laag van de ijsberg: gedrag (doen = discipline), laag 2 is de middelste laag van de ijsberg: vaardigheden en talent (kunnen = talent). Deze twee lagen liggen boven het water (en zijn dus zichtbaar). Laag 1 is de onderste laag van de ijsberg: drijfveren, motivatie, identiteit, waarden en overtuigingen, zingeving en missie (willen, durven = doen). Laag 1 ligt onder water (en is onzichtbaar).
 
Je zult dus onder water moeten duiken om bij de bronnen van je sporters te komen om van daaruit met hen zwemmend omhoog te klimmen. ‘CLIMB’ is acroniem voor (zo kom je bij hun individuele bronnen uit, die de input leveren voor het samenwerkingsproces. Doelen stellen, start daarom altijd bij het individu en is aan voorwaarden gebonden):

- C = choice: de keuze om het te gaan doen;
- L = live today: geniet vandaag, terwijl je je op de dag van morgen voorbereidt;
- I = inspiration: de bevlogenheid;
- M = motivation: wat zijn de beweegredenen, de drijfveren daarachter;
- B = believe: het diepe geloof, de overtuiging dat je het kunt. 

Ontwikkelingsprocessen
Een speler gaat zich dus pas ontwikkelen als hij de motivatie om een doel zich eigen te maken uit zichzelf kan halen: je moet zoeken naar de drijfveren van de sporter om de speler beter te maken. Dat kan door spelers te coachen op de beginnersgeest: waarom beleeft de speler plezier aan de sport die hij beoefent? Een bekend gegeven – vooral in de jeugd – is dat trainers met elkaar of met leden van de technische commissie in gesprek zijn en zeggen dat ‘een speler zich niet ontwikkelt’. De ontwikkeling van een speler gaat altijd (per doel) in vier fases: (1) van onbewust onbekwaam naar (2) bewust onbekwaam naar (3) bewust bekwaam naar (4) onbewust bekwaam. Als een speler op een gegeven moment geen ontwikkeling vertoont, dan kan het zijn dat hij deze fases voor een doel is doorgegaan en voor dat doel ‘uitontwikkeld’ is. Om een speler dan opnieuw in ontwikkeling te brengen, stel je samen met hem een nieuw doel op, zodat diegene de vier fasen opnieuw kan doorlopen. Is een speler niet in ontwikkeling of ben jij als trainer aan zet om hem weer tot ontwikkelen te brengen? Denk daarbij weer aan de beginnersgeest: een speler komt naar de club om van zijn sport te genieten. Hij wil zich wel ontwikkelen, maar heeft jou als trainer nodig om samen doelen op te stellen.
 
Spelers feedback geven
Als je samen met een speler een doel hebt opgesteld, is het belangrijk om een speler feedback te geven op zijn voortgang. Feedback is het meest zinvol als die kort na de gebeurtenis gegeven wordt. Gebruik als het maar even kan sandwichfeedback. Als je merkt dat een speler serieus probeert de volgende stap te maken, geef je feedback op het juiste moment. Negatieve feedback is meestal niet zo acceptabel voor sporters. Hij zal reageren met het verhogen van de dijken van zijn weerstand. Maar negatieve feedback die verpakt is (als een sandwich) tussen twee positieve opmerkingen, werkt doorgaans veel beter, vooral als tussen die verpakking een toevoeging wordt gegeven:

- Wat is expliciet goed gegaan?;
- Wat kan verbeterd/toegevoegd worden (begin de toevoeging altijd met ‘en’ in plaats van ‘maar’)?;
- Wat is het positieve perspectief (rond het geheel positief af, spreek in termen van potentie en/of ruimte voor groei in plaats van fouten verbeteren)? 


De kunst van herkaderen
Spelers spelen gedurende een seizoen veel wedstrijden. Iedere wedstrijd kent zijn eigen verloop en iedere speler beleeft de wedstrijd (of de aanloop daarnaartoe) op zijn eigen manier. De overtuiging waarmee spelers dergelijke situaties tegemoet treden, is dan ook gekleurd. Dat eigen beeld van de werkelijkheid is tot stand gekomen door te generaliseren, te vervormen en zaken weg te laten. Het geeft ze houvast en wordt door hen beleefd als de werkelijkheid. Overtuigingen kunnen zowel een stimulerend als een belemmerend karakter dragen. Bij het streven naar vooruitgang zullen de belemmerende overtuigingen gaan knellen. Het omzetten van belemmerende naar stimulerende overtuigingen noemen de auteurs van Totaalcoachen XL ‘herkaderen’. Als coach begin je met het onderzoeken en begrijpen van de persoonlijke logica in een overtuiging, om vervolgens belemmerende overtuigingen om te buigen naar positieve.
 
De coach die de kunst van het herkaderen beheerst, is in staat negatieve ervaringen op elegante wijze in een ander kader te plaatsen. Hij doorgrondt de persoonlijke logica van de oorzaak-gevolgredenering en de vergelijkingen die de sporter trekt, en vormt de kern van de belemmering om. Door deze manier van werken ontstaat er snel draagvlak bij de sporter, kun je weerstanden overwinnen en creëer je verstrekkende mogelijkheden. Je speelt met de woorden van je speler om hem vanuit zijn belemmerende overtuigingen een nieuwe, positieve horizon te geven. Dat kan na een wedstrijd die een slecht resultaat heeft opgeleverd. Haal de goede fase aan waarin je terugkwam van een 0-2 achterstand en de stand gelijktrok tot 2-2. Wat deden jullie goed in die fase? Als team en individueel?
 
Werken met ActionType
ActionType staat of valt met het vaststellen van het juiste profiel van je spelers. Er zijn onderlinge verschillen op cognitief, emotioneel en motorisch gebied. Waar het gaat om prestatiegedrag vormen voor de persoon deze gebieden een drie-eenheid. Ze zijn in onze natuurlijke drang om te overleven evolutionair zo sterk in ons verankerd dat ze niet te scheiden zijn. ActionType gaat uit van de zoektocht naar de ontwikkeling van menselijk potentieel, dat individueel werkt. Ook in teamsporten geldt dit principe. Je kunt met ActionType de persoonlijke voorkeuren van je spelers in kaart brengen. Elk persoon, met zijn eigen voorkeur, vraagt een eigen aanpak in de begeleiding om het beste uit die speler te maken. De vier temperamenten met de vier actiontypes per temperament (zestien actiontypes in totaal) maken het voor jou als trainer mogelijk beter in te schatten hoe je ieder individu op maat kunt begeleiden. De onder dit model gelegen modellen en processen zijn op deze leer gestoeld, waardoor je als trainer met ActionType veel tools aangereikt krijgt om spelers in allerlei situaties verder te helpen in hun ontwikkeling. Het credo kan zijn: winnaars hebben een plan, verliezers excuses.
 
Beoordeling: *****
 
Over de auteur van dit artikel



Twan Epe (27) is in het bezit van onder andere UEFA C Youth/TC III Jeugd en voor het derde jaar op rij werkzaam als trainer bij SDC Putten. Dit seizoen is hij hoofdtrainer van JO15-1. Voorheen werkte hij vier jaar als hoofdtrainer in de jeugdopleiding van Hierden.
 

U heeft een deel van het artikel gelezen. Het hele artikel is exclusief beschikbaar voor leden van het Voetbal Kennisplatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Alle kennisplatformen voor €29 Kennisplatform + Oefenstof + Trainingsplanner €44 Totaalabonnee voor €58
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Kennisplatform Boekenoverzicht
Boekverslag The Philosophy of Marcelo Bielsa
Mauricio Pochettino, Gerardo Martino, Dario Franco, Diego Simeone, Jorge Sampaoli, Pep Guardiola – allemaal zijn ze geïnspireerd door Marcelo Bielsa en zijn manier van denken. Indirect gebruiken honderden en honderden managers onwetend de principes d
Ik, de coach | coachen in contact
Tijdens de trainersopleidingen van de KNVB word je als trainer/coach vooral geschoold in tactische en technische vaardigheden. Je leert een ploeg neerzetten door een speelwijze op te zetten en deze eigen te m
Zelfregulatie in de sportpraktijk | Boekverslag
Trainers zijn steeds op zoek naar manieren, tools en oefenstof om hun spelers beter te maken. Maar welke handvaten bestaan er voor spelers om zelf actief bezig te zijn met hun eigen ontwikkeling. ‘Zelfregulatie in de Sportpraktijk’ van
Samen bereik je meer
Hoe kun je als trainer meer halen uit individuele spelers, maar ook uit je team? Een team dat eigenlijk een groep van individuen is. In het boek 'Samen bereik je meer' wordt ingegaan op deze k
Boekverslag: Handelingssnelheid in voetbal
In het boek Handelingssnelheid in voetbal geeft Björn De Neve inzicht in zijn opleidingsvisie om de jeugdvoetballers (nog) beter te begeleiden waarbij er rekening wordt gehouden met de ve
Mijn Stijl van Toon Gerbrands | Boekverslag
Als trainer en coach in het volleybal wist de Fries Toon Gerbrands de top te bereiken. Daarna volgde een overstap naar andere sporten: schaatsen en later voetbal. De algemeen directeur van voetbalclub PSV staat voor een heldere en duidelijke no nonsens-visie
Ontdekkend leren voetballen
Het boek ‘Ontdekkend leren voetballen’ past binnen de meest recente trends in het jeugdvoetbal zoals het impliciet leren (
Chaos: van task naar teamwork
In het boek CHAOS geven Wietske Idema en Marjolein Torenbeek antwoord op de vragen; hoe ontwikkel ik het aanpassingsvermogen van teams én hoe creëer ik een zelfregulerend team? In dit artikel schetsen we de belangrijkste bevindingen en voorbeelden. Tekst: Erik van den Berg, jeugdtrainer voetbalacademie NEC / FC Oss De schrijfsters
Boekverslag The Philosophy of Marcelo Bielsa
Mauricio Pochettino, Gerardo Martino, Dario Franco, Diego Simeone, Jorge Sampaoli, Pep Guardiola – allemaal zijn ze geïnspireerd door Marcelo Bielsa en zijn manier van denken. Indirect gebruiken honderden en honderden managers onwetend de principes d
Boekverslag: Handelingssnelheid in voetbal
In het boek Handelingssnelheid in voetbal geeft Björn De Neve inzicht in zijn opleidingsvisie om de jeugdvoetballers (nog) beter te begeleiden waarbij er rekening wordt gehouden met de ve
Ik, de coach | coachen in contact
Tijdens de trainersopleidingen van de KNVB word je als trainer/coach vooral geschoold in tactische en technische vaardigheden. Je leert een ploeg neerzetten door een speelwijze op te zetten en deze eigen te m
Mijn Stijl van Toon Gerbrands | Boekverslag
Als trainer en coach in het volleybal wist de Fries Toon Gerbrands de top te bereiken. Daarna volgde een overstap naar andere sporten: schaatsen en later voetbal. De algemeen directeur van voetbalclub PSV staat voor een heldere en duidelijke no nonsens-visie
Zelfregulatie in de sportpraktijk | Boekverslag
Trainers zijn steeds op zoek naar manieren, tools en oefenstof om hun spelers beter te maken. Maar welke handvaten bestaan er voor spelers om zelf actief bezig te zijn met hun eigen ontwikkeling. ‘Zelfregulatie in de Sportpraktijk’ van
Ontdekkend leren voetballen
Het boek ‘Ontdekkend leren voetballen’ past binnen de meest recente trends in het jeugdvoetbal zoals het impliciet leren (
Samen bereik je meer
Hoe kun je als trainer meer halen uit individuele spelers, maar ook uit je team? Een team dat eigenlijk een groep van individuen is. In het boek 'Samen bereik je meer' wordt ingegaan op deze k
Chaos: van task naar teamwork
In het boek CHAOS geven Wietske Idema en Marjolein Torenbeek antwoord op de vragen; hoe ontwikkel ik het aanpassingsvermogen van teams én hoe creëer ik een zelfregulerend team? In dit artikel schetsen we de belangrijkste bevindingen en voorbeelden. Tekst: Erik van den Berg, jeugdtrainer voetbalacademie NEC / FC Oss De schrijfsters