Inloggen
Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht Webcolleges
Boekverslag: Hou het simpel - Allegri - De 32 regels voor succes van een van de beste trainers in het topvoetbal
| Bedankt voor uw mening!
Woensdag 11 Maart 2020

Wat maakt een team succesvol? Volgens Allegri, een van de meest succesvolle coaches van Juventus ooit, is dat heel eenvoudig: je moet profiteren van de inventiviteit en creativiteit van elke speler en hem de vrijheid geven om te improviseren. Allegri propageert hiermee de kracht van eenvoud en die is volgens hem van toepassing op elke situatie, van sport tot werk en school.

Samenvatting door: Thomas Oostendorp, jeugdtrainer SBV Excelsior

In ‘Hou het simpel’ laat Allegri in 32 eenvoudig te volgen regels zien dat de basis van succes gelegd wordt door een heldere speelwijze, taakopvatting en uitleg. Zijn regels zijn gebaseerd op de lessen die hij zelf in zijn carrière geleerd heeft en worden geïllustreerd aan de hand van anekdotes uit zijn rijke voetbalcarrière en voorbeelden uit zijn persoonlijk leven. Deze fundamentele regels maken hem een van de beste trainers ter wereld.

Allegri: “Deze aantekeningen geven mij nu de kracht en de moed om mijn ervaringen op te schrijven en met iedereen te delen. Dit boek bestaat dus enerzijds uit mijn herinneringen aan alles wat ik heb geleerd in het voetbal en de voetbalwereld en anderzijds uit de toepassing van wat mij is geleerd en wat ik mij eigen heb gemaakt om een eigen filosofie en opvatting over voetbal en sport te vormen. Hiermee wil ik mijzelf echter niet op een voetstuk plaatsen. Wat volgt is het resultaat van kennis die zich vooral heeft gevormd door de fouten die ik, net als iedereen, onvermijdelijk heb gemaakt in de loop van mijn carrière.

Naast persoonlijke ervaringen en vergelijking met tegenstanders heb ik altijd geprobeerd om beter te worden en bij te blijven door boeken en vaktijdschriften te lezen en deel te nemen aan bijeenkomsten.

Nu zullen mensen zich afvragen: waarom schrijft Allegri nu pas op wat hij heeft geleerd in bijna veertig jaar op het voetbalveld? Het antwoord is heel eenvoudig. Pas nu lukt het me om mijn manier van voetbal trainen weer te geven. Daarom - en gesterkt door de steun van enkele mensen die mij goed kennen - heb ik besloten dat het moment daar was om te gaan schrijven en om een tastbare getuigenis na te laten van mijn wijze van coachen. In dit boek vind je de beschrijving van mijn basisregels, de toepassing daarvan op momenten die ik in al die jaren daadwerkelijk heb meegemaakt en ook het belangrijkste moment waarop een voetbaltrainer deze toepast in de wedstrijdweek.


Regel 1: ‘als Als ze ons minder hadden geleerd, zouden we meer hebben geleerd’
 
Ik vind namelijk dat spelers niet aan hun lot moeten worden overgelaten, maar ik vind het ook van groot belang dat ze niet vastzitten aan strakke voorschriften waardoor hun inventiviteit verloren gaat. Deze aanpak werkt zowel bij kinderen als bij zeer ervaren spelers, zoals die van het eerste elftal van Juventus. Je moet proberen om ze op gang te helpen en te vormen, maar je moet ze ook leren om zelf na te denken. Hier wil ik benadrukken hoe belangrijk het initiatief van afzonderlijke spelers kan zijn wanneer ze mentale vrijheid hebben, zonder dat een trainer heeft voorgeschreven wat ze allemaal kunnen en moeten doen.

Maar onderwijzen is het moeilijkste beroep ter wereld. Laten we stellen dat ik een kind moet leren hoe hij zijn veter strikt. Dat is een eenvoudige, maar belangrijke vaardigheid, omdat het iets is wat steeds weer terugkomt en waar hij zijn hele leven wat aan heeft. Het kind kan dit op vele manieren leren, maar mijn idee is dat ik hem eerst moet laten zien hoe je het doet, of in elk geval hoe ik het heb geleerd, en pas daarna moet ik het hem zelf laten doen, ook al weet ik dat hij in het begin fouten kan maken. Ik vind dat je hem moet corrigeren als hij iets niet heeft begrepen, maar zonder af te doen aan zijn creatieve vermogen door hem aanwijzingen te geven over hoe groot de strik, de lus of hoe je het dan ook noemt moet worden. Met andere woorden, als wij het kind te veel informatie geven, bestaat de kans dat hij uiteindelijk in de war raakt. Maar door zijn eigen ervaring, als de veter na twee stappen alweer losraakt, zal hij begrijpen dat dat is gebeurd omdat hij hem niet strak genoeg heeft aangetrokken. Dan geef ik hem geen standje, maar zeg ik hem dat hij de strik nog een keer moet maken en wat strakker aan moet trekken, maar zonder dat ik zelf ingrijp of hem alles nog een keer laat zien. Het resultaat is dan misschien niet fraai, maar het werkt wel.

Ik gebruik het voorbeeld van het strikken van veters, omdat ik het altijd erg vervelend vind dat alles draait om het onderwijzen zonder ruimte te bieden om te leren. Dit kan en moet ook worden toegepast op voetbal: in een wereld waarin we intussen zijn overgeleverd aan de wetenschap en worden blootgesteld aan een bombardement van getallen (die in de overgrote meerderheid van de gevallen overigens wel zinvol zijn) wordt vaak vergeten dat het kwalitatieve verschil altijd komt door de techniek, het spel van een speler die iets bedenkt, en die ruimte, een kans en een doelpunt creëert.

De dag van de week is maandag of dinsdag, dit zijn tactisch ontspannen dagen. 


Regel 2: ‘Voetbal is simpel: je moet het tegenovergestelde doen van wat je tegenstanders doen’

Het doel van het spel is de bal overspelen naar ploeggenoten waarbij er wordt gekozen voor de eenvoudigste oplossing. Niets meer, niets minder.

“Je kunt niet denken te winnen door alleen schema’s toe te passen.”

Als ik mijn spelers leer om de bal over te spelen naar iemand met hetzelfde shirt als zij en om het tegenovergestelde te doen van wat de tegenstander doet, stimuleer ik meteen hun aanpassings- en reactievermogen. En dat wordt een heel sterk punt van elftallen die weten te winnen. Dit heet ‘tactische flexibiliteit’ en komt voort uit een eenvoudige aanpak, niet uit concepten die onbegrijpelijk en ingewikkeld zijn, zowel om over te brengen als om te leren.


Regel 3: ‘Eenvoud is het moeilijkste’

‘Hoe lager de klasse, hoe minder de spelers de bal afgeven, omdat ze willen laten zien hoe goed ze zijn.”

Bij voetbal is de eenvoud het moeilijkste om te onderwijzen. Het talent dat ik (een speler) heb, moet ik gebruiken om het rendement van de groep te verbeteren en niet om mijzelf daarvan te onderscheiden. Dit is wat een kampioen buitengewoon maakt.

Op welke dag van de week moet op dit concept worden gewezen? Instinctief zeg ik ‘altijd’. Maar als ik een specifiek moment moet aanwijzen, denk ik dat het onvermijdelijk is om dit duidelijk te maken in de laatste twee dagen van voorbereiding op een wedstrijd.


Regel 4: ‘Ik wil spelers die nadenken en geen kippen zonder kop’
 
Je moet proberen voetballers te vormen en te leren denken. Ja, inderdaad ‘denken’, want in het voetbal is dat wat we bij de training oefenen meestal niet wat je daarna op dezelfde manier in een wedstrijd ziet. Wanneer we kinderen leren om afzonderlijk te spelen, zich de basisprincipes eigen te maken en zelf na te denken, kunnen ze daarna vrij gemakkelijk worden opgenomen in een team.

“Er moet worden gewerkt aan de analytische en individuele tactiek.”

Ik vind het fijn wanneer iemand bij de jeugd zegt dat de jongens ‘spelen moeten worden geleerd’. De jonge spelers moeten beslist leren spelen, maar het is ook belangrijk dat ze begrijpen dat de bal af en toe moet worden weggespeeld om wedstrijden te winnen. En om dat te bewerkstelligen moeten ze zo zijn getraind dat ze dat als een mogelijke en dus haalbare keuze zien. Want als jongeren niet leren nadenken, worden ze allemaal ‘kippen zonder kop’: gooi ze op het veld, je kijkt naar de wedstrijden en ze lijken allemaal hetzelfde.

Je wilt niet weten hoe vaak ik zeer goed voorbereide trainers heb gezien die door de week de bewegingen van hun teams oefenen in oefeningen van 10 tegen 0, dus zonder echte tegenstanders. Dat doen wij bij Juve ook: tien spelers op het veld, met vijf dummy’s en de keeper. Dan hebben we het dus over professionals, over spelers die min of meer alles kunnen met de bal. Nou, in die oefeningen lukt het de professionals niet om meer dan drie van de tien keer te scoren. Stel je eens voor wat er kan gebeuren als dezelfde training wordt gedaan door een team van beginners…. Dit soort dingen vind ik gekmakend! We fokken kippen zonder kip die niet kunnen nadenken en die geen situaties herkennen. Wees een levende speler en geen replica zoals de film Blade Runner.

Ik sluit af met te zeggen dat de dag van de week voor het bovenstaande maandag of dinsdag zou kunnen zijn, omdat we het hebben over basisconcepten die duidelijk moeten worden gemaakt in de voorbereidende fase van ongeacht welk thema dat wordt behandeld.


Regel 5: ‘Echtheid, leiding en een vleugje empathie’

Het vertrouwen winnen van de spelers met empathie, echtheid en methodiek. Deze drie concepten vormen de onderdelen van vertrouwen. Empathie is het vermogen om je te verplaatsen in de gemoedstoestand van de anderen. De spelers voelen zich begrepen en merken dat de trainer aan hun kant staat. Bovendien zorgt de empathie die ik voor hen heb ook voor empathie onder diezelfde spelers, wat de ontwikkeling van het spel ten goede komt omdat ieder van hen weet wat hun ploeggenoten verwachten. Kortom, dit komt de eenheid van het spel ten goede. Het tweede begrip is echtheid, wat we kunnen definiëren als het vermogen om jezelf te blijven en dus als zodanig te worden gewaardeerd. De spelers merken dit en zetten zich dubbel zo hard in om te doen wat een echte persoon hen voorstelt. Maar ook tussen ploeggenoten onderling ontstaat er een oprechte band: niemand bluft, iedereen zet zich in zonder te beknibbelen op zijn eigen inspanning, omdat ze weten dat dit op magische wijze de basisregel van het spel is geworden. En dan zijn we bij het derde begrip dat belangrijk is voor het overbrengen van vertrouwen: de methodiek, dat wil zeggen het geheel van gegevens, aanwijzingen en tactische onderwerpen dat de spelers ‘richting’ geeft.

Regel 5 praktische toepassing, niet te ver voor een wedstrijd en daarom twee dagen voor de desbetreffende wedstrijd toepassen.


Regel 6: ‘Als je talent wilt ontwikkelen, moet je jongeren zich in alle vrijheid laten uiten’
 
Het ‘sterke punt’ van een kind is nou juist deze spontaniteit. Je moet een kind daarom niet leren dat ‘winnen het enige is wat telt’ (dat komt later wel) of dat hij het maximale niveau moet bereiken door hem aan te sporen om volmaakt te zijn (hij voelt zich al volmaakt, omdat hij nog niet bezig is met vergelijkingen tussen volmaaktheid en onvolmaaktheid). Het is echter wel van essentieel belang dat zijn levensweg wordt ondersteund door minder indringende aansporingen, zoals ‘vind je unieke eigenschappen op het veld’ of ‘speel in alle vrijheid’. Kinderen zijn ons kapitaal. Ze weten het beste uit zichzelf te halen wanneer ze zich gerespecteerd voelen in hun groei en in het absolute recht om fouten te maken. Alleen zo leren ze immers hun ware weg herkennen en daarmee de identiteit die ze de rest van hun leven zullen hebben.

“Met de allerkleinsten moet je datgene doen wat ze leuk vinden, moet je hun eigenschappen begrijpen en alles daarop aanpassen.”

In welk deel van de week zou deze regel kunnen worden toegepast? Dat is erg gemakkelijk: elke dag. Want er mag nooit een belemmering ontstaan om sport te zien als vermaak.


Regel 7: ‘Laat je leiden door je gevoel… maar niet als je onder druk staat’

Een goede manager is degene die niet alleen intuïtie heeft, maar deze ook in korte tijd in de praktijk weet te brengen, eerder is dan de andere, of die een oplossing uitwerkt die collega’s van hem slechts in tweede instantie gebruiken.

Op een bepaald moment werd ik overvallen door een bepaald gevoel en vanaf dat moment begon de scheidsrechter me op mijn zenuwen te werken. Ik dacht even na over wat er met me gebeurde en besefte meteen dat ik toen beter had moeten omgaan met het signaal vanuit mijn eigen lichaam. Ja, ik had er meer aandacht aan moeten besteden en in plaats daarvan had ik onenigheid gekregen met de vierde official, waarbij ik feitelijk een fout maakte. Het is alsof ik een vatbaarheid voor fouten had aanvaard. In plaats daarvan had ik me mentaal moeten voorbereiden op deze situatie en me niet moeten laten leiden door emotionele reacties. Kortom, ik vertrouwede op mijn eigen gevoel, maar op een moment dat ik onder druk stond. Ernstige fout! En ik moest denken aan een zin die ik in een boek had gelezen: ‘Een gokker is degene die zijn eigen winnaarsinstinct volgt ongeacht de afwijkende/tegengestelde mening van degene naast hem’.


Regel 8: ‘Het moment om bij roulette te winnen is kort’
 
Een gokker weet heel goed dat wanneer hij roulette gaat spelen er een heel beperkte tijdspanne is waarin de getallen op magische wijze goed lijken te vallen. Dat is het carpe diem, het vermogen om het moment te benutten. Een goed elftal laat die kans niet voorbijgaan, zoals ook wij heel vaak hebben gedaan. Maar niet tegen Manchester United in Turijn.

“De elftallen die het vaakst winnen, herkennen gunstige situaties.”

Elftallen die het vaakst winnen zijn degene die die minuten van gunstige situaties herkennen. Ze weten deze onmiddellijk te benutten, laten de gelegenheid niet voorbijgaan en trainen zo lichaam en geest om de finale in te gaan met een beter vermogen om resultaat te behalen.

Ik hoef niet te zeggen dat de regel waar we nu naar kijken vrijwel altijd moet worden toegepast op het moment van de wedstrijd. Dus de beste dag van de week hiervoor is zondag (wedstrijddag).


Regel 9: ‘Positieve gedachten verlagen de energie’

Zoals je hebt gemerkt, was ik erop gericht om mijn voet niet van het gaspedaal van de concentratie te halen. Zodra je positief gaat denken, loop je namelijk het risico dat je energie afneemt. Ik zal dit uitleggen. Positief denken is beslist een paardenmiddel, mits dit niet ten koste gaat van de wil om te winnen. De neiging om te zeggen ‘het is al gebeurd’ of ‘die verslaan we met gemak’ of ‘onze positie in de ranglijst ligt intussen vast’ leidt noodzakelijkerwijs tot een afname op mentaal vlak. En dan ga je uiteindelijk het veld op met een zwakke geest en slappe benen. Met andere woorden, zonder energie.

Als je tegen de laatste of voorlaatste in de ranglijst moet spelen, mag je nooit de fout maken dat je je superieur voelt. Dat is het punt waarop je van iedereen kunt verliezen, vooral tegen spelers voor wie het, heel terecht, een erekwestie wordt om de eerste in de klasse te kunnen verslaan.

Dag van de week? Ook in dit geval is dat de dag van de wedstrijd.


Regel 10: ‘Vasthouden bestaat niet; alleen constante verbetering’

Wat betekent het om een winnende situatie ‘vast te houden’? Wat is nou toch dit veel gebezigde ‘vasthouden’? Ik sta heel kritisch tegenover deze twee vragen, omdat ik niet geloof in het concept van vasthouden. Laat ik dit uitleggen. Het werkwoord ‘vasthouden’ maakt geen deel uit van mijn woordenschat als coach, omdat dit volgens mij staat voor een mogelijk achteruitgang. Volgens mijn filosofie als sporttrainer bestaat vasthouden namelijk niet, maar constante verbetering wel. Ik ben van mening dat een elftal, hoe goed het ook speelt, nooit het maximale van zijn potentieel heeft laten zien. Er is altijd iets wat beter kan en het rendement kan dus ook beter zijn. In een elftal gebeurt immers wat er in het leven ook gebeurt: elke ervaring is geschikt om vooruit te komen, om verder te komen, om jezelf te leren kennen, zodat je bij de volgende gelegenheid het beste kunt geven.

“Soms is het van fundamenteel belang om te luisteren naar mensen die je kostbare adviezen kunnen geven.”

Zoals je kunt opmerken, had ik ook zachter kunnen zijn, want we hadden uiteindelijk flink gewonnen. Maar dat zou aanvaarding van het begrip vasthouden betekenen dat ik uit mijn filosofie heb verbannen, omdat dat gewoon niet bestaat. Als ik me zou hebben beperkt tot het vasthouden van die situatie, hadden we de volgende wedstrijd beslist slecht gespeeld.

Heb ik het idee overgebracht? Overdreven, zal je zeggen. Volgens mij niet: er is altijd iets om te verbeteren, want er bestaat alleen constante verbetering. Hier kun je tegeninbrengen dat je, als je steeds verbetert, vroeg of laat een niveau van volmaaktheid bereikt. Dan is mijn antwoord: zijn er records die nooit zullen worden verbroken? Ik geloof werkelijk van niet! Hiermee wil ik alleen maar zeggen dat er altijd een beter perspectief is dan het huidige en dat we dat moeten zien als iets wat in principe haalbaar is. En hoe zorg je er dan voor dat je voorkomt dat de spelers ‘stapelgek’ worden van de druk om altijd maar tot het uiterste te gaan, ondanks de goede resultaten op het veld? Heel eenvoudig. Door ze ervan te overtuigen dat verbetering fundamenteel is voor hun carrière en dat er ten minste drie manieren zijn om dit ontwikkelingsproces te verkrijgen: 1) allereerst door middel van het steeds weer stellen van nieuwe doelen; 2) door te investeren in onze sterke punten; 3) door ons te richten op onze vertrekpunten, op de invloeden van buitenaf die ons kunnen belemmeren om het beter te doen en op hoe we deze kunnen omvormen tot een mogelijkheid van groei.

Wat is de dag van de week waarop het onderwerp verbetering kan en moet worden behandeld? Elke dag, van de eerste tot en met de laatste. We hebben het immers over een proces waar we middenin zitten. Altijd en hoe dan ook.


Regel 11: ‘Als je de prestatiepieken omhoog wilt krijgen, gebruik dan creatief geinen’

Ik noem Amici miei om je te laten begrijpen dat een deel van mij zich sterk verbonden voelt met die grappige en helende manier om naar het leven te kijken. En ook bij voetbal, net als in elke maatschappelijke context, is het onvermijdelijk dat je je af en toe overgeeft aan wat geinen, wat naar mijn mening een positief aspect is van het samenleven, mits het wordt gereguleerd, zodat het niet contraproductief wordt.

Samengevat is de regel over het geinen als volgt: ‘maak de piek hoger’ want dan kun je het beste van jezelf geven in een actieve fase, maar ook ‘maak de dalen lager’, en dan wordt het heel belangrijk om te begrijpen wanneer je de knop van ontspanning om moet zetten. Kortom, bij geinen is het ritme fundamenteel.

En wat is de beste dag van de week om te geinen? Er is er niet een in het bijzonder, want geinen bestaat uit momenten, uit scherpe opmerkingen, uit kwinkslagen.


Regel 12: ‘Het belang van slechts drie eenvoudige dingen tegen de spelers zeggen’

“De ‘essentie’ van de boodschap is van fundamenteel belang, je moet snel tot de kern komen en zo kostbare tijd besparen.”

Ik heb deze regel in het kort weergegeven, ‘het belang van slechts drie eenvoudige dingen tegen je spelers zeggen’, omdat ik geloof in de doeltreffendheid van krachtige en korte boodschappen. Die zijn gerichter, directer en doordringender.

Ik hoef hier niet bij te zeggen dat de geschikte dag van de week hiervoor de dag van de wedstrijd is en in het bijzonder de rust halverwege de wedstrijd.


Regel 13: ‘Om nog een kampioenschap te winnen moeten we de minste doelpunten tegen krijgen van iedereen’

‘Coach, achterin hebt u niets veranderd. Begint u weer met een stevige verdediging om het spel op te bouwen?’ Op zo’n vraag antwoordde ik altijd dat als we wedstrijden willen laten eindigen met 6-3 of 4-2, we daar op een bepaalde manier voor kunnen zorgen. Maar als we het elftal evenwicht willen geven, wat volgens mij een van de belangrijkste doelen is, lijkt het me logisch dat we, als we kampioen willen worden, minder doelpunten tegen moeten krijgen dan de anderen.

Het bereiken van zo’n doel hangt volgens mij sterk samen met het werk dat is verricht tijdens de trainingen waarbij de focus ligt op tactiek en die ik meestal drie dagen voor onze wedstrijden geef.


Regel 14: ‘Autoriteit hebben zonder autoritair te zijn’

Laat duidelijk zijn dat autoriteit hebben niet betekent dat je autoritair moet worden. De spelers maken deel uit van je plan en daarom hangt het traject van een team sterk af van de relatie tussen trainer en zijn jongens. Welke dag van de week? Altijd en overal.


Regel 15: ‘De sleutelfiguren zijn altijd de spelers’

“Het is essentieel om iedereen op dezelfde manier te behandelen, van de topscorer van het team tot de laatste wisselspeler.”

“Mijn successen zijn altijd het resultaat van de inspanningen van mijn spelers.”

En zoals Dan Peterson zei: er is altijd een goede gelegenheid om ervoor te zorgen dat een speler zich belangrijk voelt voor zijn trainer. Misschien gewoon door hem te vragen: ‘Hoe was je vrije dag?’


Regel 16: ‘Het leven en voetbal lijken op elkaar: alles is een kwestie van evenwicht’

Heel simpel. Dit is een van de fundamentele regels van de manier waarop ik voetbal zie. En als ik de reikwijdte van het onderwerp groter maak, is het ook de heel persoonlijke manier waarop ik het leven zie. Maar let op, want evenwicht betekent niet monotonie, maar een juiste balans tussen de verschillende onderdelen: techniek, emoties en gedrag.

Kalmte is essentieel, want daardoor kun je stap voor stap je doel bereiken. Als je je laat overweldigen door enthousiasme, stort je na drie dagen in.

Als we er vanuit psychologisch opzicht naar kijken, denk ik dat het evenwicht dat naar voren komt uit mijn keuzes en mijn gedrag zijn weerslag heeft op de spelers. Als zij een trainer als voorbeeld hebben die zich nooit laat meeslepen door de gebeurtenissen, reageren ze daar op dezelfde manier op. En dat is heel belangrijk, want zij gaan het veld op. Ik ben slechts een onderdeel, dat net zo belangrijk is als alle andere.

Ook in dit geval is er niet een specifieke dag van de week.


Regel 17: ‘Geef de speler altijd wat hij nodig heeft, niet wat hij wil’

Laat ik duidelijk zijn: de trainer kan af en toe besluiteloos zijn tegenover zijn jongens, omdat hij niet weet of het beter is om hen te geven wat ieder van hen nodig heeft of dat het, op een of andere manier, goed is om in te gaan op hun verzoeken door de speler datgene te geven wat ze willen en waar ze om vragen. Ik ben ervan overtuigd dat het van groot belang is om de speler te geven wat hij en dus het team nodig heeft en zeker niet wat die speler wil.

Dus even samengevat: enerzijds heb ik het gehad over grove empathie, die ik definieerde als het vermogen van de leider of de manager van de groep om zich te verplaatsen in de gemoedstoestand van de afzonderlijke groepsleden. Maar anderzijds heb ik het belang benadrukt om easy te zijn met mensen in de zin van dat zij liever worden erkend dan aangestuurd. De trainer moet er dus voor zorgen dat hij hartelijk is, dat hij belangstelling heeft voor wat de jongens doen (weet je het voorbeeld van Dan Peterson nog?) en dat hij altijd bereid is tot een gesprek en tot begrip. Het sleutelwoord hierbij is ‘erkenning’, dat wil zeggen de kwaliteiten van iedere persoon zien en deze waarderen.

Net zoals gebeurt in een gezin, zijn er bepaalde momenten in een week waarin je heel nauwe banden kunt creëren met je spelers. De trainer moet inzien wanneer het juiste moment is om deze kans te benutten.


Regel 18: ‘Als een bedrijfsmanager bouw ik een winnend team op’

Ik heb de neiging om veel te delegeren, ook omdat ik het niet red om alles alleen te doen. Natuurlijk blijf ik het aanspreekpunt voor alles en iedereen, maar ik grijp niet in, omdat ik niet in staat ben om voor hen te besluiten, maar om iedereen te stimuleren zijn best te doen.

Een goede manager van een groep heeft verschillende functies: hij kan een trainer zijn, een leraar, een communicator en ook een coördinator. Maar, ik zeg dit nogmaals, op de lange duur is het niet goed om autoritair te zijn. De andere leden van de club moet je respecteren, niet vrezen.

De trainer, die manager wordt, moet deze begrippen in de loop van de week overbrengen op zijn spelers en medewerkers. Zo bouw je een bedrijf op dat wint.


Regel 19: ‘Hoe groter de mate van voldaanheid, hoe kleiner de kans om te winnen’

Wanneer je, als je het veld op gaat, denkt aan het resultaat dat je kunt behalen aan het einde van de wedstrijd, gebeurt het soms dat je je overgeeft aan bepaalde gevoelens. Ik heb het niet over gevoelens in verband met het tactisch-technisch verhaal, maar over een gemoedstoestand die iets zegt over de ‘manier’ waarop je het veld op gaat, namelijk mede mentale aanpak van ons allemaal, speler en trainer. Dat zijn gevoelens die horen bij een verlangen, bij wat je zou willen doen.

Ik zou het als volgt willen stellen: ‘Als je wilt weten wat de kans op succes van je team is, moet je de mate van voldaanheid meten. Hoe groter die is, hoe kleiner de kans op winst.’


Regel 20: ‘Kies altijd medewerkers die beter zijn dan jij met betrekking tot wat je kunt
delegeren’
 
De regel spreekt voor zichzelf.


Regel 21: ‘Om te winnen moet je de wedstrijd in je hoofd spelen’

“Een groots elftal heeft het vermogen om elke keer weer vanaf nul te beginnen, ongeacht de status van de tegenstander.”

De beste dag van de week om de wedstrijd nog een keer te spelen is misschien de dag waarop je, meer dan anders, denkt aan de net gespeelde wedstrijd. Dan maak je de balans op, begrijp je waar je in de fout bent gegaan, bekijk je het in theorie opnieuw en bereid je je voor op de wedstrijd die ons wacht, zodat je beter speelt. Maar deze keer op het veld.


Regel 22: ‘Een goede manager is iemand die oplossingen aandraagt, geen problemen’

Een voetbaltrainer moet noodzakelijkerwijs namelijk over alle kwaliteiten beschikken die hem doen lijken op de figuur van een bestuurder: hij moet de groep aansturen; hij moet zijn instinct gebruiken bij het aanpakken van verschillende zaken; hij doet de problem solving, wat niets anders is dan het vermogen om lastige problemen aan te pakken en op te lossen; hij moet situaties inschatten die zich van keer tot keer voordoen; en tot slot moet hij zijn tactische flexibiliteit aanwenden voor het aanpakken van ongeacht welk probleem. De trainer-manager steunt op zijn leiderschap en op zijn ‘database’ van kwaliteiten.

“Een manager is zo goed als hoe hij problemen kan oplossen en oplossingen kan aandragen.”

In een meer afgebakende context leer je de kunst van het je redden waarbij je op een of andere manier de eenvoudigste oplossing vindt, omdat de middelen die je tot je beschikking hebt beperkt zijn. Dit vermogen om kleine dingen met elkaar in evenwicht te brengen wordt heel kostbaar en nuttig wanneer je iets hoger op de ladder komt en de problemen complexer worden. Daarom mag je de oorsprong nooit vergeten, net zomin als de waarden die je leert in de omgeving waarin je bent geboren.

“De trainer-manager is de belangrijkste leider van de groep.”

Wat gister goed ging, kan vandaag of morgen misschien niet meer werken. De mogelijkheid om een resultaat te behalen of een droom te verwezenlijken, of dat nou gaat om het winnen van een wedstrijd of van de achtste achtereenvolgende scudetto, hangt onvermijdelijk af van de constante planning, herdefinitie en splitsing van persoonlijke doelen en clubdoelen.


Regel 23: ‘Het team wordt verantwoordelijk wanner het de schakelaar om weet te zetten’

Ook deze regel spreekt voor zichzelf.


Regel 24: ‘de organisatie moet ten dienste staan van de fantasie en de bezieling’

Ik ben ervan overtuigd dat de ruggengraat van een elftal bestaat uit drie begrippen die sterk met elkaar samenhangen: orde, het geheel van regels en de richtlijnen.

Bij voetbal wordt geprobeerd om alles te theoretiseren, maar mij is geleerd dat deze sport vooral bestaat uit bezieling en fantasie. De vrije uiting van talent is essentieel bij voetbal. Maar bij de jeugdafdeling is er, zoals ik al aangaf, steeds vaker sprake van theatrale situaties waarin spelers niet meer leren spelen, maar tot kippen zonder kop worden gemaakt. Als de jongens geen bezieling en fantasie mogen hebben, kun je ervan uitgaan dat we met het verstrijken van de jaren niet langer het ware voetbal zien.

“Het is van essentieel belang dat we die initiatieven van degenen die het potentieel hebben, niet onderuithalen.”


Regel 25: ‘In het voetbal maak je doelpunten, geef je assists of ren je’

Als je een goede voetballer wilt zijn, moet je doelpunten maken, assists geven, of in elk geval rennen. Een andere oplossing is er niet. Eerlijk gezegd is deze uitspraak niet van mij. Ik heb hem overgenomen van Carlos Caetano Bledorn Verri, beter bekend als Dunga, een Braziliaan die als speler aangeboren leiderschapskwaliteiten had, zozeer dat hij werd verkozen tot aanvoerder van het Braziliaanse nationale elftal dat in 1994 wereldkampioen werd.

Wat betekent die eenvoudige uitspraak van hem? Dat iedereen in een team zich nuttig moet maken met dat wat hij kan. Er zijn bijvoorbeeld spelers die een onmiskenbaar gevoel voor doelpunten hebben en die zich op het juiste moment op de juiste plaats weten te bevinden.


Regel 26: ‘Iedereen kan een balletje trappen. Niet iedereen kan voetballen’

Iedereen weet natuurlijk wie Johan Cruijff was. En wee degene die deze naam niet kent! De Nederlander was immers een ware revolutionair in de voetbalwereld. Begin jaren zeventig veranderden Cruijff en het Nederlandse voetbal de manier van voetballen ingrijpend. In die periode zag je verdedigers met goed voetenwerk en spelers die elkaars rol overnamen op het veld. Het Nederland van Cruijff, Neeskens, Krol, Rensenbrink, de gebroeders Van de Kerkhof, Rep, Haan en Suurbier veranderde de oude tactieken van de tien jaar daarvoor met het zogeheten ‘totaalvoetbal’. Bovendien onderscheidden de Nederlanders zich ook buiten het veld door hun onbevangen kijk op het leven. Zij waren de eersten die zich op het veld vertoonden met baarden en lang haar en droegen daarmee de vrije levenswijze uit die samenhing met die tijd waarin werd gebroken met de tradities uit het verleden. Ik weet nog dat Cruijff de eerste was die vroeg of vrouwen, vriendinnen en zelfs minnaressen toegelaten konden worden tot het verblijf van het elftal, ook voor belangrijke wedstrijden, en dat ook voor elkaar kreeg. De uitspraak die ik heb weergegeven als samenvatting van deze regels is in feite niet van mij maar juist van Johan Cruijff, die het verschil tussen een balletje trappen en voetballen als volgt weergaf; ‘Voetbaltechniek bestaat niet uit de bal duizend keer hoog kunnen houden. Iedereen kan dit leren door te oefenen en kan er dan misschien voor kiezen om in het circus te gaan werken. De ware techniek bij voetbal is dat je de bal met een tikje, op het juiste moment en met de juiste snelheid naar het voorkeursbeen van je ploeggenoot speelt.’ Begrijp je het verschil?


Regel 27: ‘Als je niet kunt winnen, speel de wedstrijd dan uit terwijl je balbezit houdt’

Ook deze regel spreekt voor zichzelf.


Regel 28: ‘Als je op de juiste manier aan een spelconcept denkt, kun je dat uittekenen’

Een schitterend doelpunt van Cristiano Ronaldo (een trap vanaf 25 meter recht de kruising in), het spel van een buitengewone kampioen. Dat soort technieken zou je aan kinderen bij voetbalopleidingen moeten laten zien in plaats van ze te vervelen met alle theorie waar ze zich niet mee vermaken tijdens de trainingen. Ik weet zeker dat veel van hen de dag erna het veld op zouden gaan en zouden proberen om het bravourestukje van de kampioen na te doen. Alleen zo kunnen ze een dergelijke trap leren nadoen, in elk geval niet via abstracte concepten! Begrijp je wat ik bedoel?

Maar wat betekent goed spel eigenlijk? Mij is altijd geleerd dat er bij voetbal twee fasen zijn: wanneer je de bal hebt, moet je aanvallen en wanneer je die niet hebt moet je je uiterste best doen om te verdedigen. En om kampioenschappen te winnen, moet je een goede verdediging met het hele elftal hebben. Laat mij maar eens een elftal zien dat met slechts zes spelers kan verdedigen, terwijl de andere vier ver weg lopen…. Dat is onmogelijk!


Regel 29: ‘We trainen om te spelen op de manier waarop we spelen’

Als je echter traint met rendement, speel je daarna vrijwel altijd goed.


Regel 30: ‘Sporters zijn als renpaarden: af en toe moeten ze even de wei in’

Ik heb veel geleerd van de paarden, want wanneer je met die dieren te maken hebt, ga je automatisch op zoek naar datgene wat ze je duidelijk willen maken. Net als voetballers kennen volbloeden afwisseling, momenten van maximale schittering en momenten waarop ze moeite hebben om hun vorm een beetje te vinden.

Ik vertel je dit verhaal omdat renpaarden lijken op sportkampioenen: in hun carrière kennen ze momenten van sterke wedstrijdmentaliteit en op andere momenten zijn ze schijnbaar zo uit vorm dat ze op boerenknollen lijken. Als een paard in een periode van technische achteruitgang terechtkomt, houden de trainers doorgaans rekening met de hersteltijd die het dier zichzelf al toekent. Dat is het moment om hem ‘in de wei te zetten’. Wat betekent dat? Heel eenvoudig: je laat ze de hele dag in de paddock om wat rond te hollen en zich te vermaken naar eigen inzicht en in hun eigen tempo om ze daarna weer in de box te zetten wanneer het tijd is om te eten of te slapen. Zo blijven ze fysiek in goede conditie zonder dat ze de druk voelen van zware trainingen en dure races.

“Het belangrijkste is dat je alle paarden in je stal kent en dat je weet wat elk paard je kan geven.”


Regel 31: ‘Aandacht voor feiten brengt duidelijkheid, terwijl suggesties energie geven’

Deze regel verwijst naar de communicatie en de verschillende soorten taalgebruik die je moet hanteren als je wilt dat de boodschap krachtig en duidelijk overkomt. Ik denk dat een trainer die zijn concepten goed wil overbrengen moet proberen om de aandacht te vestigen op de feiten en specifieke technisch-tactische aanwijzingen. Als hij zijn jongens echter energie wil geven, moet hij gebruik maken van suggesties en is hij soms, ik zal het niet verhullen, zelfs gedwongen om zijn stem te verheffen. Dit zijn de twee kanten waar ik het hier over wil hebben: de feiten enerzijds en de suggesties anderzijds.

Ik wil zeggen dat een goede trainer volgens mij in staat is om scherpzinnigheid af te wisselen met pathos. Het eerste is bedoeld om technische waarden over te brengen. Het tweede is echter vooral emotioneel omdat dit suggesties biedt.


Regel 32: ‘De emotie op het veld geeft energie, de rationele analyse doet je besluiten’

Als je energie wilt overbrengen om het team, valt dit binnen de emotie op het veld, maar als je besluitvaardigheid wilt krijgen, moet je je mentaal losmaken van datgene wat er gebeurt en moet je de situatie relationeel analyseren, waarbij je een bevoorrechte positie voor jezelf creëert die ook wel ‘metapositie’ wordt genoemd.”

“Je moet altijd een oplossing voorstellen die op een of andere manier tegenwicht kan bieden tegen een duidelijke nederlaag.”

 
Dit boek kopen

Wil je het boek kopen? Dan raden we dit aan om via MyBookstore te doen, omdat je dan geen verzendkosten betaald.

Te koop voor 8,54 (ebook) of 18,99 (paperback).

Klik hier om het boek te kopen
 
Wilt u het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29

Of: spaar voor een gratis abonnement door te winkelen in onze webshop

Spaaractie
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen