Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Harder trainen? | Tips voor de praktijk
| Bedankt voor uw mening!
Dinsdag 25 September 2018

In het artikel van vorige week met Tom Stevens 'Moeten we harder trainen in Nederland' vertelde Tom Stevens over de resultaten uit zijn wetenschappelijke onderzoek. Nu we de resultaten uit het onderzoek hebben, geeft Tom Stevens ook enkele tips voor trainers voor de vertaling naar de praktijk.

Tekst: Paul van Veen
 
 
Tip: lees het artikel met de resultaten van het onderzoek van Tom Stevens eerst -> Moeten we in Nederland harder trainen?

Tip 1: Weten wat jij wilt trainen
“De eerste tip is om te bepalen wat jij wilt trainen. Dat is afhankelijk van hoe jij wilt spelen in de wedstrijd. Wat precies het optimale (fysieke) schema daarbij is, is moeilijk om aan te geven, maar wat in mijn ogen wel belangrijk is, is dat je traint voor wat je in de wedstrijd moet doen. Het is dus sowieso belangrijk om met name ook het sprinten voldoende aan te bieden in de trainingsweek en bijvoorbeeld niet alleen maar oefenvormen in kleine ruimtes te doen. In deze laatste oefenvormen zitten bijvoorbeeld wel veel tempowisselingen (acceleraties en deceleraties), maar komen spelers tot veel minder sprintmeters. Daarnaast kun je ook variëren in oefenstof voor verschillende posities. Wil je bijvoorbeeld gebruik maken van je explosieve buitenspelers, biedt hiervoor ook oefeningen aan in je trainingen. Zij zullen dan bijvoorbeeld meer sprintafstand, maar minder totale afstand afleggen dan de middenvelders.”
 
Tip 2: Weten wat je nu traint
“Het kan nuttig zijn voor clubs/teams om te weten wat je momenteel doet. Voor het betaald voetbal zijn er nu meetsystemen om het precies te meten, maar ook voor het amateurvoetbal komen er steeds meer (betaalbare) hulpmiddelen.”
 
“Heb je die middelen (nog) niet, kun je dit door middel van een schatting doen. In onderstaande grafiek is per oefening te zien wat bij benadering de afgelegde afstand is, de afgelegde afstand op hoge snelheid zal zijn en wanneer de hartslag hoog zal zijn. Als je weet wat je fysiek wilt trainen, kun je dit als hulpmiddel gebruiken. Merk wel op dat deze waardes gebaseerd zijn op voorbeelden uit de praktijk van één team, al komen ze in grote lijnen overeen met andere onderzoeken. Vooral bij pass- en trapvormen zijn oneindig veel variaties mogelijk zijn en is het moeilijk om één waarde aan toe te kennen. Maar het geeft wel een handvat aan trainers die niet de mogelijkheid hebben om het in detail te meten. Daarnaast kun je uiteraard ook de tijden van oefeningen goed bijhouden, zodat je een idee hebt van hoeveel je traint en de duur opbouwen”


Figuur 5. Voorbeeld van een overzicht waarin de gemiddelde intensiteit van oefeningen wordt uitgedrukt in een aantal variabelen (Bron: T. Stevens)
 
 
Tip 3: Denk aan de belasting voor wisselspelers
“Belangrijk is om alle spelers voor te bereiden op alle onderdelen die bij een wedstrijd komen kijken, de basisspeler, maar vergeet ook de wisselspeler niet. De wisselspeler van nu kan de basisspeler van morgen zijn en daarom is het belangrijk dat ook die speler optimaal kan presteren. In het onderzoek (zie dit artikel) laten we zien dat vooral op het gebied van meters op hoge snelheid die spelers (in de reguliere training) vaak wat te kort komen.”
 
“Als je werkt met een (ruime/grote) selectie in het amateurvoetbal is bijvoorbeeld een idee om standaard elke derde week een oefenwedstrijd in te plannen waarin je vooral je wisselspelers laat spelen die dicht tegen de basis aanzitten. Op die manier geef je ze de mogelijkheid om aan de specifieke wedstrijdbelasting te komen. Doordat spelers met deze wedstrijden fitter worden en blijven kun je hiermee blessures voorkomen. De basisspelers kunnen op deze dag tijdens de training dan bijvoorbeeld juist kleine partijspelen spelen.”
 
Tip 4: Bouw rustig/geleidelijk op
“Bij het trainen van spelers is het belangrijk om ze niet opeens veel meer te belasten dan dat ze gewend zijn. Een model van de relatie tussen de toename van trainingsbelasting en blessurerisico is te zien in onderstaande grafiek. Hierbij wordt de belasting van de afgelopen week (acute belasting) vergeleken met de de gemiddelde belasting van een speler van de afgelopen vier weken (chronische belasting). Als deze acute belasting tussen de 80% en 130% van de chronische belasting zit, dan is de kans op blessures relatief klein. Als je spelers  op 150% of meer  gaat belasten dan de afgelopen vier weken, dan is de verwachting dat de kans op een blessure aanzienlijk toeneemt.”
 

Theoretisch concept acute/chronische belasting; Aangepast van ‘Gabbett et al., 2016, BJSM, figure 1’
 
“Dit geldt vooral voor wisselspelers die opeens basisspelers worden, maar ook als je opeens besluit om spelers op een bepaald aspect zwaarder te gaan belasten, zoals in de voorbereiding. Als jij bijvoorbeeld vindt dat spelers twee keer zoveel sprints op hoge snelheid nodig hebben, kun je dat niet van de ene op andere week doen. Bouw dat dus op.”
 
”Dit alles wil niet zeggen dat je niet ‘hard’ kunt trainen. Zolang je het maar goed hebt opgebouwd kan dit juist zeker en ben je fitter voor de wedstrijden.’’
 
Tenslotte
“Het is belangrijk om te blijven beseffen dat fysiek een onderdeel/voorwaarde is van voetbal, maar niet alleen bepalend voor de keuze van de oefenvorm. Daarbij moet de coach uiteraard eerst kijken naar wat hij technisch en tactisch wil trainen. Als in die oefenvormen de intensiteit en belasting van wedstrijden voldoende terug komen is dat uiteraard prima. Zo niet, kun je daar bovenop nog extra oefenvormen doen, of je oefenvormen iets aanpassen zodat de fysieke eisen wel worden gehaald. Daarnaast is er uiteraard ook individuele training mogelijk of misschien zelfs wel wenselijk. Maar omdat je altijd voetbalt in groepsverband is de voetbaltraining in mijn ogen het uitgangspunt. Het andere dient ter aanvulling.”
 
 
Tom Stevens promoveerde in 2017 aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op onderzoek naar de monitoring van trainingsbelasting met behulp van positiemeetsystemen en was tijdens en na zijn onderzoek actief als bewegingswetenschapper bij AFC Ajax. Sinds februari 2018 werkt hij parttime als docent/onderzoeker bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen in het expertiseteam Talentherkenning en Talentontwikkeling. Daarnaast ondersteunt hij als freelancer bedrijven, organisaties en clubs op het gebied van sportwetenschap, sporttechnologie en training, met name op het gebied van inspanningsfysiologie en monitoring van teamsporten. Wil je het proefschrift van Tom ontvangen? Vraag dit op door een mail te sturen naar tomstevens@trainerssite.nl . 
Wilt u het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen