Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Het trainen van de hersenen van voetballers
| Bedankt voor uw mening!
Donderdag 4 April 2019

Cognitieve trainingen betekent zoveel als het trainen van de hersenen. Er zit een hele wetenschap achter en maar weinigen mogen zich op dit vlak specialist noemen, zéker in het voetbal. In het Belgische Molenbeek vond TrainersMagazine Zackary de Backer die er een studie voor volgde en zich uitgebreid verdiepte in de materie. Hij legt uit wat cognitieve training exact inhoudt en hoe het toe te passen is.

Tekst: Ruud Bijnen | Beeld: Zackary de Backer
 
De combinatie van een passie voor voetbal en een studie in de cognitieve neurowetenschappen zorgden ervoor dat De Backer zichzelf een aantal vragen ging stellen. Hij wilde de leerlingen in zijn voetbalschool verbeteren, niet alleen technisch en tactisch, maar vooral ook in het gebruik van de hersenen, de aansturing van de techniek en de tactiek.” Het optimale gebruik daarvan is namelijk absoluut noodzakelijk om de top te bereiken”, zo stelt De Backer. Maar hoe werken de hersenen van een speler op het hoogste niveau? Hoe is de hersencapaciteit optimaal te benutten tijdens wedstrijden en trainingen? Hoe is de cognitieve capaciteit te vergroten? Op deze vraagstukken zocht de Brusselse trainer een antwoord.


 
De theorie
“Goed begrijpen hoe de bovenkamer werkt, is essentieel om tot methodes te komen om spelers in hun cognitieve functies te verbeteren. Een van de eerste vragen die beantwoord moet worden is hoe een mens leert. Een deel van de hersenen gaat aan de slag met hetgeen hem aangeleerd wordt. Dat aanleren kan bijvoorbeeld door imitatie, herhalen, ‘trial and error’, uitleg of een combinatie van deze elementen. Echter kost studeren op iets nieuws erg veel energie en moeite. Veel meer nog dan fysieke inspanning. Het brein heeft zich daarom aangeleerd om zo snel mogelijk dingen te gaan automatiseren. Voor technische vaardigheden is automatisering een goede zaak. Het aanleren van pass- en traptechniek gebeurt ook veel door herhalen en dat moet een automatisme worden. Voetbal is echter in tactische zin een aaneenschakeling van nieuwe situaties, die nooit eerder voorgekomen zijn. Elke situatie in het veld is uniek. De tweeëntwintig spelers staan nooit op dezelfde plek, bewegen geen enkele keer in dezelfde richting en met dezelfde snelheid. Het omzetten naar automatismen is dus vanuit tactisch oogpunt geen goede zaak. In elke situatie moet er anders gereageerd worden. Juist daarom is die cognitieve training zo belangrijk: het deel waarmee je leert, waarmee je nadenkt, moet geactiveerd worden én blijven in het veld. Het deel van de automatismen, de reflexen en de intuïtie (energiezuiniger) willen we liever naar de achtergrond verbannen of helemaal blokkeren. Spelers moeten bewust bezig gaan zijn met de drie volgende voor de hersenen complexe uitvoerende processen van het brein:

- Planning (wanneer doe ik wat op het veld?)
- Probleemoplossing (hoe los ik de situatie op?)
- Redenering (hoe kom ik tot die oplossing?)” 

“De tweeëntwintig spelers staan nooit op dezelfde plek, bewegen geen enkele keer in dezelfde richting en met dezelfde snelheid. Het omzetten naar automatismen is dus vanuit tactisch oogpunt geen goede zaak”
 
De vervolgstap, het uitleggen aan een gemiddelde speler is nog niet zo eenvoudig, volgens De Backer. Bovendien, hoe houd je spelers geïnteresseerd en gemotiveerd om ermee aan de slag te gaan. Dat waren de volgende uitdagingen voor De Backer. Hij zocht een vertaalslag naar oefeningen op het veld, die bovendien leuk zouden zijn om te doen. Met welke werkgebieden, die ervoor zorgden dat de genoemden drie uitvoerende processen beter gingen functioneren tijdens wedstrijden, kon hij aan de slag gaan?

Hij definieerde er vier:
- Aandacht en concentratie
- Reactietijd
- Beslissingssnelheid
- Omgevingsbewust zijn (informatie opnemen en kijkgedrag) 

Een vijfde werkgebied vond de Belgische trainer ook nog interessant, maar dit is iets afwijkend. Het gaat om coördinatie. ”Voetballers die van jongs af aan eenzijdig bezig zijn met voetbal, missen een stukje beweeglijkheid van het lichaam. Dat is bij diverse spelers tot in de top zichtbaar.” De Backer is van mening dat jonge sporters veel verschillende sporten moeten doen om de lichaamscoördinatie optimaal te krijgen. ”Het onderlijf moet eigenlijk tegelijkertijd met het bovenlichaam, maar onafhankelijk van elkaar aangestuurd kunnen worden. En het gebruik van de spieren en spiergroepen moet gestimuleerd worden. Is een veertienjarige in deze zaken uitstekend ontwikkeld, dan zou hij op latere leeftijd bijna alle sporten op topniveau moeten kunnen bedrijven.”


 
Warming-up
Een warming-up voor het lichaam is heel normaal. Maar volgens De Backer zou dat ook moeten gelden voor de hersenen. Ook het brein moet geactiveerd worden (opgewarmd) om beter aan de wedstrijd of training te kunnen beginnen. De Backer noemt een aantal ogenschijnlijk simpele oefeningen en laat even zien dat ze toch lastiger zijn dan gedacht.
 
”Je zit met twee mensen tegenover elkaar. Je gaat om en om tot drie tellen en weer bij één starten. De eerste zegt ‘één’, de tweede ‘twee’, de eerste ‘drie’ en de tweede weer ‘één’. En dit in een zo hoog mogelijk tempo. Probeer het maar eens een rondje of vijf in een hoog tempo vol te houden. Vervolgens vervang je het woordje twee door het klappen in de handen. Ook dit weer met snelheid erin. Er is gemakkelijk mee verder te gaan door drie door een kleur te vervangen. Het lijkt eenvoudig, maar het is een oefening waarbij direct de hersenen kraken.”
 
”Met twee personen de letters ‘a’ tot en met ‘e’ zeggen en daarbij telkens de tweede letter overslaan is een vergelijkbare opwarmer. Achtereenvolgens zeg je dan om en om a, c, e, b, d, a, c et cetera. Letters zijn te vervangen door andere termen of gebaren.”
 
1 Aandacht en concentratie
”Het vasthouden van de aandacht is enorm belangrijk en heeft alles te maken met ‘leren’. Concentratie is het vermogen de aandacht vast te houden. Om bijna alle processen in het hoofd goed te laten verlopen, is stabiele aandacht een zeer belangrijke factor. Het vinden ervan is niet zo’n punt, maar deze negentig minuten lang vasthouden, is een stuk lastiger. Dat heeft ook te maken met het feit dat fysieke vermoeidheid energie wegneemt die nodig is om geconcentreerd te blijven.”
 
Oefening 1



”Oefening 1 is ervoor bedoeld om constant oplettend te blijven. Het is een positiespel met vier vakken in een vierkant van tien bij tien meter en daarin twee partijtjes van drie voetballers. In elk vak mag maar één speler van dezelfde partij staan. Dat betekent dat spelers moeten kijken waar hun teamgenoten zijn en in welk vak zij kunnen bewegen. Er moet altijd één vak vrij blijven immers. Er moet bewogen worden naar waar de ruimte is en niet naar waar de bal is. Dat is een mooie bijkomstigheid. De aandacht vasthouden zit in het blijven kijken naar medespelers en de ruimte.”
 

 

Oefening 2



”De tweede oefening heeft dezelfde doelstelling als de eerste: het vasthouden van de aandacht. In dit geval is het een partijspel van vier-tegen-vier inclusief keepers. Het veld is verdeeld in drie gelijke vakken waarbij één vak leeg moet blijven en er gescoord kan worden als er één speler van een team in het vak voor het doel van de tegenstander komt en de beide anderen in het vak achter hem staan. De bal moet van vak één naar vak twee gaan via de veldspeler. Alle spelers van de ploeg moeten de bal geraakt hebben, voordat er gescoord mag worden. De andere kant op werkt het exact hetzelfde. Er is dus niet één te coachen partij, maar de partij die de bal heeft wordt in principe gecoacht op het alert zijn en het kijken naar elkaars bewegingen.”
 

2 Reactietijd
De Backer hecht waarde aan een goede uitleg van de termen die in zijn vak gebruikt worden. Het is belangrijk dat trainers goed de betekenis kunnen uitleggen aan spelers en op de hoogte zijn als zij vragen krijgen. ”Een reflex en een reactie zijn twee verschillende dingen”, legt hij uit. ”Een reflex is een onvrijwillige actie en een reactie een vrijwillige. Het gaat in deze om het trainen van de reactietijd en er zijn twee soorten die belangrijk zijn in het voetbal. De eerste is de simpele reactietijd. Deze gaat over de ontvangst van één prikkel waarop een motorische reactie volgt. Een prikkel kan een bal zijn die terugkaatst van de lat het veld in. Het gevolg is een beweging in de richting van de bal bijvoorbeeld. De complexe reactietijd gaat over het reageren op tenminste twee prikkels tegelijk. In het veld kan dat bijvoorbeeld zijn: tegelijkertijd een bal die door een medespelers naar je toegespeeld wordt en een tegenstander die vanuit een andere richting start met een sprint in jouw richting. Ook hier zal een motorische reactie plaatsvinden die de tegenstander van de bal moet houden tegelijk met de balaanname die mogelijk ook nog in de loop gedaan moet worden.
 
In beide gevallen zijn de oefeningen gericht op het versnellen van de reactietijd. Het is belangrijk dat dit soort trainingen gedaan worden bij aanvang van een sessie. Spelers zijn dan frisser. Wordt het aan het eind van een oefensessie uitgevoerd, dan kan er ook weerstand verwacht worden van de spelers.”

 
Oefening 3



”Er worden twee rijtjes van vier pylonen in verschillende kleuren naast elkaar gezet. Aan beide zijden van de rijtjes gaan één of enkele spelers staan met een bal aan de voet. De trainer start met het roepen van ‘go’ en de spelers gaan met de bal aan de voet zo snel mogelijk naar de pylon die voor hen staat. Dan dribbelen ze weer terug. Vervolgens moeten de spelers blijven reageren op alleen het woord ‘go’ maar zal er afwisselend ook geroepen worden ‘start’ of ‘nu’ of ‘ghost’. Het gaat erom alleen te reageren op de juiste prikkel en dat zo snel mogelijk. Vervolgens kan het omgezet worden naar de kleuren van de pylonen. Eerst dribbelen de voetballers met de bal op snelheid naar de genoemde kleur pylon. Een vervolgstap is dit om te zetten naar een complexe prikkel. De kleuren worden vervangen door cijfers, bijvoorbeeld 4, 8, 12 en 16. Spelers moeten de getallen gaan associëren met de kleuren. De coach noemt de cijfers waarna ze naar de overeenkomende kleur moeten gaan. Weer een stapje lastiger wordt het als er kleine rekensommetjes gemaakt moeten worden in de bovenkamer: drie keer vier of zestien gedeeld door twee. Alles met het doel de reactietijd te verkorten door oefening met meerdere prikkels.”
 

Oefening 4



”Met een grotere groep worden twee rijen gevormd met daartussen pylonen. De spelers die naast elkaar staan met een pylon ertussen moeten er een wedstrijdje van maken. De spelers moeten hoofd, schouders, knie of tenen aanraken op aanwijzingen van de trainer en dit wordt afgewisseld met ‘go’. Wie het eerst de pylon pakt heeft de pylon. Ook hierbij kan het woord ‘go’ ook vervangen worden door ‘ghost’ of ‘start’ waarbij de pylon niet gepakt mag worden. Gebeurt dat wel, dan heeft de tegenstander een punt.”
 
 

3 Beslissingssnelheid
”Het meest complexe cognitieve proces is het nemen van beslissingen. Het is het tegenovergestelde van instinctieve reacties. Beslissen is een keuze maken uit verschillende alternatieven of het wegstrepen ervan tot er één besluit overblijft. De oefeningen zijn gericht op het versnellen van het nemen van beslissingen.”
 

Oefening 5



”Met pylonen worden vier doeltjes van verschillende kleuren pylonen neergezet. Daar midden tussen staat een speler die van buiten het vierkant diagonaal een bal krijgt ingespeeld. Iemand buiten de doeltjes laat een pylon zien door deze in de lucht te houden van dezelfde kleur als het doeltje waarin de speler moet scoren. Dit kan met tien ballen achter elkaar gedaan worden, waarbij telkens een andere kleur zichtbaar is. Mocht een trainer beschikken over ‘smartgoals’ dan is daar uiteraard ook mee te werken.”
 

4 Omgevingsbewust zijn
”Het scannen van de ruimte om ons heen is in het voetbal een van de meest belangrijke onderdelen om echt top te zijn. Het kijkgedrag, de ruimte inschatten die er is, het opnemen van omgevingsinformatie op het juiste moment: het helpt spelers om betere beslissingen te nemen. Er zijn oefeningen te bedenken waarbij gecheckt wordt waar spelers naar keken, welke informatie ze hebben onthouden en of ze kunnen zeggen wat ze gezien hebben. Het checken hiervan laten we in de volgende oefening achterwege. Het gaat in dit geval om de goede informatie te leren selecteren en op het juiste moment het ook direct te kunnen verwerken. Het draait om het constant open zijn voor de relevante informatie om ons heen en deze vooral gebruiken op het moment dat we de bal vragen.”
 
 


Oefening 6

”Spelers met allemaal verschillende kleuren hesjes worden in verschillende partijen verdeeld. Er kan ook zonder gespeeld worden, of shirtjes met even en oneven nummers. Er is variatie genoeg te bedenken. Ook in grootte van de speelruimte en het aantal gebruikte spelers. Er wordt een positiespel gespeeld in het vierkant met tegenover elkaar twee keer twee doeltjes van dezelfde kleur. Bijvoorbeeld twee rode doeltjes en twee blauwe. De trainer loopt in willekeurige bewegingen buiten het veld met twee vlaggen in zijn hand. Als hij de blauwe in de lucht steekt moet zo snel mogelijk op de blauwe doeltjes gescoord worden en bij de rode andersom. Dit kan complexer gemaakt worden door bijvoorbeeld ook de assistent nog vlaggen te geven en alleen als beiden de vlag in de lucht steken van dezelfde kleur mag er gescoord worden. Op deze manier moet er dus veel door de spelers om zich heen gekeken worden.”



 
Wilt u het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen