Inloggen
U bent niet ingelogd. Inloggen
Wat voetbaltrainers kunnen leren van de driehoeksaanval uit het basketbal
| Bedankt voor uw mening!
Dinsdag 24 November 2020

Phil Jackson en Pep Guardiola worden zelden genoemd in dezelfde context. Ondanks dat de coaches in twee verschillende vakgebieden werken, liggen hun spelprincipes niet zo ver uit elkaar. In dit artikel gaan we kijken naar de principes van de driehoeksaanval en het wel bekende positiespel. Vervolgens wordt er geanalyseerd wat de overeenkomsten zijn tussen deze twee manieren van spelen én waarom deze manieren van spelen zo succesvol zijn.

Tekst: Nicholas Kalakoutis (TFA) | Vertaling: Thom Bleijerveld

Zowel Guardiola als Jackson hebben een duidelijke visie op hun sport. Deze visie is altijd terug te zien bij de teams die zij hebben gecoacht. Guardiola zijn teams staan bekend om hun verzorgde positiespel, terwijl Jackson bekend staat om de ’triangle offence’, oftewel vrij vertaald de driehoeksaanval. Hierbinnen leggen beide coaches te allen tijde de nadruk op de samenhang van het systeem (team). Het systeem wordt vervolgens zo ingericht dat elk individu maximaal kan renderen. Belangrijk om hierbij in het achterhoofd te houden is, dat beide visies onderhevig zijn geweest aan verandering. De principes zijn hetzelfde gebleven, maar hoe de teams ertoe komen lieten beide coaches onder anderen afhangen van de spelers en de competitie waarin zij speelden.

Het doel van positiespel/’triangle offence’
Het doel van positiespel is het vinden van controle over de situatie, om zo onder elke vorm van druk uit te kunnen spelen. Het hebben van de bal is daarbij noodzakelijk. Belangrijk hierbij is dat er doelgerichte en doelbewuste acties gemaakt worden met de bal. De bal moet dus niet rondgespeeld worden om het rondspelen, maar zoals Guardiola ooit zei: “We passen om de tegenstander te laten bewegen, niet de bal.”

Een belangrijk element van het positiespel is dat spelers ruimtes bezetten in de buurt van de bal. Hoe en waar spelers positie kiezen is meestal in relatie tot de formatie van het team. Vaak worden ervan hieruit de welbekende driehoekjes of ruiten gemaakt, om zo de tegenstander uit positie te lokken. Deze manier van positioneren heeft te maken met zekerheid. Passes over een kortere afstand zorgen voor meer zekerheid, waarmee de kans op balverlies verkleind wordt. Het maakt in principe niet uit welke speler waar staat, zolang alle posities maar bezet zijn om zo door de druk van de tegenstander heen te kunnen spelen.

De volgende foto is een (extreem) voorbeeld van hetgeen ik net heb omschreven. In dit voorbeeld hebben drie spelers van Manchester City zich in de buurt van de bal gepositioneerd. Hiermee houden ze zes spelers van de tegenstander bezig. De kans is dus groot dat de tegenstander kwetsbaar is op het moment dat Manchester City gebruik maakt van een kantwissel.



De driehoek wordt in het basketbal gezien als een ‘lees en reageer’ tactiek, wat erg goed past bij het dynamische en onvoorspelbare karakter van basketbal. Tijdens een aanval heeft de speler aan de bal een aantal opties, waarbij elke pass die gegeven wordt ervoor zorgt dat er weer nieuwe opties ontstaan. Binnen de ’triangle offence’ zijn er geen standaardpatronen, maar worden de keuzes en acties gebaseerd op hetgeen de tegenstander doet.

Het doel van deze manier van aanvallen is de vrije speler vinden, die de aanval vervolgens kan afmaken. Het spel is dus niet gefixeerd op één specifieke speler of een bepaald spelpatroon met een bepaald eindstation. In plaats daarvan blijven de spelers passen en doorbewegen, totdat de vrije speler in scoringspositie is gevonden.

Er zijn verschillende manieren waarop een team de ‘driehoek’ kan maken. Op het moment dat de spelers in positie staan, moeten ze in staat zijn om de juiste keuze te herkennen. Deze keuze hangt af van de passopties die de speler aan de bal heeft en de manier waarop de verdedigers staan gepositioneerd. Een belangrijk element in deze manier van aanvallen is het veel wisselen van positie. Alle vijf de posities kunnen door iedereen worden ingenomen. Kortom, alle spelers zijn betrokken bij het aanvalsspel, of ze nou aan de bal zijn of niet.




Zoek naar superioriteit
Bij positiespel kan superioriteit worden omschreven als positioneel, kwalitatief of numeriek. Deze drie manieren staan niet los van elkaar en kunnen in bepaalde situaties tegelijkertijd voorkomen. Deze vorm van superioriteit kan in het voordeel zijn van zowel het aanvallende , als van het verdedigende team. Het principe van positionele superioriteit, ook wel goed positiekiezen, is de grootste overeenkomst tussen het positiespel van Guardiola en de ‘triangle offence’ van Jackson.

Over het algemeen betekent positionele superioriteit het beter positiekiezen dan je tegenstander. Hiermee kunnen verschillende doelen worden bereikt, zoals het onder de druk uitspelen van de tegenstander, het vinden van de vrije speler tussen de linies of iemand bedie- nen achter de laatste lijn van de tegenstander.

De spelers positioneren zich vaak op verschillende verticale en hori- zontale lijnen. Hiermee maken de spelers driehoekjes en ruiten, wat ervoor zorgt dat de speler aan de bal genoeg opties heeft om de bal kwijt te kunnen. Vaak wordt het creëren van een overtal gekoppeld aan goed positiekiezen, om zo het maximale uit de situatie te kunnen halen.



De foto hierboven is een mooi voorbeeld van positionele superioriteit. Kyle Walker van Manchester City is aan de bal. Door de positionering van zijn teamgenoten, is Bernardo Silva in staat om zich aanspeelbaar te maken tussen de linies. Kyle Walker speelt de bal vervolgens naar zijn teamgenoot. Dus, door de positionele superioriteit van Manchester City, kan het team de vrije speler tussen de linies vinden. Hierdoor kan het team van Guardiola de helft van de tegenstander aanvallen.

De vrije spelers kunnen met twee soorten passes gevonden worden: rechte of schuine passes. Het verschil tussen deze twee passes is dat rechte passes vaak maar één linie kunnen doorbreken, terwijl je met schuine passes zelfs twee linies kan doorbreken. Een voorbeeld hiervan is te zien in de foto hieronder.




Net als bij het positiespel, is penetreren en het komen tot kansen een belangrijk aspect van de ‘triangle offence’. Deze manier van aanvallen wordt namelijk gebruikt om door de eerste lijn van de verdediging heen te spelen. Dit wordt meestal bereikt door het creëren van een driehoek aan de zijlijn, ook wel bekend als de ’side-line triangle’. Vanuit de hoek wordt dan vaak de speler in ’the post’ gebruikt. ’The post’ is een zone op het basketbalveld achter de eerste lijn van de verdedigers, in de buurt van de basket. Vanaf de speler in ’the post’ kunnen (makkelijk) kansen worden gecreëerd.

De speler in ’the post’ kan vergeleken worden met een traditionele diepe spits. Door deze spits aan te spelen ontstaan er verschillende opties. Zo kunnen er middenvelders onder de spits komen, of juist spelers in de rug van de spits opduiken. Hetzelfde geldt voor basket- bal. Hieronder is een voorbeeld te zien van hoe de Chicago Bulls gebruik maken van de speler in ‘the post’. Michael Jordan speelt de bal naar de zijlijn, waarna de bal wordt doorgespeeld naar Scottie Pippen in ‘the post’. In het voorbeeld is te zien dat door deze manier van aanvallen de Chicago Bulls in staat zijn om te penetreren, waardoor Pippen een kans krijgt om te scoren.



De tweede vorm van superioriteit is kwalitatieve superioriteit. Dit houdt in dat een 1-tegen-1- of 2-tegen-2-situatie niet gelijkwaardig is. Velen zullen bijvoorbeeld beargumenteren dat een 1-tegen-1-situatie met Michael Jordan verre van gelijk is. Om gebruik te maken van het surplus aan kwaliteit, moet een team begrijpen waar de zwakheden van de tegenstander liggen. Dit moeten ze op individueel- en team-niveau weten.




In het voorbeeld hierboven zien we een 2-tegen-2-situatie in een wedstrijd van Manchester City. We kunnen hier spreken van een kwalitatieve superioriteit, omdat Walker ongelofelijk snel is. De pass achter de laatste lijn van de tegenstander is hierdoor extreem effectief, omdat de tegenstander Walker niet kan bijhouden.

Tot slot kunnen we spreken van een numerieke superioriteit, oftewel een overtalsituatie. Hiermee bedoelen we dat een team in een bepaalde zone een mannetje meer heeft dan de tegenstander. Het creëren van een overtal is een manier om door de organisatie van de tegenstander heen te spelen. Een voorbeeld hiervan is te zien in de foto hieronder. In deze zone heeft Manchester City een 3-tegen-1-situatie, waardoor het voor hen makkelijker wordt om het spel richting de goal te krijgen.



Ook in basketbal komen overtalsituaties voor. Deze situaties komen vooral voor in de omschakeling naar het aanvallen, ook wel ’the fast- break’ genoemd. Toch wordt ‘de driehoek’ vooral gebruikt in 5-tegen-5- situaties op het halve veld. Het creëren van overtallen is in het basketbal dus minder van toepassing. Daar moeten ze het vooral hebben van kwalitatieve superioriteit (het creëren van ’mismatches’) en positionele superioriteit (bijvoorbeeld door het gebruiken van een ’screen’). In de volgende paragraaf zullen we gaan kijken naar de principes die het positiespel en de ’triangle offence’ met elkaar gemeen hebben.

Het gebruik van de ruimte en structuur
In Guardiola zijn positiespel zijn de posities zo gestructureerd, dat er constant driehoekjes en ruiten gemaakt worden tijdens een aanval. Om dit te bereiken, gebruikt Guardiola de regel dat er maximaal twee spelers tegelijkertijd in dezelfde verticale lijn mogen staan. Als voorbeeld: er mogen maar twee spelers tegelijkertijd positiekiezen in de linker halfspace.

Deze structuur kan het beste gehandhaafd worden in een 1:4:3:3- formatie. Vanuit deze formatie kunnen de regels makkelijk worden nagestreefd, terwijl de spelers tegelijkertijd veel vrijheid hebben om positie te kiezen. In de foto hieronder is te zien hoe er binnen een 1:4:3:3-formatie met de punt naar achteren de regels van Guardiola kunnen worden nageleefd.



Bij de ‘triangle offence’ is het maken van ruimte voor de actie die daarna komt extreem belangrijk. Dit houdt in dat een loopactie vaak wordt gemaakt zodat iemand anders de bal kan krijgen. Om dit zo effectief mogelijk te doen, staan de spelers vier tot vijf meter uit elkaar. Hierdoor heeft de speler aan de bal een hoop afspeelmogelijkheden, terwijl de spelers zonder bal heel makkelijk loopacties in de ruimte kunnen maken.

Zoals eerder genoemd zijn de spelers verantwoordelijk voor het maken van de keuzes, zowel aan de bal als zonder de bal. Deze keuzes moeten ze maken op basis van waar de bal is en wat de tegenstander doet. De spelers hebben hierbij geen enkele restrictie. Phil Jackson noemt de ‘triangle offence’ daarom ook wel een jazz-lied.

In het geval van basketbal is de melodie het maken van ruimte, terwijl de ’individual music run’ de individuele beslissing is die de spelers kunnen en mogen nemen, binnen de structuur van de ‘triangle offence’. Kortom, net zoals bij de 1:4:3:3 van Guardiola, biedt Jackson zijn spelers een structuur, waarbinnen zij vrijheid hebben om keuzes te maken.

De spelers staan vier tot vijf meter uit elkaar, om het lastiger te maken voor de tegenstander om succesvol te kunnen verdedigen. Een veelvoorkomende tactiek bij het verdedigen is een ’dubbel team’. Dit houdt in dat, naast de primaire verdediger, een andere verdediger komt helpen om een 2-tegen-1-situatie te creëren. Door de vier tot vijf meter die bij de ‘triangle offence’ wordt gebruikt, is het daardoor onmogelijk voor de ‘helpende’ verdediger om op tijd terug te zijn bij de speler die hij in eerst instantie dekte. Op dit soort momenten moet de speler aan de bal de situatie herkennen en op zoek gaan naar de vrije speler.




Kom in positie vanuit beweging om kansen te creëren
Fundamenteel voor de ’triangle offence’ en het positiespel is het bewegen zonder bal. Als we kijken naar voetbal, betekent dit dat elke speler moet helpen met het opbouwen van de aanval en het creëren van kansen. Hetzelfde geldt in basketbal, waar ook alle spelers betrokken worden in het aanvalsspel. Alle loopacties die de spelers maken hebben direct en indirect invloed op de aanval.

Een overeenkomst tussen het positiespel en de ’triangle offence’ is dat beide gebruik maken van breedte, penetratie en ‘balans’. Balans houdt in dat een team defensieve balans houdt terwijl het aan het aanvallen is, oftewel de restverdediging op orde heeft. De breedte zorgt ervoor dat er mogelijkerwijs meer passopties ontstaan in de as van het veld. Bovendien zorgt het breed houden van het speelveld voor veiligere passopties. Spelers aan de bal krijgen namelijk meer tijd en ruimte aan de bal. Tot slot zorgt penetratie ervoor dat de tegenstander achteruit moet lopen. Hierdoor ontstaat er weer meer ruimte voor het aanvallende team om in toe te slaan.

De driehoek in het basketbal wordt vaak aan de zijkant gemaakt. Hierin zien we een speler in de hoek van het veld, op de flank en in ’the post’. De overige twee teamgenoten positioneren zich op ’the weak side’ van de tegenstander. Eén daarvan zorgt ervoor dat het speelveld breed gehouden wordt, terwijl de andere speler als een extra passoptie kan fungeren. De loopacties zonder bal zijn gecoördineerd op basis van de ’moment of truth’. Dit is een (denkbeeldige) horizontale lijn die één meter verwijderd ligt van de voorste verdediger. Als de speler aan de bal bij deze lijn komt, is dit het ideale moment om de bal af te spelen.

De aanval start pas echt als de bal naar de speler op de flank wordt gespeeld. Deze pass wordt ook wel ’the one-pass’ genoemd. Deze pass wordt zo genoemd, omdat door deze pass de driehoek wordt gevormd. Vanaf hier heeft iedereen de verantwoordelijkheid om te reageren. Zodra de driehoek aan de kant van de bal is gemaakt, moet ’the number two-pass’ gespeeld worden. Deze pass heet zo omdat de speler op de flank ook wel de nummer 2 wordt genoemd in basketbal.

Er zijn verschillende manieren om de nummer 2-pass te spelen. De meeste spelers passen de bal richting ‘the post’, zodat ze gelijk de penetratie hebben. Dit wordt echter niet altijd gedaan. Belangrijk is dat de speler die de ’number two-pass’ speelt, altijd zoekt naar de makkelijkste weg om tot scoren te komen. Dus, op het moment dat het druk is in ’the post’, zal de ’number two-pass’ niet richting ‘the post’ gespeeld worden.



In de foto hierboven is te zien hoe in het basketbal de driehoek meestal wordt gevormd. Nummer 1 passt de bal naar nummer 2, waarna nummer 1 doorbeweegt richting de hoek van het speelveld. Nummer 5 komt in de buurt van nummer 2 en positioneert zich in ‘the post’. Hierdoor ontstaat een driehoek tussen nummer 1, 2 en 5. Nummer 3 positioneert zich op ‘the top of the key’, terwijl nummer 4 het speelveld breed houdt aan de ’weakside’.



In het positiespel kan het vinden en gebruiken van de ’vrije man’ tot groot gevaar leiden. Een voorbeeld hiervan is het gebruiken van een inschuivende centrale verdediger. Vaak hebben teams achterin een numeriek overtal. Op het moment dat een van de twee centrale verdedigers dan het middenveld indribbelt, wordt het overtal verplaatst van de achterhoede naar het middenveld. Op het middenveld is het dan noodzakelijk om de ’vrije man’ te vinden. Zodra de vrije man gevonden is, kan het team tot het aanvallen op de helft van de tegenstander komen.

In voetbal is het gebruikmaken van positiewisselingen essentieel geworden. Vanuit vaste posities spelen kan leiden tot statisch voetbal wat makkelijk te verdedigen is. Een speler, die in positie komt vanuit beweging daarentegen, is juist weer heel moeilijk te verdedigen. Dus, net zoals in de ‘triangle offence’, is coördinatie en het maken van loopacties cruciaal. De manier waarop spelers van positie wisselen verschilt op basis van waar de bal is op het veld, waar de ruimte ligt, hoe er een overtal gecreëerd kan worden en hoe er voor diepte gezorgd kan worden.

Het voorbeeld hieronder laat een uitkomst zien van de positiewisselingen bij Manchester City. De positiewisselingen zijn aan de zijkant gemaakt, waarmee het team ruimte creëert in de as van het veld. Mahrez neemt de bal aan naar de zijkant en speelt de bal terug naar Walker. Tegelijkertijd maakt David Silva een loopactie in de diepte, waardoor de ruimte ontstaat. Hier maakt Walker gebruik van door direct de as in te dribbelen.



Haal het maximale uit het individu binnen de teamstructuur
Het weten waar de krachten van je team liggen en op basis daarvan de juiste structuur creëren is essentieel voor de ‘triangle offence’ en het positiespel. Een voorbeeld hiervan is gebruik maken van kwalitatieve superioriteit. In zijn tijd bij Bayern München maakt Guardiola voor het eerst gebruik van ’inverted full-backs’. Waarom? Omdat hij met Robben en Ribery twee fantastische buitenspelers heeft, die goed zijn in het uitspelen van de 1-tegen-1. Vanuit deze gedachte zoekt Bayern heel vaak de buitenspelers op, om zo de kwalitatieve superioriteit uit te kunnen spelen. Zeker Robben heeft daaruit veel goals gemaakt: tegenstander opzoeken, naar binnen komen en scoren.




Als we kijken naar de ’triangle offence’ zijn er geen van tevoren afgesproken patronen. Toch zie je vaak dat er keuzes zijn die de voorkeur krijgen. Vooral als spelers als Michael Jordan of Kobe Bryant in jouw team zitten. Vaak werd er net zolang gezocht naar een mogelijkheid om Jordan of Bryant in een 1-tegen-1-situatie te brengen. Vanuit de ’triangle offence’ wordt het dus makkelijker om een kwalitatieve superioriteit te creëren.

Een voorbeeld hiervan is het maken van loopacties richting ’the weakside’. In de foto hieronder is te zien dat Bryant zichzelf in ’the post’ heeft gepositioneerd. Paul Gasol en Derrick Fisher staan op de flank en in de hoek. Met hun loopacties richting ’the weakside’, lokken zij hun verdedigers mee en wordt Bryant in een 1-tegen-1- situatie gebracht. Door de loopacties zonder bal wordt dus een kwalitatieve superioriteit gecreëerd.




Counterpress en ’offensive rebounding’
De voorgaande paragrafen gaan vooral over aanvallende acties. Toch zijn er ook overeenkomsten tussen de ‘triangle offence’ en het positiespel van Guardiola in de omschakeling naar verdedigen. Guardiola zijn teams zetten direct druk op de bal nadat zij deze kwijt geraakt zijn, om zo snel mogelijk weer in balbezit te komen. Door compacte afstand van de spelers tijdens het aanvallen, kunnen ze de tegenstander gelijk insluiten op het moment dat ze de bal verliezen. Op een basketbalveld zijn de afstanden veel kleiner dan op een voetbalveld. Toch zijn er in het basketbal genoeg kansen voor een ‘fast- break’ en is het dus noodzakelijk om snel om te schakelen naar verdedigen. Door de positionering tijdens de ’triangle offence’ staan er veel spelers dicht bij elkaar in de buurt van de basket. Een belang- rijk element is dan ook dat deze spelers, na een schot, ‘vechten’ voor de rebound. Een ander belangrijk element is de speler die op ’the top of the key’ gepositioneerd staat. Hij kan eigenlijk omschreven worden als de ‘nummer 6’ van het voetbal. Hij moet zorgen voor de balans en de restverdediging. Bij het verliezen van de bal, is hij dus ook de belangrijke schakel in het afstoppen van de ‘fast-break’.

Conclusie
Zowel Guardiola als Jackson hebben een grote invloed op de manier waarop hun sport gespeeld en geanalyseerd wordt. Ondanks dat ze afkomstig zijn uit verschillende sporten, hoop ik dat ik in dit artikel heb kunnen laten zien dat er overeenkomsten zijn in de principes van het positiespel en de ‘triangle offence’.
 
Wil je alles lezen over Voetbal Tactiek?

Log dan in met je account van TrainersMagazine of abonneer je op Het Voetbal KennisPlatform. Je kunt alle artikelen lezen voor minder dan drie tientjes per jaar.

Abonneren voor €29

Of: spaar voor een gratis abonnement door te winkelen in onze webshop

Spaaractie
Het Voetbal KennisPlatform is gratis voor totaalabonnees op TrainersMagazine
LOGIN
Log in met je trainerssite.nl account
Soortgelijke artikelen