Inloggen
U bent niet ingelogd. Inloggen
Individueel maatwerk leveren (Special HHC)
Donderdag 26 November 2020


Niet iedere speler hoort tijdens een training dezelfde training te krijgen. Dat vindt Jordi Beeksma, trainer van HHC JO17-1. De jeugdtrainer van de Hardenbergers stelt tijdens trainingen de persoonlijke leerbehoeften van de spelers centraal en deelt spelers bij zijn oefenvormen op in groepjes. Zo werkt een buitenspeler niet aan dezelfde doelen als een middenvelder. “Hoe kleiner de groep is bij een oefening, hoe effectiever de training is.”


Tekst: Twan Epe | Beeld: Sportfoto-oost / Ron Jonkers

Beeksma roemt de faciliteiten bij de Hardenbergers, waardoor het voor de trainers binnen de opleiding mogelijk is om maatwerk te leveren binnen een spelersgroep. “We trainen drie keer per week op een kunstgrasveld en we hebben de beschikking over een videoinstallatie en een statief, zodat we altijd de trainingen en wedstrijden kunnen filmen. Die beelden gebruik ik om spelers bewust te maken van hun gedrag en breng dit in relatie met hun leerdoelen. Ook deel ik spelers tijdens de trainingen op in groepjes, zodat de spelers specifieke trainingen krijgen”, zegt Beeksma. “Wij laten de spelers bij een positiespel, pass- en trapvorm of afwerkvorm nooit allemaal exact dezelfde doen. Als je het individu wilt laten ontwikkelen, moet je ook de ontwikkelbehoeften van elk individu centraal zetten.”

1. Individuele relatie met iedere speler
Eén van de eerste dingen die Beeksma aan het begin van een nieuw seizoen doet, is al zijn spelers persoonlijk leren kennen. “Ik hecht waarde aan een goede relatie met mijn spelers. Tijdens de eerste periode kom ik erachter dat de ene speler meer behoefte heeft aan contact met mij als trainer, terwijl een andere speler dat minder nodig heeft. De ene speler kan goed met kritiek omgaan, maar een andere minder. Ook kan een speler snel tevreden zijn, terwijl een andere de lat voor zichzelf enorm hoog legt, waardoor hij zichzelf vaak teleurstelt. En daarnaast zijn er spelers die naar de club komen om lekker te trainen, daarna naar huis gaan en de volgende dag weer naar voetbal komen voor een lekkere training”, aldus Beeksma. “Dat vind ik heel belangrijk om te weten, omdat ik daar mijn coaching weer op af kan stemmen.”

“Ik probeer alles zo zorgvuldig mogelijk te doen en ben dus ook kritisch naar mijzelf als ik iets niet goed doe. Daarbij stel ik mijzelf kwetsbaar op.” Ook binnen zijn werkwijze speelt individuele begeleiding een belangrijke rol. De oefenmeester houdt met zijn spelers diverse individuele gesprekken gedurende het seizoen. “We houden binnen een spelervolgsysteem lijsten bij waarop een beoordeling per speler staat. Ook kunnen spelers hun persoonlijke ontwikkelpunten hierin vermelden. Daar houd ik tijdens de trainingen rekening mee. Vaak deel ik de spelersgroep op in tweeën, zodat mijn assistent een groep pakt en ik een deel pak. Dat kan zijn door de betere spelers bij elkaar te zetten en zo niveaugroepen te maken, maar een andere optie is om spelers bij elkaar te zetten op hun ontwikkelpunten. Je kunt daarbij denken aan de buitenspeler die zijn eerste aanname en actie wil verbeteren (zie oefening 1).”






2. Individuele video’s
“We hebben ook een lang statief waar ik mijn telefoon aan kan hangen om onze wedstrijden te filmen. Zo krijg je een overview van het hele veld en kun je altijd en overal trainingen en wedstrijden filmen. Ik selecteer per speler een paar beelden op basis van een tactisch accent en deel dat clipje vervolgens met die speler en stuur dat dan naar hem. Of we bespreken de beelden op de club in een speciaal daarvoor ingerichte ruimte. Vervolgens vraag ik de speler wat hem opvalt. Bijvoorbeeld aan een verdediger: ‘Wat valt je op?’ Hij kan dan zeggen wat hij ziet. Denk aan: ‘We gingen met zijn allen richting de bal, waardoor zij door konden passen en de aanvaller veel tijd had om te schieten.’ Dat helpt weer om door te vragen: ‘Wat zou je in die situatie de volgende keer anders kunnen doen?’ Ook deel ik dit soort clipjes weleens in onze groepsapp om een discussie op gang te krijgen. Verder hebben we ook app-groepen per linie en daar zet ik soms ook wedstrijdbeelden in om spelers te vragen wat ze in de situatie zien.”

Beeksma gebruikt wedstrijdbeelden niet alleen op team- of linieniveau, maar ook voor zijn spelers persoonlijk. “Het maken van clips van individuele spelers is iets wat ik geregeld doe, omdat spelers het leuk vinden om hun eigen handelingen terug te kijken. Daarnaast is het natuurlijk hartstikke leerzaam voor de spelers. Ook die beelden bespreken we dan op de club of telefonisch. Wat zie je? Welke keuzes maak je? Waarom maak je die keuze? Wat waren nog meer opties (zie ook figuur 1)? Uiteindelijk hoop je dat spelers momenten later leren herkennen en steeds betere keuzes gaan maken tijdens de wedstrijden. Het beeld dat mensen van zichzelf hebben, staat vaak best ver af van de werkelijkheid. Aan de hand van beelden kun je als trainer met je spelers in gesprek gaan en trainingsvormen bedenken die aansluiten op de analyse”, geeft de trainer van HHC JO17-1 de meerwaarde aan van het gebruiken van wedstrijdbeelden voor spelers. Hij stelt de individuele ontwikkeling van zijn spelers voorop.




3. Spelers opleiden als individu
“Hoe kleiner de groep is bij een oefenvorm, hoe effectiever de training over het algemeen is. Spelers komen meer aan bod, werken specifieker aan hun leerdoel en leren dus ook meer en sneller. Je moet als trainer de groep natuurlijk weleens groter maken en tactische partijen spelen. Ik vind het als trainer ook belangrijk om een partijvorm af en toe vrij te laten zonder er doelstellingen aan te koppelen. Laat spelers maar eens zelf op zoek gaan naar oplossingen en leerbehoeften in een vorm. Als je wel voor een doelstelling kiest, vind ik het prettig werken om twee accenten aan elkaar te koppelen, dus zowel opbouwen als drukzetten bijvoorbeeld”, aldus Beeksma, die na het in kaart brengen van zijn team met spelers onderzoekt op welke posities ze het beste tot hun recht komen. “Ik vind dat een speler vanaf JO17-1 zich op een positie kan gaan richten om te bepalen op welke plek hij het eerste elftal kan gaan halen. Vanaf deze leeftijdsgroep kun je alvast gaan specialiseren. Je kunt bij deze spelers al wel goed zien op welke plek zij de meeste toekomst hebben. Daar mag je best wat op sturen, vind ik.”

“Ik kijk dan ook heel erg naar welke kwaliteiten een speler nodig heeft om op die positie te gaan spelen. Daarbij komen ook de formulieren met leerdoelen weer om de hoek kijken. De spelers vullen dan een beoordelingslijst in hoe zij zichzelf zien. Je ziet dan ook gelijk hoe de spelers zichzelf beoordelen. Hierin zie je ook weer verschillen en daarom is het zo belangrijk je te verdiepen in hun persoonlijkheden. De ene speler is heel positief naar zichzelf, maar je ziet ook het tegenovergestelde. Na het invullen van het formulier zie je ook waar de spelers goed op scoren en waar ze aan moeten werken. Die ingevulde lijsten geven voor mij richting aan mijn trainingen”, zegt Beeksma.





“Ik vind de speelwijze van een team belangrijk, maar de persoonlijke ontwikkeling van een speler vind ik nog belangrijker. De spelers die nu in mijn team voetballen, spelen over een paar jaar allemaal ergens anders: in het eerste, tweede of O23-elftal bij ons bijvoorbeeld. Maar ook bij een andere vereniging is een mogelijkheid.”

4. Maatwerk in trainingen
“Binnen de trainingen probeer ik maatwerk te leveren, want het mag in mijn ogen niet zo zijn dat de linksbuiten dezelfde training krijgt als de controlerende middenvelder. Ik denk dat veel teams dat wel doen met de hele groep: het gehele team gaat een positiespel spelen, afwerken, een partijspel spelen, et cetera. Wij staan altijd met minimaal twee trainers op één veld en we splitsen de groep op basis van hun ontwikkelingsbehoeften op”, zegt Beeksma, die oefening 1 en 2 heeft gebruikt om zijn spelersgroep op te delen in twee oefeningen en zo maatwerk levert aan twee doelen binnen zijn groep. “Het kan best zijn dat het ene groepje wat groter is dan het andere, maar we kijken echt naar wat de spelers nodig hebben. Bijvoorbeeld door de mindere bewegers bij elkaar te zetten, die moeite hebben met wenden en keren en kort voetenwerk. Dat komt voort uit de gesprekken die we gevoerd hebben. En de assistent-trainer gaat dan aan de slag met de betere bewegers. Dat zijn bij ons de aanvallers, waardoor ik hem de opdracht meegeef om daar aanvalsaccenten in te verwerken. Denk aan de acties van de linksbuiten die hij in de wedstrijd kan maken. Hij komt nog weleens op een plek uit waar hij niet hoeft uit te komen, dus hoe kun je je aanname doen, zodat je met je gezicht naar het doel uitkomt (zie oefening 1). Een ander groepje kan dan werken aan de handelingssnelheid in de kleine ruimte. Bijvoorbeeld de middenvelders in een klein positiespel met richting (zie oefening 2).”

Wilt u het hele artikel lezen?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je hebt al toegang tot 1000+ artikelen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29

Of: spaar voor een gratis abonnement door te winkelen in onze webshop

Spaaractie
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
Juniorentraining


De O19 is een zeer belangrijke fase voor spelers. Na jaren ‘veilig’ in de jeugd gespeeld te hebben, moeten ze na de O19 klaar zijn voor de stap naar de senioren. Wat betekent dat als trainer? Hoe ga je daar mee om? In deel 1 vragen vragen we het aan twee O19-trainers die geselecteerd zijn om de UEFA-Pro te mogen volgen: Willem Weijs (NAC) en Paul Simonis (Sparta Rotterdam).

Tekst: Rogier Veenstra | Beeld: Gerrit van Keulen, Willem Weijs en Tim Hanstede

Ze zijn nog jong (Weijs 32 en Simonis 34), maar hebben beiden al geruime ervaring als (jeugd)trainer. Daarnaast moeten ze alle twee jeugdspelers klaarstomen voor het hoogste niveau van Nederland. We vragen ze naar hun werkwijze die ervoor moet zorgen dat spelers de stap naar het eerste elftal kunnen maken. “We stellen ontzettend hoge eisen, waarin aspecten als winnen, de speelwijze en de individuele ontwikkeling dagelijks terugkeren en nagenoeg altijd samengaan.”

Wat zijn de grootste verschillen tussen de O19 en jongere leeftijdscategorieën?
Weijs: “Ik zie de opleiding binnen een Betaald Voetbal Organisatie of amateurclub als een piramide. Je ziet van de O13 veel spelers doorschuiven naar de O14 terwijl het allesbehalve vanzelfsprekend is dat spelers van de O19 de stap maken naar het eerste elftal. Die één of maximaal twee seizoenen die je daar doormaakt als speler zijn dus wel cruciaal voor de toekomst. Dat besef ik als trainer ook. Er zijn dan ook zaken die bij de O19 veel meer de aandacht verdienen dan bij de jongere elftallen. Ik wil mijn spelers namelijk opleiden voor de senioren, in mijn geval het eerste elftal van NAC. Dat zorgt ervoor dat winnen een belangrijker onderdeel wordt, maar ook de benadering naar spelers is directer. Spelers kunnen meer wissel staan dan bij de jongste jeugd. Dat zorgt voor teleurstellingen. En op het veld moeten er zaken structureel beter worden uitgevoerd. Als dat niet het geval is, zal dat meer consequenties kunnen hebben dan bij de jongere jeugd. Leren winnen is een belangrijk onderdeel van het opleiden en wordt bij oudere jeugdteams belangrijker dan bij jongere teams.”

Simonis: “De benadering in alles is anders. We bootsen eigenlijk de manier van werken van het eerste elftal na. Dat houdt in dat we elke week heel erg gericht toeleven naar de volgende wedstrijd. We hebben informatie van de tegenstander, waardoor we spelers tactisch voor kunnen bereiden op de eerstvolgende wedstrijd. Dat doen we op het veld, maar ook met beelden. Van spelers wordt veel meer geëist dat ze in staat zijn om de gehele wedstrijd bepaalde afspraken na te komen en is er gewoon simpelweg minder ruimte voor fouten. Ook eisen we bij Sparta Rotterdam dat spelers in staat zijn om als een topsporter te leven. Wij faciliteren dat, de spelers moeten aantonen daar alles voor over te hebben. Dan kunnen ze overleven, anders zal helaas de kans op uitstroming groter zijn.”

Wat is belangrijker: winnen of de ontwikkeling van een speler?
Simonis: “Topsport valt en staat met winnen. En wij brengen hier op ‘Het Kasteel’ de spelers in de gelegenheid om als een topsporter te leven. Dan is winnen daar dus ook een belangrijk onderdeel van. Winnen leer je door te winnen. Daarmee bedoel ik dat er in een week heel veel momenten moeten zitten waar spelers kunnen winnen (of verliezen). Dat doe ik aan de hand van het zogeheten ‘sterrenklassement’. Bij tal van oefenvormen tijdens de trainingen zijn er sterren te verdienen. Soms al tijdens de warming-up, natuurlijk tijdens de partijvormen, maar ook na afloop van een training tijdens bijvoorbeeld een strafschoppenserie. Winnaars verdienen sterren, verliezers krijgen niks en moeten vaak zelfs nog spullen opruimen. De uiteindelijke winnaars ontvangen mooie prijzen. Er ontstaat op deze manier een bepaald enthousiasme en fanatisme dat ik altijd wil zien. Een handig trucje, waardoor je het winnen stimuleert. Onze taak is spelers opleiden voor ons eerste elftal. De ontwikkeling staat dus altijd met stip op één, maar dat is bij het laatste stapje naar dat doel of die droom onlosmakelijk met winnen verbonden.”

Weijs: “Dat gaat in mijn ogen hand in hand met elkaar. Wij als trainers van een O19-ploeg moeten de spelers voorbereiden op het grote werk. Wij proberen de spelers dus ook maximaal te ontwikkelen. De prestaties bij een eerste elftal zijn echter vaak het allerbelangrijkste. Dan zou het vreemd zijn als winnen van ondergeschikt belang is. Ik breng dit in de praktijk door oefenvormen te bedenken die betrekking hebben op onze speelwijze en ruimte geven om het individu te ontwikkelen in combinatie met het element winnen. Hierdoor maak je winnen belangrijk en train je tegelijkertijd bijvoorbeeld een aantal spelprincipes. Ten koste van alles willen winnen is ook een kwaliteit waar een speler uiteindelijk heel ver mee kan komen en moet dus ook dagelijks benoemd en gestimuleerd worden. Heb je deze eigenschap niet als speler, dan wordt het een lastig verhaal in het betaalde voetbal, maar ook in het amateurvoetbal.”

Gaat het winnen weleens ten koste van de ontwikkeling van een speler?
Weijs: “Als je het goed doet niet, al zijn er natuurlijk wel uitzonderingen. Als een speler niet goed genoeg is en zonder hem maak je meer kans om een wedstrijd te winnen dan kun je daarvoor kiezen als trainer. Zo werkt het bij de senioren ook en dus mag je die stap bij de O19 al maken. Aan de andere kant hebben wij een aantal spelers dat steeds meer ruikt aan het eerste elftal. Als een jeugdspeler op zondag op de bank zit bij de A-selectie en daardoor dus ook op zaterdag mee moet trainen, dan mist hij een wedstrijd van ons. Dan is de kans misschien iets kleiner dat we winnen, maar dan staat de ontwikkeling van een speler op één natuurlijk.

Waar ik op doelde met ‘als je het goed doet niet’, is de inhoud die je dagelijks traint. Zoals gezegd is winnen een belangrijk aspect binnen de O19. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het juist een onderdeel van de ontwikkeling van een speler is. Als je een duidelijke visie hebt als trainer of als club en deze trainbaar kunt maken, gaan ontwikkeling en winnen prima samen met elkaar. Een voorbeeld: als jeugdtrainer van de O13 werk je met spelers die veel minder tactische vaardigheden hebben en nog veel minder zelf in staat zijn om keuzes te maken dan bij de oudere jeugd. Als je een week lang de opbouw traint met drie verdedigers zou je ervoor kunnen kiezen om dat koste wat het kost terug te willen zien in de wedstrijd om de spelers dat te laten ervaren. Dus ook als de tegenstander daar een passend antwoord op heeft waardoor je in de problemen kunt komen.

Bij de O19 zou dat ten koste gaan van winnen en dat zou naïef zijn. ‘We zijn aan het opleiden dus ze mogen een maand of een jaar voordat ze debuteren tien fouten in één wedstrijd maken.’ Dat is natuurlijk onzin en strookt niet met de mentaliteit bij eerste elftallen. Daarom trainen wij dusdanig veel scenario’s, dat de ontwikkeling van de speler niet ten koste gaat van het winnen. Lukt de eerste manier om op te bouwen of om druk te zetten niet, dan hanteren we optie twee, drie of vier. Op deze manier ontwikkelen we de spelers als het gaat om de speelwijze en wordt de kans op winnen niet verkleind. Sterker nog: door het trainen van scenario’s en dus direct de speelwijze, vergroot je de kans om te winnen.”

Simonis: “Zoals gezegd staat de ontwikkeling bovenaan en hoort winnen daarbij. We hebben inmiddels vier spelers doorgeschoven naar Jong Sparta Rotterdam (Tweede Divisie), waarvan er ook al enkele geregeld met het eerste elftal meetrainen. Om aan te geven dat de speler altijd op de eerste plaats staat.

Wel is het zo dat winnen, naarmate spelers ouder worden, belangrijker wordt. Ik heb zelf allerlei leeftijden getraind en dan merk je veel verschil. Jonge spelers krijgen vanzelfsprekend meer tijd om tactische of technische vaardigheden te ontwikkelen en mogen ook meer fouten maken. Bij de O19 is daar weinig tot geen ruimte meer voor. Wij bereiden ons de hele week voor op de wedstrijd die gaat komen. Wij kijken naar de mogelijkheden om deze wedstrijd te winnen. Je kunt er dan voor kiezen om dit elke week met een aantrekkelijke speelstijl te bewerkstelligen, maar uiteindelijk gaat het wel om winnen.

Ik merk nu ook aan mezelf dat ik juist heel veel voldoening haal uit het resultaat dat voortkomt uit het strijdplan dat is getraind. Daar leren spelers in mijn ogen ook heel veel van, want het kan dus de ene week anders zijn dan de andere week. Zo kunnen wij ploegen tegenkomen die het initiatief aan ons overlaten, maar ook ploegen die zelf graag het heft in handen nemen. De kansen en bedreigingen zullen in die verschillende wedstrijden dus anders zijn en daar bereiden wij onze ploeg op voor. Zo kan het strijdplan iedere week iets anders zijn, zonder onze eigen identiteit te verliezen met daarbij horende afspraken binnen onze speelwijze.”

De winnaarspoule is een logisch gevolg van veel wedstrijden winnen. Is deze poule belangrijk voor jullie spelers?
Weijs: “De competitie is essentieel voor mijn spelers. De stap naar de senioren is moeilijk, omdat er voor minder spelers plek is, maar de stap is verder ontzettend groot, omdat het leeftijdsverschil ineens onbeperkt is. Je gaat dus tegen spelers voetballen die veel verder in hun ontwikkeling kunnen zijn op technisch, tactisch, mentaal of fysiek vlak en vaak ook veel ouder zijn. Ik vind het daarom essentieel dat mijn spelers nu wekelijks tegen de beste tegenstanders van het land spelen. De voetbalacties zijn van een hoger niveau en in een hoger tempo en worden ook nog eens langer volgehouden. Elke week worden mijn spelers maximaal uitgedaagd om hier iets tegenover te stellen. Het talent ontwikkelt zich dus op dit niveau in een veel hoger tempo.”

Simonis: “Uiteraard, maar voor de lichting die ik nu onder mijn hoede heb misschien nog wel meer. Zij slaagden er namelijk jaar na jaar steeds net niet in om de winnaarspoule te bereiken bij de voorgaande elftallen. Dus dit geeft deze groep wel weer een extra boost. Wij proberen er alles aan te doen om spelers op te leiden voor het eerste elftal door onder andere vaak aan te geven dat het ‘vijf voor twaalf’ is. De tijd begint immers te dringen. De faciliteiten zijn daarom ook dik in orde. Echter alles komt in een stroomversnelling wanneer je op een niveau acteert waar elke speler iedere zaterdag in alles maximaal moet leveren. Dus het winnen heeft ervoor gezorgd dat de spelers dit laatste half jaar nog beter worden voorbereid op een eventueel bestaan als profvoetballer. Als je het mij vraagt, zou dit dus een prima visie van een club op welk niveau dan ook kunnen zijn,. Een hoger niveau zorgt voor een snellere ontwikkeling van de spelers. Daarvoor moeten dus eerst wedstrijden gewonnen worden. Indirect heeft dat dus wederom met de ontwikkeling van spelers te maken.“

Simons en Weijs, opleidingstrainers bij uitstek, hebben dus wel een verandering in benadering toegepast nadat zij de stap maakten naar het oudste jeugdteam. Alles moet beter en is gericht op de stap naar de senioren. Toch blijkt in de praktijk dat deze stap nog altijd erg groot is voor jeugdspelers. Maar de werkwijze waar op dit moment bij NAC en Sparta Rotterdam voor gekozen wordt, moet ervoor zorgen dat deze talentvolle spelers al tijdens hun jaren bij de O19 worden voorbereid op het grote werk en dus in staat zijn om zich gemakkelijker aan te passen als het zo ver is.

Simonis: “Als je spelers klaar wilt stomen voor het eerste elftal en dus het betaalde voetbal, moet je als O19-speler leven als een prof en ook in de gelegenheid zijn om dat te kunnen doen. Dat faciliteren wij zoveel mogelijk. Ook bij de amateurs zie je vaak dat deze stap groot is. De mentaliteit is anders, er wordt soms meer getraind en er wordt in een hoger tempo gevoetbald. Dat kun je naar elkaar toebrengen door een plan te hebben voor het hoogste jeugdteam. Maak winnen belangrijker, ga vaker met de sterkste basisopstelling werken, integreer krachttraining en verhoog de trainingsintensiteit en laat spelers geregeld meetrainen met de senioren. Allemaal opties om het gat te verkleinen.

Wij doen dat door nagenoeg op dezelfde manier te werken als het eerste elftal. De trainingsweek is gericht op de eerstvolgende wedstrijd. In het begin van de week blikken we aan de hand van ons videoanalyse-systeem terug op onze eigen wedstrijd. Vervolgens bekijken we beelden van de tegenstander en komen zo tot onze kansen en bedreigingen. Als een tegenstander heel snel is in de omschakeling naar aanvallen, moeten we dus een training bedenken waarin de spelers in die teamfunctie worden uitgedaagd. Als een ploeg moeite heeft met diepgaande middenvelders, worden de hoofdrolspelers van ons team tijdens een training verzocht om in balbezit de ruimte achter de laatste lijn op te zoeken. We kunnen dan het moment en de richting prima op elkaar afstemmen en bereiden ons dus goed voor op de wedstrijd. Verder hechten wij veel waarde aan spelhervattingen, zowel verdedigend als aanvallend. Statistisch gezien wordt daar veel uit gescoord en verdient dat dus ook de aandacht. We trainen op hetzelfde veld als het eerste en de randvoorwaarden zijn prima in orde.”

Weijs: “De spelers hebben gewoon nog maar heel weinig tijd om zich te ontwikkelen en moeten de club overtuigen van hun kwaliteiten en meerwaarde voor het eerste elftal. Een contract staat op het spel en ik vind als trainer dat ik ze daarbij moet helpen. Uiteraard is de speler voor een heel groot gedeelte zelf verantwoordelijk voor het wel of niet slagen als voetballer, maar ik vind dat wij als trainers wel een helpende hand moeten bieden. Ik voel me zelfs verantwoordelijk voor mijn spelers of zij het wel of niet halen. Ik weet inmiddels wat er gevraagd wordt en welke kwaliteiten spelers moeten bezitten om de stap te maken. Dan is het dus ook mijn taak om ze dagelijks in situaties te brengen, waardoor zij zich kunnen ontwikkelen. Bij de senioren zijn de eisen hoog en dus ook tijdens de laatste stap daarnaartoe.

We zijn bezig met voeding en we hanteren veel beelden, ook van trainingen. We behandelen persoonlijke doelen en laten spelers net als bij het eerste elftal met hartslagmeters en GPS-systemen voetballen om te kijken of zij in staat zijn om het hoge tempo, dat gevraagd wordt, vol te houden. Doordat ik me verantwoordelijk voel, de lat hoog leg en elke dag hoge eisen stel aan mijn spelers, gaan de spelers, die doorhebben wat er op het spel staat, daarin mee. En ik heb gemerkt wanneer dat het geval is, spelers ook in het laatste jaar als jeugdspeler nog hele grote stappen kunnen maken.”
 /F1.jpg" />
Wat is belangrijk bij het trainen van de O19 (1)?
Gepubliceerd in April 2019
Wat is belangrijk bij het trainen van de O19 (1)?

De O19 is een zeer belangrijke fase voor spelers. Na jaren ‘veilig’ in de jeugd gespeeld te hebben, moeten ze na de O19 klaar zijn voor de stap naar de senioren. Wat betekent dat als trainer? Hoe ga je daar mee om? In deel 1 vragen vragen we het aan twee O19-trainers die geselecteerd zijn om de UEFA-Pro te mogen volgen: Willem Weijs (NAC) en Paul Simonis (Sparta R