Inloggen
U bent niet ingelogd. Inloggen
Categorieën
Alle categorieën Leren van topcoaches Seniorentraining Juniorentraining Pupillentraining Vrouwen- en meisjestraining Keeperstraining Conditie- en coördinatietraining Techniektraining voetbal Technisch beleid voor voetbalclubs Communiceren & leiderschap Voetbaltactiek Boekenoverzicht TM Bibliotheek Webcolleges
Intensiteit en Kwaliteit
| Bedankt voor uw mening!
Vrijdag 13 November 2020


Het was een seizoen met gemengde gevoelens voor Bayer Leverkusen. 63 punten is een uitstekend puntenaantal, meer dan vorig jaar, maar het levert geen Champions League op. In de beker behaalde Leverkusen zelfs de finale, maar die verloren ze. In de Europa League kwamen ze ver, maar gingen ze er in de kwartfinale tegen Inter uit. Peters: “Overal een stapje verder dan vorig seizoen, dus je kunt zeggen dat we het beter hebben gedaan, maar als je de vruchten niet kunt plukken, dan voelt het toch vooral zuur.

Tekst: Paul van Veen | Beeld: Bayer Leverkusen 04

“Focus op kwaliteit en intensiteit. Dat blijft de kern van onze filosofie. Afgelopen seizoen hebben we gekozen voor een voorbereiding met relatief veel rust, maar als we gas geven, dan geven we ook echt gas. We werken dus met hoge pieken en diepe dalen. Een periodisering op basis van polarisatie. Daarom trainen wij dan ook liever een keer per dag op 100 procent dan twee keer per dag op bijvoorbeeld 60 procent. Immers als je twee keer traint, dan krijgt de vermoeidheid de overhand en dan gaat de intensiteit en de kwaliteit omlaag. Dat willen wij voorkomen: elke actie die een speler maakt, moet met hoogwaardige kwaliteit en op de hoogste intensiteit uitgevoerd worden. En daarna komt pas het opvoeren van het aantal herhalingen, of wel speeltijd. In die volgorde. In de voorbereiding op het seizoen, die ongeveer zes tot zeven weken duurt, plannen we dan ook zelden tot nooit meer dan 3 trainingsdagen achter elkaar. Zonder een uitgerust lichaam kan een speler namelijk niet de gewenste kwaliteit bieden. En dat laatste is wat je wilt ontwikkelen in de voorbereiding, niet een veelvoud aan matige voetbalacties. Bovendien is de lichamelijke kostprijs van een matige actie hoger en het risico op een blessure neemt toe aangezien het aansturen en bijstellen van bewegingen minder snel gaat wanneer vermoeidheid toeneemt.”

Tip: lees ook het eerdere interview met Terry: "De Voetballer van vandaag is een Ferrari"

“We hebben dan ook veel aandacht besteed aan herstelprogramma’s. Zo benutten wij onze faciliteiten ten volle door bijvoorbeeld cryotherapie toe te passen in een kamer die tot -110 graden koelt en hebben wij zowel actieve- als passieve regeneratie programma’s ontwikkeld. Belangrijk onderdeel is ook het onderwijzen van je spelers mbt. herstellen. Ze moeten weten dat intensiteit geven iets is wat we ze leren op het veld, maar ook dat een goed herstel om dezelfde intensiteit vraagt. Anders hou je het geen seizoen lang vol.”

Zonder blessures
“Het resultaat was dat we zonder een blessure aan het seizoen zijn begonnen. Dat lijkt heel normaal, maar Werder Bremen was bijvoorbeeld een ploeg die begon met maar liefst tien spierblessures. Daarnaast bleek dat wij over het gehele seizoen gemiddeld de meeste afstand per wedstrijd hebben afgelegd. Dat is zo interessant, omdat wij minder trainingseenheden afwerken dan de meeste andere teams. Maar voor ons is dat een bevestiging dat onze manier van trainen binnen een topcompetitie als de Bundesliga prima werkt.”

“Kort voor de winterstop kwamen we in een mindere fase terecht. Het blijkt dat als je met een jonge ploeg werkt en je iedere dag intensiteit eist binnen een druk schema (inclusief Champions League), dat het dan lastig is om maanden achtereen dezelfde kwaliteit te leveren. We hadden hierbij vooral moeite om de juiste oplossingen in het veld te vinden om zo dichter bij de goal van de tegenpartij te komen. De kwaliteit van keuzes hooghouden is óók voetbalconditie. Daar hebben we in de winterstop een belangrijk punt van gemaakt en is er een fundament gelegd en zijn we sterker uit de winterstop gekomen. In die periode hebben wij in een reeks van vijftien wedstrijden slechts eenmaal verloren. In die fase hebben we ook veel wedstrijden beslist door in de laatste fase de beslissende goal te maken of de score uit te breiden.”

Uniek
“In die situatie vorig jaar werd iedere club in het diepe gegooid, omdat dit een unieke ervaring was. Maar dat is aan de andere kant ook heel erg interessant geweest. Een ding was altijd zeker in het voetbal: je werkt naar een stip aan de horizon toe, een datum in de agenda die rood omcirkeld is wanneer het moet gebeuren. Die stip was opeens weg.”

“Vanaf het moment, dat de stekker eruit ging, hebben we de jongens twee weken pauze gegeven, maar wel een thuisprogramma meegegeven. We hebben voor iedere speler ook een loopband aangeschaft.

Lopen is vanuit mijn optiek een veel meer relevante methode om conditie te onderhouden dan bijvoorbeeld op een spinningbike of crosstrainer. Ik ben er zelfs van overtuigd dat dat contra-productief is.”

“Vanaf 1 april mochten we weer in aangepaste omstandigheden trainen. We trainden in groepjes van drie, zonder dat ze met elkaar in duel mochten komen. Dat was voor ons als staf ook een bijzondere situatie, want als ze maar per drie mogen trainen, dan sta je als staf de hele dag op het veld. Dan moet je de scherpte bij jezelf er ook in houden. Later werden de groepgroottes uitgebouwd, maar nog altijd met de onzekerheid of en wanneer er weer gevoetbald ging worden. Uiteindelijk werd bekend dat we half mei weer mochten beginnen, en we mochten ook weer 11-tegen-11 trainen en konden weer periodiseren zoals we gewend zijn om dat te doen.”

“We begonnen goed maar uiteindelijk bleek de wedstrijdprogrammering onze grootste tegenstander; wij hebben vijf keer een wedstrijd moeten spelen binnen 72 uur na de voorgaande wedstrijd. Er zijn meerdere studies die dit onderzocht hebben en ze geven allemaal aan dat je significant minder punten pakt als je minder dan 72 uur hebt om te herstellen. Als je naar onze directe concurrenten kijkt, dan zie je dat zij dat maar twee keer hebben gehad. Dat was helemaal aan het begin (toen iedereen nog redelijk fit was) en richting het einde (toen sommige ploegen uitgespeeld waren). Wij zagen het gebrek aan frisheid, de belangrijkste voorwaarde voor kwaliteit, dan ook duidelijk af aan onze spelers.”

Complex
“Daarnaast was deze situatie extra complex voor de spelers. Onderzoek heeft uitgewezen dat hoe bewuster je bent van de inspanning die je levert, hoe groter de vermoeidheid ook daadwerkelijk is. Niet alleen perceptueel, maar ook echt meetbare vermoeidheid in je lichaam. Dit betekent dat als je zonder publiek speelt je veel meer bewust bent van bijvoorbeeld een gestresste ademhaling en verhoogde hartslag. Daarnaast wordt iedere vorm van stress, zoals invloeden/uitspraken van medespelers, de coach en de tegenstander vele malen intenser, omdat je niets anders hebt om op te focussen. Er is geen publiek dat je motiveert of afleidt van jouw vermoeidheid.”

“Een andere factor is de duur van het seizoen. Normaal loopt de competitie tot halverwege mei, nu duurt het seizoen opeens twee maanden langer. Dat betekent dat je de spanningsboog van presteren langer moet vasthouden.”

Het niet zien van familie van buitenlandse spelers was voor sommige spelers ook een stressfactor. Edmond Tapsoba is een 21-jarige speler uit Burkina Faso en die heeft zijn familie al bijna een jaar niet meer gezien. Die kon dus ook niet in de twee weken dat we vrij hebben gehad naar Burkina Faso toe. Immers, dan zou hij in quarantaine komen en dus niet meer in trainingen en wedstrijden kunnen participeren. We hebben ook zes of zeven jongens uit Zuid-Amerika, die normaal in de vrije weken met familie kunnen doorbrengen. Dat kon nu ook niet. Dat eist ook een tol in de mentale frisheid.”



Stressfactoren
Uiteindelijk kom je dus tot zeven stressfactoren. Van de eerste vijf heeft iedere club last gehad: de corona zelf (de onzekerheid of de ziekte), de onzekerheid over het voetbalseizoen, de lengte van het speelseizoen, het spelen zonder publiek en voor de buitenlandse spelers het niet kunnen zien van familie. Bayer Leverkusen had daarnaast te maken met een extra intensief speelschema en kregen op het einde van het seizoen ook nog te maken met de teleurstelling van onbehaalde doelen. Dat zijn geen excuses maar feiten.”

“Doordat er geen rust meer is, zie je dat die vermoeidheid zich stapelt. En hoe vaker die cyclus zich herhaalt, des te minder trainingstijd er overblijft. In ons schema konden we de eerste dag alleen regenereren, de tweede dag moest je je alweer voorbereiden op de volgende tegenstander, omdat op dag drie de volgende wedstrijd op het programma stond.”

“Na de competitie en bekerfinale hebben we ze wederom twee weken vrijgegeven en toen kwam de groep terug voor de eindfase van de Europa League. We merkten direct dat spelers minder fris terugkwamen als de keer ervoor. Als melk waarvan de houdbaarheidsdatum verstreken is, maar het drinken ervan nog acceptabel. Dit kan ook komend seizoen een probleem geven, want ook de zomerstop is kort. Die periode off-season, die belangrijk is, die gaat er dit jaar niet zijn. Wij vinden fris voetbal belangrijk en dan moeten spelers wel uitgerust zijn. Maargoed, daar hebben we mee te dealen, en dat zullen we ook doen.”

“We merkten ook dat het managen van de groep veel complexer was dan voor die onderbreking. Je merkt hierbij dat trainer zijn ook echt een ambacht is, er bestaat geen theoretisch pad hoe je deze situatie moet begeleiden. Je moet iedere dag kijken wat je aantreft en dat instrument gebruiken waarvan jij denkt dat dat het beste instrument is om het elftal gereed te krijgen. En zo leef je van wedstrijd naar wedstrijd. De benadering is per definitie zeer emergent.”

“De kracht van Peter is dat hij de staf heel dicht bij elkaar weet te houden en iedereen bij het proces betrekt. Zo houden we zicht op de context en blijkt een holistische benadering heel effectief. Wij ontwikkelen conditie door te voetballen, we ontwikkelen de speelwijze door te voetballen en daarin heeft iedereen een gedeelde taak. We moeten met zijn allen begrijpen wat we willen bereiken. Het is niet zo dat iedereen zijn eigen ding doet en dat vervolgens op de wedstrijddag de trainer de opstelling bepaalt aan de hand van onsamenhangende factoren.”



Psycho biologische kant
“Spelen zonder publiek is een psychologisch belangrijke factor. Toen we wisten dat de competitie hervat zou worden, zijn we gaan nadenken: hoe gaan we spelers voorbereiden op het spelen in een leeg stadion? Immers, we hadden al verwacht dat je daardoor waarschijnlijk eerder moe bent. Je kunt allerlei trainingsvormen bedenken, maar we hebben ze uiteindelijk vooral 11-tegen-11 laten spelen.”

“Training is de voorbereiding op de wedstrijd. Daarom wilden we de trainingen zoveel mogelijk op de wedstrijd laten lijken. We hebben die 11-tegen-11 dan ook in het stadion gespeeld, met (eigen) scheidsrechters, reclameborden en de geluiden die ze afspelen bij bijvoorbeeld een goal.”

“We hebben deze vormen op een intensiteit gespeeld die hoger was dan in de wedstrijd. De eerste keer hebben we 4 keer 13 minuten gespeeld en in elk blok maximaal gas gegeven. Er lagen dus ballen langs de kant voor het snel hervatten van het spel. Ze moeten dus op 100% beginnen en dat zo lang mogelijk volhouden. We wilden ze simpelweg in een situatie brengen waarin de vermoeidheid heel groot zou zijn, om hen het besef bij te brengen dat ze onder deze omstandigheden straks moeten gaan voetballen. Fase 1 is dat een speler moe denkt te worden en fase 2 is dat een speler een bepaalde vorm van vermoeidheid geaccepteerd heeft. We hebben ze als staf uiteindelijk over de grens gebracht waarvan zij denken dat vermoeidheid onoverkomelijk is. Wij brengen spelers in situaties waarin het oncomfortabel wordt, we houden ze daar (binnen de grenzen van wat verantwoordelijk is) en zo helpen we ze om hen daar overheen te zetten, zodat ze hun individuele norm kunnen gaan verleggen. Het resultaat daarvan is dat je in een heel gespannen trainingsomgeving komt.”

“Immers, wat gebeurt er als je moe bent? Dan raak je geprikkeld en getergd. Niet alleen ten opzichte van de arbeid die centraal staat op het veld, maar bijvoorbeeld ook hoe je met elkaar samen speelt en communiceert. Blijf je gestructureerd spelen als je moe bent of verlies je de structuur in hetgeen je moet doen wat er gevraagd wordt binnen jouw speelwijze? Naast dat we moeten proberen dat spelers conditioneel zo sterk te krijgen ze het langer kunnen volhouden. moeten ze ook leren dat als ze in die situatie zitten waarin ze moe zijn, ze toch goed samen blijven spelen en communiceren. Om dat te leren moet je spelers wel in die situatie brengen.”

“Op het moment dat je ze over die rand brengt en ze daar een bepaalde tijd houdt, dan herhalen we dat nog 2 á 3 keer. We zijn hierbij in blokken van vier dagen gaan werken, omdat dat goed overeenkwam met hetgeen ze konden verwachten in de competitie. Dag 1 is het activeren, het opstarten, dag 2 was de 11-tegen-11, de derde dag is regeneratie en de vierde een rustdag. Daarnaast zijn we met iedere individuele speler bezig geweest: wat kunnen we doen om in dit ritme het herstel te bespoedigen? Dit was namelijk het ritme dat ze straks ook moesten volhouden, zodat ze al het gevoel ervaren hebben dat ze weinig tijd hebben om te herstellen en dat ze zich realiseren dat dat zo effectief mogelijk moet gebeuren.”

“Uiteindelijk zag je bij iedere ploeg in de Bundesliga een terugval in prestaties en een toename van het aantal blessures, omdat er een intensiteit en ritme gevraagd werd van spelers in aanhoudende ongewone omstandigheden.”

“Als je drie maanden langer dan normaal met elkaar bezig bent, betekent dit ook dat je meer activiteiten met elkaar hebt gehad. Hoeveel je ook varieert, op een gegeven moment komen bepaalde oefeningen, bepaalde coaching of aandachtspunten terug. Het risico van iets vaak horen, is dat een speler op een punt komt dat hij denkt: ik weet het nu wel. Je loopt het risico dat het saai wordt. Op een gegeven moment wordt het moeilijker om elkaar te prikkelen. Je immuniseert omdat je zo vaak bloot gelegd wordt aan elkaar.”

“In de topsport moet je elke dag het maximale van elkaar eisen, want als je dat niet meer doet, dan heb je daar niets te zoeken. Maar dat alles van elkaar eisen heeft een houdbaarheidsdatum en die ligt meestal tot halverwege mei. Nu ben je drie maanden over die datum en dus zure melk aan het drinken. Je wordt er niet ziek van, maar de smaak heeft het al verloren. Of vergelijk het met een burn-out. Als een batterij leeg is, dan kun je duwen en trekken wat je wilt, maar dan komt er niets meer uit. Dat hebben wij ook gemerkt, niet alleen bij spelers, maar bij iedereen in de organisatie”

Voordelen
“Maar er zaten ook voordelen aan de coronaperiode. Zo hebben we ook heel veel tijd gehad om na te denken hoe we willen spelen. Als je normaal van wedstrijd naar wedstrijd gaat, heb je die tijd niet. Nu hebben we tijd gehad om naar een aantal dingen te kijken die je normaal buiten het seizoen doet. Voetballend ziet het er goed uit, maar we verzuimden dit nog wel eens om te zetten in doelpunten. We hebben besproken in welke patronen we doelpunten willen maken. Welke spelers moeten in die patronen betrokken worden en welke variaties hebben we daarin? Daar hebben we in die periode ook veel herhalingen in kunnen maken, want als je zes spelers op het veld hebt, kun je daar prima mee aan de slag.”




Cognitie
Vorig jaar in het interview sprak Terry over het trainen van cognitie. “In de coronatijd was het trainen op cognitie een lastig verhaal. Immers, cognitie train je vooral in wedstrijdsituaties: partij- en positiespelen waarin je in een relatief grote ruimte speelt.”

“Partij- en positiespelen nemen bij ons een belangrijk onderdeel van de training in. Hierbij geven we spelers patronen mee en zij moeten proberen om die patronen terug te laten komen. Hierbij is het belangrijk dat een speler eerst kaders heeft en daarin hebben we heel veel aangescherpt. Voor ons is de speelwijze onze houvast en in die speelwijze moet de speler continu bewust zijn: wat is de structuur die van mij wordt verwacht in ieder hoofdmoment van het spel? Daarbinnen moet de cognitie zich ontwikkelen.”

“Wij spreken hierbij over principes en over regels. Het grote verschil tussen een principe en een regel is dat je bij een principe ook uitzonderingen maakt, waarin de artistieke vrijheid van een speler tot uitdrukking kan komen. Met andere woorden: dat een speler tot een bepaald inzicht komt waardoor hij denkt anders te moeten handelen dan dat de structuur voorschrijft. Wedstrijden worden vaak bepaald door dit soort keuzes: waarin een aanvaller iets intelligents, onverwachts of ongewoons doet om bepaalde situaties op te lossen.”

“Trainers kunnen spelers op heel veel dingen voorbereiden, maar een wedstrijd bestaat ook uit een heleboel momenten waarin de theorie ver verwijderd is van de praktijk. Daarvoor is spelintelligentie nodig en dat ontwikkel je juist door ze die kaders te geven en ze de ruimte te geven om ook oplossingen te vinden. Wij hebben bij onze groep gemerkt om juist dat kader duidelijk te maken. Wanneer je met een open eind begint en alles open houdt, dan verlies je die structuur. Dan blijf je niet meer dicht bij elkaar, dan wordt die vijfsecondenregel niet meer uitgevoerd.”

“Die vijfsecondenregel is dan ook een echt een regel. Als we de bal verliezen, dan is het niet zo dat je zegt van: we moeten in principe druk zetten, maar dit keer niet, want dan hebben we een groot probleem met zijn allen. Dat is echt een regel, dat moet.”

“Maar we hebben ook principes, zoals bijvoorbeeld hoog druk zetten. Dat doe je in principe, maar er zijn ook situaties in de wedstrijd waarin het beter is om niet te doen. Denk aan de score op het scorebord of bijvoorbeeld de kwaliteit van de tegenstander. Daarom is het belangrijk om ook een plan B, C, D, E en F te hebben en die hebben wij ook. Zo hebben we wedstrijden positief beslist door juist vanuit de omschakeling te spelen.”

“Als een principe anders moet worden uitgevoerd, dan heb je daar het inzicht van jouw spelers voor nodig. Een speler kan alleen tot intelligentie komen wanneer de juiste exclusiecriteria er zijn. Want als je over speelwijze praat, dan praat je over inclusiecriteria. Als je de bal op dit gedeelte van het veld verliest, dan gebeurt dat. Dat zijn allemaal situaties die je voorschrijft. Maar wanneer er een situatie is die niet voorgeschreven is, dan komt het aan op het inzicht van de speler. Dat inzicht brengen we ze bij door veel positiespelen en partijvormen te doen waarin zij veelvuldig geconfronteerd worden met die niet voorgeschreven situaties. Ook de wedstrijden zijn hierin belangrijke leermomenten. Immers, daar speel je tegen een tegenstander die onverwachte dingen doet en dan train je cognitie. Als je in korte tijd heel veel wedstrijden speelt, zoals de afgelopen periode, is dat eigenlijk een heel interessante situatie waarin cognitie ontwikkeld kan worden, omdat je dan in een korte periode veel tijd spendeert aan het oplossen van problemen.”

Komend seizoen
“We waren afgelopen seizoen gedwongen om het anders te doen. Wij zijn er twee weken uit geweest vanwege corona, twee weken voor de voorbereiding op de Europa League en nu weer twee weken voor de zomerstop. Interessant is om te zien dat er een soort chronische fitheid ontstaat bij spelers, waarin we eigenlijk nog niet weten of dat functioneel en wenselijk is. We doen het namelijk al sinds jaar en dag anders. We geven de spelers vijf tot zes weken vrij, gevolgd door een langere periode waarin je weer rustig op kan bouwen. Een mens is een organisme dat per definitie fluctueert qua vorm en biologische samenstelling. Nu zijn de lichamen van de spelers chronisch op een bepaald prestatieniveau met een hele beperkte fluctuatie. Dat maakt ook dat er een bepaalde druk zit op het lichaam, omdat er altijd een prestatie-gereedheid wordt geëist. Het lichaam is steeds in een vorm van paraatheid. We weten echter ook dat het heel functioneel is om een aanzienlijk deel van het jaar te hebben waarin het niet paraat hoeft te zijn.”

“Ik maak me dan grote zorgen over dit seizoen. De Nations League moet per se doorgaan en als ik het programma zie zonder winterstop en met het EK er achteraan, dan kom je in een situatie die niet optimaal is. Als we nu al bij alle clubs zien dat het prestatieniveau afneemt en de blessures toenemen, dan hou ik mijn hart vast wat er komend seizoen gaat gebeuren. Ik ben wel benieuwd hoeveel kruisbandletsels we komend seizoen meer zullen hebben dan andere seizoenen. Door zoveel factoren, maar vooral door het programma, maakt dit het een heel ander spel. Het is onmogelijk om niet fit te zijn als je alleen maar wedstrijden speelt, dat zal het probleem niet zijn, want wedstrijden spelen is namelijk de kortste route naar fitheid. Het probleem wordt om op tijd weer hersteld te zijn en zodoende de beweegacties van kwaliteit te voorzien.”

Wordt jouw rol dan ook anders?
“De vraag is wat je nog wilt monitoren. Normaal ben je bezig met het optimaliseren van de trainingsload, maar als je iedere week twee wedstrijden gaat spelen, dan valt dat natuurlijk wel een beetje weg. Je komt veel meer in het op de been houden van spelers en preventie.”

“Maar dat is wel de situatie en daar proberen we zo goed mogelijk mee om te gaan. Daarom hebben wij bijvoorbeeld in samenwerking met yogastudio's in zowel Köln als Düsseldorf (waar de meeste spelers wonen) een programma opgezet, waar spelers op hun vrije dag naar toe kunnen gaan om dat programma te volgen. Dat doen we bewust zodat ze op hun hersteldag niet weer worden blootgesteld aan dezelfde trainers en omgeving. Op deze manier creëren we een andere omgeving, een ander gezicht, dichterbij huis. We hebben ook mensen gezocht waar ze echt even hun verhaal kunnen doen en zo zoeken wij naar manieren om het herstel te bespoedigen binnen hetgeen wat biologisch mogelijk is. Immers, er zijn grenzen aan het lichaam. Iets wat 72 uur nodig heeft, daar kun je misschien 68 of 70 van maken als je alles verschrikkelijk goed doet, maar je kunt er niet ineens 48 van maken.”

“Op het moment dat we interventies opzetten waar ze zelf voor kunnen kiezen in een andere omgeving met andere mensen, dan is dat hun keuze en dan zal het regeneratieve effect veel groter zijn. Hopelijk gaan ze er zelf voor kiezen om naar die yogastudio te gaan en een half uurtje aan hun ademhaling en lichaamspanning te werken, eventueel met wat teamgenoten met wie ze goed bevriend zijn en waarmee ze nog een beetje de wedstrijd kunnen nabespreken. Ik hoop dat het zo effectief wordt als ik denk dat het gaat worden.”

“Uiteindelijk, wedstrijden winnen is de makkelijkste manier om weer energie te tanken.”

Wilt u het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29

Of: spaar voor een gratis abonnement door te winkelen in onze webshop

Spaaractie
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen