Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
De vijf manieren van coachen
| Bedankt voor uw mening!
Donderdag 28 Juni 2018

De tijd dat je als trainer kon beperken tot één manier van coachen is niet meer van deze tijd. De moderne trainer kiest - naast het thema dat getraind wordt - de manier van coachen van de training. Voor de trainer is het belangrijk om te weten welke manieren van coachen er zijn, te kiezen voor de methode van coachen en dit af te wisselen, omdat iedere manier van coachen voordelen heeft.

Tekst: Paul van Veen | Beeld: Gerrit van Keulen, Ronny Pluk, Theo Peeters, Jim de Bruijn

De vijf manieren van coachen die we onderscheiden:
1. Instructie
2. Vraag en antwoord
3. Observeren en feedback
4. Begeleid ontdekken
5. Trial and error

Hierbij is het belangrijk om aan te geven dat er geen goed of fout is. Het is belangrijk als trainer een bewuste keus te maken om voor een bepaalde methode te coachen. Dit kan per training verschillen, maar ook per situatie.


1. Instructie
In deze manier van coachen zegt een trainer wat er moet gebeuren. Dit is een vaak bekritiseerde manier van coachen, zo is het ‘voorzeggen’ een taboe in Nederland waar veel trainers kritiek op hebben. Toch is deze manier veel breder dan alleen het voorzeggen.

Instructie kan bijvoorbeeld ook bestaan aan het voordoen. Vooral bij jonge jeugd - die vaak leren door kopiëren - is een voorbeeld belangrijk om het na te doen. Denk aan een (schijn)beweging of het schieten van de bal.

Een andere vorm van instructie is wanneer je een bepaalde manier van spelen wilt aanleren. Op het moment dat je kiest voor zonedekking in plaats van mandekking, begint dat met een stuk instructie. Een ander voorbeeld is dat je misschien door jouw kennis niet meer wilt dat spelers een ouderwetse hoge voorzet geven of dat je als trainer keuzes maakt hoe hoog er druk gezet gaat worden.
 
Je kunt ook oefenvormen verzinnen waarbij spelers aan vaste taken zitten, bijvoorbeeld om spelers te leren dat in wedstrijden ze ook aan bepaalde taken vast zitten. Immers, zeker in het amateurvoetbal hebben spelers nog wel eens moeite om de instructies van de trainers uit te voeren. Ook dat is een kwaliteit die spelers aangeleerd moet worden.

Ook hebben sommige (type) spelers behoefte aan duidelijke instructie en vragen zelfs wat ze moeten doen in een bepaalde situatie. Deze spelers help je enorm door ze regelmatig op weg te helpen en de vragen te beantwoorden.

Tenslotte is er ook niets mis met het af en toe voorzeggen. Het helpt spelers op korte termijn, kan daarmee het vertrouwen vergroten en soms kunnen ze zelfs op die manier ‘het kwartje vallen’. Voorkom echter dat ze afhankelijk van de coach worden door het altijd voor te zeggen. Dan schiet je het doel voorbij.

Dat is ook meteen het nadeel van (te veel) instructie. het kan ten koste gaan van het zelf nadenken en de creativiteit van spelers. Daarnaast kan het de motivatie van sommige spelers negatief beïnvloeden, omdat ze geen vrijheid hebben om zelf keuzes te maken.


2. Vraag en antwoord
Deze methode wordt vaak in Nederland gezien als de beste methode: het vraag en antwoord. Hierbij stelt de coach een vraag aan het team of de speler om op deze manier de spelers betrokken te maken bij de besproken situatie.

Het voordeel is meteen duidelijk. het dwingt de speler om ook mee te denken met de situatie en als iemand ergens zelf actief over meedenkt, levert dit vaak een beter leerresultaat op. Bij alleen luisteren kunnen spelers met hun gedachten afdwalen of afhaken, bij interactie is die kans veel kleiner.

Deze methode valt toe te passen in de bespreking, maar ook op het trainingsveld.
Om het optimale uit deze methode te halen, is het belangrijk om spelers echt te laten nadenken. Natuurlijk kun je deze methode gebruiken om te kijken of ze een eerdere instructie onthouden hebben (waar er eigenlijk maar één goed antwoord mogelijk is), maar spelers worden vaak nog meer uitgedaagd om ze echt over de situatie na te denken en wanneer je als trainer ook met ‘echte’ open vragen werkt.

De valkuil van deze methode is dat wanneer je onduidelijke vragen gaat stellen, waarbij spelers zich moeten bedenken wat jij als trainer wilt horen en ze in de gedachtegang van de trainer mee moeten gaan. Belangrijk is dus dat je goed nadenkt over de vragen en geen vragen gaat stellen puur om maar vragen te stellen. Ook is het belangrijk om door te gaan op ‘goede’ antwoorden van de spelers, ook al had je zelf een ander antwoord in je hoofd. De methode is niet het doel, het leereffect van de spelers is het doel.

Een andere factor waar je rekening mee moet houden is dat niet iedere speler hetzelfde is. Daar waar veel trainers vaak geen moeite hebben met spreken in het openbaar geldt dit niet voor iedere speler. Het kan voor sommige spelers een bepaalde stress opleveren dat ze in de groep iets moeten zeggen. In plaats van iedereen over één kam scheren, kijk goed of je speler echt helpt bij deze methode of dat je ze juist onzekerder maakt als je deze methode toepast.
 
David Romijn (archieffoto uit TrainersMagazine - april 2018)


3. Observeren en feedback
Bij het observeren en feedback geven krijgen spelers een opdracht, deze wordt geobserveerd en daarvan wordt er feedback gegeven hoe goed die opdracht uitgevoerd is.

Dit kan op verschillende manieren. De meest bekende manier is waarop de coach bijvoorbeeld in een oefenvorm de opdracht geeft om de derde man te vinden en daarna aangeeft wat er goed en fout ging.

Een andere mogelijkheid is wanneer je als coach samen met de speler naar beelden kijkt en dan aangeeft wat de speler goed of fout deed. Het verschil in de tweede situatie is dat beide in dat geval de observerende rol innemen.

Het innemen van de observerende rol zorgt ook vaak voor een leereffect. Zo kun je spelers ook taken geven. Vraag bijvoorbeeld aan de spelers die als kaatser fungeren om op iets te letten (bijvoorbeeld het vrijlopen of hoe spelers zich aanbieden) of als je met wissels werkt, kunnen zij ook een observatieopdracht krijgen en uiteindelijk om hun feedback gevraagd wordt. Of je maakt tweetallen die elkaar feedback geven. Het onderling geven van feedback is een krachtig wapen, waar we vorig jaar een heel artikel aan gewijd hebben: Peer review: spelers elkaar laten helpen


4. Trial and error
De coachmethodes ‘trial and error’ en ‘begeleid ontdekken’ zitten dicht bij elkaar. Het grote verschil zit eigenlijk in de rol van de coach.

Dit is eigenlijk vooral de manieren waarop vooral baby’s en jonge kinderen leren. Je probeert iets, je maakt daar fouten, van die fouten leer, totdat je hebt gevonden wat wel werkt. Bij het trial and error is de rol van de trainer wat meer op de achtergrond. De rol van de trainers ligt vooral in het motiveren en stimuleren van spelers, waarbij de spelers de vorm uitvoeren. De coach kan er voor kiezen om de voorwaarden optimaal te houden (ruimte niet te klein of te groot) en voor de rest zijn spelers vrij.
Om deze manier van coachen effectief te laten zijn, is het belangrijk dat er bij de spelers voldoende motivatie is om van de fouten te leren. Vergelijk het niet met het straatvoetbal: spelers die zelf besluiten op straat te gaan voetballen, doen dit vaak vanuit een andere motivatie dan spelers op de training. Of deze voorwaarde aanwezig is, zul je als coach goed moeten bewaken.

 
Archieffoto TrainersMagazine april 2018


5. Begeleid ontdekken
Bij het ontdekkend leren probeert de coach spelers in een uitdagende situatie te zetten. Hierbij kiest de coach voor een impliciet leerproces.

Dit kan zijn door bijvoorbeeld de spelregels zo aan te passen dat spelers (vaak onbewust) voor een bepaalde voetbalhandeling moeten kiezen. De mogelijkheden zijn hierin legio en passen niet in dit artikel om allemaal te benoemen.

Of je kunt spelers uitdagingen meegeven. Bas van Baar gaf in zijn artikel over Deliberate Play daarin verschillende tips en mogelijkheden, die je hierin kunt toepassen, die bewezen effectief zijn.


Werken met de manieren van coachen
Je moet deze categorisering (die bijvoorbeeld door de Engelse FA gebruikt wordt) als hulpmiddel zien. Jouw manier van coachen hoeft niet per se in één van de ‘hokjes’ te passen. Het kan zomaar zijn dat je voor een manier kiest die een combinatie is van meerdere stijlen of moeilijk in een hokje te plaatsen is. Dat is niet erg, dat is juist goed.

Dit is een hulpmiddel en geen doel.

Door hier af en toe over na te denken, kijk je kritisch jouw manier van coachen, kun je bewuste keuzes maken en goed kijken hoe spelers hierop reageren. Als tip wil ik wel meegeven om je niet tot één stijl te beperken. Als je altijd voor instructie en voorzeggen kiest, dan moet je je afvragen of spelers straks zelf in het veld wel zelf keuzes kunnen maken. Maar dat geldt voor allemaal: iedere stijl heeft zijn voor- en nadelen.

Zoals gezegd: er is geen goed of fout. Belangrijk is dat je op momenten nadenkt over jouw manier van coachen (val je niet altijd in hetzelfde patroon) en hier dus bewuste keuzes in maakt.
 
Wilt u het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen